Belangrijke juridische mededeling
Conclusie van advocaat-generaal Tesauro van 7 maart 1990. - SA ALIMENTA TEGEN SA DOUX. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: TRIBUNAL DE COMMERCE DE QUIMPER - FRANKRIJK. - BEPERKINGEN VAN INTRACOMMUNAUTAIRE HANDELSVERKEER VAN VLEES VAN PLUIMVEE - GEZONDHEIDSVOORSCHRIFTEN - RECHTSKRACHT VAN ADVIES VAN VETERINAIR DESKUNDIGE. - ZAAK 332/88.
Jurisprudentie 1990 bladzijde I-02077
Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . De onderhavige prejudiciële vraag, die het Tribunal de commerce te Quimper het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag voorlegt, betreft de uitlegging van artikel 10 van richtlijn 71/118 van de Raad van 15 februari 1971 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee . ( 1 )
2 . Deze richtlijn van de Raad, die verscheidene keren is gewijzigd, met name bij richtlijn 75/431 van de Raad van 10 juli 1975 ( 2 ), regelt de sanitaire aspecten van het nationale en intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees van pluimvee .
Krachtens artikel 9, lid 1, van de richtlijn hebben de Lid-Staten met name het recht om het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee uit een andere Lid-Staat op hun grondgebied te verbieden, indien bij de keuring in het land van bestemming is vastgesteld dat dit vlees niet geschikt is voor menselijke consumptie .
Krachtens artikel 9, lid 3, moeten de verbodsbesluiten ter kennis worden gebracht van de afzender of van zijn lasthebber met vermelding van de redenen . Wanneer hierom wordt verzocht, moet het gemotiveerde besluit de belanghebbenden onverwijld schriftelijk worden meegedeeld met vermelding van de beroepsmogelijkheden die krachtens de geldende wettelijke regeling openstaan, alsook van de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze moeten worden aangewend .
Met betrekking tot de overeenkomstig artikel 9, lid 1, genomen besluiten bepaalt artikel 10, dat elke Lid-Staat aan de betrokken afzender het recht toekent het advies in te winnen van een veterinair deskundige, die een andere nationaliteit moet bezitten dan die van het land van verzending of van het land van bestemming . De deskundige moet in staat worden gesteld om, voordat door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van bestemming tot andere maatregelen, zoals de onbruikbaarmaking van het vlees wordt overgegaan, uit te maken of aan de voorwaarden van artikel 9, lid 1, is voldaan .
Ingevolge artikel 10, laatste alinea, stelt de Commissie, op voorstel van de Lid-Staten, de lijst op van de veterinaire deskundigen die met het uitbrengen van dergelijke adviezen kunnen worden belast . Na raadpleging van de Lid-Staten stelt zij algemene uitvoeringsvoorschriften vast, in het bijzonder wat betreft de bij het uitbrengen van deze adviezen te volgen procedure .
3 . De feiten zijn als volgt . In mei 1987 sloot Doux met Alimenta een overeenkomst tot levering van een bepaalde hoeveelheid kippen .
De in Frankrijk ingeladen goederen werden bij aankomst in de haven van Piraeus in beslag genomen, omdat zij door de vertegenwoordiger van de Griekse veterinaire autoriteiten ongeschikt voor menselijke consumptie werden geacht . Dat besluit is nadien bevestigd door twee commissies, bestaande uit drie respectievelijk vijf veterinaire deskundigen .
Overeenkomstig artikel 10 van richtlijn 71/118 werd Doux het recht toegekend om het advies van een in de daartoe opgestelde lijst opgenomen deskundige in te winnen . Nadat deze de betrokken goederen had onderzocht, concludeerde hij, dat er geen enkele reden was om de goederen niet in overeenstemming met de voorschriften van de richtlijn te verklaren .
De Griekse autoriteiten, waaraan het advies werd meegedeeld, handhaafden evenwel het reeds bevolen beslag en verhinderden zodoende het in het verkeer brengen van de goederen .
Daarop daagde Alimenta Doux voor de rechter en vorderde schadevergoeding ter zake van de niet-levering van de goederen . Doux voerde als verweer aan, dat zij haar verplichtingen uit de verkoopovereenkomst volledig was nagekomen . Zij betoogde met name, dat het in artikel 10 van de betrokken richtlijn bedoelde advies bindend is voor de nationale autoriteiten, zodat haar geen niet-nakoming kon worden verweten .
Van oordeel dat de oplossing van het geschil mogelijkerwijze afhing van de uitlegging van artikel 10 van richtlijn 71/118, heeft het Tribunal de commerce te Quimper de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de vraag gesteld, welk rechtsgevolg het advies van de op grond van die bepaling aangewezen veterinair deskundige moet worden toegekend, luidende : "there is no indication that the consignment mentioned above is not certified in conformity with directive 71/118/EEC", terwijl de bevoegde Griekse autoriteiten het tegendeel menen .
Een nadere uiteenzetting van de betrokken bepalingen en van de feiten die aan de grondslag van het geschil in het hoofdgeding liggen, is te vinden in het rapport ter terechtstelling, waarnaar ik verwijs .
4 . Vooraf wil ik zeggen, dat ik mij in tegenstelling tot hetgeen partijen in het hoofdgeding en de Griekse regering in hun schriftelijke opmerkingen suggereren, niet wil begeven in een beoordeling van de merites van de adviezen van de Griekse veterinaire autoriteiten en die van de deskundige, die is aangewezen op grond van de bepaling waarvan uitlegging is omstreden .
Immers, in het kader van artikel 177 EEG-Verdrag is het Hof niet bevoegd om een bepaling van gemeenschapsrecht op een concreet geval toe te passen, doch dient het zich ertoe te beperken, op grond van gegevens uit het dossier aan de nationale rechter de interpretatiegegevens te verschaffen die hij voor de beslissing van het geschil nodig heeft . ( 3 )
Bovendien betreft de vraag, ook in de formulering van de verwijzende rechter, de algemene kwestie van het rechtsgevolg van het advies en niet de inhoudelijke juistheid van het advies .
5 . Wat het specifieke uitleggingsprobleem aangaat dat in de onderhavige zaak aan de orde is, wil ik er in de eerste plaats op wijzen, dat artikel 9 van de betrokken richtlijn de Lid-Staten uitdrukkelijk het recht verleent om, mits zij bepaalde procedurevoorschriften in acht nemen, het in de handel brengen van vlees op hun grondgebied te verbieden, indien dit vlees niet geschikt voor menselijke consumptie blijkt .
Voorts verleent artikel 10 van de richtlijn de importeur in geval van betwisting weliswaar het recht om het advies van een veterinair deskundige in te winnen, doch deze bepaling zegt niets over het rechtsgevolg van een dergelijk advies en bevat nog minder een aanwijzing, dat het voorrang zou moeten hebben boven het oordeel van de nationale sanitaire autoriteiten, indien dit afwijkend is .
Ook moet voor ogen worden gehouden, dat de rol van de Commissie in de procedure van artikel 10 beperkt is tot het opstellen van de lijst van de door de Lid-Staten voorgestelde veterinaire deskundigen en dat de in ieder afzonderlijk geval geraadpleegde deskundige rechtstreeks door de betrokken importeur wordt gekozen, die ook de kosten van de expertise draagt .
De formulering van artikel 10, lid 1, bepalende dat de Lid-Staten er zorg voor moeten dragen dat de deskundigen, voordat door de bevoegde autoriteiten tot andere maatregelen, zoals de onbruikbaarmaking van het vlees wordt overgegaan, kunnen uitmaken of aan de voorwaarden van artikel 9, lid 1, is voldaan, vormt mijns inziens onvoldoende grond om verzoeksters uitlegging van die bepaling te kunnen onderschrijven .
Naar mijn mening heeft de wetgever met die formulering gewoon willen duidelijk maken, dat de Lid-Staat de deskundige in staat moet stellen om het nodige onderzoek te verrichten en dat het oordeel van de deskundige niet definitief en onweerlegbaar is, doch zijn eigen opvatting weergeeft, en dit met name wanneer het noodzakelijk blijkt om nadien de onbruikbaarmaking van het vlees te bevelen .
Voorts lijkt het mij logisch, dat indien de wetgever aan het betrokken advies het gestelde onweerlegbare karakter had willen verlenen, hij zo een belangrijke bepaling veel duidelijker in de tekst van de richtlijn tot uitdrukking had gebracht .
Anders gezegd, ik denk niet dat het in het onderhavige geval om een via uitlegging op te vullen leemte in de tekst gaat . Integendeel, indien de wetgever niet heeft gespecificeerd, dat het in artikel 10 bedoelde advies de Lid-Staten bindt, dan is dat gewoon omdat hij een dergelijk effect niet aan het advies heeft willen toekennen .
Vervolgens wil ik erop wijzen, dat indien een Lid-Staat misbruik zou maken van het hem bij artikel 9 van de richtlijn verleende recht om de invoer te verbieden, of zou discrimineren, dus ongerechtvaardigde belemmeringen van het handelsverkeer in het leven zou roepen, de in het Verdrag en de nationale rechtsorde zelf voorziene gebruikelijke rechtsmiddelen openstaan . Zo kan de Commissie de inbreukprocedure van artikel 169 EEG-Verdrag inleiden en kan de benadeelde importeur zich tot de nationale rechter wenden, waarbij hij zich in voorkomend geval op de rechtstreekse werking van artikel 30 EEG-Verdrag kan beroepen .
6 . Alvorens tot mijn eindconclusie te komen, wil ik evenwel antwoorden op een opmerking van verzoekster in het hoofdgeding . Alimenta stelt namelijk, dat wanneer artikel 10 niet aldus wordt uitgelegd, dat het advies bindend is, deze bepaling nutteloos is .
Mijns inziens is die stelling ongegrond . Ook zonder bindende kracht voor de nationale autoriteiten heeft het deskundigenadvies vanuit diverse gezichtspunten een specifiek belang . In de eerste plaats kan een dergelijk advies, daar het afkomstig is van een deskundige die een andere nationaliteit bezit dan de rechtstreeks belanghebbenden en die buiten het geschil staat, aanleiding zijn voor de partijen om hun standpunt te herzien en zodoende een oplossing van het geschil al in de precontentieuze fase dichterbij brengen . In de tweede plaats is dit advies in ieder geval een belangrijk, zij het niet noodzakelijkerwijze beslissend beoordelingselement voor de in voorkomend geval aangezochte nationale rechter . Ten slotte kan het voor de Commissie een informatiebron van enig belang zijn over de eventuele discriminerende aard van de door de nationale autoriteiten getroffen maatregelen, met het oog op de beslissing om de inbreukprocedure van artikel 169 EEG-Verdrag in te leiden . Juist het onderhavige geval is een illustratie hiervan, daar de Commissie, zoals zij zelf ter terechtzitting heeft verklaard, met name op basis van de conclusies van de deskundige tot de overtuiging is gekomen, dat de maatregelen van de Griekse autoriteiten ongerechtvaardigd waren; derhalve heeft zij de Griekse regering een schriftelijke ingebrekestelling gezonden en daarna, op 28 september 1989, een met redenen omkleed advies .
7 . Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging om de door het Tribunal de commerce te Quimper gestelde prejudiciële vraag te beantwoorden als volgt :
"Artikel 10 van richtlijn 71/118/EEG van de Raad moet aldus worden uitgelegd, dat het advies van de in die bepaling bedoelde veterinair deskundige niet bindend is voor de nationale autoriteiten van de Lid-Staten ."
(*) Oorspronkelijke taal : Italiaans .
( 1 ) PB 1971, L 55, blz . 23 .
( 2 ) PB 1975, L 192, blz . 6 .
( 3 ) Zie de arresten van 11 juli 1985 ( zaak 137/84, Mutsch, Jurispr . 1985, blz . 2681 . r.o . 6 ) en 26 januari 1977 ( zaak 49/76, Gesellschaft fuer UEberseehandel, Jurispr . 1977, blz . 41, r.o . 4 ).
Top