ARCHIVES HISTORIQUES
DE LA COMMISSION
COLLECTION RELIEE DES
DOCUMENTS "COM"
COM (85) 792
Vol. 1985/0264
Disclaimer
Conformément au règlement (CEE, Euratom) n° 354/83 du Conseil du 1er février 1983
concernant l'ouverture au public des archives historiques de la Communauté économique
européenne et de la Communauté européenne de l'énergie atomique (JO L 43 du 15.2.1983,
p. 1), tel que modifié par le règlement (CE, Euratom) n° 1700/2003 du 22 septembre 2003
(JO L 243 du 27.9.2003, p. 1), ce dossier est ouvert au public. Le cas échéant, les documents
classifiés présents dans ce dossier ont été déclassifiés conformément à l'article 5 dudit
règlement.
In accordance with Council Regulation (EEC, Euratom) No 354/83 of 1 February 1983
concerning the opening to the public of the historical archives of the European Economic
Community and the European Atomic Energy Community (OJ L 43, 15.2.1983, p. 1), as
amended by Regulation (EC, Euratom) No 1700/2003 of 22 September 2003 (OJ L 243,
27.9.2003, p. 1), this file is open to the public. Where necessary, classified documents in this
file have been declassified in conformity with Article 5 of the aforementioned regulation.
In Übereinstimmung mit der Verordnung (EWG, Euratom) Nr. 354/83 des Rates vom 1.
Februar 1983 über die Freigabe der historischen Archive der Europäischen
Wirtschaftsgemeinschaft und der Europäischen Atomgemeinschaft (ABI. L 43 vom 15.2.1983,
S. 1), geändert durch die Verordnung (EG, Euratom) Nr. 1700/2003 vom 22. September 2003
(ABI. L 243 vom 27.9.2003, S. 1), ist diese Datei der Öffentlichkeit zugänglich. Soweit
erforderlich, wurden die Verschlusssachen in dieser Datei in Übereinstimmung mit Artikel 5
der genannten Verordnung freigegeben.
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
C0MC85) 792 def.
Brussel,28 januari 1986
Discussiestuk
OVER COMMUNAUTAIRE MAATREGELEN IN DE SECTOR BOSBOUW
(Mededeling van de Commissie aan de Raad)
C0MC85) 792 def.
Discussiestuk
OVER COMMUNAUTAIRE MAATREGELEN IN DE SECTOR BOSBOUW
I. INLEIDING .
1. De Europese Commissie heeft in het programma dat zij in maart 1985
aan het Europese Parlement heeft voorgelegd, toegezegd voorstellen te
zullen doen met betrekking tot de bosbouw. Vervolgens heeft zij besloten
op ruime schaal overleg te plegen alvorens concrete voorstellen te *
formuleren, De Commissie biedt dit document over de bosbouw aan als
een uitgangspunt voor dit overleg. Nadat de belanghebbende partijen
de gelegenheid hebben gehad om hun mening te uiten over de ideeën die,
hier naar voren worden gebracht, zal de Commissie voorstellen doen voor
een communautair actieprogramma voor de bosbouw.
Om dit overleg te vergemakkelijken publiceert de Commissie naast
dit document een uitvoeriger studie van de bosbouw in de Gemeenschap.
Een communautair actieprogramma zou een aanvulling vormen op het nationale
beleid. Dit actieprogramma voor de bosbouw zou een aantal maatregelen
kunnen omvatten die zouden leiden tot een uitbreiding van het bosareaal
en tot een betere benutting van de bestaande bossen. De Commissie stelt
niet voor een communautair bosbouwbeleid tot stand te brengen, maar wel
zouden vele van de gesuggereerde acties effectiever zijn als zij op
communautair niveau worden ondernomen en niet door elke Lid-Staat
afzonderlijk.
De Commissie wil niet alleen de discussie over dt bosbouw in de
Gemeenschap bevorderen, maar is ervan overtuigd dat er ook aandacht
moet worden besteed.aan bosbouwproblemen in landen buiten Europa,
en vooral.in ontwikkelingslanden.
H . HET BELANG VAN DE COMMUNAUTAIRE BOSSEN ,
2. Bossen voorzien in een belangrijke behoefte sart grondstoffen voor
de industrie. Zij zorgen voor economische bedrijvigheid en werkgelegenheid
in gebieden, die vaak minder welvarend zijn. en zij-ondersteunen de
activiteiten van en.de werkgelegenheid in houtverwerkende industrieën
elders in d® Gemeenschap, Zij spelen ook een rol van vitaal belang bij
hot behoud van het ecologisch evenwicht 'èn door hun bijdrage de
kwaliteit van het milieu, bij de voorkoming v»n erosie en woestijnvorsting
en bij de recreatieve activiteiten en de vr 1 jet· ) iog van de
burgers van de Gemeens'chap.
- 2 -
3. De behoefte van de tien Lid-Steten aan bosprodukten (gezaagd hout,,
platen, pulp, papier,enz.) overtreft in sterke mate de hoeveelheid hout
die uit de communautaire bossen wordt verkregen, zodat de Gemeenschap de
grootste netto-importeur van houtprodukten ter wereld is. In 1984
bedroegen de netto-importen bijna 1? miljard Ecu en de toetreding van
Spanje en Portugal zal in deze situatie geen verandering brengen.
Dat de eigen houtproduktie van de Gemeenschap steeds verder achter
blijft bij de communautaire vraag naar dit produkt, is slechts voor een
deel te wijten aan het feit dat de met bomen beplante oppervlakte te
klein is. Tenslotte is 20 X van het communautaire landoppervlak met bomen
bezet. Dit tekort heeft ook te maken met het feit dat vele van de
bestaande bossen onvoldoende benut worden. Sommige van deze bossen zijn
zelfs geheel onproduktief. Gezondheid, aanblik en opbrengsten van deze
bossen zouden kunnen worden verbeterd door passende beheers- en teelt-
technieken.
Bovendien zou een groter houtaanbod (waarbij niet mag worden vergeten
dat aan de vraag naar sommige produkten alleen door invoer kan worden
voldaan) in combinatie met een betere organisatie een stimulans kunnen betekenen
voor een uitbreiding van de activiteiten van de eigen houtverwerkende
industrieën van de Gemeenschap. Ondanks het tekort dat de totale cijfers
laten zien, voert de Gemeenschap ongeveer 2 miljoen ton papier en platen
per jaar uit en is zij een netto-exporteur van meubelen. De vraag en de
industriële vaardigheden bestaan derhalve in de Gemeenschap. Dit moet
het mogelijk maken een ruimer gebruik van vernieuwbare hulpbronnen te
maken en aldus extra inkomsten en arbeidsplaatsen te creëren.
4. Bossen spelen een belangrijke rol in het milieu. Zij zijn van belang
voor het natuurbehoud en de handhaving van het natuurlijke evenwicht,
onder meer doordat zij de bodem beschermen en water vasthouden, en tevens
bieden zij mogelijkheden voor recreatie. Milieudoelstellingen behoeven
niet.in strijd te zijn met het streven naar een sterkere ontwikkeling
van de bosbouw. Doordat bossen recreatiemogelijkheden bieden voor
zowel de plattelands- als de stedelijke bevolking, voorzien zij in een
maatschappelijke behoefte en dragen zij bij tot de totstandkoming van voorzieningen
en bedrijven in de recreatieve sfeer die aansluiten bij nieuwe tendensen
in het consumptiepatroon.
5. De bovenvermelde drie belangrijke functies van de communautaire bossen
- de voorziening met grondstoffen, de instandhouding van het ecologische
evenwicht en het scheppen van mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding - zijn
van grote betekenis. De grondstoffenproduktie en het dienstenpakket in
de communautaire bossen kunnen en moeten samen worden verbeterd.
6. In het verleden heeft de-Europese Commissie reeds voorstellen
gedaan met betrekking tot de bosbouw en de sector hout. Een aantal
van^deze initiatieven (op het gebied van onderzoek, landbouwstructuur,
enz.) heeft tot concrete maatregelen geleid. Een voorstel inzake de
bescherming van de bossen tegen schade door brsnd en do.or zure regen.
wordt door een grote meerderheid van de delegaties gesteund en de be
spreking ervan in Raadsverband wordt voortgezet. Er zijn nog twee
andere initiatieven bij de Raad in behandeling, waarmee tot dusver
weinig vorderingen zijn gemaakt. In 1979 heeft de Commissie voorge
steld een resolutie over een communautair bosbouwbeleid aan te nemen
en èen Permanent Comité voor de Bosbouw in te stellen. Medio 1983
heeft zij doelstellingen en richtsnoeren voor een communautair beleid
ten aanzien van de bosbouw en het van bos afhankelijke bedrijfsleven
voorgesteld. De Raad heeft over deze voorstellen geen besluit genomen.
7. Waarom zou de Commissie dan nog met verdere initiatieven in de
sector bosbouw moeten komen ? Om èen aantal redenen.
. Bij het streven naar kleinere landbouwoverschotten wordt gezocht naar
andere teelten, waaronder de bosbouw.
, Het aanzienlijke tekort van de Gemeenschap aan hout en houtprodukten
biedt ruimte voor een uitbreiding van de eigen houtproduktie, mits
deze op economisch verantwoorde wijze kan gebeuren.
. Vooral in plattelandsgebieden moeten economische bedrijvigheid en
werkgelegenheid worden gehandhaafd.
. E r zijn maatregelen nodig om een einde te maken aan de steeds snellere
achteruitgang van de Europese bossen door luchtverontreiniging en door
bosbranden. Ieder jaar gaat in Spanje en Portugal ongeveer evenveel
bos door brand verloren als in de overige tien Lid-Staten samen.
Hier zijn belangrijke vragen met betrekking tot de communautaire
solidariteit aan de orde; de betrokken problemen vereisen communautaire
maatregelen,
8. Een andere belangrijke reden voor de Commissie om een initiatief
te ontplooiên op bosbouwgebied, is de druk vanuit de bevolking om tot
maatregelen ter zake te komen. In het Europese Parlement zijn verscheidene
resoluties ingediend waarin om maatregelen werd gevraagd. In 1983 heeft
het Parlement een resolutie goedgekeurd waarin werd aangedrongen op een
veelomvattend communautair bosbouwbeleid. Veel van de door het Parlement
aan de orde gestelde punten, worden in dit discussiestuk besproken.
- 4 -
9. in feite heeft de Gemeenschap reeds grote bedragen in de bosbouw
geïnvesteerd in het kader van haar beleid op andere terreinen. Tussen
1980 en 1984 zijn toezeggingen gedaan voor circa 4?0 miljoen Ecu uit het
EOGFL, uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, in het kader
van verschillende onderzoekprogramma's en uit het Europees Ontwikkelings
fonds (niet in Gemeenschapsverband). Bovendien heeft d® Europese Investe
ringsbank leningen verstrekt voor bosbouwprojecten in Ierland en Portugal
alsmede in ontwikkelingslanden.
Hoewel het effect van dergelijke communautaire maatregelen niet
onbelangrijk is, blijven het geïsoleerde acties op verschillende terreinen
‘van beleid. De bosbouw en het van bos afhankelijke bedrijfsleven vormen
echter onderling verbonden branches die economische activiteiten ont
plooien waarvoor een duidelijke eigen strategie nodig is om te voorkomen
dat de genomen maatregelen inefficiënt zijn. Bebossing van marginale
gronden heeft bijvoorbeeld slechts zin als de nodige infrastructuur kan
worden ontwikkeld om het hout te winnen en te gebruiken. De verschillende
functies van de communautaire, bossen zijn argumenten voor een duidelijk
omschreven actieprogramma voor de bosbouw»
10. De suggesties voor communautaire maatregelen die de Commissie in
dit document doet, zijn verdeeld in drie groepen ; uitbreiding van het
bosareaal, een zo goed mogelijke benutting van de bestaande bossen en
bescherming van de bossen.
III. UITBREIDING VAN HET BOSAREAAL
11. Op het feit dat de Gemeenschap een groot handelstekort heeft voor
de produkten uit bossen in de gematigde zone, is reeds met nadruk gewezen.
Ook na d® verwachte stijging van de houtproduktie in de komende tien jaar
dank zij de nieuwe bossen die sinds 1945 zijn aangeplant, zal dit tekort
blijven bestaan. Er zijn derhalve ruime mogelijkheden voor de aanleg van
nieuwe bossen, zolang dit kan gebeuren op een wijze die aanvaardbaar is
uit mi Lieuoogpunt.
Een uitbreiding van het bosareaal zou arbeidsplaatsen opleveren en
mensen ertoe aanmoedigen om te blijven wonen in die delen van de Gemeenschap >.
waar de landbouw in verval is. Wanneer de werkelijk beschikbare hoeveelheid
hout in de bossen toeneemt, zou ook de houtverwerkende industrie zich kunnen
uitbreiden. In sommige gebieden die reeds zeer bosrijk zijn en waar de
bosbouw goed georganiseerd is, zijn grote aantallen arbeidsplaatsen
rechtstreeks van de bosbouw afhankelijk (in de Duitse deelstaat
Baden-Württemberg bijvoorbeeld verschaffen de bossen werkgelegenheid
voor naar schatting 250.000 mensen).
. . / e . .
12. Uit het discussiestuk van de Commissie “Vooruitzichten voor het gemeen
schappelijk landbouwbeleid" (C0M(85)333> blijkt'duidelijk dat de uitbreiding
van de bosbouw van doorslaggevende betekenis zou kunnen zijn voor de ont
wikkeling van de communautaire landbouw.
- Grond die in verband met de overproduktie aan de landbouw wordt onttrokken,
zou met bomen kunnen worden beplant.
- Sosbouw zou een geschikte teelt kunnen zijn voor de minder produktieve
gronden van boerderijen, zoals reeds het geval is op het grote aantal
bedrijven dat land- en bosbouw combineert. De ontwikkeling van particuliere
bosbouw op landbouwbedrijven dient bijgevolg te worden gestimuleerd.
Op sommige marginale landbouwgronden zijn de groei omstandigheden
voor bomen ideaal. In dergelijke gebieden zijn er mogelijkheden voor zowel
bosbouw met korte omloop die hout oplevert dat kan worden verwerkt in
geperste platen of in biochemische produkten, als voor traditionele
vormen van houtproduktie waarbij de eigenaar 15 of 20 jaar moet wachten op
de opbrengsten van zijn investering,
13. Het voornaamste probleem waarvoor bij de uitbreiding van het bos
areaal een oplossing moet worden gevonden, is het geven van stimulansen»
Momenteel worden in de Gemeenschap twee benaderingen toegepast, namelijk
fiscale stimulansen en subsidieregelingen voor de bosbouw.
14. Stimulansen via het belastingstelsel hebben in sommige delen van de
Gemeenschap tot een aanzienlijke uitbreiding van de particuliere bossen
geleid. Maatregelen van de Lid-Staten ter verlichting van de fiscale last
van ondernemingen of individuele personen die in de bosbouw investeren,
zouden derhalve een belangrijke rol kunnen spelen in een op bosuitbreiding
gericht beleid.
15. Gezien de problemen met overproduktie in de communautaire landbouw,
overweegt de Commissie reeds mogelijke maatregelen voor de ontwikkeling
van de bosbouw als een alternatief voor landbouw. In dit kader moeten
de kosten van steun voor de bosbouw worden afgewogen tegen de kosten van
landbouwsteun en de kosten van andere maatregelen om grond aan de landbouw
te onttrekken.
De lange-termijndoelstelling van een op de aanleg van boerenbos
gerichte actie moet zijn een activiteit te ontwikkelen die op zichzelf
rendabel is en waarvoor geen hoge subsidies nodig zijn (het is niet de
bedoeling in de bdsbouw prijssteun in te voeren of de bescherming aan de
buitengrenzen voor bosprodukten te verhogen).
“ Ó ·"
Er bestaat reeds een aantal subsidieregelingen om landbouwers
ertoe «en. te zetten eenjarige gewassen te vervangen door bosbouw* Het
doel van de
bosbouw te verseheffen dat vergelijkbaar is met dat uit de landbouw.
1rs sommlgt gevallen worden subsidies beschikbaar, gesteld om de inves
teringskosten .te dekken die aan de aanlag van nieuw b m zijn verbonden. Op
beperkte schaal is een dergelijke regeling , ingesteld bij da verordening
ter verbetering van de landbouwstructuur (Verordening nr. -797/85). Land
bouwers mogen er door middel van investeringssteun, ®f tri het geval van
Marginale gronden door middel van jaarlijkse uitkeringen, toe worden
afingezet .gronden te bebossen. Er is ook steun verleend (Verordening
nr.. 269/793 veer bosbouwmastregelen in Frankrijk en Italië om de bodem
tegen erosie te beschermen en overstromingen tegen te gaan. De ontwikkeling
van de bosbouw op landbouwbedrijven is ondersteund door specifieke
agrarisch;? maatregelen in Griekenland en Ierland en door geïntegreerde
ontwikkelingsprogramma's in frankrijk en. Schotland.
Van deze twee methoden zou •’■ wellicht op verschillende wijze - een·
ruimer gebruik kunnen worden gemaakt in de Gemeenschap in die gevallen
waar agrarische overproduktie wordt vervangen door bomen»
16. Bebossing wordt in.de Lid-$taten bevorderd door fiscale stimulansen
of door subsidies, De aanleg van bos kan ook door communautaire maat»
regelen worden bevorderd. Het streven dient er vooral op te zijn gericht
dat instrument te kiezen dat het best op een bepaalde regio of.doel
stelling is afgestemd.
De Gemeenschap zou,rechtstreeks belang kunnen hebben bij de finan
ciering van dergelijke regelingen, omdat deze kunnen leiden tot besparingen
op de begrotingsuitgaven v,oor landbouwsteun. In gebieden waar om economische
of ecologische redenen een gunstiger behandeling voor bepaalde soorten
van belang wordt geacht, zouden subsidies van verschillende hoogte kunnen
worden verleend om gedifferentieerde stimulansen te geven.
17. De ontwikkeling van een communautair actieprogramma voor de bosbouw
zal meebrengen dat er meer moet worden gedaan op het gebied van het bosbouw
kundig onderzoek, de statistiek (zowel op regionaal als op nationaal niveau)
en de voorlichting. Op onderzoekgebied is reeds heel wat ondernomen in het
kader van het Programma "Hout als vernieuwbare grondstof", dat zojuist met
nog eens vijf jaar is verlengd. Daarnaast zijn er programma's op het
terrein van de energie, de landbouw en het milieu die ook bosbouwaspecten
omvatten. Deze onderzoekactiviteiten 20uden kunnen worden versterkt door
ook onderzoek te verrichten met betrekking tot tropisch hout en andere
gebruiksmogelijkheden voor hout.
- 7 -
18. Ir» verband met de uitbreiding van het bosareaal rijzen er enkele vragen.
- Hoe kan de uitbreiding van het communautaire bosareaal het best worden
georganiseerd ?
- Onder welke omstandigheden kan de bosbouw een rol spelen als aLternatief
voor de landbouwgewassen waarvan overschotten worden geproduceerd ?
- Wat zouden de budgettaire effecten zijn.van de omschakeling van
landbouwgronden op bosbouw ?
- Hoe kunnen belasting- of subsidieregelingen worden gecombineerd om
efficiënt# stimulansen te geven voor de ontwikkeling van de bosbouw ?
- Hoe kan er meer samenhang worden gebracht in het gebruik van de bestaande
communautaire fondsen op dit gebied 7
IV. EE:N OPTIMAAL. GEBRUIK VftN DE BESTAANDE BOSSEN
19. Ondanks de grote omvang van de communautaire netto-importen van hout
wordt slechts een gering deel van de natuurlijke houtproduktie van de
Gemeenschap op produktieve wijze gebruikt. Met relatief kleine extra
investeringen zouden de opbrengsten aénziwnlijk kunnen worden opgevoerd.
ZO. De produktiviteit van bos is voor een deel afhankelijk van de omvang van
de bedrijven en van de mate waarin de bosgebieden aaneengesloten en
gemakkelijk toegankelijk zijn. In regio's waar de bossen voornamelijk in
handen zijn van de staat of semi-overheidsinstanties of van
handelsondernemingen, zijn de percelen, vaak groot en is er een infrastructuur
die een efficiënt beheer vergemakkelijkt.
Van de communautaire bossen behoort 60 % tot de particuliere sector. Bij deze
particuliere bossen is vaak sprake van problemen in verband met de kleine
omvang en de verspreide ligging van de percelen. De gemiddelde omvang van de
particuliere bosbedrijven in de Gemeenschap is vermoedelijk ongeveer 8 ha,
maar er bestaan belangrijke structurele verschillen tussen de Lid~Staten. In
het Verenigd Koninkrijk, waar uitgestrekte oppervlakten bos in handen zijn van
financiële instellingen, is de gemiddelde omvang van de particuliere bedrijven
veel.groter dan in Frankrijk, Duitsland of Italië, waar een groot gedeelte van
de bossen toebehoort aan boerderijen.
».■/e »
- 8 -
21. De voornaamste hinderpalen voor verbetering van de produktiviteit zijn
de geringe omvang en de verspreide ligging van de bospercelen, de
ontoereikende infrastructuur en vaak het ontbreken van vlotte afzetkanalen
voor het hout. In regio's waar deze problemen bijzonder ernstig zijn, kan het
voorkomen dat de impuls die van de prijs uitgaat om het beschikbare hout te
exploiteren, niet opweegt tegen de hoge oogstkosten. Waar niet veel hout
beschikbaar is, zullen zich ook wel geen houtverwerkende industrieën vestigen,
zelfs niet van het meest eenvoudige type. Wanneer er geen markt is voor het
hout, is er ook geen enkele stimulans om de houtreserves te gaan exploiteren.
22. Hierin zou verbetering kunnen worden gebracht door de oprichting van
bosbouwverenigingen voor groepen van individuele eigenaren. Dergelijke
verenigingen die diensten verlenen op bosbouwgebied en hulp bieden bij de
afzet, bestaan reeds in sommige gebieden van de Gemeenschap en hebben in
Zweden en Finland hun effectiviteit bewezen. Zij zouden kunnen worden
betrokken bij de opstelling van beheersplannen voor particuliere bossen. De
oprichting van dergelijke verenigingen zou moeten worden bevorderd. De door
hen vervulde taken zouden kunnen worden aangevuld door firma's die zijn
gespecialiseerd in boswerk2aamheden. Aan zulke firma's zou hulp kunnen worden
verleend in het kader van steunprogramma's voor het midden- en kleinbedrijf,
voor zover deze hulp geen directe invloed uitoefent op de prijsvorming in de
houtverwerkende industrie.
23. In sommige regio's van de Gemeenschap vormt het ontbreken van een
geschikt wegennet in bosgebieden een belemmering voor een beter gebruik van de
bestaande bosbestanden, De Gemeenschap verleent reeds steun voor de aanleg van
dergelijke wegennetten in de mediterrane gebieden van de Gemeenschap.
Misschien zal ook in andere delen van de Gemeenschap dergelijke steun moeten
worden verleend.
24. Goed gesitueerde en redelijk stabiele afzetmogelijkheden zijn belangrijk
om de produktiviteit van de bossen te kunnen verhogen. Daarvoor is dan weer
nódig dat tussen boseigenaren en de industrie overeenkomsten kunnen worden
gesloten over de levering en de afname van bosprodukten. Het is duidelijk dat
grote industriële installaties zoals pulpfabrieken slechts kunnen worden
opgericht wanneer de toevoer van hout uit een groot bosgebied gegarandeerd is.
Ook kleinere bedrijven zoals houtzagerijen en fabrieken van spaanplaten hebben
behoefte aan een ononderbroken aanvoer van grondstoffen. Het sluiten van
passende leveringscontracten zou derhalve moeten worden aangemoedigd.
■ o * f e « g
- 9 -
25. Wanneer ernaar wordt gestreefd de produktiviteit van de bossen te verhogen,
moet ook de uitbreiding van dé houtverwerkende Industrie worden onder
steund. Op communautair niveau zouden maatregelen voor een betere
standaardisatie van bosprodukten bijvoorbeeld een nuttige bijdrage leveren
aan de ontwikkeling van de houthandel, in de Gemeenschap bestaat reeds een
richtlijn inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten
op het gebied van de classificatie van onbewerkt hout C1). Aan de hand van
deze richtlijn ïouden waar dit wenselijk is de resterende technische handels-
belemmeringen voor bosprodukten moeten worden weggenomen.
26. Deze voorstellen zouden de economische doelmatigheid van de bosbouw
helpen verbeteren. Van.belang is ook dat het nut van de bestaande bossen
uit een oogpunt van milieu en recreatie wordt ontwikkeld.
Er zou een ecologische gedragscode voor het bosbeheer kunnen worden
opgesteld met als doelstellingen ervoor te zorgen dat de bodem op lange
termijn vruchtbaar blijft en dat bossen hun rol in de waterkringloop blijven
vervullen, de bosflora en -fàuna in stand te houden, landschappen te be
schermen en tot een passende verscheidenheid aan soorten te komen. De
Gemeenschap steunt reeds sommige van de hierop gerichte acties, maar het is
belangrijk te streven naar algemene toepassing van een volledige gedragscode.
Het is bijvoorbeeld duidelijk gebleken dat de bevolking in sommige
gebieden grote bezwaren heeft tegen de verspreiding van naaldhout en de
inkrimping van de oppervlakte loofhout. Het is mogelijk steunregelingen
te ontwerpen om eigenaren tot de aanplant van loofbomen aan te zetten,
waarmee geen grote bedragen zouden zijn gemoeid. Dergelijke regelingen
zouden deels in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid kunnen
worden ingesteld.
Door de oprichting van bosnatuurreservaten en bosparken, die in
veel landen heel gewoon zijn, zou de recreatiewaarde van de Europese
bossen worden vergroot. Met geringe steunbedragen voor de aanleg van de
noodzakelijke infrastructuur zouden veel bosgebieden kunnen worden
opengesteld als natuurreservaat en recreatiegebied.
C D Richtlijn 68/89/EEG
... /.
27. Er kan een aantal vragen worden gesteld met betrekking tot het optimale
gebruik van de bestaande bossen.
- Hoe kunnen de problemen in verband met de geringe omvang en de verspreide
ligging van stukken bos het best worden overwonnen ?
- Wat kan er worden gedaan om de afzetmogelijkheden voor hout en andere
bosprodukten te verbeteren ?
- Hoe kunnen de doelstellingen met betrekking tot produktievere bossen,
de milieukwaliteit, de verscheidenheid aan soorten en bossen voor
recreatie worden gecombineerd ?
BESCHERMING VAN DE COMMUNAUTAIRE BOSSEN
28. In de bosisen van de Gemeenschap wordt op grote schaal schade aangericht
door luchtverentreiniging, bosbranden, ziekten en plagen en soms natuurrampen
zoals storm en droogte.
In Noord-Europa gaan grote delen van de bosbestanden teniet. Voorat
in Duitsland en Oost-Frankrijk is dit het geval. Nu ongeveer 50 % van de
Duitse bossen en volgens recente rapporten 40 % van de bossen in de
Vogezen (Lotharingen en Elzas) schade hebben opgelopen, dreigt er gevaar
voor de toekomstige economische ontwikkeling van gebieden die afhankelijk
2ijn van bosbouw en toerisme. De gezondheidstoestand van deze bossen is
in een verontrustend tempo achteruitgegaan. De oorzaken van de schade en
de betrokken mechanismen zijn nog niet helemaal duidelijk, maar men is het
er algemeen over eens dat luchtverontreiniging een belangrijke factor 1s,
en meer in het bijzonder emissies van zwaveldioxide en stikstofoxiden.
29. De Commissie heeft reeds voorstellen gedaan tot vermindering van
de uitworp van verontreinigende stoffen door auto's, grote verbrandings
installaties en CV-systemen van woningen. Zij is van plan nog meer
voorstellen in te dienen, en wel nog vóór het einde van het jaar over
snelheidsbeperkingen en emissies van diesel- en vrachtwagens en op een
later tijdstip over andere belangrijke emissiebronnen, een en ander
zoals reeds aangekondigd in het document C0M(83)721. De Commissie is van
mening dat uitvoering van deze voorstellen zou leiden tot een aanzienlijke
vermindering van de Luchtverontreiniging en van de waarschijnlijk
daarmee verband houdende bosschade,
Ten aanzien van een voorstel van de Commissie om de bosschade regel
matig te inventariseren en een meetnet op te richten, wordt in de Raad
slechts langzaam vooruitgang geboekt.
30. Ieder jaar gaat in de Gemeenschap van de Tien ongeveer 120.000 ha bos
in vlammen op en na de uitbreiding zal dit meer dan tweemaal zoveel zijn.
In 1985 is meer dan 300.000 ha bos door brand verwoest,(een grotere opper
vlakte dan het Luxemburgse grondgebied). Deze branden hebben 50 levens
gekost en ook is er voor een aanzienlijk bedrag aan kapitaalgoederen
verloren gegaan.
De Commissie heeft maatregelen voorgesteld tot vermindering van
het brandgevaar in de bossen en tot verbetering van de brandbestrijdings-
capaciteit van de Lidstaten. Volgens dit voorstel zou steun worden
verleend voor de oprichting van brandbestrijdingsposten en zouden stimu
lansen worden gegeven om het materieel en de opleiding van gespecialiseerd
'personeel te verbeteren. De Commissie acht vorderingen met betrekking tot
deze maatregelen, die momenteel in de Raad op tegenstand stuiten, uitermate
belangrijk. 'Zij vindt ook dat de werkingssfeer van communautaire maatregelen
op dit gebied uiteindelijk zou moeten worden verruimd.
31. Een andere uitdaging voor de communautaire bossen is de biotische
schade door insecten of ziekten. De Gemeenschap zou klaar moeten staan
om snel in te grijpen. Het Permanent Planteziektenkundig Comité, dat
regelmatig vergadert, wordt geraadpleegd telkens wanneer een potentieel
biotisch gevaar wordt waargenomen, De Gemeenschap heeft ook verschillende
onderzoekprojecten ondernomen op dit gebied. Er zouden nieuwe bewakings
systemen kunnen worden ontwikkeld om het gevaar te verkleinen dat nieuwe
ziekten worden, binnengebracht. Wellicht zal er meer specifiek onderzoek
over ziekten in bossen nodig zijn. Een belangrijke maatregel zou de
aanneming zijn van een gedragscode over genetische verarming, waaraan de
afnemende resistentie van de Europese bossen voor een deel moet worden
toegeschreven.
32. Tenslotte is er het probleem van de gevolgen van uitzonderlijke
weersomstandigheden, en vooral van stormen. In het verleden heeft de
Gemeenschap invoerbeperkingen toegepast ter vermindering van de druk
op de marktprijzen als gevolg van de plotselinge stijging van het
aanbod. Met het-oog op een grotere doelmatigheid van dergelijke maat
regelen moet aandacht worden besteed aan verdere samenwerking tussen
de Lid-Staten om in die gevallen de druk op de markt te verlichten.
33. In verband met de bescherming van de communautaire bossen rijzen
er enkele vragen.
- Hoe kunnen de bossen worden beschermd tegen schade door verontreiniging ?
- Welke stappen dienen er te worden ondernomen om de verliezen door bos
branden te verminderen ?
- Hoe kan het optreden van ziekten of insectenplagen beter in het oog
worden gehouden ?
- 12 -
VI. BOSBOUW IN OE ONTWIKKELINGSLANDEN
34. Aangezien de Gemeenschap een belangrijke importeur is van hout,
en vooral van tropisch hout uit de ontwikkelingslanden, kunnen maat
regelen in de sector bosbouw niet worden genomen als een geheel op
zichzelf staande actie.
Via de Overeenkomst van Lomé heeft de Gemeenschap samenwerkings
akkoorden met een aantal van deze leveranciers in Afrika, het Caribische
Gebied en de Stille Oceaan (ACS-Landen). De2e akkoorden behelzen niet
alleen commerciële regelingen, maar ook financiële en technische samen
werking om de bossen te beschermen en te ontwikkelen als een belangrijke
factor bij de verbetering van het milieu en bij het tegengaan van woes
tijnvorming, De Gemeenschap is ook verdragsluitende partij bij de
Internationale Overeenkomst inzake Tropisch Hout.
Op het ogenblik worden de tropische bossen overgeëxploiteerd. Dit
heeft ernstige gevolgen voor zowel het klimaat en de landbouwproduktie
als de voorziening met tropisch hout.
In een actieprogramma voor de bosbouw zou de Gemeenschap rekening
moeten houden met deze twee internationale overeenkomsten en met de
nauwe banden die zij met veel ontwikkelingslanden onderhoudt.
35. Ten aanzien van de bevordering van de bosbouw in ontwikkelingslanden
kan een aantal vragen worden gesteld.
Hoe kan de Gemeenschap haar bestaande technische en wetenschappelijke
capaciteit gebruiken om de achteruitgang van de tropische bossen tot
staan te brengen en om op lange termijn een stabiele voorziening met
tropisch hout te waarborgen ?
Hoe kan de Gemeenschap haar pogingen om de woestijnvorming in ontwikke
lingslanden te beperken en uiteindelijk te voorkomen versnellen en
verbeteren ?
. / . a .
- 13 -
Conclusies
36. De Commissie wil graag een zo ruim mogelijk overleg voeren over de
vragen en ideeen die aan de orde worden gesteld in dit discussiestuk en
in het begeleidende document dat uitvoeriger op een en ander ingaat.
De Commissie nodigt de overige Gemeenschapsinstellingen en andere
organisaties uit om hierover een eigen standpunt.te formuleren. Rekening
houdend met de opvattingen die tijdens de discussie naar voren worden
gebracht, zal de Commissie vóór de zomer van 1986 haar voorstellen indienen.
De Commissie wijst er met klem op dat zij met dit document niet wil
vooruitlopen op de conclusies die zij zal trekken, en dat zij ten volle
rekening zal houden met de meningen die bij dit overleg worden geuit.
Full & Egal Universal Law Academy