CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL
SIR GORDON SLYNN
VAN 17 NOVEMBER 1982 ( 1 )
Mijnheer de President,
mijne beren Rechters,
In de onderhavige zaak verzoekt de Commissie het Hof krachtens artikel 169 EEG-Verdrag, vast te stellen dat de Italiaanse Republiek haar verdragsverplichtingen niet is nagekomen door niet de nodige bepalingen vast te stellen voor het volgen van richtlijn nr. 72/464 van de Raad van 19 december 1972 (PB L 303 van 1972, blz. 1), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 77/805 van de Raad van 19 december 1977 (PB L van 1977, blz. 22). Deze richtlijnen regelen de harmonisatie van de structuur van de accijns op tabaksfabrikaten in meerdere etappes.
De Lid-Staten, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, hadden de eerste richtlijn al uiterlijk op 1 juli 1973 moeten uitvoeren, maar in 1977 stelde de Commissie in een brief aan de Italiaanse regering vast, dat artikel 8 van de richtlijn niet werd nageleefd. Volgens dit artikel diende het bedrag van de specifieke accijns op sigaretten voor de eerste maal te worden berekend op basis van sigaretten van de prijsklasse die volgens de op 1 januari 1973 bekende gegevens het meest gevraagd was, en mocht het bedrag van deze accijns niet lager zijn dan 5 %, noch hoger dan 75 % van het gezamenlijke bedrag van de evenredige en de specifieke accijns welke op deze sigaretten worden geheven. De Commissie wees erop, dat de accijns op sigaretten in Italië niet binnen de in dit artikel bepaalde marge viel.
Richtlijn nr. 77/805 bevatte bijzondere bepalingen voor de tweede harmonisatieetappe, die de periode van 1 juli 1978 tot 31 december 1978 besloeg. Ingevolge deze richtlijn moest het bedrag van de accijns op sigaretten jaarlijks worden berekend, voor het eerst op 1 januari 1978. De marge waarbinnen het specifieke deel van de accijns moet blijven, werd nu zo omschreven, dat het specifieke deel niet lager mocht zijn dan 5 %, noch hoger dan 55 % van het totale belastingbedrag dat resulteert uit de samenstelling van de op deze sigaretten geheven evenredige accijns, specifieke accijns, alsook — voor het eerst — de omzetbelasting.
Ondanks enige discussie over de juiste uitlegging van deze bepalingen staat nu wel vast, dat de Italiaanse regering heeft nagelaten de nodige bepalingen voor de uitvoering ervan vast te stellen. Aan het Hof werd meegedeeld, dat daartoe op 16 mei 1981 een ontwerp van wet aan het Italiaanse Parlement is voorgelegd, doch dat de wetgevingsprocedure nog niet is voltooid en de wet nog niet in werking is getreden. Het is vaste rechtspraak van het Hof, dat een Lid-Staat zich niet kan beroepen op nationale omstandigheden of praktijken ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van verplichtingen die uit een richtlijn van de Gemeenschap voortvloeien.
Mitsdien concludeer ik tot toewijzing van het beroep van de Commissie en tot verwijzing van de Italiaanse Republiek in de kosten van de procedure.
( 1 ) Vertaald uit het Engels.
Full & Egal Universal Law Academy