CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL A. TRABUCCHI
VAN 16 DECEMBER 1975 ( 1 )
Mijnheer de president,
mijne heren rechters,
Bij beschikking van 13 juli 1962 heeft het Land Nordrhein-Westphalen aan mevrouw Chantal Adlerblum een rente toegekend wegens lichamelijk letsel door haar geleden door vervolging om met het ras verband houdende redenen. Genoemde beschikking was gebaseerd op de federale wet van 29 juni 1956.
De berekening van de rente gaf de Commission de recours gracieux van de Caisse nationale d'assurance vieillesse des travailleurs salariés aanleiding het verzoek van de heer Jacob Adlerblum om verhoging van zijn in Frankrijk genoten ouderdomspensioen gebaseerd op het feit dat het levensonderhoud van zijn echtgenote te zijnen laste zou komen, af te wijzen. Deze beschikking berustte op het Franse decreet van 29 december 1945, in welks artikel 71, lid 6, de inkomsten worden vastgelegd die maximaal mogen worden genoten, wil van toekenning van bedoelde verhoging sprake zijn.
De heer Adlerblum kwam in beroep bij de Commission de recours gracieux van de Caisse nationale d'assurance vieillesse des travailleurs salariés, stellende dat de door zijn echtgenote ontvangen rente niet in aanmerking mocht worden genomen, omdat zij met uit hoofde van sociale bijstand genoten voordelen diende te worden gelijkgesteld en dus niet mocht worden gerekend tot de in artikel 3 van het Franse decreet van 1 april 1964 bedoelde inkomsten.
De Commission de première instance heeft ten deze duidelijkheid willen verkrijgen en krachtens artikel 177 van het EEG-Verdrag het Hof verzocht uit te spreken of de uitkering welke door het Land Nordrhein-Westphalen aan mevrouw Adlerblum bij zijn op 13 juni 1962 op grond van artikel 195 van de federale wet van 29 juni 1956 genomen beschikking van 13 juni 1962 is toegekend, als een uitkering van sociale bijstand is te beschouwen.
Gezien de stukken en met name gelet op de opmerkingen der interveniënten zij opgemerkt dat bepaling van het rechtskarakter dat in verband met de uitvoering van artikel 3 van het Franse decreet van 1 april 1964 — en dus met het oog op de rechtscontrole op de beschikking van de Franse verzekeringsinstelling — aan de door mevrouw Adlerblum in Duitsland genoten uitkering moet worden toegekend, uitsluitend als een kwestie van uitlegging van het nationale recht is te beschouwen.
Anderzijds kan te allen overvloede worden opgemerkt dat ook de sociale rechtsvoorschriften der Gemeenschap toekenning van de daarin voorziene uitkeringen aan slachtoffers van de oorlog of van oorlogsgevolgen uitsluiten: men zie artikel 4, lid 4, van verordening EEG nr. 1408/71.
In antwoord op de vraag van de Franse rechter zij er dus op gewezen dat de gerezen problemen noch de uitlegging van het gemeenschapsrecht noch de rechtsgeldigheid van een handeling der Gemeenschap betreffen, en daarmede vallen buiten de bevoegdheden welke het Hof in artikel 177 van het EEG-Verdrag zijn toegekend.
( 1 ) Vertaald uit het Italiaans.
Full & Egal Universal Law Academy