CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL ROZÈS
VAN 7 JULI 1983 ( 1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
Bij beschikking van 15 oktober 1982, ter griffie ingeschreven op 9 december daaropvolgend, heeft de franse Conseil d'État zich tot het Hof gewend met een verzoek om een prejudiciële beslissing over de uitlegging en de geldigheid van artikel 2, lid 3, van verordening nr. 2012/74 van de Commissie van 30 juli 1974 (PB L 209 van 1974, blz. 44) houdende uitvoeringsbepalingen, met betrekking tot de restituties bij de produktie voor zetmeelhoudende produkten, van verordening nr. 1132/74 van de Raad van 29 april 1974 inzake de restituties bij de produktie in de sectoren granen en rijst.
I —
De omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot het geding voor de Conseil d'Etat zijn de volgende:
Roquette plaatste mais onder officiële controle vóór 31 juli 1974, de datum waarop het verkoopseizoen voor deze graansoort ten einde liep. Na deze datum, te weten in de maanden augustus en september 1974, verwerkte zij deze mais tot zetmeelhoudende produkten (zetmeel).
Bij verordening nr. 1125/74 van de Raad van 29 april 1974 (PB L 128 van 1974, blz. 12, in werking getreden op 1 augustus daaropvolgend) werd het begin van het verkoopseizoen voor mais vastgesteld op 1 oktober en het einde ervan op 30 september van het volgende jaar. Ingevolge artikel 2 van deze verordening bleef het begin van het verkoopseizoen voor het lopende jaar evenwel vastgesteld op 1 augustus 1974.
Overeenkomstig verordening nr. 1060/68 van de Commissie van 24 juli 1968 houdende vaststelling van enkele uitvoeringsbepalingen van de verordeningen nrs. 367/67 en 371/67 met betrekking tot de restitutie bij de produktie die wordt verleend voor tot grutten, gries en griesmeel verwerkte mais en voor tot zetmeel en quellmehl verwerkte mais en zachte tarwe (PB L 179 van 1968, blz. 38) ontving Roquette van het Office national interprofessionnel des céréales (ONIC) voorschotten op de restitutie bij de produktie voor mais bestemd voor de vervaardiging van zetmeel.
Het bedrag daarvan was overeenkomstig artikel 1 van verordening nr. 1060/68 berekend op de grondslag van het verschil tussen de drempelprijs bij het begin van het verkoopseizoen en de bevoorradingsprijs van de graansoort, in casu dus het verschil tussen 16,065 en 6,80 RE per 100 kg.
Per 1 augustus 1974 daalde de drempelprijs tot 10,66 RE, terwijl de bevoorradingsprijs krachtens artikel 1, lid 1, van verordening nr. 1132/74 van de Raad steeg tot 8,20 RE.
Nadat het betrokken basisprodukt was verwerkt, ging het ONIC op basis van artikel 2, lid 3, van verordening nr. 2012/74 van de Commissie over tot aanpassing van het aan Roquette uitgekeerde bedrag in verhouding tot het verschil tussen de in de maand van verwerking geldende drempelprijs (10,66 RE, welk cijfer door Roquette niet wordt betwist) en de nieuwe bevoorradingsprijs (8,20 RE). Op daartoe strekkend verzoek verkreeg het ONIC het teveel betaalde (FF 3615399,50) overeenkomstig artikel 2, lid 3, van verordening nr. 2012/74 van deze vennootschap terug.
Voor het Tribunal administratif te Rijsel bestreed Rouqette de gegrondheid van deze verordening tot terugbetaling. Zij maakte er geen bezwaar tegen, dat van de in de maand van verwerking geldende drempelprijs was uitgegaan, maar stelde dat als tweede parameter de oude bevoorradingsprijs in aanmerking had moeten worden genomen.
Op 22 april 1980 wees het Tribunal administratif Roquette's vordering af. Deze kwam hiervan in beroep bij de Conseil d'État.
II —
Het probleem van de aanpassing van de restituties bij de produktie en het verzoek om uitlegging waartoe dit in casu heeft geleid, vertonen heel wat punten van overeenkomst met een vraag van het Duitse Bundesfinanzhof van 24 november 1981 (zaak 5/82, Maizena, ingekomen ter griffie op 7. 1. 1982).
Daarbij werd het Hof verzocht om een uitspraak over de vraag, hoe de restitutie bij de produktie moest worden berekend voor mais die vóór 1 augustus 1974 onder controle was geplaatst doch pas nadien binnen de toegestane termijn tot zetmeel verwerkt.
In het (nog niet gepubliceerde) arrest van 15 december 1982, dat bij mijn weten nog niet is gevolgd door een uitspraak van het Bundesfinanzhof, verklaarde het Hof voor recht:
„Zowel onder de gemeenschapsregeling tot 31 juli 1974 als onder de na die datum geldende regeling, moest de restitutie bij de produktie voor tot zetmeel verwerkte mais, gelijk zijn aan het verschil tussen de drempelprijs en de bevoorradingsprijs die golden op de dag van verwerking van de mais.”
III —
In haar op 3 maart 1983 ingediende schriftelijke opmerkingen verklaart Roquette, dat zij op de hoogte is van het arrest van 15 december 1982 en zich ervan bewust is, dat dit arrest voor haar uitgesproken ongunstig is; zij zou echter willen aandringen op een nieuw onderzoek van het probleem.
Zij vestigt vooreerst de aandacht op rechtsoverweging 16 van het arrest van 12 juli 1977 (zaak 2/77, Hoffmann's Stärkefabriken, Jurispr. 1977, biz. 139í), waarin het Hof verklaarde:
„dat men tenslotte, ten einde de ondernemers voldoende tijd te laten om zich aan de nieuwe situatie aan te passen, in artikel 3, tweede alinea, van verordening 3113/74 ( 2 ) heeft voorzien dat die — op 9 december 1974 vastgestelde — verordening eerst op 1 april 1975 van toepassing zou zijn;
dat waar krachtens artikel 2, lid 1 en lid 3, van verordening nr. 2012/74 van de Commissie van 30 juli 1974 ... de produktierestitutie wordt uitbetaald — en het bedrag ervan wordt vastgesteld — op het ogenblik waarop de rechthebbende het bewijs levert dat het betrokken basisprodukt door de bevoegde diensten van de Lid-Staat onder officiële controle is geplaatst, het de betrokken ondernemers vrijstond hun maisinkopen gedurende de eerste drie maanden van het jaar 1975 te regelen, ten einde in de loop van de volgende maanden voor hun produktie ruimschoots van een niet verlaagde restitutie te kunnen profiteren.”
Roquette is mitsdien van oordeel, dat voor de berekening van de restitutie noodzakelijkerwijs moet worden uitgegaan van de datum waarop het produkt onder officiële controle werd geplaatst.
Vervolgens betoogt Roquette, dat eerst in verordening nr. 10/75 van de Commissie van 31 december 1974 (PB L 1 van 1975, blz. 24, in werking getreden op de dag van haar bekendmaking) uitdrukkelijk is bepaald, dat ook rekening moet worden gehouden met een wijziging van het in artikel 1, lid 1, van verordening nr. 1132/74 van de Raad vastgestelde bedrag, dat wil zeggen de bevoorradingsprijs. Zij beroept zich op de letter van verordening nr. 2012/74, die op het ogenblik van de betrokken verwerking van kracht was, en voegt hieraan toe dat de marktdeelnemers zich niet aan veronderstellingen over de verborgen intenties van de Commissie kunnen wagen.
IV —
Roquette's argumenten kunnen niet worden aanvaard.
In voormeld arrest-Maizena (van 15. 12. 1982, zaak 5/82) overwoog het Hof:
„in de passage van het arrest [van 12 juli 1977] ... wordt evenwel slechts gezegd dat de produktierestitutie krachtens artikel 2, lid 1 en lid 3, van verordening nr. 2012/74 wordt uitbetaald — en het bedrag ervan wordt vastgesteld — op het ogenblik waarop de rechthebbende het bewijs levert dat het basisprodukt onder officiële controle is geplaatst. Gelet op de in dit artikel voorziene mogelijkheid de restitutie aan te passen, kan aan deze passage geen argument worden ontleend voor de conclusie dat het tijdstip van verwerking niet beslissend is voor de vaststelling van het bedrag van de restitutie” (r.o. 10),
alsmede dat:
„het gemeenschapsrecht tot de inwerkingtreding van verordening nr. 10/75 ... weliswaar niet uitdrukkelijk heeft geregeld, wat de concrete gevolgen waren van in deze prijs optredende wijzigingen tussen het tijdstip van plaatsing van de mais onder officiële controle en dat van verwerking, doch dat uit het samenstel der sedert 1967 inwerkinggetreden bepalingen ten aanzien van de restitutie bij de produktie van zetmeel volgt, dat deze restitutie op basis van de op de dag van verwerking geldende prijs moet worden berekend. Anders dan de drempelprijs, waarin maandelijks wijzigingen optreden en waarvoor derhalve in verordening nr. 2012/74 een aanpassingsmogelijkheid moest worden voorzien, wordt de bevoorradingsprijs door de Raad immers voor onbepaalde tijd vastgesteld en verandert hij slechts indien de Raad daartoe besluit. Bij gebreke van uitdrukkelijke bepalingen omtrent de vraag welke bevoorradingsprijs bij de berekening van de restitutie moet worden toegepast, moet hiervoor uiteraard worden uitgegaan van het tijdstip dat ook voor de drempelprijs beslissend is” (r.o. 8).
Dienovereenkomstig verklaarde het Hof in rechtsoverweging 23, dat „berekening van de restitutie op basis van de prijzen die golden op de dag van verwerking van de mais”, dus van zowel de drempelprijs als de bevoorradingsprijs, in overeenstemming was met het gemeenschapsrecht.
Economisch gezien berust deze vaststelling op de overweging, dat het recht op restitutie ontstaat door de verwerking van de mais tot zetmeel en niet door de plaatsing onder officiële controle. De omstandigheid dat de voorschotten aan de verwerkende bedrijven op de grondslag van de op de datum van plaatsing onder controle geldende prijzen worden berekend, kan niet verhinderen dat nadien de daadwerkelijke kostprijs in aanmerking wordt genomen.
Mitsdien concludeer ik dat het Hof voor recht verklare:
—
artikel 2, lid 3, van verordening nr. 2012/74 van de Commissie van 30 juli 1974 moet aldus worden uitgelegd, dat de restitutie bij de produktie voor tot zetmeel verwerkte mais gelijk is aan het verschil tussen de drempelprijs en de bevoorradingsprijs die golden op de dag van verwerking van het betrokken basisprodukt;
—
bij onderzoek van de gestelde vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van de aldus uitgelegde bepaling in het licht van verordening nr. 1132/74 van de Raad van 29 april 1974 kunnen aantasten.
( 1 ) Vertaald uit het Frans.
( 2 ) Verordening nr. 3113/74 van de Raad van 9 december 1974 houdende wijziging van verordening nr. 1132/74 werd bekendgemaakt in het PB van 12 december 1974; zij trad in werking op 15 december 1974, maar was eerst van toepassing per 1 april 1975.
Full & Egal Universal Law Academy