CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL
SIR GORDON SLYNN
van 12 februari 1985 ( *1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
In de onderhavige zaak is het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de vraag, of de bereiding van bepaalde tafelwijnen door versnijding en de verkoop daarvan onder bijzondere benamingen verenigbaar is met de communautaire wijnverordeningen.
Het Franse Openbaar Ministerie en de Service de la Repression des Fraudes beschuldigen verdachten ervan, tussen januari en augustus 1981 een koper te hebben misleid of te hebben gepoogd te misleiden door wijn, verkregen door versnijding van Italiaanse roséwijn met rode tafelwijnen uit verschillende Lid-Staten van de Gemeenschap, als rosé tafelwijn aan te bieden. Volgens de vervolgende instanties moet roséwijn worden bereid uit druiven met gekleurde schil en wit of gekleurd vruchtvlees, volgens het procédé van de „vinification en blanc” (gisting zonder schil), wat licht gekleurde wijnen geeft. Volgens de aan het Hof verstrekte gegevens komt deze omschrijving niet voor in de Franse wettelijke regeling, maar is zij in de Franse rechtspraak aanvaard. Zich aansluitend bij deze rechtspraak stellen de vervolgende instanties, dat het als roséwijn. verkopen van een volgens een andere methode vervaardigd produkt een bedrieglijke handelspraktijk vormt. De Fédération nationale des producteurs de vins de table et vins de pays, die zich als civiele partij in het geding heeft gevoegd en uit dien hoofde van verdachten aanzienlijke schadevergoeding vordert, is dezelfde mening toegedaan.
De zaak diende voor het Tribunal correctionnel te Montpellier, dat verdachten ontsloeg van rechtsvervolging. De Cour d'appel te Montpellier, waar hoger beroep werd ingesteld, heeft het Hof krachtens artikel 177 de volgende vraag voorgelegd :
„Laat de huidige gemeenschapsregeling toe, dat in de Gemeenschap rode en roséwijnen van oorsprong uit een willekeurig gebied van de Gemeenschap worden versneden en in de Gemeenschap onder de benaming vin rosé DPCE of vin rouge DPCE op de markt worden gebracht?”
De Fédération nationale, verdachten in de hoofdzaak, de Commissie en de Italiaanse Regering hebben schriftelijke opmerkingen ingediend en waren ter terechtzitting aanwezig. De Commissie en de Italiaanse Regering hebben verdachten ondersteund, zij het op enigszins verschillende gronden.
De prejudiciële vraag stelt twee verschillende problemen aan de orde, het verbod op de produktie en verkoop van door versnijding verkregen wijn alsmede de omschrijving en etikettering.
Het verbod op de produktie en verkoop
Vaststaat dat er geen communautaire definitie van roséwijn bestaat. In Frankrijk is er kennelijk ook geen nauwkeurige definitie. Gezien de grote verscheidenheid aan roséwijnen, zijn pogingen om tot een definitie te komen vruchteloos gebleken. De gemeenschapsregeling bevat evenmin een definitie van witte wijn of rode wijn.
Voor de toepassing van de gemeenschapsverordeningen is het begrip „versnijding” omschreven in artikel 2 van verordening nr. 3282/73 van de Commissie (PB 1973, L 337, blz. 20). In wezen wordt onder „versnijding” verstaan de vermenging van wijnen of van most, afkomstig uit verschillende Lid-Staten of wijnbouwzones, of van verschillende geografische herkomst, wijnstokrassen of oogstjaren, alsmede de vermenging van „verschillende categorieën” most of wijn. Blijkens de laatste alinea van artikel 2, lid 2, — waarin wordt bepaald dat roséwijn voor de toepassing van dit lid als rode wijn wordt beschouwd — is de vermenging van roséwijn met rode wijn geen vermenging van „verschillende categorieën” wijn en derhalve geen versnijding. In het onderhavige geval gaat het evenwel om vermenging van Italiaanse wijn met rode wijn uit verscheidene andere Lid-Staten, zodat hier wel degelijk sprake is van versnijding in de zin van de gemeenschapsdefinitie, hoewel volgens verdachten „assemblage” een juistere term zou zijn.
Volgens de Commissie verbiedt artikel 6, lid 1, sub a, van verordening nr. 338/79 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (PB 1979, L 54, biz. 48) de versnijding van dergelijke kwaliteitswijnen.
Het onderhavige geding betreft evenwel geen kwaliteitswijnen, maar tafelwijnen. Artikel 43 van verordening nr. 337/79 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB 1979, L 54, biz. 1) handelt over de versnijding van tafelwijn. Dienaangaande bepaalt artikel 43, lid 1:
„Behoudens het bepaalde in de hiernavolgende leden kan versneden wijn slechts dan tafelwijn zijn indien hij is verkregen door het versnijden van tafelwijnen onderling...”
Het algemene verbod op de versnijding van witte tafelwijn met rode tafelwijn in lid 3 belet echter niet, dat „in bepaalde nader vast te stellen gevallen” witte en rode wijnen worden vermengd, mits het verkregen produkt de kenmerken van rode tafelwijn heeft. Blijkbaar zijn nog geen dergelijke gevallen vastgesteld. Lid 4 verbiedt het versnijden van wijn uit de Gemeenschap met wijn van oorsprong uit een derde land, alsmede het onderling versnijden op het geografische grondgebied van de Gemeenschap van wijnen van oorsprong uit derde landen, behalve wanneer dit in de vrije zones gebeurt en de daardoor verkregen wijn bestemd is voor verzending naar een derde land of wanneer de Raad van de Gemeenschappen een afwijking heeft toegestaan.
Betwist wordt, of zogenoemde „roséwij-nen” enkel rechtmatig kunnen worden bereid volgens het door de Fédération voorgestane procédé. Verdachten beweren dat ook andere procédés voor de bereiding van roséwijn, zoals versnijding, kunnen worden aanvaard en dat de betrokken produkten de verbruiker niet misleiden, zeker niet wanneer een passende etikettering is aangebracht. Uit artikel 2, lid 2, van verordening nr. 3282/73 blijkt dat er een grote verscheidenheid van roséwijnen is, die alle tot de groep van de rode wijnen behoren. Dienaangaande merkt de Commissie nog op, dat roséwijnen met rode wijnen worden gelijkgesteld krachtens artikel 6, lid 1, van verordening nr. 2373/83 van de Commissie (PB 1983, L 232, blz. 5) en artikel 1, sub II, van verordening nr. 3676/83 van de Commissie (PB 1983, L 366, blz. 47).
De Fédération voert aan dat, hoewel de vermenging van rode wijn en witte wijn of rode wijn en roséwijn volgens de gemeenschapsverordeningen onder bepaalde voorwaarden toelaatbaar is, de aldus verkregen wijnen niet als roséwijnen mogen worden verkocht. Daar in de gemeenschapsregeling geen bepaling voorkomt waarin dit punt uitdrukkelijk wordt geregeld, staat het de Lid-Staten vrij eigen regels vast te stellen en is de Franse regeling, volgens welke enkel de volgens de aloude gebruiken bereide wijn als roséwijn mag worden verkocht, rechtmatig en afdwingbaar.
Het is duidelijk dat het versnijden van rode tafelwijn en rosé tafelwijn die beide van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, door artikel 43 van verordening nr. 337/79 niet uitdrukkelijk wordt verboden. Evenmin wordt een dergelijke versnijding door de gemeenschapsregeling uitdrukkelijk toegestaan.
Anderzijds wordt er in artikel 43 zonder meer van uitgegaan dat versnijding van tafelwijnen zal voorkomen, en worden daarin, zoals ik het lees, de voorwaarden bepaald waaronder de versnijding van dergelijke wijnen toelaatbaar is. Er zijn derhalve beperkingen gesteld aan het gebruik van wijnen die tot tafelwijnen kunnen worden verwerkt en aan de vermenging van rode wijn en witte wijn. Zo ook bevatten de etiketteringsvoorschriften van artikel 2, lid 1, sub d, van verordening nr. 355/79 van de Raad (PB 1979, L 54, blz. 99) algemene bepalingen voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost. Voor tafelwijn die het resultaat is van versnijding van produkten van oorsprong uit verscheidene Lid-Staten dient het etiket de woorden „wijn uit verschillende landen van de Europese Gemeenschap” te bevatten. Verordening nr. 340/79 van de Raad (PB 1979, L 54, blz. 60) omschrijft de soorten rode tafelwijn en witte tafelwijn met het oog op de vaststelling van de oriëntatieprijzen, maar zwijgt over rosé tafelwijnen.
Uit de arresten in de zaken 83/78 (Pigs Marketing Board, Jurispr. 1978, blz. 2347) en 56/80 (Weigand, Jurispr. 1981, blz. 583) blijkt dat, zodra de Gemeenschap een gemeenschappelijke marktordening tot stand heeft gebracht, de Lid-Staten geen daarmee strijdige maatregelen mogen vaststellen of toepassen.
Volgens de Commissie heeft de Gemeenschap met betrekking tot de onderhavige materie een allesomvattende regeling uitgevaardigd, die geen ruimte laat voor nationale maatregelen ter zake van het versnijden van wijn uit verschillende Lid-Staten ter bereiding van roséwijnen.
Uit zaken als nr. 237/82 (Jongeneel Kaas, Jurispr. 1984, blz. 483) en 16/83 (Prantl, Jurispr. 1984, blz. 1299) blijkt, dat de vraag of gemeenschapsvoorschriften die deel uitmaken van een gemeenschappelijke marktordening, de vaststelling of handhaving van nationale maatregelen uitsluiten, voorzichtig moet worden beantwoord. Het loutere bestaan van een aantal voorschriften betreffende een bepaald landbouwprodukt sluit niet noodzakelijkerwijs elke nationale maatregel inzake de produktie of de verkoop van dat produkt uit. In elk concreet geval moeten de aard en het doel van de betrokken gemeenschapsregeling in aanmerking worden genomen.
In de zaken 204/80 (Vedel, Jurispr. 1982, blz. 465) en 16/83 (Prantl), oordeelde het Hof, dat de wijnverordeningen van de Gemeenschap geen uitputtende regeling van het geschilpunt inhielden. In de zaak Vedel werd geoordeeld, dat voor aperitieven op basis van wijn helemaal geen gemeenschapsregeling bestond. In de zaak Prantl besliste het Hof, dat de gemeenschapsregeling niet in de weg staat aan nationale maatregelen waarbij het gebruik van flessen van een bepaalde vorm, de zogenaamde „Bocksbeu-tel”, aan wijn van bepaalde oorsprong wordt voorbehouden. Dat arrest had inzonderheid betrekking op artikel 40, lid 2, van verordening nr. 355/79, bepalende dat „het gebruik van recipiënten kan worden onderworpen aan bepaalde nader vast te stellen voorwaarden, waardoor met name gewaarborgd wordt:... b) dat de produkten naar kwaliteit en oorsprong kunnen worden onderscheiden”. Een van die verordeningen was in feite vastgesteld om het gebruik van de zogenoemde „flûte d'Alsace” te regelen. Het Hof oordeelde, dat de vaststelling van uitvoeringsbepalingen betreffende een bepaald type van flessen niet in de weg stond aan nationale maatregelen betreffende andere types van flessen. Daartoe overwoog het Hof, dat de vorm van de flessen voor de gemeenschappelijke marktordening slechts van bijkomend belang was.
Voor versnijding ligt de zaak mijns inziens anders. Zoals gezegd bevatten de wijnverordeningen van de Gemeenschap een aantal bepalingen over het versnijden van tafelwijn, die, anders dan in de zaak Prantl, geen verdere communautaire uitvoeringsbepalingen behoeven. Daarbij komt dat die bepalingen voor de gemeenschappelijke marktordening geenszins van bijkomend belang zijn. Integendeel, zij raken de kern van de zaak, vermits zij betrekking hebben op de produktie en de behandeling van de wijn. Artikel 43 behoort tot titel IV van verordening nr. 337/79 („Voorschriften betreffende sommige oenologische procédés en het in de handel brengen”), de kern van die verordening.
Artikel 43, lid 1, moet mijns inziens aldus worden begrepen dat, behoudens het in de volgende leden van dit artikel bepaalde, versnijding van tafelwijnen uit verschillende Lid-Staten is toegestaan en door de Lid-Staten niet mag worden verboden. Dit geldt eveneens voor de verkoop van het daardoor verkregen produkt. De gemeenschapsbepalingen bestrijken immers de gehele materie.
De prejudiciële vraag is erop gericht te vernemen, of de „gemeenschapsregeling” de produktie en de verkoop van de betrokken wijn toelaat. Dit mag niet worden opgevat in de enge betekenis van „verordeningen”. De formulering is ruim genoeg om ook de vraag te omvatten, of een dergelijke praktijk in strijd kan zijn met de artikelen 30 en 36 EEG-Verdrag. Deze vraag is in elk geval relevant, indien het Hof ten aanzien van het eerste punt een ander standpunt mocht innemen.
Een verbod op de produktie of verkoop van wijn die is verkregen door versnijding van uit een andere Lid-Staat ingevoerde wijn met een of meer andere wijnen, vormt mijns inziens een daadwerkelijke of potentiële, al dan niet rechtstreekse invoerbelemmering en dient op die grond als een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve beperking in de zin van artikel 30 te worden aangemerkt. In zaak 119/78 (Peureux, Jurispr. 1979, blz. 975) oordeelde het Hof, dat het verbod om ingevoerde produkten te distilleren in strijd was met artikel 30. Het enige materiële verschil tussen de twee maatregelen is, dat de onderhavige, anders dan die in de zaak Peureux, zonder onderscheid op het versnijden van ingevoerde en Franse wijnen van toepassing is. Gelijk in zaak 120/78 („Cassis de Dijon”, Jurispr. 1979, blz. 649) en een lange reeks latere arresten werd vastgesteld, valt de maatregel daardoor echter nog niet buiten de werkingssfeer van artikel 30.
Bovendien wordt het betrokken verbod niet gerechtvaardigd door enige in het gemeenschapsrecht aanvaarde grond. De enige rechtvaardiging zou kunnen bestaan in de bescherming van de consument en het voorkomen van oneerlijke concurrentie. Een verbod op de produktie en de verkoop van het betrokken produkt kan evenwel niet op die gronden worden gerechtvaardigd, daar de consument door een passende etikettering afdoende kan worden beschermd. Gelet op artikel 2, lid 1, sub d, van verordening nr. 355/79 moet een etiket met de vermelding „wijn uit verschillende landen van de Europese Gemeenschap” voldoende worden geacht om de consument ervan op de hoogte te brengen dat het om een mengsel gaat.
Hieruit volgt dat, zelfs al zouden de gemeenschapsverordeningen niet uitputtend zijn, een Lid-Staat in elk geval in strijd met artikel 30 handelt, wanneer hij het versnijden van ingevoerde wijn met andere wijn verbiedt in omstandigheden waaronder dit krachtens de gemeenschapsverordeningen niet is verboden, of de verkoop van het aldus verkregen produkt verbiedt.
Omschrijving en etikettering
Zo het juist is, dat de verkoop van het betrokken soort tafelwijn naar nationaal recht niet kan worden verboden, rijst de vraag of de omschrijvingen „vin rosé DPCE” of „vin rouge DPCE” mogen worden gebruikt.
Zoals gezegd, bepaalt artikel 43, lid 1, van verordening nr. 337/79 dat het resultaat van de versnijding van twee tafelwijnen zelf een tafelwijn is. Bijgevolg waren de door verdachten in het hoofdgeding verkochte wijnen tafelwijnen. Ingevolge artikel 2, lid 1, sub a, van verordening nr. 355/79 diende derhalve op het etiket het woord „tafelwijn” te worden vermeld.
Bovendien eist artikel 2, lid 1, sub d, van laatstgenoemde verordening, dat het etiket van tafelwijn die het resultaat is van versnijding van produkten van oorsprong uit verscheidene Lid-Staten, de woorden „wijn uit verschillende landen van de Europese Gemeenschap” bevat. Artikel 2, lid 1, sub d, is op wezenlijke punten gewijzigd bij verordening nr. 1016/81 van de Raad (PB 1981, L 103, biz. 7). Deze verordening trad in werking in april 1981, in de periode derhalve waarin de onderhavige feiten zich hebben voorgedaan. Met betrekking tot het hier aan de orde zijnde geschilpunt neemt zij de eerdere verordening evenwel grotendeels over.
De vraag van de verwijzende rechter heeft betrekking op de omschrijvingen „vin rosé DPCE” en „vin rouge DPCE”. Volgens mij voldoet de vervanging van de woorden „de différents pays de la Communauté européenne” (uit verschillende landen van de Europese Gemeenschap) door het letterwoord DPCE niet aan het vereiste van artikel 2, lid 1, sub d. Aan het Hof is niet meegedeeld, of de Franse consumenten het letterwoord „DPCE” begrijpen. Maar daar gaat het niet om. Feit is, dat artikel 2, lid 1, sub d, de te gebruiken formule volledig weergeeft en het gebruik van een dergelijk letterwoord niet toelaat. Hier moet een vergelijking worden gemaakt met artikel 12, lid 2, sub j, van dezelfde verordening en artikel 16, lid 5, van verordening nr. 338/79, waarin uitdrukkelijk is voorzien dat de woorden „vin de qualité produit dans une région déterminée” („in een bepaald gebied voortgebrachte kwaliteitswijn”) op het etiket mogen worden vervangen door het letterwoord „v.q.p.r.d.”
De vereisten van de verschillende alinea's van artikel 2, lid 1, zijn cumulatief. Op een etiket met de woorden „wijn uit verschillende landen van de Europese Gemeenschap” moet dus ook het woord „tafelwijn” voorkomen: het voldoen aan het vereiste van lid 1, sub d, heeft niet tot gevolg, dat niet behoeft te worden voldaan aan lid 1, sub a. Dit blijkt uit andere vereisten in artikel 2, lid 1, zoals het vereiste in lid 1, sub b, dat het nominale volume van de wijn, vergezeld van de kleine letter „e” op het etiket moet worden vermeld. Het is duidelijk dat de consument uit de door artikel 2, lid 1, sub b, vereiste gegevens niet kan afleiden dat het produkt een tafelwijn is. Bijgevolg moet ook het woord „tafelwijn” op het etiket worden vermeld.
De omschrijvingen „vin rosé DPCE” en „vin rouge DPCE” voldoen niet aan verordening nr. 355/79. In plaats daarvan diende het etiket de woorden „vin de table de différents pays de la Communauté européenne” („tafelwijn uit verschillende landen van de Europese Gemeenschap”) te vermelden. Dezelfde informatie mocht ongetwijfeld in een licht gewijzigde vorm worden gegeven, zoals „vin de table — vin de différents pays de la Communauté européenne”, op voorwaarde dat de door de verordening geëiste woorden in een niet misleidende vorm werden gebruikt.
Ingevolge artikel 2, lid 2, sub a, van verordening nr. 355/79 kunnen de aanduidingen op het etiket worden aangevuld met de vermelding of het rode wijn, roséwijn of witte wijn betreft. Dit is facultatief. Niettemin behoeft het nauwelijks vermelding dat, wanneer een handelaar daarvoor opteert, de vermelding juist moet zijn. Krachtens artikel 43, lid 1, van dezelfde verordening mogen de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn geen aanleiding kunnen geven tot verwarring over aard, oorsprong en samenstelling ervan. Een onjuiste vermelding van de kleur van de wijn op het etiket is in strijd met deze bepaling.
In de onderhavige zaak stellen de beschikbare gegevens het Hof niet in staat te oordelen, of het soort wijn dat door verdachten in het hoofdgeding is verkocht, als roséwijn dan wel als rode wijn moest worden omschreven. Zoals gezegd, bevat de gemeenschapsregeling geen omschrijving van de begrippen roséwijn of rode wijn. Voor het Hof is betoogd, dat dit de deskundigen voor grote problemen stelt.
Wijn die als roséwijn wordt verkocht, dient te behoren tot de kleurengroep die als roséwijn en niet als rode wijn of witte wijn wordt aangemerkt. De vermelding bedoeld in artikel 2, lid 1, sub d, wijst er weliswaar op, dat het om gemengde wijnen gaat, maar betekent niet noodzakelijkerwijs dat rode wijn en roséwijn en niet twee of meer roséwijnen met elkaar zijn vermengd. Ingevolge artikel 2, lid 2, sub h, evenwel kunnen door de Gemeenschap of, bij stilzitten van deze laatste, de Lid-Staten, bepalingen worden vastgesteld krachtens welke bijzonderheden betreffende de „soort van het produkt” en „de bijzondere kleur van de tafelwijn” moeten worden vermeld. Op grond van dit voorschrift kunnen mijns inziens bepalingen worden vastgesteld, krachtens welke duidelijk moet worden aangegeven of roséwijn is vervaardigd volgens het procédé van „gisting zonder schil” dan wel een mengsel van roséwijnen of van rode wijn met roséwijn is.
Ik concludeer, dat de door de Cour d'appel te Montpellier gestelde vraag als volgt worde beantwoord:
„Artikel 43, lid 1, van verordening nr. 337/79 van de Raad staat toe, dat rode tafelwijn met rosé tafelwijn wordt versneden en dat het aldus verkregen produkt als van oorsprong uit verschillende Lid-Staten van de Gemeenschap wordt verkocht. Bijgevolg staat het de Lid-Staten niet vrij om de vervaardiging of de verkoop van een dergelijk produkt te verbieden. De verkoop van dergelijke wijn onder de benaming „vin rouge DPCE” of „vin rosé DPCE” is in strijd met artikel 2 van verordening nr. 355/79 van de Raad. Voor de omschrijving moeten de termen van artikel 2, lid 1, sub d, ii, van de verordening worden gebruikt.”
Over de kosten van partijen in het hoofdgeding dient de nationale rechter te beslissen. De Commissie en de Italiaanse regering behoren hun eigen kosten te dragen.
( *1 ) Vertaald uit het Engels.
Full & Egal Universal Law Academy