Belangrijke juridische mededeling
Conclusie van advocaat-generaal Tesauro van 12 oktober 1989. - GIJS VAN DE KOLK-DOUANE EXPEDITEUR BV TEGEN INSPECTEUR DER INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: TARIEFCOMMISSIE - NEDERLAND. - GEMEENSCHAPPELIJK DOUANETARIEF - TARIEFINDELING - NOMENCLATUUR - GEKRUID VLEES. - ZAAK 233/88.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-00265
Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . Bij een op 16 augustus 1988 ter griffie van het Hof ingekomen beschikking, heeft de Tariefcommissie te Amsterdam krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de geldigheid van aanvullende aantekening 6 a ) op hoofdstuk 2 van het gemeenschappelijk douanetarief ( hierna : GDT ), zoals deze is vastgesteld in de bijlage bij verordening ( EEG ) nr . 3400/84 van de Raad van 27 november 1984 tot wijziging van verordening ( EEG ) nr . 950/68 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief . ( 1 )
2 . De in die bijlage voorkomende, ter zake dienende posten van het GDT luiden als volgt : "Dood pluimvee, alsmede de daarvan afkomstige eetbare slachtafvallen ( met uitzondering van levers ), vers, gekoeld of bevroren" ( post 02.02 ) en "andere bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen" ( post 16.02 ).
Opgemerkt zij, dat post 16.02 volgens de toelichting die de Internationale Douaneraad dienaangaande heeft opgesteld ( NE/MJ 35, februari 1982 ), met name omvat : "vlees en slachtafvallen, die anders zijn bereid of verduurzaamd dan omschreven is in de posten van hoofdstuk 2 en, onder meer, produkten die enkel zijn omgeven door beslag of paneermeel, dan wel zijn getruffeerd of gekruid ( bij voorbeeld met peper en zout )". ( 2 )
Verder dient eraan te worden herinnerd, dat het Hof zelf op een verzoek om precisering van de draagwijdte van genoemde post voor recht heeft verklaard :
" Post 16.02 van het GDT moet aldus worden uitgelegd, dat daaronder ook vlees van pluimvee valt, waaraan zout en peper zijn toegevoegd, zelfs indien de peper slechts onder de microscoop waarneembaar is ." ( 3 )
Bij de na het aangehaalde arrest van het Hof vastgestelde verordening ( EEG ) nr . 3400/84 heeft de Raad evenwel in hoofdstuk 2 van het GDT de omstreden aanvullende aantekening 6 a ) ingevoegd . Die aantekening luidt als volgt :
" 'Gekruid vlees' van pluimvee, van varkens alsmede van runderen - met uitzondering van de produkten omschreven onder punt c ) - valt onderscheidenlijk onder de posten 16.02 B I, 16.02 B III a ) en 16.02 B III b ) 1 aa ).
Als 'gekruid vlees' wordt aangemerkt, vlees, niet gekookt en niet gebakken, dat, waarneembaar met het blote oog of duidelijk waarneembaar aan de smaak, inwendig of over de totale oppervlakte is gekruid ."
3 . Het is juist met toepassing van deze laatste bepaling dat de Nederlandse douane-autoriteiten weigerden de door Van de Kolk aangegeven goederen onder post 16.02 B I a ) 1 bb ) in te delen . Zij overwogen daartoe dat die goederen niet voldeden aan de criteria van aanvullende aantekening 6 a ) ( 4 ), inzonderheid dat niet met het blote oog of aan de smaak waarneembaar was dat de goederen gekruid waren .
Die weigering had tot gevolg dat Van de Kolk in totaal 50 675,70 HFL aan landbouwheffingen en monetair compenserende bedragen verschuldigd was .
Op grond van de overweging, dat artikel II b ) ( ii ) van het Verdrag van Brussel van 15 december 1950 inzake de nomenclatuur voor de indeling van goederen in de douanetarieven ( hierna : het Nomenclatuurverdrag ) ( 5 ), waaruit voor de Gemeenschap bindende verplichtingen voortvloeien, bepaalt dat de verdragsluitende partijen zich ertoe verbinden om in hun douanetarief ... in de noten van de hoofdstukken en afdelingen geen verandering aan te brengen, welke de strekking van de hoofdstukken, afdelingen en posten, welke zijn vervat in de nomenclatuur, zou kunnen wijzigen, heeft de Tariefcommissie te Amsterdam, waarbij Van de Kolk beroep had ingesteld, geoordeeld dat genoemde aanvullende aantekening de draagwijdte van post 16.02 zoals die door het Hof is uitgelegd, kan hebben gewijzigd, voor zover volgens die aantekening slechts als gekruid vlees kan worden beschouwd vlees waarbij met het blote oog en aan de smaak, doch niet ook slechts onder microscoop - zoals het Hof overwoog -, waarneembaar is dat het is gekruid . Daarop heeft de Tariefcommissie het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de geldigheid van een dergelijke wijziging .
4 . De redenering van de verwijzende rechter lijkt evenwel te berusten op een uitgangspunt waarvan de gegrondheid nader moet worden onderzocht .
De Tariefcommissie heeft immers overwogen, gelijk in de verwijzingsbeschikking uitdrukkelijk staat vermeld, dat het Hof zich in het reeds aangehaalde arrest-Dinter heeft uitgesproken over een bepaald aspect van de verhouding tussen de posten 02.02 en 16.02 zoals die voorkomen in het Nomenclatuurverdrag en door de Gemeenschap in het GDT zijn overgenomen, en derhalve impliciet heeft aangegeven wat ter zake de inhoud van de verplichting van de Gemeenschap bij de toepassing van het Nomenclatuurverdrag is .
5 . Voor het onderzoek van de juistheid van die stelling dient het door het Nomenclatuurverdrag ( 6 ) ingevoerde stelsel vooraf, zij het bondig, te worden beschreven .
Bij genoemd verdrag, dat op 11 september 1959 in werking is getreden, hebben de verdragsluitende partijen, in het besef dat tengevolge van de progressieve opheffing van kwantitatieve beperkingen de douanetarieven een steeds belangrijker factor worden in de internationale handel en in het verlangen de internationale onderhandelingen over douanetarieven te vereenvoudigen, besloten een gemeenschappelijk referentiekader voor de indeling van de goederen in de douanetarieven vast te stellen . ( 7 )
De kern van het verdrag is artikel II, a ), volgens hetwelk iedere verdragsluitende partij haar douanetarief zal inrichten overeenkomstig de als bijlage bij het verdrag gevoegde nomenclatuur, met uitzondering van die textuele wijzigingen welke nodig zijn om met ingang van de datum waarop het verdrag voor die verdragsluitende staat in werking treedt, uitvoering te geven aan deze nomenclatuur .
Ingevolge het verdrag mogen de verdragsluitende partijen in hun douanetarief geen enkele post van de nomenclatuur weglaten, geen nieuwe posten invoegen en niet afwijken van de nummering van deze nomenclatuur (( artikel II, b ) )). Verder zijn zij verplicht in hun eigen douanetarief de algemene regels voor de interpretatie van de nomenclatuur op te nemen en mogen zij in de noten van de hoofdstukken en afdelingen geen verandering aanbrengen, welke de strekking van de hoofdstukken, afdelingen en posten, welke zijn vervat in de nomenclatuur, zou kunnen wijzigen .
De artikelen III, IV en IX voorzien in een geïnstitutionaliseerd en permanent, zij het niet bindend, mechanisme om een gelijke interpretatie en toepassing van het verdrag, en inzonderheid een gelijke toepassing van de nomenclatuur, te verzekeren .
Daartoe bepaalt artikel III, dat de Internationale Douaneraad ( 8 ) een comité voor de nomenclatuur ( hierna : comité ) instelt, waarin de verdragsluitende partijen vertegenwoordigd zijn .
Volgens artikel IV vervult het comité, onder het gezag en overeenkomstig de richtlijnen van de Internationale Douaneraad, de navolgende taken : a ) het verzamelen en verspreiden van alle inlichtingen betreffende de toepassing van de nomenclatuur in de douanetarieven van de verdragsluitende partijen; b ) het bestuderen van de voorschriften en gewoonten met betrekking tot de indeling van de goederen in de douanetarieven en, als gevolg daarvan, het doen van aanbevelingen aan de Internationale Douaneraad of aan de verdragsluitende partijen, ten einde een gelijke interpretatie en toepassing van de nomenclatuur te verzekeren; c ) het opstellen van verklarende aantekeningen als leidraad bij de uitlegging en de toepassing van de nomenclatuur; d ) het verstrekken aan de verdragsluitende partijen, hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek, van inlichtingen en adviezen, inzake alle aangelegenheden, welke betrekking hebben op de indeling van goederen in de douanetarieven; e ) het doen van voorstellen tot wijziging van het verdrag aan de Internationale Douaneraad; f ) het uitoefenen van alle bevoegdheden en functies welke de Internationale Douaneraad met betrekking tot de indeling van goederen in de douanetarieven aan het comité overdraagt .
Ten slotte bepaalt artikel IX, dat de geschillen tussen de verdragsluitende partijen betreffende de interpretatie of de toepassing van het verdrag, zoveel mogelijk door rechtstreekse onderhandelingen tussen de betrokken partijen moeten worden opgelost . Wanneer dit niet mogelijk blijkt, moeten de partijen het geschil voorleggen aan het comité, dat aanbevelingen kan doen of, indien een dergelijke oplossing niet haalbaar blijkt, het geschil kan voorleggen aan de Internationale Douaneraad, die dan op zijn beurt aanbevelingen kan doen . Partijen kunnen bij voorbaat overeenkomen, zich te schikken naar de aanbevelingen van het comité of van de Internationale Douaneraad .
6 . De hiervoor geschetste regeling bevat mijns inziens twee essentiële punten .
Allereerst blijkt duidelijk dat, anders dan verzoeker in het hoofdgeding betoogt, particulieren niet rechtstreeks te maken krijgen met de tariefposten zoals die in de als bijlage bij genoemd verdrag gevoegde nomenclatuur voorkomen .
Zoals wij hebben gezien, is die nomenclatuur slechts het basisgegeven waarnaar de verdragsluitende partijen zich moeten richten bij de vaststelling van hun eigen tarief, en zijn het slechts de in dit laatste tarief vervatte posten waarmee de particulier te maken krijgt en waarvan de rechter gewoonlijk om uitlegging wordt verzocht .
Verder dient erop te worden gewezen, dat het Nomenclatuurverdrag, juist omwille van het feit dat de uitlegging van de verschillende posten een zeer technische aangelegenheid is en dat de uitlegger de toepassingspraktijk van de verdragsluitende partijen in aanmerking moet nemen, voorziet in een geïnstitutionaliseerd en permanent stelsel dat een gelijke uitlegging van de posten van de nomenclatuur beoogt te waarborgen .
In die context vormt de uitlegging die de gemeenschapsrechter geeft aan de verschillende tariefposten zoals die in het GDT zijn opgenomen, slechts één element van de veel ruimere praktijk tegen de achtergrond waarvan de posten van de nomenclatuur moeten worden uitgelegd . Zij is, net als de in de rechtsorde van de verdragsluitende partijen geldende wettelijke of bestuurlijke praktijk, een van de elementen die de uitlegging van die posten beïnvloeden .
7 . Hieruit volgt, dat de uitlegging van een post van het GDT waarop geen specifieke aanvullende aantekening bestaat die de draagwijdte ervan verduidelijkt, heel wat anders is dan het beoordelen van de geldigheid van een na een arrest houdende uitlegging van de post van het GDT opgestelde aanvullende aantekening, rekening houdend met de in het Nomenclatuurverdrag vervatte verplichting om de strekking van de overeenkomstige post van de nomenclatuur niet te wijzigen .
Stellen, dat een rechterlijke uitlegging van een post van het GDT automatisch ook geldt voor de overeenkomstige post van de als bijlage bij genoemd verdrag gevoegde nomenclatuur en de gemeenschapswetgever ipso facto belet aanvullende aantekeningen op te stellen die aan die post een andere draagwijdte verlenen, zou immers leiden tot het weinig wenselijke, en overigens tegen de logica van een naar zijn aard dynamisch stelsel ingaande resultaat, dat de uitlegging van de posten van de nomenclatuur wordt gekristalliseerd en de wetgever voor altijd aan een bepaalde rechterlijke uitlegging wordt gebonden .
8 . Het voorgaande betoog stelt ons in staat het arrest-Dinter, waarbij het Hof een uitlegging heeft gegeven van post 16.02 van het GDT, beter te plaatsen .
In dat arrest heeft het Hof, bij ontbreken van een specifieke aanvullende aantekening en geconfronteerd met een, om de waarheid te zeggen, weinig verhelderende toelichting - zij had het immers over met peper en zout gekruid vlees zonder nader aan te geven wat in feite onder "gekruid vlees" moest worden verstaan - zich beperkt tot de toepassing van een algemeen uitleggingsbeginsel, volgens hetwelk het beslissende criterium voor de indeling van goederen in het GDT in beginsel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen van de produkten . ( 9 )
Het Hof is op grond daarvan tot de conclusie gekomen dat post 16.02 van het GDT aldus moest worden uitgelegd, dat daaronder ook vlees van pluimvee valt, waaraan zout en peper is toegevoegd, zelfs indien de peper slechts onder de microscoop waarneembaar is .
9 . Bij de nadien opgestelde aanvullende aantekening 6 a ) heeft de Raad gespecificeerd, dat als "gekruid vlees" wordt aangemerkt, vlees, niet gekookt en niet gebakken, dat, waarneembaar met het blote oog of duidelijk waarneembaar aan de smaak, inwendig of over de totale oppervlakte is gekruid .
In de onderhavige zaak wordt het Hof evenwel niet zozeer gevraagd vast te stellen of die aanvullende aantekening in overeenstemming is met de uitlegging die het in zijn arrest aan post 16.02 van het GDT heeft gegeven - deze vraag is niet ter zake dienend, daar de Raad vrij regels kan opstellen -, maar wel, en dat is heel wat anders, of de Raad door de vaststelling van die aanvullende aantekening noodzakelijkerwijs een wijziging heeft aangebracht in de strekking van de overeenkomstige post van de bij genoemd verdrag gevoegde nomenclatuur, welke post het Hof, zoals gezegd, in het arrest-Dinter niet heeft uitgelegd .
10 . Dienaangaande moet allereerst worden opgemerkt, dat het Hof reeds de gelegenheid heeft gehad om zich uit te spreken over de geldigheid van de waarneembaarheid met het blote oog als beslissend criterium voor de indeling van goederen in het douanetarief .
In zaak 317/81 ( 10 ) heeft het Hof immers gepreciseerd, dat de uitdrukking "met het blote oog waarneembaar" in aantekening 2 . A . a ) bij hoofdstuk 59 van het GDT aldus is te verstaan, dat de impregnering, deklaag of bekleding van het weefsel bij eenvoudige visuele controle onmiddellijk zichtbaar moet zijn; verder heeft Hof bevestigd, dat het aan de Lid-Staten staat, de met de tariefindeling der goederen belaste instanties en personen aan te wijzen en ervoor te zorgen dat deze personen zo worden opgeleid, dat zij hun taak naar behoren kunnen vervullen .
Na te hebben overwogen, dat de moeilijkheden die zich bij de toepassing van een bepaling van gemeenschapsrecht kunnen voordoen, weliswaar van belang kunnen zijn voor de uitlegging van die bepaling, doch niet kunnen afdoen aan de geldigheid ervan, heeft het Hof nog verklaard dat de toepassing van de aantekening, bij de uitlegging die eraan was gegeven, geen bijzondere moeilijkheden kon opleveren .
Volgens het Hof volgt namelijk uit de aantekening dat, indien degenen die door de Lid-Staten met deze taak zijn belast, niet in staat zijn door eenvoudige visuele controle de bewerking van het weefsel vast te stellen, deze bewerking, zelfs indien zij daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, niet voldoende is om het weefsel in te delen onder een andere, specifieke post dan die waartoe een dergelijk weefsel normaliter behoort . De aantekening sluit immers juist uit dat bij de controle of het weefsel een dergelijke bewerking heeft ondergaan, onderzoeken moeten worden verricht die de bekwaamheid van de betrokkenen te boven gaan .
11 . Met betrekking tot het gebruik van het smaakcriterium als methode voor de indeling van goederen in de douanetarieven, dient erop te worden gewezen dat, gelijk de Commissie terecht heeft opgemerkt, de wetenschap van de sensorische analyse geleidelijk is uitgegroeid tot een steeds meer verbreid instrument voor de analyse van levensmiddelen .
In de Bondsrepubliek Duitsland is dit soort analyses gestandaardiseerd bij norm DIN 10954 en het heeft internationale erkenning gekregen door de ontwikkeling - in 1983 - van ISO-norm 4120 door de Internationale Standaardiseringsorganisatie te Genève .
De sensoriële analysemethoden hebben, wanneer zij op wetenschappelijke wijze worden toegepast, een grote mate van nauwkeurigheid . De vier basissmaken, te weten zoet, zuur, zout en bitter, kunnen immers reeds bij geringe doses worden waargenomen .
12 . Ten slotte dient erop te worden gewezen, dat de Commissie de redenen voor de vaststelling van dergelijke strikte indelingsmethodes aan de hand van voorbeelden heeft uiteengezet .
Door onder hoofdstuk 2 vallend vlees te voorzien van een of andere kruiding, zelfs in een minieme hoeveelheid of slechts op enkele delen van de oppervlakte, kan het immers van hoofdstuk 2 naar hoofdstuk 16 worden overgeheveld, met behoud van de mogelijkheid om het later in zijn oorspronkelijke staat terug te brengen . Dit houdt een ernstig gevaar voor verlegging van de handelsstromen in .
De redenen voor het hanteren van het smaakcriterium naast dat van de waarneembaarheid met het blote oog, moeten derhalve worden gezocht in het steeds meer voorkomende gebruik van vloeibare kruiden, die hoe dan ook niet met het blote oog kunnen worden waargenomen .
13 . Gelet op hetgeen voorafgaat en in aanmerking genomen : a ) het generiek karakter van post 16.02 ( andere bereidingen en conserven, van vlees of van slachtafvallen ) uit hoofdstuk 16 ( bereidingen van vlees, van vis en van schaal -, schelp - en weekdieren ) van de als bijlage bij genoemd verdrag gevoegde nomenclatuur; b ) de schaarse hulp die de reeds aangehaalde toelichting NE/MJ 35 van februari 1982 voor de uitlegging van de betrokken post biedt, daar zij niet verduidelijkt wat onder "gekruid vlees" moet worden verstaan; c ) de noodzaak om het begrip kruiden nader te preciseren, daar redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de gewone toevoeging van enkele korreltjes zout of peper geen echte kruiding oplevert, meen ik te kunnen concluderen, dat bij het onderzoek van de aan het Hof voorgelegde vraag niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan moet worden aangenomen dat een toelichting als die welke in de omstreden aantekening ligt vervat, van dien aard is dat zij de strekking van post 16.02 gelezen in samenhang met post 02.02 van de als bijlage bij genoemd verdrag gevoegde nomenclatuur kan wijzigen .
Mitsdien geef ik het Hof in overweging op de vraag van de Tariefcommissie te Amsterdam te antwoorden, dat bij het onderzoek van aanvullende aantekening 6 a ) op hoofdstuk 2 van het GDT, zoals deze is vastgesteld door de Raad in de bijlage bij verordening ( EEG ) nr . 3400/84, niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid ervan kunnen aantasten .
(*) Oorspronkelijke taal : Italiaans .
( 1 ) PB 1984, L 320, blz . 1 .
( 2 ) Zoals bekend, kunnen de IDR-toelichtingen de bewoordingen van het tarief weliswaar niet wijzigen, doch vormen zij een belangrijk instrument ter uitlegging ervan, waarmee de draagwijdte van de verschillende posten en postonderverdelingen nauwkeurig kan worden bepaald of kan worden verduidelijkt; zie het arrest van 26.2.1980, zaak 54/79, Hako-Schuh, Jurispr . 1980, blz . 311, r.o . 6 .
( 3 ) Arrest van 17.3.1983, zaak 175/82, Dinter, Jurispr . 1983, blz . 969, r.o . 11 .
( 4 ) De inspecteur van invoerrechten en accijnzen was eigenlijk tot die conclusie gekomen door ten onrechte een bepaling met gelijke inhoud van verordening ( EEG ) nr . 3678/88 van de Commissie ( PB 1988, L 366, blz . 53 ) toe te passen . De Tariefcommissie heeft dat misverstand nadien weggewerkt door de toepasselijke bepaling correct aan te geven .
( 5 ) Nations unies, Recueil des traités, vol . 347, blz . 127 ( Authentieke tekst in het Engels en het Frans ).
( 6 ) Vaststaat overigens, dat de Gemeenschap wat betreft de verplichtingen uit het Nomenclatuurverdrag in de plaats is getreden van de Lid-Staten en aan deze verplichtingen is gebonden ( zie het arrest van 19.11.1975, zaak 38/75, Nederlandse Spoorwegen, Jurispr . 1975, blz . 1439, r.o . 21 tot en met 23 ). In dit verband zij erop gewezen, dat de Raad bij besluit 87/369/EEG van 7.4.1987 ( PB 1987, L 198, blz . 1 ) het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, gesloten te Brussel op 14.6.1983 en bestemd om als internationale grondslag voor de douanetarieven en de statistische nomenclaturen in de plaats van het Verdrag van Brussel te treden, namens de Gemeenschap heeft goedgekeurd .
( 7 ) Zie de preambule van het Verdrag .
( 8 ) Opgericht bij een bijzonder verdrag, gesloten te Brussel op 15.12.1950 ( Nations unies, Recueil des traités, vol . 157, blz . 129 ).
( 9 ) Arrest-Dinter, reeds aangehaald, r.o . 10 .
( 10 ) Arrest van 30.9.1982, zaak 317/81, Howe & Bainbridge, Jurispr . 1982, blz . 3257, r.o . 14, 17, 19 en 20 .
Top