Avis juridique important
Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Vijfde kamer) van 27 februari 2002. - Comafrica SpA en Dole Fresh Fruit Europe Ltd & Co. tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen. - Interventie. - Zaak T-139/01.
Jurisprudentie 2002 bladzijde II-00799
Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum
1. Procedure - Interventie - Termijnen - Berekeningswijze
(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 101, 102, lid 2, 115, lid 1, en 116, lid 6)
2. Procedure - Interventie - Belanghebbende personen - Geding betreffende nietigverklaring van verordeningen tot vaststelling van in kader van tariefcontingenten voor invoer van bananen aan marktdeelnemers toe te wijzen hoeveelheid - Marktdeelnemer - Ontvankelijkheid
(Statuut-EG van het Hof van Justitie, art. 37, tweede alinea)
3. Procedure - Interventie - Toezending van processtukken aan interveniënten - Afwijking - Vertrouwelijke behandeling
(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 116, lid 2)
PartijenIn zaak T-139/01,
Comafrica SpA, gevestigd te Genua (Italië),
Dole Fresh Fruit Europe Ltd & Co., gevestigd te Hamburg (Duitsland),
vertegenwoordigd door B. O'Connor, solicitor, en P. Bastos Martin, barrister,
verzoeksters,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door L. Visaggio en K. Fitch als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verweerster,
betreffende enerzijds een beroep tot nietigverklaring van verordening (EG) nr. 896/2001 van de Commissie van 7 mei 2001 houdende toepassingsbepalingen van verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad ten aanzien van de regeling voor de invoer van bananen in de Gemeenschap (PB L 126, blz. 6), alsmede van verordening (EG) nr. 1121/2001 van de Commissie van 7 juni 2001 tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die moeten worden toegepast op de referentiehoeveelheid van elke traditionele marktdeelnemer in het kader van de tariefcontingenten voor de invoer van bananen (PB L 153, blz. 12), en anderzijds een beroep tot vergoeding van de schade die verzoeksters door de vaststelling van de verordeningen nr. 896/2001 en nr. 1121/2001 stellen te hebben geleden,
geeft
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: J. D. Cooke, kamerpresident, R. García-Valdecasas en P. Lindh, rechters,
griffier: H. Jung,
de navolgende
Beschikking
Overwegingen van het arrest1 Comafrica SpA en Dole Fresh Fruit Europe Ltd & Co. verkopen bananen in de Gemeenschap. Zij zijn gevestigd in Italië respectievelijk Duitsland waar zij bij de bevoegde nationale autoriteiten zijn geregistreerd als traditionele marktdeelnemers A/B" in de zin van verordening (EG) nr. 896/2001 van de Commissie van 7 mei 2001 houdende toepassingsbepalingen van verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad ten aanzien van de regeling voor de invoer van bananen in de Gemeenschap (PB L 126, blz. 6).
2 Bij op 19 juni 2001 ter griffie van het Gerecht neergelegd verzoekschrift hebben verzoeksters beroep ingesteld tot nietigverklaring van verordening nr. 896/2001 en van verordening (EG) nr. 1121/2001 van de Commissie van 7 juni 2001 tot vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die moeten worden toegepast op de referentiehoeveelheid van elke traditionele marktdeelnemer in het kader van de tariefcontingenten voor de invoer van bananen (PB L 153, blz. 12; hierna: bestreden verordeningen") en tot vergoeding van de schade die zij door de vaststelling van deze verordeningen zouden hebben geleden.
3 Bij op 5 oktober 2001 ter griffie neergelegde akte heeft het Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door R. Silva de Lapuerta als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg, verzocht om toelating tot interventie in de onderhavige zaak ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie. Dit verzoek is partijen overeenkomstig artikel 116, lid 1, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht betekend. De Commissie en verzoeksters hebben op 18 respectievelijk 22 oktober 2001 hun opmerkingen ingediend.
4 Bij op 25 oktober 2001 ter griffie neergelegde akte heeft Simba SpA, gevestigd te Milaan (Italië), vertegenwoordigd door S. Carbone en F. Munari, advocaten, verzocht om toelating tot interventie in de onderhavige zaak ter ondersteuning van de conclusies van verzoeksters. Dit verzoek is partijen overeenkomstig artikel 116, lid 1, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering betekend. Verzoeksters en de Commissie hebben op 9 respectievelijk 23 november 2001 hun opmerkingen ingediend.
5 Bij op 22 oktober 2001 ter griffie neergelegde brief hebben verzoeksters verzocht om vertrouwelijke behandeling van bepaalde onderdelen van hun verzoekschrift jegens het Koninkrijk Spanje. Bij op 9 november 2001 ter griffie neergelegde brief hebben zij hetzelfde verzoek jegens Simba geformuleerd. Verzoeksters hebben een niet-vertrouwelijke versie van hun verzoekschrift overgelegd.
6 Bij op 18 december 2001 ter griffie neergelegde brief hebben verzoeksters verzocht om vertrouwelijke behandeling van bijlage 2 bij hun repliek jegens het Koninkrijk Spanje en Simba. Zij hebben een niet-vertrouwelijke versie van hun repliek overgelegd.
7 De president van het Gerecht heeft de verzoeken overeenkomstig artikel 116, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering verwezen naar het Gerecht (Vijfde kamer).
Het interventieverzoek van het Koninkrijk Spanje
8 Partijen hebben geen enkel bezwaar gemaakt tegen het interventieverzoek van het Koninkrijk Spanje.
9 Daar dit interventieverzoek is ingediend overeenkomstig artikel 37, eerste alinea, van 's Hofs Statuut-EG en artikel 115, leden 1 en 2, van het Reglement voor de procesvoering, dient het Koninkrijk Spanje in het geding te worden toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie.
Het interventieverzoek van Simba
Argumenten van Simba en van partijen
10 Simba baseert haar interventieverzoek in wezen op het belang dat zij bij de beslissing van het rechtsgeding heeft doordat zij rechtstreeks en individueel door de bestreden verordeningen wordt geraakt. Met name stelt zij dat zij bananen in de Gemeenschap verkoopt, dat zij bij de bevoegde Italiaanse autoriteiten als traditionele marktdeelnemer A/B" is geregistreerd en dat overeenkomstig artikel 4, lid 1, [van verordening nr. 896/2001] voor het jaar 1998 rekening is gehouden met haar referentiehoeveelheden". Haar mogelijkheden om bananen in te voeren, te verwerken, te verkopen en te verhandelen worden door de bestreden verordeningen ernstig beperkt.
11 Voorts meent zij dat haar verzoek binnen de termijn van artikel 115, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering is ingediend. Dienaangaande preciseert zij dat de in dit artikel bedoelde termijn van zes weken op 13 oktober 2001 afliep. Aangezien deze dag een zaterdag was, liep de termijn evenwel eerst af op 15 oktober 2001. Verlengd met de tien dagen wegens afstand, liep de termijn af op 25 oktober 2001.
12 Verzoeksters hebben verklaard, geen opmerkingen over dit interventieverzoek te hebben.
13 De Commissie daarentegen heeft zich ertegen verzet.
14 In de eerste plaats acht zij dit verzoek kennelijk niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de termijn van zes weken van artikel 115, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering, verlengd met de termijn wegens afstand van tien dagen van artikel 102, lid 2, van dit Reglement is ingediend. Krachtens deze bepalingen had het interventieverzoek namelijk uiterlijk op 23 oktober 2001 moeten worden neergelegd.
15 In de tweede plaats stelt de Commissie dat Simba geen rechtstreeks en dadelijk belang bij de toewijzing respectievelijk afwijzing van het gevorderde" aantoont. Haars inziens is dit verzoek kennelijk niet-ontvankelijk voorzover het betrekking heeft op de schadevorderingen van verzoeksters en op hun verzoek om instructiemaatregelen, en niet-ontvankelijk voorzover het betrekking heeft op hun vordering tot nietigverklaring. Wat deze laatste vorderingen betreft, stelt de Commissie dat Simba door het te wijzen arrest op dezelfde wijze zal worden geraakt als iedere andere marktdeelnemer in de sector bananen. Zij merkt ook op dat deze vennootschap binnen de termijn van twee maanden van artikel 230, vijfde alinea, EG zelf beroep tot nietigverklaring van de bestreden verordeningen had kunnen instellen; dat beroep zou evenwel niet-ontvankelijk zijn verklaard, aangezien Simba niet rechtstreeks en individueel door deze verordeningen wordt geraakt.
Beoordeling door het Gerecht
16 In de eerste plaats dient te worden nagegaan of het interventieverzoek tijdig is ingediend.
17 Artikel 115, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering bepaalt:
Het verzoek tot tussenkomst moet worden gedaan binnen een termijn van zes weken na de publicatie van de mededeling bedoeld in artikel 24, lid 6, dan wel, onverminderd het bepaalde in artikel 116, lid 6, voor het besluit tot opening van de mondelinge behandeling, bedoeld in artikel 53."
18 Artikel 116, lid 6, bepaalt:
Indien het verzoek tot tussenkomst wordt gedaan na afloop van de in artikel 115, lid 1, bedoelde termijn van zes weken, kan de interveniënt zijn opmerkingen ter terechtzitting maken, op basis van het rapport ter terechtzitting dat hem wordt medegedeeld."
19 Uit artikel 101, lid 1, sub b, van het Reglement voor de procesvoering volgt dat een in weken [...] omschreven termijn [afloopt] bij het einde van de dag die - in de laatste week [...] - dezelfde naam [...] heeft als de dag waarop de gebeurtenis of handeling plaatsvindt die de termijn doet ingaan". Volgens artikel 101, lid 2, van dit Reglement verstrijkt de termijn waarvan de laatste dag een zaterdag, een zondag of een wettelijk erkende feestdag is, [...] aan het einde van de daaraan volgende werkdag".
20 Volgens artikel 102, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering worden [de] procestermijnen [...] verlengd met een forfaitaire termijn wegens afstand van tien dagen".
21 Het bericht over het inleidend verzoekschrift is op zaterdag 1 september 2001 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (PB C 245, blz. 26). Derhalve is de termijn van zes weken van artikel 115, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering, verlengd met de termijn wegens afstand van tien dagen, op 23 oktober 2001 om 12 uur 's nachts verstreken. Aangezien deze datum geen zaterdag of zondag, maar een maandag en ook geen wettelijk erkende feestdag was, heeft geen verlenging plaatsgevonden op basis van artikel 101, lid 2, van dit Reglement. Laatstgenoemde bepaling vindt immers slechts toepassing ingeval de volledige termijn, met inbegrip van de termijn wegens afstand, verstrijkt op een zaterdag, zondag of wettelijk erkende feestdag (beschikking van het Gerecht van 20 november 1997, Horeca-Wallonie/Commissie, T-85/97, Jurispr. blz. II-2113, punt 25). De berekening van de termijn door Simba (zie punt 11 supra) kan dus niet worden aanvaard.
22 Simba heeft haar interventieverzoek derhalve niet binnen de termijn van zes weken van artikel 115, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering ingediend. Daaruit kan evenwel niet worden geconcludeerd dat dit verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Krachtens deze bepaling juncto artikel 116, lid 6, van het Reglement voor de procesvoering kan Simba namelijk in voorkomend geval ter terechtzitting haar opmerkingen op basis van het rapport ter terechtzitting maken, voorzover zij een belang bij de beslissing van het rechtsgeding aannemelijk maakt (zie hierna, punten 23-27).
23 Vervolgens dient te worden nagegaan of Simba overeenkomstig artikel 37, tweede alinea, van 's Hofs statuut-EG een belang bij de beslissing van het rechtsgeding aannemelijk maakt.
24 Uit vaste rechtspraak volgt dat onder belang bij de beslissing van het rechtsgeding in de zin van deze bepaling moet worden verstaan een rechtstreeks en dadelijk belang bij de toewijzing respectievelijk afwijzing van het gevorderde (beschikking van de president van de Eerste kamer van het Gerecht van 3 juni 1999, ACAV e.a./Raad, T-138/98, Jurispr. blz. II-1797, punt 14).
25 Zonder dat hoeft te worden nagegaan of de bestreden verordeningen Simba rechtstreeks en individueel raken, dient zij te worden geacht haar rechtstreeks en dadelijk belang bij de beslissing over de vorderingen tot nietigverklaring afdoende te hebben aangetoond. Vaststaat namelijk dat Simba evenals verzoeksters bananen in de Gemeenschap invoert en verkoopt en bij de bevoegde nationale instanties als traditionele marktdeelnemer A/B" is geregistreerd overeenkomstig verordening nr. 896/2001. Voorts staat tussen partijen vast dat de door Simba verkregen referentiehoeveelheid overeenkomstig artikel 4, lid 1, van deze verordening is vastgesteld en de aanpassingscoëfficiënt van verordening nr. 1121/2001 erop is toegepast, die met name op basis van artikel 5 van verordening nr. 896/2001 is vastgesteld. Derhalve wordt deze vennootschap rechtstreeks geraakt door de bestreden verordeningen en staat haar belang bij de beslissing van het rechtsgeding vast.
26 In deze omstandigheden moet zij in de onderhavige zaak worden toegelaten tot interventie ter ondersteuning van de vordering tot nietigverklaring van verzoeksters.
27 Aangezien Simba geen argumenten heeft aangevoerd ten bewijze dat zij een rechtstreeks en dadelijk belang heeft bij toewijzing van de schadevordering van verzoeksters, moet haar interventieverzoek met betrekking tot deze laatste vordering daarentegen worden afgewezen.
De verzoeken om vertrouwelijke behandeling
28 Verzoeksters verzoeken om bepaalde inlichtingen in het dossier vertrouwelijk te behandelen jegens het Koninkrijk Spanje en Simba, namelijk:
- de punten 126 tot en met 131 van het verzoekschrift, die cijfermatige gegevens bevatten over de schade die verzoeksters stellen te hebben geleden;
- bijlage 2 bij de repliek, die de antwoorden van verzoeksters bevat op de schriftelijke vragen die de president van het Gerecht hun in het kader van het kort geding had gesteld (zaak T-139/01 R).
29 Aangezien Simba haar interventieverzoek na het verstrijken van de termijn van zes weken van artikel 115, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering heeft ingediend, kan haar te gelegener tijd slechts het rapport ter terechtzitting dat in de onderhavige zaak zal worden opgesteld, worden meegedeeld teneinde haar eventuele opmerkingen ter terechtzitting te maken.
30 Wat het Koninkrijk Spanje betreft, moet in dit stadium de mededeling van de te betekenen processtukken worden beperkt tot de door verzoekster overgelegde niet-vertrouwelijke versie van het verzoekschrift en de repliek. Over de gegrondheid van het verzoek om vertrouwelijke behandeling zal in voorkomend geval later worden beslist tegen de achtergrond van de eventueel daaromtrent ingediende bezwaren of opmerkingen.
DictumHET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vijfde kamer)
beschikt:
1) Het Koninkrijk Spanje wordt toegelaten tot interventie in zaak T-139/01 ter ondersteuning van de conclusies van de Commissie.
2) De griffier zal het Koninkrijk Spanje de niet-vertrouwelijke versie van het verzoekschrift en de repliek meedelen.
3) Het Koninkrijk Spanje wordt een termijn gesteld voor het maken van haar eventuele opmerkingen over het verzoek om vertrouwelijke behandeling. De beslissing over de gegrondheid van dit verzoek wordt aangehouden.
4) Het Koninkrijk Spanje wordt een termijn gesteld om een memorie in interventie in te dienen, onverminderd de mogelijkheid deze in voorkomend geval later na een beslissing over de gegrondheid van het verzoek om vertrouwelijke behandeling aan te vullen.
5) Simba wordt toegelaten tot interventie in zaak T-139/01 ter ondersteuning van de vordering tot nietigverklaring van verzoeksters. De griffier zal haar te gepasten tijde overeenkomstig artikel 116, lid 6, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht het rapport ter terechtzitting meedelen om haar eventuele opmerkingen ter terechtzitting te maken.
6) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.
Top