Belangrijke juridische mededeling
Conclusie van advocaat-generaal Lenz van 5 juli 1989. - MARILENA BONAZZI-BERTOTTILLI EN ROSANNA CASAZZA-MILAN SPORZIO EN GIUSEPPE VILLA TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - AMBTENAREN - OUDERDOMSPENSIOEN - OVERDRACHT VAN EERDER VERWORVEN PENSIOENRECHT NAAR GEMEENSCHAPPEN - BEREKENING VAN ACTUARIELE TEGENWAARDE. - GEVOEGDE ZAKEN 75/88, 146/88 EN 147/88.
Jurisprudentie 1989 bladzijde 03599
Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
A - De feiten
1 . In de drie gevoegde zaken waarin ik vandaag conclusie neem, gaat het om de overschrijving krachtens artikel 11 van bijlage VIII bij het Ambtenarenstatuut ( hierna : het Statuut ) van de door verzoekers bij het Italiaanse sociale-zekerheidsstelsel opgebouwde pensioenrechten ( 1 ) naar de pensioenkas van de Europese Gemeenschappen .
2 . Deze overdracht werd mogelijk nadat verzoekers ambtenaar of personeelslid ( 2 ) van de Gemeenschappen waren geworden ( 3 ) en de Commissie en het Istituto Nazionale della Previdenza Sociale ( INPS ) op 2 maart 1978 een overeenkomst hadden gesloten . De Commissie stelde het personeel dat hiervoor eventueel belangstelling zou kunnen hebben, formulieren van het INPS ter beschikking, die binnen de in de mededeling van de Commissie van 13 juni 1978 gestelde en in december 1978 verstrijkende termijn van zes maanden bij een bepaalde dienst van de Commissie moesten worden ingediend . Ook verzoekers hebben op die manier te kennen gegeven, dat zij belangstelling hadden voor de overschrijving van hun pensioenrechten .
3 . De Commissie deelde verzoekers het aantal pensioenjaren mee ( 4 ) waarop zij bij de Gemeenschappen aanspraak hadden op basis van de bij het nationale stelsel verworven rechten . ( 5 ) Zij werden tevens verzocht binnen een maand mee te delen, of zij de overschrijving van de actuariële tegenwaarde van de bij het Italiaanse stelsel verworven rechten wensten . Verzoekers verklaarden dat zij het eens waren met de overschrijving ( 6 ), doch formuleerden tegelijkertijd ( 7 ) of kort daarop ( 8 ) een voorbehoud met betrekking tot de berekening van de actuariële tegenwaarde .
4 . Zij waren namelijk - en zijn nog steeds - van mening, dat het INPS een te lage actuariële tegenwaarde had vastgesteld, doordat het zich had gebaseerd op de tabellen van 1964, terwijl om juist te zijn de tabellen van het decreet van 19 februari 1981 hadden moeten worden toegepast . In dat geval zou het aantal pensioenjaren hoger zijn geweest . ( 9 )
5 . Verzoekers dienden respectievelijk op 10 augustus, 30 oktober en 26 oktober 1987 klachten in die zin in . Daar deze onbeantwoord bleven, wendden zij zich op 9 maart respectievelijk 1 augustus 1988 tot het Hof van Justitie ten einde de besluiten van 12 mei en 22 en 24 juli 1987 te doen nietig verklaren en de voor het pensioen in aanmerking te nemen diensttijd op basis van een andere actuariële tegenwaarde te doen vaststellen .
6 . Voor een nadere uiteenzetting van de feiten en de argumenten van partijen verwijs ik naar het rapport ter terechtzitting .
B - Discussie
7 . 1 . Het enige probleem dat door verzoekers wordt opgeworpen, betreft - zoals gezegd - de vraag, of het INPS de actuariële tegenwaarde van de bij het nationale stelsel verworven pensioenrechten correct, dat wil zeggen op basis van de relevante uitvoeringstabellen van de Italiaanse wet van 1962, heeft berekend .
8 . Hierop heeft de Commissie geantwoord, dat deze berekeningen van het INPS haar niet kunnen worden toegerekend; zij kan immers niet aansprakelijk worden gesteld voor op nationaal recht gebaseerde handelingen van zelfstandig optredende nationale organen .
9 . Dit komt in feite neer op een exceptie van niet-ontvankelijkheid, want het betekent, dat verzoekers' enige grief niet kan worden opgeworpen in een tegen de Commissie ingeleide procedure betreffende een handeling die de Commissie overeenkomstig artikel 11 van bijlage VIII bij het Statuut op basis van de door het Italiaanse sociale-zekerheidsorgaan meegedeelde gegevens heeft vastgesteld .
10 . Dit impliceert ook de opvatting, dat tegen de toepassing van nationaal recht door een nationaal orgaan voor de nationale rechter moet worden opgekomen, en dat wanneer daarbij een probleem van uitlegging van de tussen de Commissie en het INPS gesloten overeenkomst rijst, de nationale rechter het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag om een prejudiciële beslissing kan verzoeken .
11 . Dit betoog kan niet worden gevolgd, en zulks niet alleen omdat het misschien te laat is voor een procedure voor de nationale rechter, maar ook omdat daardoor de oplossing van een vraag betreffende een communautaire overeenkomst aanzienlijk wordt vertraagd .
12 . Belangrijker zijn twee andere overwegingen . Allereerst dient te worden vastgesteld, dat verzoekers enkel met de Commissie rechtstreekse contacten hebben gehad : de ( in de Personeelskoerier van 19 oktober 1977 gepubliceerde ) uitvoeringsbepalingen met betrekking tot artikel 11 schrijven immers voor, dat de overschrijvingsverzoeken bij een bepaalde dienst van de Commissie moeten worden ingediend . Omgekeerd werden verzoekers ook niet rechtstreeks in kennis gesteld van nationale besluiten, waartegen zij hadden kunnen opkomen; zij kregen slechts kennis van op de gegevens van het INPS gebaseerde communautaire besluiten .
13 . Voorts is het duidelijk, dat de Commissie als partij bij de met het INPS gesloten overeenkomst betrokken is bij de uitvoering ervan en zich daarover een mening heeft te vormen . Ware zij tot de conclusie gekomen, dat het INPS die overeenkomst verkeerd uitlegde, dan had zij - uit hoofde van haar zorgplicht - daarop moeten wijzen en aldus voor een correcte toepassing van het nationale recht moeten zorgen . Dit was overigens het doel van de door verzoekers ingediende klachten, waarin werd gevraagd de berekeningen met het oog op een passende herziening aan INPS terug te sturen . Dat hierop niet werd ingegaan - gelijk uit de niet-beantwoording van de klachten blijkt -, kan alleen betekenen, dat de Commissie de uitlegging van de overeenkomst door het INPS beaamt; zij heeft dit trouwens uitdrukkelijk erkend .
14 . Bijgevolg kan zonder meer worden gesteld, dat de door de Commissie krachtens artikel 11 van bijlage VIII bij het Statuut vastgestelde besluiten ook op een bepaalde opvatting over de uitlegging van de overeenkomst met het INPS berusten .
15 . Zo bezien, is het derhalve niet ongewoon, dat in het beroep tegen de besluiten van de Commissie wordt opgeworpen, dat de handelingen waarop deze besluiten zijn gebaseerd, te weten de berekening van de actuariële tegenwaarde, gebreken vertonen, omdat zij niet in overeenstemming zijn met de overeenkomst .
16 . 2 . Zoals gezegd, is in punt B, sub 1, van de overeenkomst met het INPS bepaald, dat de actuariële tegenwaarde wordt berekend aan de hand van de ter uitvoering van artikel 13 van de wet van 12 augustus 1962 vastgestelde tabellen die van kracht zijn op de dag van de indiening van het verzoek om overschrijving (" presentazione della domanda di trasferimento "). Verder is bepaald, dat de overschrijving slechts wordt verricht voor zover de betrokken functionaris zijn instemming geeft binnen een termijn van negentig dagen vanaf de datum waarop het INPS de Commissie het over te schrijven bedrag heeft meegedeeld .
17 . Verzoekers stellen primair, dat eerst van een verzoek om overschrijving kan worden gesproken, wanneer na de mededeling van het over te schrijven bedrag de definitieve wens tot overschrijving wordt uitgedrukt ( wat in het onderhavige geval is gebeurd door de akkoordverklaring met de besluiten van 12 mei, 22 juli en 24 juli 1987 ). Dit klemt te meer, daar eerst op dat ogenblik krachtens artikel 42 van de RAP een verzoek ( tot het verrichten van de betalingen voor de totstandkoming of handhaving van pensioenrechten in het land van herkomst ) kon worden ingediend, nadat op 22 april 1980 met het INPS ter zake een overeenkomst was gesloten .
18 . Subsidiair stellen zij dat, ingeval de interessebetuiging middels de uiterlijk in december 1978 in te dienen vragenlijst relevant zou zijn, moet worden gekeken naar de datum waarop die vragenlijst de eigenlijke bestemmeling, te weten de nationale sociale-zekerheidsorganen, heeft bereikt, of althans naar de datum waarop die vragenlijst hun werd toegestuurd ( dat wil zeggen, volgens de door het INPS op de formulieren aangebrachte datumstempel, 13.12.1984 respectievelijk 12.3.1983, of, volgens de data van de begeleidende brieven, 6.12.1984 respectievelijk 7.3.1983 ). Op grond daarvan is toepassing van de tabellen van het decreet van 1964 absoluut uitgesloten, en is het ongetwijfeld zo, dat de tabellen van het decreet van 1981, waarin hogere coëfficiënten zijn vastgesteld, moeten worden toegepast .
19 . Volgens mij faalt zowel de primaire stelling als het subsidiaire betoog van verzoekers .
20 . a ) Het eerste blijkt reeds uit de bewoordingen van de overeenkomst . De omstandigheid die verzoekers als doorslaggevend beschouwen, wordt geregeld in punt B, sub 2, waarin - anders dan in punt B, sub 1 - niet wordt gesproken over een verzoek, doch over een instemming (" conferma "). Voor zover volgens de overeenkomst voor de toepassing van het nationale recht de indiening van het verzoek relevant is, kan dus zeker niet worden uitgegaan van de definitieve instemming van de betrokkenen met de berekening van de voor het pensioen in aanmerking te nemen diensttijd, een fase die uitdrukkelijk anders wordt genoemd .
21 . Het is bovendien duidelijk, dat de opvatting van verzoekers niet erg logisch lijkt . In de mededelingen waarbij de Commissie de berekening van de voor het pensioen in aanmerking te nemen diensttijd ter kennis heeft gebracht ( de data ervan heb ik reeds eerder vermeld ), was bepaald, dat de betrokkenen binnen één maand hun akkoord dienden mee te delen, en ook ( met inachtneming van de in punt B, sub 2, van de overeenkomst bepaalde termijn van negentig dagen ) dat de daadwerkelijke overschrijving van de betrokken bedragen kort daarna zou gebeuren ( namelijk op 30 juni, 30 september en 1 oktober 1987 ). Aangezien verzoekers hun instemming met de berekening meedeelden op respectievelijk 25 mei 1987, 24 augustus 1987 en 7 augustus 1987 bleef er nauwelijks nog tijd over om de dossiers vóór het voor de overschrijving vastgestelde tijdstip naar het INPS terug te zenden voor een nieuwe berekening op basis van de op dat ogenblik van kracht zijnde uitvoeringstabellen van de wet van 12 augustus 1962 . Ook hieruit blijkt, dat het argument, als zou onder "indiening van het verzoek" in de zin van de overeenkomst de definitieve instemming van de betrokkenen met het voorstel voor de overschrijving van hun pensioenrechten naar de Gemeenschap moeten worden verstaan, niet kan slagen .
22 . b ) Tegen de subsidiaire stelling van verzoekers, dat de datum van terugzending naar het INPS van de door de betrokkenen ingevulde vragenlijsten ( waarin alleen de belangstelling van de betrokkenen voor overschrijving van de door hen verworven pensioenrechten naar de Gemeenschap tot uitdrukking was gebracht ) of althans de datum waarop die documenten bij het INPS aankwamen, beslissend is, en voor de stelling van de Commissie, dat het begin van de overschrijvingsprocedure in 1978 bepalend is, pleiten reeds de bewoordingen van artikel 11 van bijlage VIII bij het Statuut, dat immers naar analogie op verzoekers is toegepast . Volgens die bepaling kan de ambtenaar die in dienst van de Gemeenschappen treedt na de dienst bij een overheidsorgaan, een nationale of internationale organisatie of een onderneming te hebben beëindigd, bij zijn aanstelling in vaste dienst bepaalde bedragen aan de Gemeenschappen doen betalen . Daarmee wordt aangegeven, dat de overschrijving van pensioenrechten moet worden gezien als iets dat zeer nauw verbonden is met de aanstelling als ambtenaar, of, algemener gezegd - gelet op de toepassing van artikel 11 op gevallen als het onderhavige -, met het tijdstip waarop die overschrijving mogelijk is geworden ( dat wil zeggen na de bekendmaking van verordening nr . 2615/76 en na het sluiten van de overeenkomst met het INPS ). Dit valt dan ook moeilijk te verenigen met de inaanmerkingneming van daarvan ver verwijderde tijdstippen, die onder meer afhangen van de wisselende werklast van de bevoegde dienst van de Commissie ( wij zagen, dat die dienst 800 aanvragen uit ISPRA alleen had te behandelen, hetgeen - gezien de andere taken van die dienst - heeft geleid tot aanzienlijke vertraging bij het verzenden van de verzoeken aan het INPS ).
23 . De juistheid van deze opvatting blijkt ook uit de door de Commissie vastgestelde uitvoeringsbepalingen, waarvan mag worden aangenomen, dat zij zijn beïnvloed door de doelstellingen van de overeenkomst gelijk de overeenkomstsluitende partijen die zagen . Volgens die bepalingen moet immers als beslissend moment worden beschouwd de eerste uiting van belangstelling ( al leidt deze nog niet tot een definitief besluit tot overschrijving van de actuariële tegenwaarde ), waarbij het van belang is, dat voor het uiten van die belangstelling een termijn - december 1978 - was bepaald, die in de tijd nauw aansloot bij de invoering van de mogelijkheid om nationale pensioenrechten naar de Gemeenschap over te schrijven . Van belang is ook, dat hier van "indiening van een verzoek" wordt gesproken ( zie de mededeling van 13 juli 1978 ) en dat volgens de in de Personeelskoerier van 19 oktober 1977 gepubliceerde uitvoeringsbepalingen van artikel 11 van bijlage VIII bij het Statuut dat verzoek binnen de gestelde termijn moest worden ingediend bij een aldaar genoemde dienst van de Commissie .
24 . Men mag in dit verband ook niet uit het oog verliezen, dat de belangstellende functionarissen alleen met hun werkgever rechtstreeks contact hadden, doch niet het INPS . Ook dit wijst erop, dat voor de vaststelling van het tijdstip van indiening van het verzoek het adiëren van de Commissie bepalend is en niet het zenden van de formulieren aan het INPS, iets waarop de betrokken functionarissen geen vat hadden .
25 . Dit ligt overigens in de lijn van het arrest in zaak 129/87 ( 10 ), waarnaar verweerster ter terechtzitting heeft verwezen en waarin is geoordeeld, dat het volstaat dat het verzoek binnen de gestelde termijn bij het bevoegde gemeenschapsorgaan is ingediend . Verzoekers kunnen evenwel moeilijk een tegenargument ontlenen aan het door hen aangehaalde arrest in zaak 124/87 . ( 11 ) In dat arrest is weliswaar overwogen, dat de in de uitvoeringsbepalingen van de Commissie gestelde termijn niet geldt voor functionarissen in de zin van de RAP ( hetgeen zou betekenen dat dezen het voordeel van de later in werking getreden nationale omzettingstabellen konden verkijgen door hun verzoek later in te dienen ), doch tevens wordt daarin uitdrukkelijk verklaard, dat de Commissie passende maatregelen dient te nemen om het gevaar voor een dergelijke ongelijke behandeling uit te sluiten ( een van die maatregelen kan bij voorbeeld zijn een dienovereenkomstige aanpassing van de overeenkomst met het INPS ).
26 . c ) Derhalve moet worden vastgesteld, dat het INPS en de Commissie terecht van oordeel waren, dat het "indienen van het verzoek" ( presentazione della domanda ) in de zin van de overeenkomst moest worden begrepen als de eerste uiting van belangstelling jegens de Commissie, en dat bijgevolg alleen de tabellen van het decreet van 1964, die in 1978 nog van kracht waren, voor verzoekers konden worden toegepast .
27 . 3 . Gelet op het voorgaande, behoef ik niet omstandig in te gaan op het tweede middel, te weten het verwijt dat de Commissie slechts tot deze opvatting is gekomen omdat zij wilde vermijden, dat de functionarissen verschillend zouden worden behandeld naar gelang van de datum waarop hun formulier bij het INPS is ingekomen ( iets waarvoor de Commissie zelf verantwoordelijk is ). Gezien de structuur van de overeenkomst in samenhang met de uitvoeringsbepalingen van de Commissie is een dergelijke ongelijke behandeling soms evenwel onvermijdelijk, namelijk wanneer de nationale wettelijke regeling binnen de voor het overschrijvingsverzoek gestelde termijn van zes maanden wordt gewijzigd .
28 . Wij hebben gezien, dat het INPS en de Commissie uitgaan van een uitlegging van de overeenkomst die om verschillende redenen moet worden bijgetreden en dat het daarom zonder belang is, of de Commissie al dan niet verwijten kunnen worden gemaakt wegens de vertraging bij het doorsturen van de aanvraagformulieren . Wij hebben ook vernomen, dat voor alle overschrijvingsverzoeken zonder onderscheid de termijn van december 1978 gold, en dat er geen gronden zijn om aan te nemen dat bepaalde aanvragen reeds vóór 1981 aan het INPS werden toegestuurd, zodat de betrokken functionarissen in geen geval aanspraak zouden hebben kunnen maken op de in 1981 vastgestelde tabellen .
29 . Derhalve kan slechts worden geconcludeerd, dat niet kan worden aangenomen dat de uitlegging die de Commissie van de overeenkomst heeft gegeven, door subjectieve overwegingen werd beïnvloed . Het tweede middel kan dus evenmin slagen .
C - Conclusie
30 . 4 . Op grond van een en ander concludeer ik, dat de kritiek op de besluiten waarbij de Commissie de voor verzoekers' pensioen in aanmerking te nemen dienstjaren heeft vastgesteld, niet gegrond is . Bijgevolg moeten zowel de vorderingen tot nietigverklaring als de vorderingen tot vaststelling worden verworpen ( het is overigens de vraag of het Hof ueberhaupt bevoegd is voor vaststellingen als die welke door verzoekers zijn gevraagd ).
31 . Mitsdien geef ik het Hof in overweging :
1 ) de beroepen te verwerpen,
2 ) elk der partijen in de eigen kosten te verwijzen .
(*) Oorspronkelijke taal : Duits .
( 1 ) Dergelijke rechten waren verworven :
- door verzoekster in zaak 75/88 in de loop van veertien jaar tewerkstelling als inrichtingsfunctionaris bij een atoomcentrum;
- door verzoekster in zaak 146/88 in de loop van zes jaar tewerkstelling in een particuliere onderneming en twee jaar tewerkstelling als plaatselijk functionaris;
- door verzoeker in zaak 147/88 in de loop van tien jaar tewerkstelling in een particuliere onderneming en tien jaar tewerkstelling als plaatselijk functionaris en inrichtingsfunctionaris bij een atoomcentrum .
( 2 ) Zie verordening ( EGKS, EEG, Euratom ) nr . 2615/76 van de Raad van 21 oktober 1976, PB 1976, L 299, blz . 1 .
( 3 ) Personeelsleden in de zin van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen .
( 4 ) Nota van 12 mei 1987 - zaak 75/88; van 22 juli 1987 - zaak 146/88; van 24 juli 1987 - zaak 147/88 R .
( 5 ) In zaak 75/88 : vijf jaar, één maand en vierentwintig dagen; in zaak 146/88 : één jaar, zeven maanden en vijf dagen; en in zaak 147/88 : zes jaar, zeven maanden en negenentwintig dagen .
( 6 ) Brieven van 25 mei, 24 augustus en 3 augustus 1987 .
( 7 ) In zaak 75/88 .
( 8 ) In de zaken 146/88 en 147/88 .
( 9 ) In zaak 75/88 : twaalf jaar, vijf maanden en negentien dagen; in zaak 146/88 : vijf jaar, twee maanden en negentien dagen en in zaak 147/88 : dertien jaar en twaalf dagen .
( 10 ) Arrest van 5 oktober 1988, zaak 129/87, Fingruth, Jurispr . 1988, blz . 6121 .
( 11 ) Arrest van 29 juni 1988, zaak 124/87, GritzmannMartignoni, Jurispr . 1988, blz . 3491 .
Top