CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL
P. VERLOREN VAN THEMAAT
VAN 19 JANUARI 1984 ( 1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
De opmerkingen van de Commissie in deze zaak lijken mij volledig en ter zake dienend; ik heb er derhalve niets aan toe te voegen noch te wijzigen. De andere bij het Hof ingediende schriftelijke en mondelinge opmerkingen waren ongetwijfeld ook zeer nuttig, al kunnen zij mijns inziens de zeer overtuigende argumenten van de Commissie niet weerleggen. Als ik het goed heb begrepen, baseerde de vertegenwoordiger van de eerste twee geïntimeerden in het hoofdgeding zich daarnet vooral op de Engelse tekst van de betrokken verordening, alsmede op bepaalde onduidelijkheden in deze versie die de strekking ervan verduisteren. Zoals U weet, is het Hof er in dergelijke gevallen meestal — of althans zeer vaak — in geslaagd zulke onduidelijkheden uit de weg te ruimen door de verschillende taalversies te vergelijken. Slechts voor de resterende twijfels kan het noodzakelijk of nuttig zijn terug te grijpen op de motivering, de „rationale” van de betrokken teksten, om een uitdrukking van de heer Pardoe te gebruiken, en ik geloof dat de Commissie in haar betoog ook zo tewerk is gegaan. Daar sluit ik mij dus zonder voorbehoud bij aan en ik geef het Hof in overweging de vragen te beantwoorden in de door de Commissie aangegeven zin. Gezien de bewoordingen van de gestelde vragen, komt het mij evenwel voor, dat de antwoorden anders moeten worden geformuleerd dan de Commissie voorstelt.
Deze nieuwe tekst, die nauwer bij de tekst van de vragen aansluit, en tevens impliciet enkele verduidelijkingen aanbrengt in de door de heer Pardoe voorgestelde zin, zou volgens mij kunnen luiden als volgt:
Antwoord op vragen 1 en 2:
De term „geslachte dieren” in de zin van artikel 14 bis, lid 2, sub c, van verordening nr. 543/69 van de Raad van 25 maart 1969, zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 2827/77 van de Raad van 12 december 1977, heeft alleen betrekking op niet voor menselijke consumptie bestemde geslachte dieren, bestaande uit het gehele of bijna gehele lichaam van dode of geslachte dieren.
Antwoord op vragen 3 en 4:
De term „niet voor menselijke consumptie bestemde ... slachtafvallen” als omschrijving van een andere mogelijkheid tot afwijking in de zin van voormeld artikel, heeft betrekking op alle bijprodukten van het slachten die voor een ander doel dan menselijke voeding zijn bestemd, met inbegrip van de bijprodukten welke in die andere aanwendingen handelswaarde hebben.
Antwoord op vraag 5:
Een voertuig dat ook andere produkten dan niet voor menselijke consumptie bestemde geslachte dieren en slachtafvallen vervoert, komt niet in aanmerking voor de afwijking voorzien in artikel 14 bis, lid 2, sub c, van voormelde verordening.
( 1 ) Vertaald uit het Frans.
Full & Egal Universal Law Academy