CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
C. O. LENZ
van 31 januari 1985 ( *1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
De vertegenwoordiger van de Commissie heeft zojuist gezegd, dat hij geen redenen ziet om in deze zaak uitgebreide opmerkingen te maken, nu de feiten duidelijk en simpel zijn, de rechtsvraag duidelijk is en de opmerkingen van verzoeker in het hoofdgeding, de Commissie en de Nederlandse regering inhoudelijk overeenstemmen.
Evenals de vertegenwoordiger van de Commissie hecht ik grote waarde aan laatstgenoemde opmerkingen omdat op het eerste gezicht de Nederlandse regering in dit belangenconflict eigenlijk aan de andere kant had moeten staan. Het feit dat dit niet is gebeurd, versterkt de opvatting dat de zaak rechtens duidelijk ligt.
Het gaat hier om de rechten die een Nederlands onderdaan, die momenteel in Nederland woont en laatstelijk in Nederland heeft gewerkt, tegen een Nederlands orgaan van sociale zekerheid doet gelden.
Terecht zijn alle aanwezige betrokkenen tot de conclusie gekomen, dat in het bijzonder artikel 69, maar ook de rest van de tweede afdeling van titel III, hoofdstuk 6 van verordening nr. 1408/71 op dit geval niet van toepassing is.
Op grond van de ter zitting aangevoerde argumenten sluit ik mij daarom aan bij het voorstel van de Commissie en geef ik het Hof in overweging voor recht te verklaren, dat titel III, hoofdstuk 6, afdeling 2 van verordening nr. 1408/71, en met name artikel 69 daarvan, niet van toepassing is op een volledig werkloze grensarbeider die zich na het beëindigen van zijn laatste werkzaamheden vestigt op het grondgebied van de bevoegde Lid-Staat, dat wil zeggen van de staat waar hij die laatste werkzaamheden heeft verricht.
( *1 ) Venaald uit het Duits.
Full & Egal Universal Law Academy