Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . Het Hof moet vandaag oordelen over een zaak die de derde aflevering vormt van een lange reeks beroepen die personeelsleden van de Europese Associatie voor Samenwerking ( EAS ) hebben ingesteld, in de eerste plaats tegen de Commissie, en die alle op een of andere wijze betrekking hebben op hun overgang naar de diensten van die instelling .
2 . In de gevoegde zaken 87 en 130/77, 22/83 en 9 en 10/84 ( Salerno e.a .) ging het om het personeel van de zetel van de EAS, in de gevoegde zaken 66-68 en 136-140/83 ( Hattet e.a .) om het door de EAS op Speciaal Contract ( SC ) aangeworven personeel, gedetacheerd bij de Commissie . Zaak 119/83 ( Appelbaum ) vormt een bijzonder geval van die tweede categorie zaken .
3 . In al die zaken heeft het Hof zich uitgesproken in zijn arresten van 11 juli 1985 ( Jurispr . 1985, blz . 2423, 2459 en 2523 ).
4 . Met het onderhavige beroep, dat een derde categorie personeel van de EAS betreft, namelijk het personeel overzee, verzoeken 182 functionarissen van de EAS, die functies bekleden als gemachtigde, adviseur of attaché bij de delegaties van de Commissie in de ontwikkelingslanden, dan wel functies van bijstand of technische samenwerking in die landen, om erkenning van hun hoedanigheid van ambtenaar of subsidiair van tijdelijk functionaris van de Commissie met ingang van de datum van hun indienstneming door de EAS, die zij als een fictief lichaam beschouwen .
5 . Zij wensen overigens in elk geval de onder vigeur van hun oude regiem verkregen rechten te behouden, voor zover die rechten gunstiger zouden zijn dan de uit het Statuut voortvloeiende rechten waarop zij aanspraak maken .
6 . Daar de Commissie inmiddels op basis van verordening nr . 3018/87 van de Raad van 5 oktober 1987 ( 1 ) verzoekers als ambtenaar heeft aangesteld, is enkel nog dat laatste punt alsook de terugwerkende kracht van hun aanstelling in geschil .
7 . Ik wil er meteen aan herinneren, dat de door de Commissie opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het ontbreken van de hoedanigheid van ambtenaar bij verzoekers, op grond waarvan het Hof onbevoegd zou zijn, reeds is afgewezen in de gevoegde zaken 87 en 130/77, 22/83, 9 en 10/84, waarin het Hof verklaarde
" dat niet alleen degenen die de hoedanigheid van ambtenaar of personeelslid bezitten, mits niet die van plaatselijk functionaris, maar ook degenen die op die hoedanigheid aanspraak maken, bij het Hof beroep kunnen instellen tegen een besluit waardoor zij zich bezwaard achten" ( Jurispr . 1985, blz . 2523, 2534, r.o . 24 ).
In ieder geval kan sinds de aanstelling van verzoekers als ambtenaar de ontvankelijkheid van hun beroep niet meer worden betwist .
8 . De voornaamste stelling van verzoekers luidt, dat de EAS enkel een fictief lichaam is of althans slechts in schijn hun werkgeefster . Hun echte werkgeefster zou de Commissie zijn, waarvan de EAS slechts een administratieve eenheid is . Daarvoor noemen zij een hele reeks gegevens, die enerzijds zijn ontleend aan de verschillende betrekkingen die de EAS met de Commissie onderhoudt, en anderzijds aan het feit dat de situatie van het personeel van de EAS in menig opzicht identiek is met die van de ambtenaren of tijdelijke functionarissen van de Commissie .
9 . Vaststaat, zoals het Hof reeds constateerde in rechtsoverweging 4 van het arrest Appelbaum en in rechtsoverweging 5 van het arrest Hattet e.a ., dat de EAS hoofdzakelijk op aanwijzing en onder toezicht van de Commissie werkzaam was .
10 . Niettemin heeft het Hof in zijn eerder genoemd arrest Salerno ( Jurispr . 1985, blz . 2523 ) vastgesteld, dat de EAS naar Belgisch recht is opgericht als internationale vereniging zonder winstoogmerk en dat enkel de Belgische rechter kan uitmaken of zij wat haar oprichting en functioneren betreft, voldoet aan de door het Belgische recht gestelde criteria ( r.o . 41 ). Bovendien heeft het Hof duidelijk vastgesteld, dat "de EAS en niet de Commissie de werkgeefster van verzoekers was" ( r.o . 50 ). Het Hof heeft dus de stelling verworpen als zou de EAS als een administratieve eenheid van de Commissie of als een juridische fictie zijn te beschouwen ( zie met name r.o . 47 ).
11 . Verzoekers bevestigen trouwens door hun eigen opstelling de juistheid van de redenering van het Hof .
12 . Terwijl zij volhouden nooit iets anders te zijn geweest dan ambtenaar van de Commissie, maken zij immers aanspraak op "het behoud van de onder vigeur van hun oude regiem verkregen rechten, voor zover die rechten gunstiger zouden zijn dan de rechten op grond van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of subsidiair van de regeling voor tijdelijke functionarissen van de Europese Gemeenschappen ".
13 . Indien zij echter onder een gunstiger regiem vielen dan de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, in die zin dat zij een buitenlandvergoeding, een vergoeding voor dienst overzee, een huisvestingstoelage enzovoort ontvingen, dan bezaten zij die hoedanigheid niet . Vóór de vaststelling van verordening ( Euratom, EGKS, EEG ) nr . 3019/87 van de Raad van 5 oktober 1987 tot vaststelling van bijzondere afwijkende bepalingen voor de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen die zijn tewerkgesteld in een derde land ( 2 ), hadden die ambtenaren immers geen recht op zulke vergoedingen .
14 . Rest mij iets te zeggen over het middel ontleend aan discriminatie van verzoekers ten opzichte van de personeelsleden-SC en de functionarissen van de zetel van de EAS, die allen lang vóór hen als ambtenaar zijn aangesteld .
15 . Inderdaad heeft het Hof in de arresten Hattet e.a . en Appelbaum, schending vastgesteld van het beginsel van gelijke behandeling bij de aanwerving van het personeel-SC, respectievelijk van het personeel van de zetel van de EAS . Het Hof verwierp in het bijzonder het verweer van de Commissie, dat de Raad op het moment van de feiten enkel voor het aanwerven van het personeel van de zetel maatregelen in afwijking van het Statuut had voorzien .
16 . Het Hof heeft evenwel de besluiten van de Commissie houdende aanstelling van die verzoekers als ambtenaar op proef en als ambtenaar, enkel nietig verklaard voor zover het hun rang en salaristrap betrof . In een later arrest heeft het Hof nog eens verklaard, dat de overwegingen die het in die arresten
" aan de ongelijke behandeling van personeelsleden-SC ten opzichte van de personeelsleden van de zetel van de EAS heeft gewijd, slechts betrekking hadden op de vaststelling van de rang en de salaristrap van verzoekers door de besluiten waarbij zij als ambtenaar op proef werden aangesteld, en niet op de datum met ingang waarvan deze besluiten golden" ( arrest van 5 oktober 1988, gevoegde zaken 314 en 315/86, Szy-Tarisse en Feyaerts, Jurispr . 1988, blz . 6013, 6028, r.o . 17 ).
17 . In casu nu betwisten verzoekers, die intussen zijn aangeworven op basis van verordening nr . 3018/87, niet meer de ingangsdatum daarvan, zodat in het onderhavige beroep geen schending van het beginsel van gelijke behandeling kan worden vastgesteld .
18 . Om deze redenen geef ik het Hof in overweging, het beroep als ongegrond te verwerpen en te verstaan, dat ingevolge de artikelen 69, paragraaf 2, en 70 van het Reglement voor de procesvoering elk der partijen de eigen kosten zal dragen .
(*) Oorspronkelijke taal : Frans .
( 1 ) Verordening ( Euratom, EGKS, EEG ) nr . 3018/87 van de Raad van 5 oktober 1987 tot invoering van bijzondere overgangsmaatregelen betreffende de aanwerving van overzee tewerkgestelde personeelsleden van de Europese Associatie voor Samenwerking als ambtenaren van de Europese Gemeenschappen ( PB 1987, L 286, blz . 1 ).
( 2 ) PB 1987, L 286, blz . 3 .
Full & Egal Universal Law Academy