Publicatieblad
van de Europese Unie
NL
L-serie
2026/800
1.4.2026
BESLUIT (EU) 2026/800 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 25 maart 2026
tot benoeming van de Europese hoofdaanklager van het Europees Openbaar Ministerie
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (1), en met name artikel 14,
Gezien Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1696 van de Raad van 13 juli 2018 over de werkwijze van de selectiecommissie als bedoeld in artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (2),
Gezien Besluit (EU) 2018/1275 van de Raad van 18 september 2018 tot benoeming van de leden van de in artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 bedoelde selectiecommissie (3),
Gezien het op 8 oktober 2025 overeenkomstig Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1696 door de selectiecommissie opgestelde voorstel voor een lijst van kandidaten met het oog op de benoeming van de Europese hoofdaanklager van het Europees Openbaar Ministerie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
Het Europees Openbaar Ministerie (EOM) werd ingesteld bij Verordening (EU) 2017/1939.
(2)
De Europese hoofdaanklager staat aan het hoofd van het EOM en organiseert het werk van het EOM, geeft er leiding aan en neemt besluiten overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 en het reglement van orde van het EOM. Het college van het EOM bestaat uit de Europese hoofdaanklager en één Europese aanklager per lidstaat.
(3)
Mevrouw Laura Codruța KÖVESI werd bij Besluit (EU) 2019/1798 van het Europees Parlement en de Raad (4) benoemd tot eerste Europese hoofdaanklager van het EOM. Haar mandaat loopt af op 31 oktober 2026.
(4)
Het is derhalve noodzakelijk in onderlinge overeenstemming tussen het Europees Parlement en de Raad een nieuwe Europese hoofdaanklager van het EOM te benoemen.
(5)
Op 28 april 2025 is er een openbare oproep tot het indienen van kandidaturen voor het ambt van Europese hoofdaanklager van het EOM als tijdelijk functionaris in graad AD 15 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt (5).
(6)
Bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1696 is de werkwijze van de selectiecommissie bedoeld in artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 (de “werkwijze van de selectiecommissie”) vastgesteld.
(7)
Overeenkomstig de eerste alinea van punt VII.1 van de werkwijze van de selectiecommissie is er een lijst van vier kandidaten opgesteld door de selectiecommissie, waarbij zij de keuze voor de kandidaten op de lijst heeft gemotiveerd. Overeenkomstig de tweede alinea van punt VII.1 van de werkwijze van de selectiecommissie heeft de selectiecommissie de kandidaten volgens hun kwalificaties en ervaring gerangschikt. Een dergelijke rangschikking geeft de voorkeur van de selectiecommissie weer maar is voor het Europees Parlement en de Raad niet bindend. Op 8 oktober 2025 heeft de selectiecommissie aan het Europees Parlement en de Raad de lijst voorgelegd en daarbij haar keuze voor de kandidaten op die lijst gemotiveerd; zij heeft het Europees Parlement en de Raad op die dag ook de curricula vitae en de motivatiebrieven van die kandidaten verstrekt.
(8)
Op 3 december 2025 is de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Europees Parlement, na een hoorzitting met de vier kandidaten op de lijst te hebben gehouden en na het advies van de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement te hebben ontvangen, overgegaan tot een stemming waarbij de heer Andrés RITTER gesteund werd als voorkeurskandidaat van het Parlement voor het ambt van Europese hoofdaanklager van het EOM.
(9)
Op 3 december 2025 werd het standpunt van de Raad vastgesteld, waarin de benoeming van de heer Andrés RITTER tot Europese hoofdaanklager van het EOM gesteund werd.
(10)
De Europese hoofdaanklager van het EOM moet in onderlinge overeenstemming tussen het Europees Parlement en de Raad worden benoemd voor een niet-verlengbare ambtstermijn van zeven jaar met ingang van 1 november 2026.
(11)
Na het beoordelen van de kandidaten hebben het Europees Parlement en de Raad onderlinge overeenstemming bereikt over de benoeming van de heer Andrés RITTER tot Europese hoofdaanklager van het EOM.
(12)
Bij de benoeming van de heer Andrés RITTER hebben beide instellingen de respectieve verdiensten van de kandidaten beoordeeld, daarbij rekening houdend met de motivering van de selectiecommissie, alsmede met de curricula vitae en de motivatiebrieven van de kandidaten,
HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De heer Andrés RITTER wordt benoemd tot Europese hoofdaanklager van het EOM als tijdelijk functionaris in graad AD 15 voor een niet-verlengbare termijn van zeven jaar met ingang van 1 november 2026.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 25 maart 2026.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
R. METSOLA
Voor de Raad
De voorzitter
M. RAOUNA
(1) PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1939/oj.
(2) PB L 282 van 12.11.2018, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2018/1696/oj.
(3) PB L 238 van 21.9.2018, blz. 92, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2018/1275/oj.
(4) Besluit (EU) 2019/1798 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 tot benoeming van de Europese hoofdaanklager van het Europees Openbaar Ministerie (PB L 274 van 28.10.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2019/1798/oj).
(5) PB C, C/2025/2468, 28.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2468/oj.
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/800/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)
Top