CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL G. REISCHL
VAN 21 JUNI 1979 ( 1 )
Mijnbeer de President,
mijne heren Rechters,
Met betrekking tot de prejudiciële vragen van het Finanzgericht Münster, waarover alleen de Commissie van de Europese Gemeenschappen schriftelijke en mondelinge opmerkingen heeft gemaakt, kan volgens mij worden volstaan met de opmerking dat ik de argumenten van de Commissie, waarvoor ik naar het voortreffelijke rapport ter terechtzitting verwijs, volkomen overtuigend vind. Na de aanvullende opmerkingen van de vertegenwoordiger van de Commissie lijkt het mij niet nodig deze argumenten nog eens samen te vatten.
Ik beperk mij derhalve tot het voorstel, de vragen te beantwoorden zoals door de Commissie in overweging is gegeven, dat wil zeggen een ontkennend antwoord te geven op de eerste vraag, waardoor beantwoording van de twee andere vragen overbodig wordt.
( 1 ) Vertaald uit het Duits.
Full & Egal Universal Law Academy