CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL
SIR GORDON SLYNN
VAN 15 SEPTEMBER 1981 ( 1 )
Mijnheer de President,
mijne beren Rechters,
In de onderhavige zaak verzoekt de Commissie het Hof krachtens artikel 169 EEG-Verdrag, vast te stellen dat de Italiaanse Republiek haar verdragsverplichtingen niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn de nodige bepalingen vast te stellen voor het volgen van een zevental richtlijnen. Deze richtlijnen (76/765 en 76/766 van 27 juli 1976, 76/891 van 4 november 1976, 77/95 van 21 december 1976, 77/313 van 5 april 1977, 78/365 van 31 maart 1978 en 78/629 van 19 juni 1978) betreffen bepaalde meeteenheden en meetinstrumenten.
De Italiaanse Republiek betwist niet dat zij de richtlijnen nog niet is nagekomen. Zij heeft uitgelegd waardoor de vertraging is ontstaan. In de eerste plaats wijst zij op de hoeveelheid werk die de uitvoering van de vele vastgestelde richtlijnen voor het nationale parlement meebrengt, en op het feit dat de Italiaanse regering een procedure heeft voorgesteld die het mogelijk maakt richtlijnen voortaan niet meer bij besluit van het parlement, doch bij decreet in te voeren. Deze procedure is echter nog niet in werking getreden.
Het is evenwel vaste rechtspraak van het Hof, dat een Lid-Staat zich niet kan beroepen op bepalingen, praktijken en omstandigheden in zijn nationale rechtsorde ter rechtvaardiging van zijn verzuim om de hem door een richtlijn opgelegde verplichtingen na te komen (zie bijvoorbeeld het arrest van 17 februari 1981 in zaak 171/80, Commissie t. Italië, nog niet gepubliceerd).
Gelet op die rechtspraak, concludeer ik tot toewijzing van het beroep van de Commissie en tot verwijzing van de Italiaanse Republiek in de kosten van de procedure.
( 1 ) Vertaald uil het Engels.
Full & Egal Universal Law Academy