CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL
SIR GORDON SLYNN
VAN 8 OKTOBER 1981 ( 1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
In de onderhavige zaak verzoekt de Commissie het Hof vast te stellen dat de Italiaanse Republiek haar verdragsverplichtingen niet is nagekomen door niet binnen de in artikel 7 gestelde termijn de nodige bepalingen vast te stellen voor de uitvoering van 's Raads richtlijn nr. 74/561 van 12 november 1974 (PB L 308 van 1974, blz. 18).
De Italiaanse Republiek heeft noch in de schriftelijke behandeling, noch in haar mondelinge opmerkingen betwist dat zij de richtlijn niet is nagekomen. Zij heeft uitgelegd waarom de richtlijn en wetgevingsprocedures nodig waren, die lang hebben geduurd. Dit heeft ertoe geleid dat de bepalingen niet zijn vastgesteld.
Het is mijns inziens vaste rechtspraak van het Hof, dat een Lid-Staat zich niet kan beroepen op omstandigheden of praktijken in zijn nationale rechtsorde ter rechtvaardiging van zijn verzuim om de hem door een richtlijn opgelegde verplichtingen na te komen.
De raadsman van de Italiaanse Republiek heeft het Hof verzocht de in het artikel voorgeschreven termijn voor uitvoering van de richtlijn te verlengen. Ik geloof niet dat het Hof bevoegd is het in een richtlijn bepaalde tijdvak te wijzigen. Misschien zou het Hof naar eigen goedvinden de vaststelling kunnen uitstellen wegens de aangegeven omstandigheden. Het komt mij echter voor, dat het in wezen aan de Commissie staat, te beslissen of de tijd is gekomen om de niet-nakoming van een verdragsverplichting vóór het Hof te brengen, en het lijkt mij niet passend dat het Hof, in een geval waar de Commissie de niet-nakoming van een dergelijke verplichting heeft aangetoond, normaliter de gevraagde vaststelling zou weigeren.
Mitsdien concludeer ik in deze zaak tot toewijzing van het beroep van de Commissie en tot verwijzing van de Italiaanse Republiek in de kosten van de procedure.
( 1 ) Vertaald uit het Engels.
Full & Egal Universal Law Academy