CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL J.-P. WARNER
VAN 22 JANUARI 1975 ( 1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
In deze zaak kunnen wij terstond en in de procestaai conclusie nemen. Wij kunnen zeer kort zijn, want het volstaat erop te wijzen dat, zoals de Commissie en de Italiaanse Republiek hebben opgemerkt, de vraag van het Tribunal administratif te Lyon reeds is beantwoord door 's Hofs arrest in de zaak 9-74 (Casagran-de, Jurispr. 1974, blz. 773), en wij zien geen enkele reden om op het daarin overwogene terug te komen. Wij blijven integendeel bij de mening die het Hof toen heeft uitgesproken.
De uitspraak van dat arrest aanpassend aan de formulering van de vraag van het Tribunal van Lyon, concluderen wij dat het Hof verklare voor recht dat de bepaling van artikel 12 van verordening nr. 1612/60 van de Raad: „de kinderen van een onderdaan van een Lid-Staat, die op het grondgebied van een andere Lid-Staat arbeid verricht of heeft verricht, worden, indien zij aldaar woonachtig zijn, ‚onder dezelfde voorwaarden als de eigen onderdanen van deze Staat‛ toegelaten tot het … onderwijs …” niet slechts doelt op de voorwaarden van inschrijving voor het onderwijs, maar eveneens op alle aan de toelating verbonden rechten.
( 1 ) Vertaald uit het Frans.
Full & Egal Universal Law Academy