CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL
P. VERLOREN VAN THEMAAT
VAN 21 OKTOBER 1982
Mijnheer de President,
mijne beren Rechters
1. In de vandaag door mij te behandelen zaak Vismans heeft de Tariefcommissie in Amsterdam U de volgende vraag voorgelegd:
„Is met de in bijlage A van verordening (EEG) nr. 2792/79 van de Raad van 10 december 1979, (Publikatieblad L 328) onder post 07.05 B I gebezigde tekst, luidende „Bonen van de soort, ‚Phaseolus mungo’ ... vrij” bedoeld van invoerrecht vrij te stellen:
—
bonen van de soort, genaamd ‚green gram’,
—
bonen van de soort, genaamd ‚black gram’ of
—
bonen van beide genoemde soorten?”
Twijfel over dit punt is bij de verwijzingsrechter vooral gewekt doordat in het door hem overgelegde deskundigenrapport en de daarin geciteerde wetenschappelijke literatuur zowel voor de bonen van de soort ‚green gram’ als voor de bonen van de soort ‚black gram’, naast andere benamingen, de term ‚Phaseolus mungo’ wordt gebruikt, zij het in het eerste geval gevolgd door de nadere aanduiding ‚Roxb.’ en in het tweede geval door de nadere aanduiding ‚L.’. Deze twijfel wordt verder versterkt door een andere wetenschappelijke studie, waaruit de Commissie citeert. Ook volgens deze studie is een van de vele namen, waaronder de soort ‚black gram’ wordt aangeduid, ‚Phaseolus mungo L.’. Aan de omstandigheid dat in deze studie naast de zes verschillende namen die voor de soort ‚green gram’ worden vermeld, niet ook nog de naam ‚Phaseolus mungo Roxb.’ wordt genoemd, hecht de Commissie in haar opmerkingen geen beslissende betekenis, nu het proefschrift van Dr. Westphal, waaruit ook het Nederlandse deskundigenrapport citeert, laatstgenoemd synoniem wel mede vermeldt. Uit de geciteerde literatuur zou ik dan ook de conclusie willen trekken, dat deze in geen geval voldoende steun biedt voor de stelling, dat de aanduiding ‚Phaseolus mungo’ zonder nadere precisering met de letter ‚L.’ (van Linnaeus) uitsluitend op de soort ‚black gram’ betrekking kan hebben.
Deze conclusie wordt versterkt door het antwoord van de Commissie op Uw vraag naar de redenen voor de keuze van het begrip ‚Phaseolus mungo’ in de onderhavige verordeningsbijlage. Deze reden blijkt uitsluitend te liggen in de omstandigheid, dat dit begrip werd gehanteerd in de aanvragen van enkele ontwikkelingslanden om voor dit type bonen een tariefpreferentie te verstrekken. Niets wijst er dus op, dat aan de formulering van de vrijstelling een diepgaande bestudering van de wetenschappelijke literatuur ten grondslag heeft gelegen.
Integendeel wijst de schrijftelijke opmerking van de Commissie, dat de vrijstelling vooral ten behoeve van India is ingevoerd en dat in dit land zowel bonen van de soort ‚green gram’ als van de soort ‚black gram’ worden geproduceerd, op de bedoeling van een ruime omschrijving, die beide soorten bonen omvat. Als opgemerkt sluit de wetenschappelijke literatuur een dergelijke uitleg ook niet duidelijk uit.
2. De relevante teksten
Uw antwoord zal behalve van de wetenschappelijke benamingen en de voorgeschiedenis van de vrijstelling, uiteraard mede van een nadere analyse van de relevante teksten uit moeten gaan.
Daarbij zou ik dan voorop willen stellen, dat de relevante post 07.05 van het GDT zelf zonder meer spreekt van ‚Phaseolussoorten’, een begrip dat stellig beide soorten bonen omvat.
De bijlage van verordening nr. 2792/79 spreekt in haar hier in het geding zijnde vrijstellingsbepaling van ‚Phaseolus mungo’, welke term in de latere verordening nr. 3603/81 door de geciteerde en algemenere term van het GDT is vervangen. Blijkens het tijdens de mondelinge behandeling nog nader toegelichte antwoord van de Commissie op de tweede Uwerzijds gestelde vraag, lag aan deze terminologische wijziging uitsluitend een praktisch motief van hanteerbaarheid en geen beleidswijziging ten grondslag.
In de officiële EEG-toelichting op het ter discussie staande begrip wordt gesproken over mungobonen (Phaseolus mungo) en Jeruzalem-bonen (Phaseolus aureus of radiatus). Daaraan wordt toegevoegd: „Sommige van deze bonen worden ook onder de benaming ‚green soja beans’ of ‚green beans’ in de handel gebracht”. De Commissie ziet in deze toelichting een weerspiegeling van de verwarring in de wetenschappelijke literatuur en merkt op, dat vooral het gelijkstellen van het woord ‚mungobonen’ met de Latijnse term ‚Phaseolus mungo’ vragen oproept, omdat juist bonen van de soort ‚green gram’ gewoonlijk ‚mung’ worden genoemd, terwijl de daarmede in de toelichting gelijkgestelde term ‚Phaseolus mungo’, gesteld tegenover het begrip ‚Phaseolus aureus’ juist eerder op bonen van de soort ‚black gram’ lijkt te slaan. Naar mijn oordeel kan niettemin een zinvolle uitleg aan deze toelichting worden gegeven, wanneer de term ‚Phaseolus mungo’ (zonder nadere specificatie door toevoeging van een letter L.) conform de door de verwijzingsrechter geciteerde literatuur ruim wordt uitgelegd en beide ter discussie staande soorten omvat. De tweede zin van de toelichting slaat dan conform haar taalkundige betekenis ook niet uitsluitend op de Jeruzalem-bonen (die immers naar eensluidend oordeel van de literatuur niet ‚soms’, maar uitsluitend de soort ‚green gram’ omvat). Zij betreft tevens de mungobonen, waarvan uitsluitend bij ruime uitleg gesteld kan worden, „dat sommige van deze bonen ook onder de benaming ‚green soja beans’ of ‚green beans’ in de handel (worden) gebracht”.
3. Conclusie
Met name op grond van de vermelde voorgeschiedenis van de onderhavige vrijstellingsbepaling, op grond van de tekst van de vrijstellingsbepaling, die geen beperkende kwalificatie van het begrip ‚Phaseolus mungo’ als in de literatuur voorkomend bevat en op grond van de vermelde toelichting op deze vrijstellingsbepaling, die evenals de evengenoemde interpretatiemethoden, verschillende argumenten voor een nieuwe uitleg oplevert, concludeer ik, dat de U gestelde vraag moet worden beantwoord als door de Commissie voorgesteld. De bedoeling van een ruimhartig beleid terzake wordt ook bevestigd door de geciteerde wijziging van de vrijstellingstekst in 1981 en de op deze wijziging door de Commissie schriftelijk en mondeling verstrekte toelichtingen. Ook ik stel U derhalve voor de vraag van de Tariefcommissie als volgt te beantwoorden:
„Met de in bijlage A van verordening (EEG) nr. 2792/79 onder post 07.05 B I gebezigde tekst, luidende „bonen van de soort ‚Phaseolus mungo’ ... vrij” is bedoeld van invoerrecht vrij te stellen zowel bonen van de soort, genaamd ‚green gram’ als de bonen van de soort, genaamd ‚black gram’.”
Full & Egal Universal Law Academy