Belangrijke juridische mededeling
Conclusie van advocaat-generaal Van Gerven van 2 mei 1990. - WEINGUT DIETZ-MATTI TEGEN BONDSREPUBLIEK DUITSLAND (BUNDESAMT FUER ERNAEHRUNG UND FORSTWIRTSCHAFT). - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: VERWALTUNGSGERICHT FRANKFURT AM MAIN - DUITSLAND. - LANDBOUW - STEUN VOOR DISTILLATIE VAN WIJN - WIJNSOORTEN - VERMELDING - OMSCHRIJVING. - ZAAK C-158/89.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-02013
Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . De prejudiciële vragen van het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main ( hierna : de verwijzende rechter ) betreffen de vraag welke rol de Lid-Staten toekomt bij het opvullen van lacunes in het communautaire recht, meer bepaald in de bepalingen betreffende de steun aan de distillatie van tafelwijn .
Achtergrond
2 . De betwisting tussen de partijen in het bodemgeschil betreft de toekenning van steun voor de distillatie van tafelwijn voor het wijnoogstjaar 1983/1984 . Hierna volgt een korte beschrijving van de in het voorliggend geschil relevante regelen van gemeenschapsrecht, en de manier waarop het Bundesamt fuer Ernaehrung und Forstwirtschaft ( hierna : het Bundesamt ) de leemten erin heeft opgevuld .
De tijdens het oogstjaar 1983/1984 geldende basisverordening was verordening ( EEG ) nr . 337/79 van de Raad die een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt inhield . ( 1 ) De gemeenschappelijke marktordening beoogde onder meer de markt in de wijnbouwsector te stabiliseren door het aanpassen van de produktie aan de behoeften . Daartoe werd onder meer de mogelijkheid geopend om steun toe te kennen aan de preventieve distillatie van bepaalde tafelwijnen ( zie artikel 11 van genoemde verordening ). De algemene voorschriften voor de ( vrijwillige en verplichte ) preventieve distillatie werden opgenomen in verordening ( EEG ) nr . 2179/83 van de Raad . ( 2 ) Volgens deze verordening kan op twee wijzen steun worden bekomen voor de vrijwillige distillatie van wijn . De producent kan met een distilleerder een leveringscontract sluiten en dit contract bij het bevoegde interventiebureau ter goedkeuring indienen ( zie artikel 4 van de verordening ). De producent die zelf over distillatie-installaties beschikt of voornemens is de distillatie in de installaties van een erkend loondistilleerder te laten verrichten kan bij het interventiebureau een leveringsaangifte ter goedkeuring indienen ( zie artikel 5 ). Het interventiebureau keert de steun voor de betrokken distillatie uit wanneer "het bewijs is geleverd dat de totale in het contract of de aangifte vermelde hoeveelheid wijn ... is gedistilleerd" ( zie artikel 7, lid 3 ).
3 . De uitvoeringsbepalingen voor de ondersteuning van de distillatie van wijn voor het wijnoogstjaar 1983/1984 werden getroffen in verordening ( EEG ) nr . 2373/83 van de Commissie . ( 3 ) Deze verordening bepaalt het bedrag van de steun op basis van het percentage van het effectief alcoholvolumegehalte per hectoliter verkregen distillatieprodukt en differentieert dit bedrag naar gelang van het soort wijn waaruit het distillaat is verkregen ( zie artikel 5 ). Voor wat betreft de distillatie van witte tafelwijn ( hierover handelt het bodemgeschil ) worden drie verschillende steunpercentages toegekend naar gelang het gaat om witte tafelwijn van soort A I, A II of A III, waarbij aan wijn van de soort A III het hoogste en aan wijn van de soort A I het laagste steunpercentage wordt toegekend . Deze soorten witte tafelwijn worden gedefinieerd in verordening ( EEG ) nr . 340/79 van de Raad . ( 4 ) Artikel 2 van deze verordening luidt als volgt :
"a ) soort A I : witte tafelwijn, andere dan die bedoeld sub b en sub c met een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 10 % vol en ten hoogste 12 % vol;
b ) soort A II : witte tafelwijn afkomstig van wijnstokken van de soorten Sylvaner of Mueller-Thurgau;
c ) soort A III : witte tafelwijn afkomstig van de wijnstok van de soort Riesling ".
Artikel 3 van deze verordening luidt als volgt :
"De lijsten van de ... in artikel 2, sub b en sub c bedoelde wijnstoksoorten worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 67 van verordening ( EEG ) nr . 337/79 ." ( 5 )
Op het moment van de feiten die aanleiding gaven tot het ontstaan van het bodemgeschil waren de in voornoemd artikel 3 bedoelde lijsten met wijnstoksoorten nog steeds niet opgesteld . Dit is de eerste van de twee leemten waarover voorliggende zaak handelt . Naar de Commissie in haar opmerkingen verduidelijkt, hebben de vertegenwoordigers van de Lid-Staten in het beheerscomité geen overeenstemming kunnen bereiken over een aantal voorstellen van de Commissie om uniforme classificatiecriteria uit te werken en lijsten op grond van deze criteria op te stellen . In plaats daarvan heeft het Bundesamt, via een "Bekanntmachung" die werd gepubliceerd in de Bundesanzeiger van 21 maart 1979, de Duitse tafelwijnen zelf ingedeeld . De tafelwijnen afkomstig van de wijnstoksoorten Auxerrois, weisser Burgunder, weisser Riesling en Rulaender werden ingedeeld bij de soort A III . Alle andere witte tafelwijnen werden ingedeeld bij de soort A II, zodat er volgens de Bekanntmachung geen Duitse wijn van het type A I bestaat .
4 . De andere leemte die in onderhavige zaak aan de orde is, is te vinden in de communautaire voorschriften betreffende de in de hiervoor genoemde distillatiecontracten of -aangiften te vermelden gegevens . In artikel 4, lid 2, en artikel 5, lid 2, van voornoemde Raadsverordening ( EEG ) nr . 2179/83 wordt bepaald dat in het contract of in de aangifte "ten minste de hoeveelheid, de kleur en het effectieve alcoholvolumegehalte van de wijn (( worden )) vermeld ". In lid 2 van artikel 2 van Commissieverordening ( EEG ) nr . 2373/83 worden de vereiste gegevens op meer gedetailleerde wijze vermeld . Krachtens dit artikel moeten de contracten en aangiften "ten minste" de volgende gegevens bevatten :
"a ) de hoeveelheid, de kleur en het effectieve alcoholvolumegehalte van de te distilleren wijn, waarbij wordt aangegeven of het gaat om tafelwijn of om wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt,
b ) de naam en het adres van de producent,
c ) de plaats waar de wijn is opgeslagen,
d ) de naam van de distilleerder of de firma van de distilleerderij,
e ) het adres van de distilleerderij ".
In deze bepalingen wordt evenwel niet uitdrukkelijk vereist dat het contract of de aangifte melding maakt van het soort tafelwijn waarvoor om steun wordt verzocht . Dit is een ernstige vergetelheid, want krachtens artikel 5 van Commissieverordening ( EEG ) nr . 2373/83 wordt het bedrag van de steun bepaald in functie van het alcoholvolumegehalte van het distillatieprodukt, maar ook in functie van de soort ( A I, A II of A III ) van de te distilleren wijn ( hiervoor, nr . 3 ). Aangezien tafelwijn van de soorten A II en A III ( anders dan deze van de soort A I ) niet wordt gedefinieerd met verwijzing naar het effectieve alcoholvolumegehalte van de wijn, kan het steunbedrag voor de distillatie van zulke wijn niet worden bepaald bij gebreke van een vermelding in het contract of de aangifte van de wijnsoort die wordt gedistilleerd . Om aan deze leemte te verhelpen, aldus de verwijzingsbeschikking en de vertegenwoordigster van het Bundesamt op de terechtzitting, legt het Bundesamt uit eigen initiatief aan de steunaanvrager de verplichting op gegevens over de wijnsoort te verstrekken .
5 . De feiten die aanleiding hebben gegeven tot het bodemgeschil kunnen worden samengevat als volgt . Het Weingut Dietz-Matti ( hierna : de wijnproducent ), eiseres in het bodemgeschil, diende op 14 januari 1984 een aangifte in voor levering ter distillatie aan een erkende distilleerder . De door het Bundesamt voorgeschreven aangifte vroeg, zoals gezegd, eveneens om gegevens over de wijnsoort die ter distillatie werd aangeboden . Volgens de aangifte van de wijnproducent ging het om de distillatie van 178 hl tafelwijn van de soort "III Riesling ". Dit impliceerde dus de toekenning van het hoogste steunpercentage ( zie hiervoor, nr . 3 ). Bij besluit van 15 augustus 1984 werd de wijnproducent steun ten bedrage van 24 379,65 DM toegekend . Naar aanleiding van een bedrijfscontrole bij de wijnproducent bleek echter dat de gedistilleerde hoeveelheid in totaal 18,35 % Kerner en 1,76 % Gewuerztraminer bevatte . Met het argument dat deze twee wijnen tot wijnsoort A II dienen gerekend en deze voor de versnijding gebruikte bestanddelen niet in de aangifte waren vermeld, trok het Bundesamt bij besluit van 3 oktober 1985 het toekenningsbesluit in en vorderde zij het gehele steunbedrag terug, omdat de in feite gedistilleerde wijn niet overeenkwam met die welke in de aangifte was genoemd .
6 . Op 15 oktober 1985 diende de wijnproducent tegen deze beslissing bij het Bundesamt een bezwaarschrift in, waarin hij stelde dat wijn van de wijnstoksoort Kerner voornamelijk uit Riesling bestaat en tot wijnsoort A III kan worden gerekend . Dit bezwaar werd bij besluit van 5 juni 1986 afgewezen op grond dat de gedistilleerde wijn niet overeenstemde met die welke was vermeld in de aangifte . Tegen deze afwijzing heeft de wijnproducent beroep aangetekend bij de verwijzende rechter, die het Hof alvorens te beslissen de volgende prejudiciële vragen heeft voorgelegd :
"1 ) Is de vermelding van de juiste wijnsoort in de aangifte voor distillatie bedoeld in artikel 2, lid 2, van verordening ( EEG ) nr . 2373/83, een voorwaarde voor de verkrijging van steun?
2 ) Is het mogelijk ook wijn van andere wijnstoksoorten dan de in artikel 2 van verordening ( EEG ) nr . 340/79 genoemde bij wijnsoort A II respectievelijk A III in te delen? Volgens welke criteria moet deze indeling geschieden?
3 ) a ) Kan een versneden wijn, die volgens de Duitse benamingsregeling onder de benaming van slechts één wijnstoksoort in de handel mag worden gebracht, worden ingedeeld bij de wijnsoort waarmee deze wijnstoksoort overeenkomt?
Zo neen :
b ) Kan dan bij een mengsel van de wijnsoorten A II en A III voor distillatie subsidie worden verleend op basis van het aandeel van elke wijnsoort?
Zo neen :
c ) Kan de te distilleren wijn dan subsidiair bij wijnsoort A I worden ingedeeld en aldus worden gesubsidieerd?"
7 . Vooraleer het onderzoek van de prejudiciële vragen als dusdanig aan te vatten, wil ik eerst aandacht besteden aan het vraagstuk van de toelaatbaarheid van het optreden van een orgaan van de Lid-Staten ter remediëring van lacunes in een op gemeenschapsniveau vastgestelde marktordeningsregeling .
Beoordeling van het optreden van het Bundesamt
8 . In de rechtspraak van het Hof werd meermaals bevestigd dat, wanneer de Gemeenschap haar bevoegdheid om in een bepaalde sector een gemeenschappelijke marktordening tot stand te brengen op exhaustieve wijze heeft uitgeoefend, er geen ruimte overblijft voor een normatief optreden van de Lid-Staten in deze sector . Leemten ( 6 ) en onduidelijkheden ( 7 ) geven de Lid-Staten als dusdanig geen autonome bevoegdheid om regelend op te treden, maar moeten in principe worden verholpen in het licht van de doelstellingen van de bewuste gemeenschappelijke marktordening .
Anderzijds kan uit de stand en de doelstellingen van een bepaalde marktordening blijken dat er toch een zekere ruimte overblijft voor een normerend optreden van de Lid-Staten . In het arrest-Pluimveeslachterij Midden-Nederland en Van Miert van 1984 ( 8 ) werd als regel gesteld dat, wanneer de Raad in gebreke blijft om de nodige uitvoeringsmaatregelen te treffen voor een gemeenschappelijke marktordening, de Lid-Staten voorlopig bevoegd zijn om nationale maatregelen te handhaven of vast te stellen op voorwaarde dat deze maatregelen verenigbaar zijn met de beginselen van de gemeenschappelijke marktordening, en ertoe strekken de doelstellingen van deze marktordening te verwezenlijken . ( 9 ) In het vroegere arrest-Scheer werd reeds bevestigd dat wanneer een basisverordening van de Raad haar vol effect niet kan sorteren bij gebrek aan uitvoeringsmaatregelen van de Commissie en het goede functioneren van het systeem daardoor in het gedrang komt, de Lid-Staten gerechtigden, krachtens artikel 5 van het Verdrag, verplicht zijn alles in het werk te stellen om alle voorschriften van de verordening effect te doen sorteren . ( 10 )
Zoals gezegd blijkt eveneens uit de rechtspraak van het Hof dat de geldigheid van het nationale optreden van voorlopige aard is : de onderliggende idee is dat de Lid-Staten als lasthebbers van het gemeenschappelijk belang optreden om een leemte op te vullen met inachtneming van de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening .
9 . Dan kom ik nu tot de toepassing van de in de rechtspraak van het Hof gestelde principes ten aanzien van de manier waarop het Bundesamt de hiervoor geschetste lacunes van de gemeenschappelijke marktordening in de wijnsector heeft opgevuld .
Voor wat betreft de verplichting tot vermelding van de juiste wijnsoort in de aangifte voor distillatie kan er geen ernstige betwisting bestaan over de toelaatbaarheid van de nationale maatregel . Inderdaad, zoals reeds gezegd differentieert Commissieverordening ( EEG ) nr . 2373/83 het steunbedrag volgens de wijnsoort, en worden de soorten A II en A III krachtens artikel 2 van Raadsverordening ( EEG ) nr . 340/79 gedefinieerd aan de hand van de wijnstokken waarvan zij afkomstig zijn . De toekenning van steun en de controle van de juistheid van de aangifte zijn dan ook niet mogelijk bij gebreke aan gegevens met betrekking tot de wijnsoort of de wijnstoksoort waarvan de te distilleren wijn afkomstig is . Het optreden van het Bundesamt past dan ook volledig in de doelstellingen van de verordening als remediëring van de vergetelheid in de artikelen 4 en 5 van Raadsverordening ( EEG ) nr . 2179/83 en in artikel 2 van Commissieverordening ( EEG ) nr . 2373/83 . De bewoording (" ten minste ") van voornoemde bepalingen verzet zich overigens niet tegen de door het Bundesamt gegeven aanvulling .
10 . Ook het opvullen van de tweede leemte door het opstellen van een lijst van wijnstoksoorten als bedoeld in artikel 3 van verordening ( EEG ) nr . 340/79 lijkt mij niet ontoelaatbaar . Het optreden van het Bundesamt moet worden bekeken tegen de achtergrond van een situatie waarin in de schoot van het beheerscomité geen overeenstemming kon worden bereikt over de concrete inhoud van de in genoemd artikel 3 bedoelde uitvoeringsmaatregelen . Het opstellen van een lijst was nochtans noodzakelijk om het bedrag van de steun voor de distillatie te kunnen berekenen in uitvoering van Commissieverordening ( EEG ) nr . 2373/83 . Krachtens het in de arresten-Pluimveeslachterij Midden Nederland en Van Miert en -Scheer gestelde principe moet onderzocht worden of de in de genoemde Bekanntmachung van het Bundesamt gebruikte indelingscriteria verenigbaar zijn met de beginselen van de gemeenschappelijke marktordening, en ertoe strekken de doelstellingen van deze marktordening te verwezenlijken .
De in Raadsverordening ( EEG ) nr . 340/79 vervatte indeling strekt ertoe een oriëntatieprijs vast te stellen voor elke soort tafelwijn die representatief is voor de produktie in de Gemeenschap . Het representatieve karakter van een soort tafelwijn, aldus de aanhef van de verordening, kan worden beoordeeld hetzij op grond van het effectieve alcoholvolumegehalte ( dit is zo voor soort A I ), hetzij op grond van de "objectieve kenmerken" van de betrokken tafelwijn . Voor de soorten A II en A III bestaan deze "objectieve kenmerken" uit een verwijzing naar de wijnstoksoort(en ) waaruit zij afkomstig zijn . Zoals de Commissie ter terechtzitting heeft verduidelijkt zijn deze verwijzingen evenwel niet "biologisch" van aard en is de opsomming evenmin exhaustief . De verwijzingen zijn integendeel exemplatief en kwalitatief van aard : zij beogen een voorbeeld te bieden van de wijnstokken die, gelet op hun kwaliteit, in aanmerking komen voor subsidiëring in de hoogste of de middencategorie .
Welnu, in de Bekanntmachung van het Bundesamt werden de wijnstoksoorten die niet met name zijn genoemd in artikel 2 van Raadsverordening ( EEG ) nr . 340/79 ingedeeld bij soort A II of soort A III op grond van de kwalitatieve, prijsbepalende kenmerken van de wijn die uit deze wijnstoksoorten wordt behaald . De Commissie heeft haar akkoord betuigd met deze indelingswijze : zij is gebaseerd op een objectief criterium - kwaliteit en prijs - dat in overeenstemming is met de doelstelling van de betrokken verordening om de oriëntatieprijs ( en het steunbedrag voor de distillatie ) van tafelwijn vast te stellen . Mede gelet op de door de Commissie ter terechtzitting onderstreepte moeilijkheid om, vanwege de van Lid-Staat tot Lid-Staat zeer uiteenlopende appreciatie van wijnstoksoorten, algemeen aanvaardbare classificatiecriteria te vinden, kan worden aangenomen dat de in de Bekanntmachung van het Bundesamt gebruikte indelingscriteria, in afwachting van een uniforme communautaire reglementering ter zake, niet onverenigbaar zijn met de doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening .
Mijn besluit betreffende de verenigbaarheid met het gemeenschapsrecht van de door het Bundesamt gebruikte classificatiecriteria laat me toe vrij kort stelling te nemen met betrekking tot de drie prejudiciële vragen .
De eerste vraag
11 . Uit voorgaande uiteenzetting moge de toelaatbaarheid blijken van de door het Bundesamt vereiste vermelding van de juiste wijnsoort in de aangifte als voorwaarde voor de toekenning van steun . Ook wanneer een nationale uitvoeringsregeling deze vermelding niet expliciet zou vereisen, zou ze toch nog noodzakelijk zijn, wil het stelsel van steun aan de distillatie van witte tafelwijn correct kunnen functioneren . Het essentieel karakter van de juiste vermelding in de aangifte van de wijnsoort brengt trouwens mee dat zij een echte toekenningsvoorwaarde is en niet enkel een element op basis waarvan het bedrag van de steun wordt berekend . ( 11 )
Concreet betekent dit dat het verlenen van steun voor de distillatie van witte tafelwijn van de soorten A II en A III vereist, dat het contract of de aangifte melding maakt van de soort van de te distilleren wijn of de wijnstoksoort waarvan de wijn afkomstig is . Voor witte tafelwijn van soort A I, die door artikel 2 van verordening ( EEG ) nr . 340/79 enkel wordt gedefinieerd aan de hand van het effectief alcoholvolumegehalte, kunnen uit de geldende communautaire regelen ietwat minder strenge vereisten worden afgeleid, omdat het daar volstaat dat in de aangifte, als die geen melding zou maken van een wijnsoort, het effectieve alcoholvolumegehalte wordt vermeld en daaruit blijkt dat het om een wijn van soort A I gaat, dit is met een gehalte van tussen 10 en 12 %.
Ik stel U dan ook voor op de eerste vraag te antwoorden dat voor wijn van de soorten A II en A III de vermelding van de juiste wijnsoort in de aangifte voor distillatie bedoeld in artikel 2, lid 2, van verordening ( EEG ) nr . 2373/83, een voorwaarde is voor de toekenning van steun . Voor wijn van soort A I volstaat de vermelding van het juiste effectief alcoholvolumegehalte .
De tweede vraag
12 . De vraag of wijn van de soorten A II en A III kan worden gewonnen uit andere wijnstoksoorten dan deze die in artikel 2 van Raadsverordening nr . 340/79 zijn vermeld, is gesteld naar aanleiding van de vermelding op het aangifteformulier door de wijnproducent van de wijnsoort als "III Riesling", terwijl de gedistilleerde hoeveelheid voor een deel uit Kerner en uit Gewuerztraminer bestond . Volgens het Bundesamt zouden deze laatste twee wijnen in de soort A II ( d.i . blijkens de Bekanntmachung een restcategorie voor Duitse witte tafelwijnen ) moeten worden ondergebracht . De wijnproducent heeft in het bodemgeschil evenwel betoogd dat wijn van de wijnstoksoort Kerner voornamelijk uit Riesling bestaat en de gedistilleerde hoeveelheid derhalve tot soort A III kon worden gerekend, mede gelet op de mengtolerantie die voor het betrokken wijnoogstjaar bestond ( zie verder, nr . 13 ).
De verwijzende rechter vraagt zich in dit verband af, of het begrip Riesling in verordening ( EEG ) nr . 340/79 als generisch begrip gebruikt is, zodat het Bundesamt in haar Bekanntmachung terecht ook andere wijnstoksoorten als Auxerrois, weisser Burgunder en Rulaender onder de noemer "Riesling" heeft gebracht en of zij dan wel terecht heeft beslist dat Kerner en Gewuerztraminer niet bij soort A III maar bij A II moesten worden ingedeeld . Zo het eerste onderdeel van deze vraag bevestigend en het tweede ontkennend wordt beantwoord, zou kunnen blijken dat de aangifte van de wijnproducent geen onjuiste gegevens bevat .
Wat het eerste onderdeel betreft . Uit de voorgaande algemene uiteenzetting is gebleken dat de sub b en c van artikel 2 van verordening ( EEG ) nr . 340/79 vermelde wijnstoksoorten exemplatief zijn, en dat ook andere wijnstoksoorten in de indeling kunnen opgenomen worden door middel van de krachtens artikel 3 van de verordening op te stellen lijsten . Verder blijkt uit wat hiervoor is gezegd dat het Bundesamt, zolang voornoemde lijsten niet werden vastgesteld, terecht kon uitgaan van de indeling die is vervat in haar voornoemde Bekanntmachung .
Wat het tweede onderdeel aangaat, lijkt het mij dat problemen in verband met de toepassing van de in de Bekanntmachung vervatte classificatie op een welbepaalde wijnstoksoort door de nationale rechter moeten worden beslecht in het licht van de doelstellingen van de bestaande marktordening . Het komt dus aan de nationale rechter toe uit te maken of wijn afkomstig van de wijnstoksoorten Kerner en Gewuerztraminer in de Bekanntmachung bij soort A II dan wel bij soort A III moet worden ondergebracht .
De derde vraag
13 . De derde vraag strekt ertoe de criteria te vernemen op basis waarvan de distillatie kan worden gesubsidieerd van versneden wijn ( d.w.z . wijn bekomen door een vermenging van witte tafelwijn van de soorten A I, A II en/of A III ).
Onder littera a vraagt de verwijzende rechter of voor de indeling van versneden wijn een beroep kan worden gedaan op de Duitse benamingsregeling . Deze vraag dient ontkennend te worden beantwoord . Zoals de Commissie en het Bundesamt terecht hebben opgemerkt, worden met de benamingsregeling immers doelstellingen nagestreefd - hoofdzakelijk de bescherming van de belangen van de consument -, die geheel irrelevant zijn voor de indeling van de soorten tafelwijn krachtens Raadsverordening ( EEG ) nr . 340/79 .
Hieraan wordt niet afgedaan door de omstandigheid dat de Commissie voor het wijnoogstjaar 1983/1984 ermee heeft ingestemd dat steun uit hoofde van verordening ( EEG ) nr . 2373/83 niet zou worden teruggevorderd van wijnproducenten die op hun aangifte slechts één wijn(stok)soort hadden vermeld, terwijl het om de distillatie van een versneden wijn ging ( 12 ), althans op voorwaarde dat het ging om versneden wijnen die volgens de nationale benamingsregeling ( 13 ) mochten worden gecommercialiseerd onder de naam van de wijnsoort die was vermeld in het contract of de aangifte ( 14 ).
Deze toegeving van de Commissie betrof de terugvordering van gesubsidieerde bedragen, en werd vermoedelijk ingegeven door overwegingen van gerechtvaardigd vertrouwen . Zij vermag geen wijziging te brengen in de toekenningsvoorwaarden van steun . Overigens blijkt deze toegeving niet relevant te zijn voor de wijnproducent in het bodemgeschil : de verwijzende rechter merkt op dat de bewuste versneden wijn in geen geval als "Riesling" op de markt had mogen worden gebracht, omdat hij meer dan 15 %, namelijk 18,35 %, Kerner bevatte .
14 . Nu de Duitse benamingsregeling geen geldig criterium kan uitmaken komt het erop aan regels te formuleren voor de berekening van steun voor de distillatie van versneden wijn die wèl relevant zijn .
Nemen we eerst de derde vraag onder b . De systematiek van de hiervoor besproken communautaire regels, waarbij de steun voor de distillatie wordt berekend op basis van het effectieve alcoholvolume en waarbij het steunbedrag wordt gedifferentieerd volgens de wijnsoort ( zie hiervoor, nr . 3 ), impliceert dat de berekening van het steunbedrag voor een versneden wijn dient te geschieden op basis van het aandeel van elke wijnsoort - behalve uiteraard wanneer al de bestanddelen van de versneden wijn kunnen worden ondergebracht onder dezelfde soort . Deze proportionele steunberekening is echter alleen mogelijk wanneer in het contract of de aangifte voor alle bestanddelen afzonderlijk de hoeveelheid, het effectieve alcoholvolumegehalte en de soort ( 15 ) worden vermeld . Bij ontbreken van deze specificaties is een controle van de juistheid van de aangifte immers onmogelijk .
Hieruit volgt dat geen steun kan worden verleend voor de distillatie van wijn, waarvan bij gelegenheid van een controle wordt ontdekt dat het om versneden wijn gaat, zonder dat dit in het contract of de aangifte was aangegeven . De vermelding van de wijnsoort(en ) is net als de vermelding van het effectieve alcoholvolumegehalte en de hoeveelheid van elke wijnsoort die in de versnijding is gebruikt, een toekenningsvoorwaarde van de steun . Evenmin kan in die hypothese steun worden toegekend enkel ten belope van het aandeel in de versnijding van de wijnsoort die wèl in de aangifte zou zijn vermeld . Dit wèl aannemen zou fraude in de hand werken : zoals de Commissie en het Bundesamt terecht opmerken, zou dit de wijnproducenten ertoe kunnen aanzetten om een steunaanvraag voor versneden wijn in te dienen, en in het contract of de aangifte slechts één wijnsoort te vermelden ( waarvoor het hoogste steunpercentage geldt ), zonder dat het hun wordt belet bij controle achteraf toch nog aanspraak te maken op steun voor het aandeel van de in de aangifte vermelde wijnsoort .
15 . Uit voorgaande beschouwingen vloeit meteen ook het antwoord voort op de derde vraag onder c . Wanneer het contract of de aangifte niet de hiervoor vermelde gegevens bevat, zijn de voorwaarden voor de toekenning van steun eenvoudigweg niet vervuld . Steun op basis van het percentage dat voor de soort A I geldt, is dan niet mogelijk . Overigens moet worden opgemerkt dat de soort A I geen restcategorie van witte tafelwijn is, maar wel de laagst subsidieerbare soort witte tafelwijn, die een effectief alcoholvolumegehalte moet bezitten van tussen 10 en 12 %.
Conclusie
16 . Op grond van wat voorafgaat stel ik U voor de prejudiciële vragen van het Verwaltungsgericht Frankfurt am Main te beantwoorden als volgt :
"1 ) De vermelding van de juiste wijnsoort in de aangifte voor distillatie bedoeld in artikel 2, lid 2, van Commissieverordening ( EEG ) nr . 2373/83 is een voorwaarde voor de toekenning van steun voor wijn van de soorten A II en A III . Voor wijn van de soort A I volstaat de vermelding van het juiste effectief alcoholvolumegehalte .
2 ) Voor het wijnoogstjaar 1983/1984 mocht het Duitse interventieorganisme voor de indeling van witte tafelwijn bij de soorten A I en A II respectievelijk A III als bedoeld in artikel 2 van Raadsverordening ( EEG ) nr . 340/79 uitgaan van criteria als deze die zijn vervat in de Bekanntmachung van het Bundesamt fuer Ernaehrung und Forstwirtschaft, gepubliceerd in de Bundesanzeiger van 21 maart 1979 .
3 ) a ) Een versneden wijn kan niet bij één van de in artikel 2 van Raadsverordening ( EEG ) nr . 340/79 vermelde wijnsoorten worden ondergebracht op basis van een nationale benamingsregeling .
b ) Bij een mengsel van de wijnsoorten A II en A III kan voor distillatie subsidie worden verleend op basis van het aandeel van elke wijnsoort in de versnijding, op voorwaarde dat in het contract of de aangifte voor alle bestanddelen van de versnijding afzonderlijk de hoeveelheid, het effectieve alcoholvolumegehalte en de wijnsoort worden vermeld, en de effectief gedistilleerde hoeveelheid met deze gegevens overeenstemt . Bij gebreke daarvan kan geen enkele steun worden toegekend, ook niet ten belope van het aandeel in de versnijding van de wijnsoort die wel in de aangifte zou zijn vermeld, of op basis van een indeling bij soort A I ."
(*) Oorspronkelijke taal : Nederlands .
( 1 ) Verordening van 5 februari 1979, PB 1979, L 54, blz . 1 . Deze verordening is inmiddels vervangen door Raadsverordening ( EEG ) nr . 822/87 van 16 maart 1987, PB 1987, L 84, blz . 1 .
( 2 ) Verordening van 25 juli 1983 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de distillatie van wijn en bijprodukten van de wijnbereiding, PB 1983, L 212, blz . 1 .
( 3 ) Verordening van 22 augustus 1983 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de in artikel 11 van verordening ( EEG ) nr . 337/79 bedoelde distillatie voor het wijnoogstjaar 1983/1984, PB 1983, L 232, blz . 5 .
( 4 ) Verordening van 5 februari 1979 houdende bepaling van de soorten tafelwijn, PB 1979, L 54, blz . 60 . Deze verordening vervangt verordening ( EEG ) nr . 945/70 van de Raad van 26 mei 1970, PB 1970, nr . L 114, blz . 1 .
( 5 ) Het gaat om een "beheerscomité"-procedure . Hierover verder meer .
( 6 ) Zie het arrest van 30 januari 1974, zaak 159/73, Hannoversche Zucker, Jurispr . 1974, blz . 121, waarin het Hof oordeelde dat de Lid-Staten niet bevoegd waren om een overgangsregeling te treffen voor de inwerkingtreding van een verordening die een gemeenschappelijke marktordening voor de sector suiker had ingevoerd, ook wanneer een dergelijke overgangsregeling in de verordening ontbrak .
( 7 ) Zie het arrest van 18 juli 1970, zaak 74/69, Krohn, Jurispr . 1970, blz . 451 . Deze zaak betrof een onduidelijkheid in het gemeenschappelijk douanetarief voor wat betreft de invoer van zetmeel .
( 8 ) Arrest van 28 maart 1984, gevoegde zaken 47/83 en 48/83, Jurispr . 1984, blz . 1721 .
( 9 ) Zie r.o . 19 tot en met 28 van het arrest .
( 10 ) Arrest van 17 december 1970, zaak 30/70, Jurispr . 1970, blz . 1197 . In dit arrest aanvaardde het Hof dat de Lid-Staten in een overgangsperiode nog bevoegd bleven in afwachting van uitvoeringsvoorschriften van de Commissie betreffende de gemeenschappelijke ordening in de sector granen .
( 11 ) Zoals de vertegenwoordigster van het Bundesamt terecht heeft opgemerkt wordt dit trouwens bevestigd door artikel 7, lid 3 van Raadsverordening ( EEG ) nr . 2179/83, waarin als voorwaarde voor de uitkering van steun wordt gesteld dat het bewijs is geleverd dat de totale in het contract of de aangifte vermelde hoeveelheid wijn is gedistilleerd, met andere woorden dat er overeenstemming zou bestaan tussen de in het contract of de aangifte vermelde en de werkelijk gedistilleerde wijn . Ook daaruit blijkt dat een voor uitkering van steun noodzakelijke correcte vermelding een toekenningsvoorwaarde vormt .
( 12 ) Deze producenten gingen er ten onrechte van uit, zo wordt in de opmerkingen van het Bundesamt verduidelijkt, dat de Duitse benamingsregeling eveneens van toepassing was voor het bepalen van de wijnsoort op basis waarvan de steun zou worden berekend .
( 13 ) Volgens de opmerkingen van het Bundesamt gaat het om de Duitse Wein-Verordnung, in de versie die is vervat in de Bekanntmachung van 4 augustus 1983, Bundesgesetzblatt I, blz . 1078 .
( 14 ) Concreet betekende dit dat ten minste 85 % van de versneden wijn afkomstig diende te zijn van de in het contract of de aangifte vermelde wijnstoksoort .
( 15 ) Uit het antwoord op de eerste vraag ( hiervoor, nr . 11 ) volgt weliswaar dat voor een versnijding van wijnen die alle een effectief alcoholvolumegehalte hebben van ten minste 10 % en ten hoogste 12 % vol ( en derhalve alle tot soort A I zijn te rekenen ), op de aangifte geen uitdrukkelijke vermelding van de wijnsoort van alle bestanddelen is vereist .
Top