Belangrijke juridische mededeling
Conclusie van advocaat-generaal Tesauro van 12 juli 1990. - SOCIETE D'INITIATIVES ET DE COOPERATION AGRICOLES ET SOCIETE D'INTERET PROFESSIONNEL DES PRODUCTEURS ET EXPEDITEURS DE FRUITS, LEGUMES, BULBES ET FLEURS D'ILLE-ET-VILAINE TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - NIET-CONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID - AFSCHAFFING VAN AANVULLENDE REGELING HANDELSVERKEER - NIEUWE AARDAPPELEN. - ZAAK C-46/89.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-03621
Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . Onderhavig beroep, ingesteld door de Société d' initiatives et de coopération agricoles ( SICA ) en de Société d' intérêt professionnel des producteurs et expéditeurs de fruits, légumes, bulbes et fleurs d' Ille-et-Vilaine ( Sipefel ), betreft een verzoek tot vergoeding van de schade die is veroorzaakt door de vermeendelijk onwettelijke vaststelling van verordening ( EEG ) nr . 530/88 van de Commissie van 26 februari 1988 houdende verwijdering van nieuwe aardappelen ( primeurs ) uit de lijst van produkten waarvoor de aanvullende regeling voor het handelsverkeer ( hierna : ARH ) ( 1 ) geldt .
2 . Om verzoeksters' grieven beter te kunnen plaatsen, dient in het kort het juridisch kader te worden omschreven, waarbinnen de bestreden verordening ( EEG ) nr . 530/88 is vastgesteld .
Blijkens de akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen ( hierna : Toetredingsakte ) ( 2 ), is de ARH een tussen de Gemeenschap van de Tien en Spanje ingevoerd stelsel van toezicht ter voorkoming van een te grote invoer van bepaalde landbouwprodukten, die de markten dreigt te verstoren . Deze regeling heeft ten doel : een harmonische en geleidelijke opening van de markt en de volledige verwezenlijking van het vrije verkeer van de betrokken produkten binnen de Gemeenschap bij het verstrijken van het tijdvak waarin de overgangsmaatregelen van toepassing zijn ( artikel 83, lid 2, Toetredingsakte ).
Zoals het Hof zelf heeft verklaard ( 3 ), omvat de toepassing van de ARH drie elementen, te weten : de vaststelling van indicatieve invoerplafonds, het onderzoek naar de ontwikkeling van het handelsverkeer tussen de toetredende staten en de Gemeenschap van de Tien en de eventuele vaststelling van conservatoire of definitieve maatregelen betreffende het handelsverkeer .
Artikel 81, lid 3, van de Toetredingsakte bepaalt dat volgens de procedure van artikel 82 kan worden besloten om bepaalde produkten, waaronder nieuwe aardappelen ( primeurs ), te verwijderen uit de lijst van produkten waarvoor de ARH geldt; hierbij moet inzonderheid rekening worden gehouden met de situatie op het punt van de produktie - en afzetstructuren van de betrokken produkten .
Voornoemde procedure voorziet met name in de raadpleging van een daartoe ingesteld ad hoc-comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie .
3 . Verordening ( EEG ) nr . 569/86 ( 4 ) stelt de algemene regels voor de toepassing van de ARH vast . Hierin heeft de Raad ten behoeve van het toezicht op de ontwikkeling van het handelsverkeer een stelsel van certificaten en waarborgen ingevoerd .
Volgens artikel 5, lid 1, van deze verordening kan, indien de marktsituatie beperking of schorsing van de invoer op de markt van de betrokken Lid-Staat vereist, de afgifte van de ARH-certificaten worden beperkt of geschorst .
Om de marktsituatie van een Lid-Staat waarvoor de ARH geldt, te kunnen beoordelen, wordt ingevolge artikel 6 in het bijzonder rekening gehouden met de ontwikkeling van de binnenlandse prijzen van de betrokken Lid-Staat, de ontwikkeling van de binnenlandse vraag van de betrokken Lid-Staat alsook de hoeveelheden produkten in het handelsverkeer, hetzij in ongewijzigde staat, hetzij na verwerking tussen de betrokken Lid-Staat en de overige Lid-Staten en derde landen .
Op deze laatste bepaling nu is verzoeksters' voornaamste grief gebaseerd, die inhoudt dat de Commissie zich bij de vaststelling van verordening nr . 530/88, waarbij nieuwe aardappelen ( primeurs ) uit de ARH-lijst zijn verwijderd, niet aan de criteria van deze bepaling zou hebben gehouden .
In de derde overweging van de betrokken verordening wordt namelijk enkel verklaard dat het handelsverkeer in nieuwe aardappelen ( primeurs ) in de voorafgaande twee jaren een normale ontwikkeling heeft gekend en dat het verder volgen van de ontwikkeling van het handelsverkeer in deze produkten aan de hand van de ARH niet meer nodig is .
4 . Ik wil meteen opmerken, dat de door de Commissie aangevoerde tegenwerping dat artikel 6 van verordening nr . 569/86 niet van toepassing is bij verwijdering van een produkt uit de ARH-lijst, mij volstrekt ter zake dienend lijkt .
In het betrokken artikel worden namelijk enkel, overeenkomstig artikel 85, lid 3, sub b, van de Toetredingsakte, de factoren opgesomd waarmee de Commissie in het bijzonder rekening moet houden bij de beslissing om eventueel de in het voorgaande artikel 5 bedoelde vrijwaringsmaatregelen vast te stellen .
Het betreft dus een situatie die het absoluut tegengestelde is van die waarin een produkt uit de ARH-lijst wordt verwijderd .
Het besluit om een produkt uit de de ARH-lijst te verwijderen, wordt namelijk ingegeven door het beginsel van het vrije handelsverkeer en de ter zake geldende voorwaarden volgen rechtstreeks uit de Toetredingsakte, terwijl de Commissie in de artikelen 5 en 6 van bovengenoemde verordening wordt gemachtigd de importen te beperken, waarbij dus een tijdelijke afwijking van dit beginsel wordt toegestaan .
Anderzijds en meer in het algemeen kan worden opgemerkt, dat verordening nr . 569/86 enkel de materiële voorwaarden voor de toepassing van de ARH betreft, doch geen betrekking heeft op de verwijdering uit deze regeling, die, zoals ik reeds heb gezegd, rechtstreeks door de Toetredingsakte en in het bijzonder door artikel 81, lid 3, wordt geregeld .
Vanuit dit eerste perspectief blijkt verzoeksters' grief dus ongegrond .
5 . Wat vervolgens de vermeende kennelijke onjuiste vaststelling betreft, dat het handelsverkeer van nieuwe aardappelen ( primeurs ) gedurende 1986 en 1987 een normale ontwikkeling heeft gekend ( derde overweging van verordening nr . 530/88 ), zij opgemerkt dat de markt van nieuwe aardappelen ( primeurs ) in nauwe relatie staat met de markt van bewaaraardappelen, in dier voege dat een overvloedige oogst aan bewaaraardappelen in de Gemeenschap van de Tien een daling van de Spaanse export van nieuwe aardappelen ( primeurs ) naar de Gemeenschap veroorzaakt, terwijl een tekort aan bewaaraardappelen in de Gemeenschap van de Tien daarentegen tot een verhoging van deze export leidt .
Gelet op dit verband, waarvan het Hof het bestaan heeft erkend ( 5 ), en op de door de Commissie overgelegde tabel met gegevens over de verkoopseizoenen voor aardappelen van 1982/1983 tot en met 1987/1988 is niet van omstandigheden gebleken op grond waarvan kan worden gesteld dat de Commissie bij de vaststelling, dat het handelsverkeer in nieuwe aardappelen ( primeurs ) tussen Spanje en de Gemeenschap van de Tien sedert de toetreding een normale ontwikkeling had gekend, zou zijn uitgegaan van kennelijk onjuiste bevindingen .
Bovendien heeft de Commissie, door het gehele handelsverkeer in nieuwe aardappelen ( primeurs ) tussen Spanje en de Gemeenschap van de Tien in aanmerking te nemen en niet het handelsverkeer tussen Spanje en de afzonderlijke Lid-Staten, eveneens juist en in overeenstemming met de ratio van de ARH gehandeld, die overigens niet in een dergelijke waardering van uitgesplitste gegevens voorziet .
6 . Subsidiair vragen verzoeksters het Hof, vast te stellen dat de Commissie, door niet reeds bij de inwerkingtreding van verordening nr . 530/88 een bijzonder stelsel van toezicht op het handelsverkeer met derde landen in te voeren, een onrechtmatige daad heeft begaan waarvoor zij aansprakelijk is .
Ter terechtzitting hebben verzoeksters, die erkenden dat de Raad bevoegd is om dergelijke maatregelen vast te stellen, deze eis uitdrukkelijk ingetrokken, ofschoon zij de Commissie blijven verwijten dat zij de ARH voor nieuwe aardappelen ( primeurs ) niet in stand heeft gelaten tot ten minste de inwerkingtreding van de door de Raad vastgestelde toezichthoudende maatregelen .
7 . Ter zake wil ik slechts enige korte opmerkingen maken .
In de eerste plaats dient de ARH te worden onderscheiden van het stelsel van toezicht dat is ingevoerd in het kader van de afschaffing van de tarieven, die is voorzien in de aanvullende protocollen bij de samenwerkings - en associatieovereenkomsten tussen de Gemeenschap en bepaalde derde landen . Het gaat namelijk om twee stelsels waarvoor de duidelijk verschillende context en doelstellingen bepalend zijn .
Voor zover in de ARH wordt voorzien in de mogelijkheid dat een invoercertificaat kan worden afgegeven voor de produkten uit derde landen, wordt daarmee beoogd, overeenkomstig artikel 85, lid 4, van de Toetredingsakte te verzekeren dat de communautaire preferentie wordt geëerbiedigd en te voorkomen dat marktverstoringen ten gevolge van importen uit derde landen ten onrechte op het conto van importen uit Spanje worden geschreven, terwijl het door de Raad in het kader van bovengenoemde protocollen ingevoerde stelsel het statistisch toezicht op de ontwikkeling van de importen uit derde landen in verband met de afschaffing van de tarieven betreft .
Omdat er dus geen juridisch verband tussen beide stelsels bestaat, is het argument van verzoeksters, dat de Commissie de ARH op nieuwe aardappelen ( primeurs ) moet blijven toepassen totdat de Raad de noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen heeft vastgesteld betreffende uit derde landen ingevoerde produkten, ongegrond .
Deze benadering zou namelijk als onjuiste consequentie hebben, dat de Commissie aansprakelijk zou worden gesteld voor de schade die het gevolg is van een nalaten waaraan de Raad zich schuldig zou hebben gemaakt .
8 . Waar verzoeksters mijns inziens niet hebben aangetoond dat de Commissie een onrechtmatige daad heeft begaan, acht ik het niet noodzakelijk te onderzoeken of aan de andere in de rechtspraak van het Hof gestelde voorwaarden voor de aansprakelijkheid van de Gemeenschap in de zin van artikel 215, tweede alinea, EEG-Verdrag is voldaan .
9 . Mitsdien geef ik het Hof in overweging, het beroep te verwerpen en verzoeksters te verwijzen in de kosten van het geding, met inbegrip van die welke op de interventie zijn gevallen .
(*) Oorspronkelijke taal : Italiaans .
( 1 ) PB 1988, L 53, blz . 71 .
( 2 ) PB 1985, L 302, blz . 23 .
( 3 ) Arrest van 20 oktober 1987 ( zaak 119/86, Spanje/Raad en Commissie, Jurispr . 1987, blz . 4121, r.o . 16 ).
( 4 ) PB 1986, L 55, blz . 106 .
( 5 ) Arresten van 13 december 1984 ( zaak 289/83, GAARM, Jurispr . 1984, blz . 4295 ) en 5 juli 1984 ( zaak 114/83, Société d' initiatives et de coopération agricoles, Jurispr . 1984, blz . 2589 ).
Top