Belangrijke juridische mededeling
Conclusie van advocaat-generaal Van Gerven van 6 juni 1990. - GERLACH & CO BV TEGEN INSPECTEUR DER INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: TARIEFCOMMISSIE - NEDERLAND. - GEMEENSCHAPPELIJK DOUANETARIEF - TOESTEL VOOR HET OVERBRENGEN VAN COMPUTERGEGEVENS OP MICROFILM. - ZAAK C-43/89.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-03219
Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . De Tariefcommissie te Amsterdam heeft het Hof gevraagd te verduidelijken onder welke post van het gemeenschappelijk douanetarief ( GDT ) ( 1 ) een "Aris II COM-Recorder" moet worden ondergebracht . Het bewuste toestel werd in juni 1983 ingevoerd in Nederland door Gerlach & Co . BV ( hierna : Gerlach ).
In het kader van een prejudiciële procedure is het Hof vanzelfsprekend niet bevoegd om een uitspraak te vellen over het toestel waarover het bodemgeschil handelt . Wel kan het de verwijzende rechter aanduiden bij welke post van het GDT een toestel met de kenmerken van een Aris II COM-Recorder dient te worden ingedeeld . Volgens vaste rechtspraak van het Hof ( 2 ) is het doorslaggevend criterium voor classificatie van een bepaald voorwerp gelegen in de kenmerken en objectieve eigenschappen ervan, zoals deze zijn omschreven in de tekst van de post van het GDT en de bij die post horende aantekeningen .
2 . Op basis van de bij het Hof ingediende opmerkingen en de bijgevoegde stukken kan het bewuste toestel omschreven worden als volgt . Het gaat om een COM-Recorder, dat wil zeggen een instrument waarmee gegevens die in een computer zijn opgeslagen of door deze computer worden geproduceerd, kunnen worden bewaard, door ze in leesbare vorm om te zetten en vast te leggen op microfiches of microfilm ( de letters "COM" staan voor "computer output microfilm "). De alternatieven voor het bewaren van deze gegevens zijn het opslaan ervan op magneetbanden ( of, naar ik aanneem, op diskettes ) of het uitprinten van de gegevens op papier . Functioneel komt een COM-Recorder dus het dichtst bij een printer, met dit verschil dat de leesbaar gemaakte gegevens niet worden vastgelegd op papier, maar op een fotografische film .
De COM-Recorder die aan de oorsprong van het bodemgeschil ligt, de Aris II COM-Recorder, was ten tijde van de invoer ervan in de Gemeenschap een van de meest geavanceerde COM-Recorders die gebruik maakte van een optisch lasersysteem ( i.p.v . een kathodestraalbuis ) voor het in leesbare vorm omzetten van computergegevens .
De belangrijkste componenten van de Aris II COM-Recorder zijn blijkens de verwijzingsbeslissing de volgende :
- een "control unit" die de inkomende gegevens omzet in leesbare vorm;
- een microcomputer die de overige componenten van het toestel bestuurt;
- een optisch lasersysteem voor het zichtbaar maken van de inkomende gegevens in leesbare tekens;
- een camera die de leesbaar gemaakte gegevens op het gewenste formaat verkleint en naar een dia-inrichting stuurt, waarin de gegevens worden geprojecteerd;
- een ontwikkeleenheid en opvangbak voor de geproduceerde microfiches;
- een toetsenbord/printer voor de communicatie met de computer of het computersysteem waarop de COM-Recorder is aangesloten, en de controle van programmagegevens;
- een controlepaneel voor de gebruiker met een scherm waarop boodschappen kunnen verschijnen betreffende de door de recorder uitgevoerde functies of eventuele aanwijzingen voor de gebruiker;
- diskette-drives, die de diskettes kunnen bevatten met de programma' s voor de besturing van de COM-Recorder .
3 . De verwijzende rechter ziet drie classificatiemogelijkheden : posten 84.53 B, 84.54 B of 90.07 A van het GDT . Hij neigt ertoe, het toestel in te delen in post 84.53 B; ook Gerlach en de Commissie staan deze oplossing voor . Post 84.53 luidt als volgt :
"Automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor; magnetische en optische schriftlezers, machines voor het in gecodeerde vorm op dragers overzetten van gegevens en machines voor het verwerken van die gegevens, elders genoemd noch elders onder begrepen :
A . automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor, bestemd voor burgerluchtvaartuigen ...
B . andere ."
De aantekeningen bij post 84.53 verduidelijken wat onder "automatische gegevensverwerkende machines" verstaan wordt :
"3.A ) ... digitale machines met geheugen, waarin naast het verwerkingsprogramma of -programma' s en de te verwerken gegevens, ook een programma kan worden opgeslagen om de formele programmeertaal waarin de programma' s zijn geschreven, in machinetaal te vertalen . Deze machines moeten een centraal geheugen hebben dat rechtstreeks voor de uitvoering van een programma toegankelijk is ... Zij moeten, op grond van de instructies in het oorspronkelijk ingebrachte programma, ook in staat zijn door logische beslissing zelf de uitvoering van het programma gedurende het verwerkingsverloop te wijzigen .
...
B ) Automatische gegevensverwerkende machines kunnen voorkomen als apparatuur, bestaande uit een variabel aantal zich in afzonderlijke omhullingen bevindende eenheden welke deel uitmaken van het systeem . Een eenheid wordt als een deel van de complete apparatuur aangemerkt, indien zij aan alle hierna omschreven voorwaarden voldoet, te weten :
a ) zij moet, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenschakeling van één of meer andere eenheden, op de centrale verwerkingseenheid kunnen worden aangesloten;
b ) zij moet speciaal zijn ontworpen om van een dergelijk systeem deel uit te maken ( zij moet, tenzij het een gestabiliseerde voedingseenheid betreft, bij voorbeeld in staat zijn gegevens te ontvangen of te leveren in een vorm - code of signalen - die bruikbaar is voor het systeem ).
Dergelijke afzonderlijk aangeboden eenheden worden eveneens onder post 84.53 ingedeeld ."
Ten slotte is ook de toelichting op de nomenclatuur van de Internationale Douaneraad verhelderend .( 3 ) Hierin wordt verduidelijkt dat digitale gegevensverwerkende machines gewoonlijk uit een aantal afzonderlijke, onderling verbonden eenheden bestaan en als zodanig een "systeem" vormen . Een compleet systeem zal ten minste bestaan uit een centrale verwerkingseenheid ( het centrale geheugen, de reken - en logische elementen en de besturingselementen ), een invoereenheid ( waarlangs gegevens kunnen worden ingevoerd die worden omgezet in signalen die door het toestel kunnen worden verwerkt ) en ten slotte een uitvoereenheid, die de door de machine uitgestuurde signalen omzet in leesbare vorm of in gecodeerde gegevens voor verder gebruik .
4 . De toepassing van deze teksten op een COM-Recorder zoals de "Aris II" geeft het volgende resultaat . Een dergelijke COM-Recorder is blijkens de aantekeningen bij post 84.53 geen automatische gegevensverwerkende machine, omdat er enkel een verwerkingsprogramma in kan worden opgeslagen . Het toestel bevat geen programma om de formele programmeertaal waarin de programma' s zijn geschreven, in machinetaal te vertalen; evenmin is het in staat door logische beslissing zelf de uitvoering van het programma gedurende het verwerkingsverloop te wijzigen . Wel is een dergelijke COM-Recorder te beschouwen als een uitvoereenheid ( in de zin van de hiervoor aangehaalde toelichting van de Internationale Douaneraad ), die toelaat om de in een automatische gegevensverwerkende machine opgeslagen of erdoor gegenereerde gegevens leesbaar te maken en vast te leggen op microfiche . Een dergelijke uitvoereenheid is krachtens aantekening 3 B bij post 84.53 een eenheid die wordt aangemerkt als een deel van de complete apparatuur, omdat zij a ) op de centrale verwerkingseenheid kan worden aangesloten en b ) speciaal ontworpen is om ervan deel uit te maken . De indeling onder post 84.53 B lijkt dan ook de juiste te zijn .
5 . Het antwoord op de prejudiciële vraag zou geen probleem opleveren, ware er niet verordening ( EEG ) nr . 551/81 van de Commissie ( 4 ), waarin een toestel met eigenschappen en componenten die heel wat gelijkenis vertonen met deze van de Aris II COM-Recorder, in post 90.07 van het GDT wordt ingedeeld . Blijkens artikel 1 van deze verordening betreft zij de indeling van apparatuur
"voor het overzetten op microfilm van op magneetband opgenomen informatie, welke bestaat uit :
- een afspeelapparaat voor magneetbanden,
- een verwerkingseenheid om op band opgenomen gegevens om te zetten in op een kathodestraalbuis weer te geven leesbare tekens en voor het controleren van de werking van een fotografietoestel en een flitslichtapparaat die worden gebruikt om deze tekens te fotograferen . Indien gewenst kan dit gedeelte van de bewerking worden verricht door de centrale verwerkingseenheid van een automatische gegevens verwerkende machine in plaats van door de verwerkingseenheid die een onderdeel van het apparaat vormt,
- een kathodestraalbuis voor weergave van de tekens,
- een flitslichtapparaat,
- een fotografietoestel voor het op microfilm overzetten van de tekens,
- een eenheid voor het ontwikkelen en afdrukken van de film in de vorm van microfiches ..."
Uit de aanhef van verordening nr . 551/81 blijkt dat indeling onder post 84.53 overwogen maar verworpen werd op grond van de overwegingen dat a ) onder post 84.53 geen toestellen zijn begrepen die automatische gegevensverwerkende machines bevatten of daarmede in samenhang gebruikt worden en een specifieke functie vervullen en b ) de verwerkingseenheid in dit apparaat niet kan worden beschouwd als het voornaamste onderdeel van het toestel, omdat het mogelijk is dat het bij de werking ervan niet wordt gebruikt, daar een centrale verwerkingseenheid van een automatische gegevens verwerkende machine in plaats daarvan kan worden gebruikt . ( 5 )
De aanhef van de verordening overweegt verder dat "fotografietoestellen voor het kopiëren van gegevens en het overzetten op microfilm" eveneens onder post 90.07 moeten worden ingedeeld, en stelt dat het toestel in wezen een fotografietoestel is . ( 6 ) Daarom werd gekozen voor indeling onder post 90.07, die luidt als volgt :
"Fotografietoestellen; flitslichtapparaten en flitslichtlampen en -buizen, voor de fotografie ...".
6 . Blijkens de verwijzingsbeschikking en de opmerkingen van Gerlach heeft deze verordening ertoe geleid dat de Aris II COM-Recorder door de Franse, Belgische en Nederlandse douaneautoriteiten onder post 90.07 A van het GDT wordt ingedeeld, terwijl de Engelse en de Duitse douaneautoriteiten voor post 84.53 B hebben geopteerd .
De vraag is dus of verordening nr . 551/81 inderdaad een aanduiding bevat voor de indeling van een COM-Recorder zoals de Aris II onder post 90.07 A . De Commissie meent van niet . Tijdens de terechtzitting heeft zij er op gewezen dat aan deze verordening niet de bedoeling voorzat om algemene criteria te formuleren voor de douaneclassificatie van COM-Recorders : de draagwijdte ervan blijft beperkt tot het erin beschreven apparaat . Bovendien, zo stelt zij, werd de bewuste verordening uitgevaardigd in 1981, meer dan twee jaar voor het in het bodemgeschil betwiste apparaat werd ingevoerd . Een dergelijke tijdsspanne zou significant zijn waar het gaat om produkten die in technisch opzicht snel verouderen .
Meer bepaald met betrekking tot het toestel bedoeld in verordening nr . 551/81 is de Commissie van mening dat het zich op kenmerkende wijze onderscheidt van een toestel met de eigenschappen van een Aris II COM-Recorder . Zij betoogt met name dat het in de verordening bedoelde apparaat geheel zelfstandig kan functioneren omdat het een eigen bandafspeelapparaat heeft, terwijl de Aris II COM-Recorder niet zelfstandig zou kunnen functioneren zonder aansluiting op de "hostcomputer ". Dit laatste begrijp ik derwijze, dat de microprocessor van het in verordening nr . 551/81 bedoelde toestel toelaat om magneetbanden met door een computer gegenereerde data af te spelen en deze data aldus om te zetten zonder aansluiting op een hostcomputer . Omwille van deze eigenschap is een dergelijk toestel volgens de Commissie niet te beschouwen als een onderdeel dat speciaal is ontworpen om van een automatisch gegevensverwerkend machinesysteem deel uit te maken . ( 7 )
7 . Gerlach is het met deze redenering niet eens en heeft er tijdens de terechtzitting op gewezen dat, indien men aanneemt dat een COM-Recorder met een eigen bandafspeelapparaat ( zoals het in verordening nr . 551/81 bedoelde toestel ) niet langer als een uitvoereenheid is te beschouwen omdat het zelfstandig kan functioneren, het dan veel meer voor de hand ligt om een dergelijk toestel aan te zien als een automatische gegevensverwerkende machine in plaats van als een fotografietoestel .
Het fotografietoestel vormt immers niet, aldus Gerlach, het wezenlijke element van het in verordening nr . 551/81 beschreven toestel, evenmin als van een COM-Recorder in het algemeen . Inderdaad, de fotografiefunctie van deze toestellen is geheel ondergeschikt aan de hoofdfunctie, die veel ruimer is, namelijk het leesbaar maken en in materiële vorm vastleggen van door een computer gegenereerde gegevens . Met andere woorden, de omstandigheid dat een COM-Recorder een fotografeerinstallatie bevat, onderscheidt het toestel van andere uitvoereenheden, zoals printers; zij maakt deze toestellen echter nog niet tot fotografietoestellen .
In de verwijzingsbeschikking en de opmerkingen van Gerlach wordt in dit verband ook nog opgemerkt dat een COM-Recorder in de nabije toekomst zelfs geheel zonder fotografie-installatie zal kunnen werken, doordat de door de "control unit" en het lasersysteem geproduceerde karakters rechtstreeks op microfiche of microfilm zullen worden vastgelegd . In het licht van het principe dat het toepassingsgebied van post 84.53 van het GDT niet kan worden gewijzigd als gevolg van technische evoluties ( 8 ), zo knoop ik daaraan vast, is deze verwachte ontwikkeling een reden te meer om een COM-Recorder niet onder post 90.07 in te delen .
8 . Gerlachs betoog begrijp ik aldus dat er geen wezenlijk onderscheid is - met het oog op het bepalen van wat een eenheid is die deel uitmaakt van een systeem als bedoeld in aantekening 3 B bij post 84.53 - tussen een COM-Recorder met en een COM-Recorder zonder bandafspeelapparaat . Dat het in verordening nr . 551/81 bedoelde toestel een afspeelapparaat heeft voor magneetbanden, is in deze zienswijze enkel van belang voor de manier waarop de door een computer gegenereerde data in dit toestel worden ingevoerd . Welke manier ook aangewend wordt, het "zelfstandig" afspelen van een magneetband of het aansluiten van de recorder op een hostcomputer, verandert niets aan het feit dat dit toestel, als uitvoereenheid, enkel dient om de door een computer gegenereerde, al dan niet "zelfstandig" ingevoerde data om te zetten in leesbare tekens ( en deze tekens op microfilm vast te leggen ), en aldus wel degelijk "speciaal ontworpen" is om van een automatisch gegevensverwerkend machinesysteem deel uit te maken .
Hoe dit ook zij, in onderhavige zaak dient het Hof zich niet uit te spreken over de kenmerken van het in verordening nr . 551/81 behandelde toestel in vergelijking met de kenmerken van een Aris II COM-Recorder . Het is immers twijfelachtig, om de door de Commissie aangevoerde redenen ( zie punt 6 ), of aan verordening nr . 551/81 enige precedentswaarde moet worden gehecht voor onderhavig geschil . Maar vooral is uit de analyse van de eigen kenmerken van een Aris II COM-Recorder ( zie punt 4 ) gebleken dat dit toestel alleszins als een eenheid van een automatische gegevensverwerkende machine is te beschouwen en derhalve onder post 84.53 dient te worden ingedeeld, en dat het, mede gelet op de te verwachten technische evolutie ( zie punt 7 ), niet als een fotografietoestel onder post 90.07 moet worden ondergebracht . Verordening nr . 551/81 kan deze beoordeling niet wijzigen : zij is immers getroffen op basis van verordening ( EEG ) nr . 97/69 ( 9 ), wat betekent dat zij de inhoud van de posten van het GDT wel kan verduidelijken maar niet kan wijzigen .
9 . Ik stel U derhalve voor de prejudiciële vraag van de Tariefcommissie te Amsterdam te beantwoorden als volgt :
" Een apparaat waarmee de van een automatische gegevensverwerkende machine afkomstige gegevens worden omgezet in leesbare vorm en deze leesbare gegevens vervolgens worden vastgelegd op microfilm of microfiche is, ongeacht of voor deze vastlegging gebruik wordt gemaakt van een fotografietechniek, in te delen bij post 84.53 B van het Gemeenschappelijk Douanetarief ."
(*) * Oorspronkelijke taal : Nederlands .
( 1 ) Het gaat om de versie die werd vastgesteld door verordening ( EEG ) nr . 950/68 van de Raad, PB 1968, L 172, blz . 1, zoals gewijzigd door verordening ( EEG ) nr . 3400/84 van de Raad, PB 1984, L 320, blz . 319 .
( 2 ) Zie met name het arrest van 8 december 1977, zaak 62/77, Carlsen-Verlag, Jurispr . 1977, blz . 2343 .
( 3 ) Zie de toelichting bij post 84.53, sub I(A ).
( 4 ) Verordening van 25 februari 1981 betreffende de indeling van goederen onder post 90.07 A van het Gemeenschappelijk Douanetarief, PB 1981, L 56, blz . 20 .
( 5 ) Zie punt 4 van de aanhef .
( 6 ) Zie de punten 6 en 7 van de aanhef .
( 7 ) Zie de in punt 3 aangehaalde aantekening bij post 84.53 .
( 8 ) Zie het arrest van 20 januari 1989 in zaak 234/87, Casio Computer, Jurispr . 1989, blz.63, r.o . 11 tot en met 13 .
( 9 ) Verordening van 16 januari 1969 betreffende de maatregelen die moeten worden getroffen voor de uniforme toepassing van de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief, PB 1969, L 14, blz . 1; zie punt 2 van de aanhef .
Top