CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL
J.-P. WARNER
VAN 5 DECEMBER 1978 ( 1 )
Mijnbeer de President,
mijne heren Rechters,
De aan het Hof overgelegde uitspraken van het Østre Landsret en het Højesteret in de onderhavige zaak zijn zeer volledig en duidelijk, terwijl partijen en de Commissie hun standpunt diepgaand en nauwkeurig hebben uiteengezet. De door het Højesteret aan het Hof gestelde vragen zijn in wezen eenvoudig. Ik acht het dan ook niet noodzakelijk het Hof te vragen de procedure te schorsen om mij gelegenheid te geven mijn conclusie voor te bereiden, en ik geloof ook niet dat dat juist zou zijn.
Ik kan zeer kort zijn, doch gezien het breed opgezette debat waarnaar wij hebben geluisterd, lijkt het mij gewenst de letterlijke tekst van de door het Højesteret gestelde vragen in herinnering te roepen:
Vraag A luidt:
Is het in overeenstemming met de gemeenschapsverordeningen betreffende de suikermarkt, inzonderheid 's Raads verordening nr. 741/75 van 18 maart 1975, dat bij gebreke van overeenstemming tussen de leden van een als coöperatieve vereniging opgezette suikerfabriek en andere traditionele suikerbietenleveranciers van de fabriek over de verdeling van de hoeveelheden die binnen het basisquotum van de fabriek kunnen worden geleverd, en wanneer er geen desbetreffende afspraken binnen de bedrijfstak bestaan, een Lid-Staat die verdeling vaststelt, of veronderstellen de verordeningen dat de Lid-Staat de verdeling enkel kan vaststellen, wanneer nog andere voorwaarden zijn vervuld dan die welke uitdrukkelijk zijn vermeld in de considerans en in artikel 1, lid 1, van 's Raads verordening nr. 741/75?
Mijns inziens moet op deze vraag worden geantwoord dat verordening nr. 741/75 precies bedoelt wat zij zegt. Met andere woorden, een Lid-Staat is bevoegd regels vast te stellen voor de verdeling van de hoeveelheid bieten die een fabrikant vóór de uitzaai aanbiedt te kopen, indien over deze verdeling binnen het bedrijfsleven geen afspraken bestaan.
Vraag B luidt:
Zo voor het overige is voldaan aan de voorwaarden waaronder de Lid-Staat regels voor de verdeling van het basisquotum kan vaststellen, en deze verdeling niet op niet ter zake doende gronden berust, is het dan in overeenstemming met de communautaire suikerverordeningen, inzonderheid 's Raads verordening nr. 741/75, dat de Lid-Staat een zodanige verdeling tussen de leden en andere tradionele leveranciers van de betrokken onderneming kan vaststellen, dat de bietenleveranties waartoe de leden ingevolge de statuten van de onderneming gerechtigd of verplicht zijn, niet volledig onder het basisquotum kunnen worden gebracht?
Het komt mij voor dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord.
Er is uitgebreid gedebatteerd over de betekenis van artikel 1, tweede alinea, van de verordening. Mijns inziens is de betekenis deze, dat de door de Lid-Staten vastgestelde regels aan de telers leveringsrechten kunnen verlenen die zij anders niet zouden hebben, tenzij zij lid waren van de coöperatie. Hoe dit ook zij, één ding is duidelijk, namelijk dat deze tweede alinea de aan de Lid-Staten in de eerste alinea toegekende discretionaire bevoegdheid niet beperkt. Zij begint met de woorden „Bovendien kunnen bij deze regels … (worden gegeven)”, zodat die discretionaire bevoegdheid er alleen maar ruimer op wordt. Mijns inziens bevat de verordening geen enkele bepaling die deze bevoegdheid op de door de appellant verdedigde wijze zou kunnen beperken.
In de kern komt appellants betoog er mijns inziens op neer, dat de uitlegging die geïntimeerde en de Commissie aan de verordening willen geven, zou leiden tot een vermindering, zonder compensatie, van de in de statuten van de coöperatie aan de leden toegekende rechten. Dit hangt af van de aard en de draagwijdte van deze rechten, hetgeen een kwestie is van Deens recht. Hierover bestaat verschil van mening tussen partijen en het Højesteret heeft zijn vraag zeer terecht aldus geformuleerd, dat het Hof hierop niet behoeft in te gaan. Ik zal mij er dan ook van onthouden een mening daaromtrent te formuleren.
( 1 ) Vertaald uit het Engels.
Full & Egal Universal Law Academy