CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
G. F. MANCINI
van 17 januari 1985 ( *1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1.
De zaken waarin ik heden heb te concluderen, betreffen twee verzoeken om een prejudiciële beslissing van het Hessische Finanzgericht, dat u deze zaak heeft voorgelegd in het kader van een voor die rechterlijke instantie aanhangig geding tussen Nicolet Instrument GmbH en het Hauptzollamt Frankfurt/Main-Flughafen. De verwijzende rechter vraagt u inzonderheid om een uitspraak over de geldigheid van twee beschikkingen van de Commissie, gegeven op basis van de regeling inzake de invoer met vrijstelling van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard. In beide beschikkingen wordt vastgesteld, dat de computers van Nicolet Instrument geen apparaten van wetenschappelijke aard zijn en bijgevolg niet met vrijstelling van rechten in de Gemeenschap kunnen worden ingevoerd. Partijen in beide gedingen zijn dezelfde en de door hen bij het Hof ingediende opmerkingen zijn gelijkluidend. Ik kan de aangevoerde argumenten dus tezamen behandelen.
2.
Ik zal beginnen met een samenvatting van de feiten in zaak 6/84. Nicolet Instrument GmbH te Offenbach/Main, een Duitse dochter van de gelijknamige firma uit de Verenigde Staten, voerde in de tweede helft van 1980 uit de Verenigde Staten vier computers genaamd „Nicolet-Data Acquisition System, model MED-80” in de Bondsrepubliek Duitsland in. Twee van deze apparaten waren bestemd voor de Uni-versitäts-Nervenklinik te Erlangen, de beide andere respectievelijk voor het zoölogisch instituut van de Universiteit te Bonn en de Sportärztliche Hauptberatungsstelle van het land Hessen. De firma Nicolet verzocht het bevoegde douanekantoor (Frankfurt-Flughafen) voor deze invoer om vrijstelling van douanerechten. Aanvankelijk verleende het bureau voorlopige vrijstelling doch naderhand, na een onderzoek door de Zolltechnische Prüfungs- und Lehranstalten te Berlijn en München, trok het Hauptzollamt de vrijstelling in en vorderde het bij wijzigingsbeschikkingen van 8 en 30 september en 5 oktober 1981 van Nicolet Instrument alsnog een bedrag van meer dan DM 29000 aan douanerechten. Het overwoog in zijn beschikking, dat het apparaat geen objectieve kenmerken bezat op grond waarvan het „specifiek bestemd was voor wetenschappelijk onderzoek”.
Nicolet Instrument diende daartegen een bezwaarschrift in; nadat de Bondsrepubliek Duitsland de Commissie had verzocht de procedure van artikel 7 van verordening nr. 2784/79 van 12 december 1979 (PB 1979, L 318, biz. 32) in te leiden, gaf de Commissie op 27 juli 1982 beschikking nr. 82/549 (PB 1982, L 237, biz. 41), waarin zij overwoog dat het apparaat niet van wetenschappelijke aard was en derhalve niet met vrijstelling kon worden ingevoerd. Tegen de dienovereenkomstige beschikkingen van de Duitse douane kwam Nicolet Instrument in beroep bij het Finanzgericht Frankfurt, stellende dat de beschikking nietig was daar zij was vastgesteld op grond van een rapport van deskundigen die niet competent waren om het apparaat te beoordelen. Hiertoe legde verzoekster een rapport van professor Peper van de Universiteit van Saarland over, inhoudende dat het apparaat is ontworpen voor gebruik in laboratoria voor wetenschappelijk onderzoek, zodat het weliswaar mogelijk doch niet economisch is het voor andere doeleinden te gebruiken. Het Finanzgericht heeft de behandeling van de zaak bij beschikking van 13 december 1983 geschorst en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzocht om een prejudiciële beslissing over de geldigheid van beschikking 82/549.
Thans de feiten in zaak 30/84. In hetzelfde jaar 1980 voerde Nicolet Instrument een computer genaamd „Nicolet-Data Acquisition and Processing System, model NIC 1180” uit de Verenigde Staten in, bestemd voor het Institut für physikalische Chemie van de Universiteit te Keulen. Ook hier verleende het Zollamt vrijstelling van douanerechten, doch het herriep deze vrijstelling naderhand en vorderde betaling van een bedrag van meer dan DM 6500 aan douanerechten. Nicolet Instrument diende een bezwaarschrift in tegen de wijzigingsbeschikking; dit werd door het Zollamt op 16 juli 1982 afgewezen onder verwijzing naar beschikking 80/716 van 7 juli 1980 (PB 1980, L 191, biz. 31), waarin de Commissie de wetenschappelijke aard van het apparaat bij eerdere invoer in de Gemeenschap had ontkend.
Daarop kwam Nicolet Instrument in beroep bij het Hessische Finanzgericht, waar zij betoogde dat de door de Commissie ingeschakelde deskundigen niet voldoende deskundig waren om de wetenschappelijke aard van de computer te beoordelen. Tot staving van deze bewering legde verzoekster een tweede deskundigenrapport over, opgesteld door professor Schrader van de Universiteit te Essen, waarin deze verklaart dat de computer juist bijzonder geschikt is voor wetenschappelijk onderzoek. Bij beschikking van 16 januari 1984 heeft het Finanzgericht de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de geldigheid van beschikking 80/716.
3.
In haar schriftelijke opmerkingen heeft de Commissie betoogd,
a)
dat Nicolet Instrument niet bevoegd is voor de Duitse rechter op te treden;
b)
dat zij na het verstrijken van de termijn voor een beroep tot nietigverklaring krachtens artikel 173 EEG-Verdrag in geen geval met een beroep op artikel 177 een uitspraak over de geldigheid van een handeling van een instelling van de Gemeenschap kan vragen.
Ter terechtzitting heeft de gemachtigde van de Commissie dit argument tegen de ontvankelijkheid echter uitdrukkelijk laten vallen. Daarom acht ik het niet zinvol hierop thans verder in te gaan; ik wil ermee volstaan op te merken, dat beide argumenten in het licht van de rechtspraak van het Hof volstrekt onhoudbaar zijn (zie voor het eerste argument het arrest van 7 juli 1981 in zaak 158/80, Rewe, Jurispr. 1981, blz. 1805, en voor het tweede het arrest van 27 september 1983 in zaak 216/82, Universität Hamburg, Jurispr. 1983, blz. 2771).
Ik moge dan overgaan tot de behandeling van de zaak ten gronde, waarbij moet worden opgemerkt, dat Nicolets bezwaren tegen de beschikkingen nrs. 82/549 en 80/716 zijn geformuleerd als beroepsmiddelen, ondanks het prejudiciële karakter van het geding. Nicolet voert tegen beide beschikkingen aan:
1)
gebrek aan motivering;
2)
schending van wezenlijke vormvoorschriften en
3)
kennelijk onjuiste beoordeling en rechtsdwaling.
Laat ik maar dadelijk zeggen, dat naar mijn mening de eerste twee grieven ongegrond
zijn en de derde gegrond is. In bovenstaande volgorde zal ik thans mijn standpunt uiteenzetten..
Met betrekking tot het motiveringsgebrek betoogt Nicolet Instrument, dat de beschikkingen alleen de adviezen van de door de Commissie. geraadpleegde deskundigen weergeven; daarbij worden echter geen gegevens feitelijk en rechtens vermeld waarmee de Commissie voor haar beschikking rekening heeft gehouden. Hier helpt echter het arrest van 25 oktober 1984 in zaak 185/83 (Jurispr. 1984, blz. 3623), in een identiek geval. Daarin overwoog het Hof, dat de door artikel 190 EEG-Verdrag verlangde motivering weliswaar de redenering van de communautaire instantie duidelijk en ondubbelzinnig dient te doen uitkomen, opdat de belanghebbenden de rechtvaardigingsgronden van de getroffen maatregel kunnen kennen, maar dat niet is vereist, dat alle verschillende gegevens die feitelijk of rechtens relevant zijn erin worden vermeld. Bij de vraag, of de motivering van een beschikkig aan deze vereisten voldoet, moet niet alleen acht worden geslagen op de tekst ervan, doch ook op de context waarin zij is gegeven, en op het geheel van rechtsvoorschriften die de betrokken materie beheersen. In deze zaak oordeelde h.et Hof dat de motivering van de bestreden beschikking ondanks haar laconiek karakter toch aan de minimumeisen van artikel 190 EEG-Verdrag voldeed, in aanmerking genomen dat de beschikking was gericht tot de Lid-Staten die hadden deelgenomen aan de vergaderingen van de groep deskundigen en genoegzaam op de hoogte waren van de details van de zaak om de draagwijdte van de beschikking te kunnen beoordelen. Zij bevatte ook de nodige gegevens om het betrokken wetenschappelijk instituut in staat te stellen te beoordelen, of de beschikking op een kennelijke vergissing of op misbruik van bevoegdheid berustte (r.o. 38 en 39). Deze overwegingen zijn in casu woord voor woord van toepassing; de opvatting van Nicolet Instrument is dus niet houdbaar.
Volgens Nicolet Instrument zijn beide beschikkingen voorts ongeldig wegens schending van wezenlijke vormvoorschriften, in het bijzonder het recht te worden gehoord, dat meer in het bijzonder wordt beschermd in artikel 20 van de Duitse Grondwet. Ook op dit punt geeft genoemd arrest van het Hof van 25 oktober 1984 een antwoord dat geen ruimte voor twijfel laat. Daarin overweegt het Hof, dat volgens het gemeenschapsrecht terzake (inzonderheid verordening nr. 2784/79 van de Commissie) degene die om vrijstelling verzoekt geen recht heeft om deel te nemen aan het onderzoek door het Comité, dat voornamelijk bestaat in een gedachtenwisseling tussen de deskundigen van de Lid-Staten; voorts heeft hij geen recht op verweer voordat de Commissie de beschikking vaststelt.
4.
Als derde middel voert Nicolet Instrument aan, dat de beschikkingen van de Commissie berusten op een duidelijk onjuiste beoordeling van de apparaten en op rechtsdwaling, dat wil zeggen schending van de voorschriften die de wetenschappelijke aard van een instrument definiëren. Tot staving van deze opvatting legt Nicolet Instrument twee technische deskundigenrapporten over. Zoals gezegd, luidt het rapport van professor Peper dat het instrument van het type „Nicolet-Data. Acquisition System, model MED-80” is ontwikkeld voor gebruik in onderzoeklaboratoria, zodat ander gebruik mogelijk doch niet economisch is. Volgens professor. Schrader zijn de prestaties die het apparaat van het type „Nicolet-Data Acquisition and Processing System, model NIG-1180” kan verrichten, van te hoog niveau voor een nuttig gebruik voor industriële en commerciële doeleinden. Het is dus speciaal aangepast aan het wetenschappelijk onderzoek.
De Commissie is een geheel andere mening toegedaan. De deskundigen van het Comité Douanevrijstellingen zijn volgens haar tot de conclusie gekomen, dat de onderhavige computers niet „uitsluitend of hoofdzakelijk geschikt zijn voor het verrichten van wetenschappelijke activiteiten” (artikel 3 van verordening nr. 1798/75, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1027/79 van 8 mei 1979), Zij kunnen ook voor andere dan wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt.
Een enkel woord over de voorschriften die gelden voor het begrip „wetenschappelijk instrument of apparaat”. Zoals bekend, bestond in de oorspronkelijke versie van verordening nr. 1798/75 geen duidelijkheid omtrent dit begrip, en is het eerst in verordening nr. 1027/79 nauwkeurig omschreven. In mijn conclusie in zaak 234/83 heb ik echter gesteld, dat deze bron niets belangrijks toevoegt aan hetgeen reeds kon worden afgeleid en het Hof ook heeft afgeleid (arrest van 2 februari 1978 in zaak 72/77, Jurispr. 1978, blz. 189) uit de oorspronkelijke versie. Ik meen daarom dat de wijziging van de verordening irrelevant is. Ęn indien dit juist is, heeft het geen zin om in te gaan op vraagstukken die samenhangen met de achtereenvolgens vastgestelde bepalingen.
Daarentegen moet wel worden vastgesteld, of de hierbedoelde computers als „wetenschappelijke apparaten” kunnen worden beschouwd: Zoals gezegd: wordt dit door de Commissie betwist. Zij betoogt, onder verwijzing naar het arrest in zaak 30/84, dat een computer slechts van wetenschappelijke aard is wanneer hij zeer nauw iverbonden is met een wetenschappelijk apparaat, bijvoorbeeld wanneer hij een telescoop „stuurt”. Met betrekking tot de in zaak 6/84 bedoelde apparaten acht zij de omstandigheid, dat zij in een medische kliniek of een zoölogisch instituut van de universiteit worden gebruikt, onvoldoende om van wetenschappelijke apparaten te kunnen spreken. Dit zou slechts mogelijk zijn, voor zover de apparaten worden ingezet in het kader van het onderzoek of het onderwijs.
Deze opvatting, die in het algemeen de wetenschappelijke aard aan computers ontzegt, moet worden verworpen. Het arrest van 17 maart 1983 (zaak 294/81, Control Data, Jurispr. 1983, blz. 911) laat op dit punt geen twijfel bestaan. Ook in dat geval had de Commissie betwist, dat een computer een wetenschappelijk instrument is, omdat daarmee geen natuurkundige grootheden óf eigenschappen kunnen worden gemeten, vastgesteld, gewijzigd of verwerkt. Het Hof verklaarde daarentegen, dat de computer in vele sectoren het enige werktuig is dat de onderzoeker kan gebruiken, omdat alleen daarmee binnen een aanvaardbaar tijdsbestek, uiterst ingewikkelde doch voor het onderzoek noodzakelijke vergelijkingen kunnen worden verricht. Inderdaad is het mogelijk — aldus het Hof— dat de computer voor andere doeleinden wordt gebruikt, doch dit is niet van invloed, op het wetenschappelijk karakter dat de computer bezit telkens wanneer hij „hoofdzakelijk geschikt is voor de verwezenlijking van wetenschappelijke activiteiten”.
Mitsdien moet worden geconcludeerd, dat de Commissie bij de vaststelling van beide beschikkingen niet, gelijk de communautaire regeling voorschrijft, is uitgegaan van de bijzondere eigenschappen van de onderhavige computers. Daarentegen heeft zij zich gebaseerd op een algemene.opvatting —.de in beginsel niet-wetenschappelijke aard van computers -, die volgens de rechtspraak van het Hof niet.door die regeling wordt gedekt.
5.
Om bovenstaande redenen geef ik het Hof in overweging, de door het Hessische Finanzgericht bij beschikkingen van 13 december 1983 (zaak 6/84) en 16 januari 1984 (zaak 30/84) gestelde vragen te beantwoorden als volgt:
De beschikkingen nrs. 82/549 van 27 juli 1982 en 80/716 van de Commissie van 7 juli 1980 (respectievelijk PB nr. L 237, biz. 41 en nr. L 191, biz. 31), waarin wordt vastgesteld dat de apparaten genaamd rescpectievelijk „Nicolet-Data Acquisition System, model MED-80” en „Nicolet-Data Acquisition and Processing System, model NIC-1180” niet met vrijstelling van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief kunnen worden ingevoerd, zijn ongeldig.
( *1 ) Vertaald uit hel Italiaans.
Full & Egal Universal Law Academy