CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL G. REISCHL
VAN 28 JANUARI 1981 ( 1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
De zaak waarin ik thans heb te concluderen, betreft de uitvoering van richtlijn nr. 77/62 van de Raad van 21 december 1976 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen (PB L 13 van 1977, blz. 1).
Artikel 30 van deze richtlijn — voor de exacte inhoud ervan verwijs ik naar het verzoekschrift van de Commissie en het rapport ter terechtzitting — bepaalt dat de Lid-Staten binnen een termijn van 18 maanden volgende op de kennisgeving van de richtlijn de nodige maatregelen moeten treffen om aan de betrokken bepalingen te voldoen; deze termijn is op 23 juni 1978 verstreken.
Aangezien de Italiaanse Republiek deze verplichting niet is nagekomen, heeft de Commissie in maart 1979 de procedure van artikel 169 EEG-Verdrag ingeleid, waarvoor ik eveneens naar het rapport ter terechtzitting verwijs.
In de loop van die procedure is gebleken dat een eerste wetsontwerp tot uitvoering van genoemde richtlijn weliswaar reeds eind 1978 bij het parlement in behandeling was, doch dat dit — nadat door de Senaat gewenste wijzigingen een hernieuwde behandeling door het Huis van afgevaardigden noodzakelijk hadden gemaakt — vanwege de voortijdige ontbinding van het parlement in het voorjaar van 1979 niet kon worden aangenomen. Een nieuw wetsontwerp werd in december 1979 bij de Senaat ingediend. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat dit ontwerp op 4 december 1980 door de Senaat is aangenomen en ter definitieve goedkeuring is doorgestuurd naar het Huis van afgevaardigden. Die definitieve goedkeuring wordt nu kennelijk vertraagd, doordat op 1 januari 1981 een nieuwe richtlijn met betrekking tot dezelfde materie (richtlijn nr. 80/767) in werking is getreden. Volgens de vertegenwoordiger van de Italiaanse regering dient bijgevolg laatstgenoemd wetsontwerp te worden gewijzigd en opnieuw bij de Senaat te worden ingediend, alvorens het definitief — wanneer valt niet te zeggen — kan worden aangenomen.
Welke betekenis aan dit betoog moet worden toegekend, blijkt uit de door de Commissie geciteerde omvangrijke rechtspraak van het Hof. Duidelijk is met name dat de inwerkingtreding van een nieuwe richtlijn en de noodzaak deze uit te voeren, geen rechtvaardigingsgrond kunnen zijn voor de, te late uitvoering van de onderhavige.
De vordering van de Commissie dient mijns inziens dan ook te worden toegewezen. Derhalve moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek de ingevolge het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door niet binnen de voorgeschreven termijn de nodige maatregelen te treffen om aan richtlijn nr. 77/62 te voldoen. Voorts dient de Italiaanse Republiek conform de eis in de kosten te worden verwezen.
( 1 ) Vertaald uit het Duits.
Full & Egal Universal Law Academy