Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . Société CdF Chimie azote et fertilisants SA en Société chimique de la Grande Paroisse, azote et produits chimiques SA hebben beroep ingesteld tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 17 april 1984 tot beëindiging van de procedure die zij krachtens artikel 93, lid 2, EEG-Verdrag tegen de Nederlandse regering had ingeleid naar aanleiding van een klacht van het ( Franse ) Syndicat professionnel de l' industrie des engrais azotés ( hierna : "SPIEA "), waarvan verzoeksters deel uitmaken . De Commissie heeft verzoeksters bij brief van 24 april 1984 aan het SPIEA van de beschikking in kennis gesteld . Het Hof heeft het beroep bij tussenarrest van 28 januari 1986 ( Jurispr . 1986, blz . 391 ) ontvankelijk verklaard .
2 . De steunregeling waartegen deze procedure aanvankelijk was gericht, bestond volgens de Commissie hierin, dat de Nederlandse regering via Gasunie, die rechtstreeks of onrechtstreeks voor 50% eigendom is van de Nederlandse Staat, aan de Nederlandse ammoniakproducenten speciale kortingen zou hebben toegestaan door een tweeledige tariefstructuur toe te passen, hetgeen leidde tot een daling van de kostprijs van het aardgas dat zij als grondstof gebruiken . Van mening dat deze tariefstructuur een steunmaatregel van de staat in de zin van artikel 92, lid 1, EEG-Verdrag was, die niet in aanmerking kwam voor een van de afwijkingen voorzien in lid 3 daarvan, richtte de Commissie op 13 maart 1984 een met redenen omkleed advies tot de Nederlandse regering .
3 . Op 14 april daaropvolgend deelde de Nederlandse regering de Commissie mee, dat Gasunie per 1 november 1983 het aangevochten tarief had ingetrokken en aan haar industriële tariefstructuur een nieuw tarief ( het zogeheten "F-tarief ") had toegevoegd ten behoeve van de in Nederland gevestigde industriële grootverbruikers, met uitsluiting van de energiesector .
4 . Voor dit tarief komen in aanmerking alle verbruikers die voldoen aan de volgende voorwaarden :
a ) een gasverbruik van ten minste 600 miljoen m3 per jaar;
b ) een belastingfactor van 90% of meer ( dit wil zeggen een zeer regelmatig verbruik );
c ) instemmen met een naar goeddunken van Gasunie gehele of gedeeltelijke onderbreking van de leveringen;
d ) instemmen met de levering van aardgas van uiteenlopende calorische waarde .
5 . Het F-tarief ligt op het niveau van het E-tarief, dat geldt voor afnemers met een jaarlijks verbruik van 50 à 600 miljoen m3, met een korting van 5 cent/m3 . In de loop van de procedure is evenwel gebleken dat vanaf een bepaald tijdstip het van de afnemers met F-tarief verlangde minimumverbruik tot 500 miljoen m3 was verlaagd .
6 . Bij brief van 24 april 1984 deelde de Commissie verzoeksters mee :
"Na een grondig onderzoek van de technische componenten van het nieuwe tarief, is de Commissie tot de conclusie gekomen dat dit tarief, dat deel uitmaakt van de algemene Nederlandse tariefstructuur en niet-sectorieel discriminerend is, geen elementen van overheidssteun omvat ."
7 . Wat dit laatste punt betreft, bevatte de brief nog de volgende preciseringen :
"- voor Gasunie vloeien aanzienlijke besparingen voort uit de hoge belastingfactor en de leveringsvoorwaarden voor de industriële grootverbruikers . In het huidige prijsniveau van het F-tarief zijn niet alle leveringsbesparingen die deze contracten voor Gasunie opleveren, doorberekend;
- bij vergelijking met de prijzen die voor andere grote afnemers in rekening worden gebracht, is het nieuwe tarief ... vanuit economisch en commercieel oogpunt gerechtvaardigd;
- het prijsverschil van 5 cent/m3 tussen het E - en het F-tarief is verenigbaar met het verschil in de kosten van de dienstverrichting ".
8 . Op grond van een en ander kwam de Commissie tot de conclusie,
"dat de thans geldende tarieven geen elementen van overheidssteun omvatten, dat zij overigens in de lijn liggen van het gemeenschapsbeleid inzake energieprijzen en dus verenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt ".
9 . Tegen deze beschikking is het beroep gericht . Verzoeksters concluderen dat :
"- de conclusie van de Commissie in haar brief van 24 april 1984 ... gebaseerd is op een onjuiste beoordeling van de relevante feiten;
- het F-tarief een steunmaatregel van de staat is, die de Nederlandse ammoniakproducenten bevoordeelt doordat het verschil tussen de objectief gerechtvaardigde korting op het E-tarief, namelijk 1,60 cent/m3, en de door de Commissie ten onrechte als objectief gerechtvaardigd beschouwde korting, namelijk 5 cent/m3, 3,4 cent/m3 bedraagt, zijnde het bedrag van de staatssteun;
- de op deze onjuiste beoordeling gebaseerde beschikking van de Commissie, die het F-tarief als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt beschouwt omdat het geen elementen van overheidssteun bevat, een schending van de artikelen 92 en 93, lid 2, EEG-Verdrag vormt ".
10 . In verband met de strekking van het onderhavige beroep wil ik vooraf het volgende opmerken . Uit de tekst van artikel 92 volgt, dat een steunmaatregel alleen dan onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is in de zin van dit artikel, wanneer de vijf daarin gestelde voorwaarden zijn vervuld . Het dient dus te gaan om een steunmaatregel van de staat of een in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigde steunmaatregel . De maatregel dient het handelsverkeer tussen de Lid-Staten ongunstig te beïnvloeden, de mededinging te vervalsen of dreigen te vervalsen, en bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties te begunstigen . Bovendien mag hij niet in aanmerking komen voor een afwijking als bedoeld in artikel 92, lid 3 .
11 . Indien verzoeksters' grieven tegen de beschikking van de Commissie gegrond waren en er dus werkelijk sprake was van een steunmaatregel, dan nog zou het niet ipso facto om een "met de gemeenschappelijke markt onverenigbare steunmaatregel" gaan . In dat geval zou de Commissie moeten nagaan of aan de andere voorwaarden van artikel 92 is voldaan, en of ingevolge artikel 92, lid 3, voor de steunmaatregel geen afwijking mogelijk is . Het Verdrag voorziet voor particulieren namelijk niet in de mogelijkheid om het Hof rechtstreeks te laten vaststellen, dat "steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd" een met de gemeenschappelijke markt onverenigbare steunmaatregel zijn . Alleen de Commissie kan deze vaststelling doen .
12 . Zou het Hof evenwel tot de vaststelling komen dat de beschikking van de Commissie, dat het gewraakte tarief geen elementen van overheidssteun bevat, kennelijk onjuist is, dan zou het wel moeten vaststellen dat de Commissie bij de toepassing van artikel 92 tot een onjuiste beoordeling is gekomen en dus deze bepaling heeft geschonden .
13 . Na deze voorafgaande opmerking zal ik ingaan op verzoeksters' argumenten tegen de verschillende aspecten van de beschikking van de Commissie .
I - 14 . In de eerste plaats stellen zij, dat het tarief niet als een onderdeel van de algemene Nederlandse tariefstructuur is te zien, omdat het op twee belangrijke punten van het tariefstelsel van Gasunie verschilt .
15 . Anders dan de tarieven A tot E, die gebaseerd zijn op de opeenvolgende toepassing van verschillende schijven, geldt het F-tarief vanaf de eerste kubieke meter .
16 . Bovendien, aldus verzoeksters, geldt als drempel voor de toepasselijkheid van het F-tarief een totaal verbruik - van alle fabrieken van de afnemer te zamen - van ten minste 500 miljoen ton, terwijl de andere tarieven niet per afnemer doch per fabriek worden toegepast, zodat de betrokken ondernemingen anders dan die welke voor het F-tarief in aanmerking komen, het verbruik van verschillende produktie-eenheden niet kunnen samentellen om aldus de drempel voor een gunstiger tarief te overschrijden .
17 . Gasunie heeft de door het Hof aangewezen deskundigen evenwel meegedeeld dat, anders dan wordt beweerd, ook het F-tarief per fabriek wordt toegepast .
18 . Wat het eerste verschil betreft, staat buiten kijf dat de weerslag ervan voor de afnemers van Gasunie aanzienlijk kan zijn . Er is evenwel geen betwisting over het feit dat het F-tarief, zoals de andere tarieven, aan alle potentiële afnemers bekend is en dat de ter zake geldende toetredingsvoorwaarden niet geheim zijn; dit was wel het geval met het tariefstelsel waartegen de aanvankelijke klachten gericht waren, en dat gebaseerd was op rechtstreeks tussen Gasunie en de Nederlandse ammoniakproducenten gesloten overeenkomsten . Zoals voor de tarieven A tot E, komt ook voor het F-tarief in aanmerking een ieder die kan aantonen dat hij aan de toepassingsvoorwaarden voldoet . Mijns inziens is dit tarief dus als een deel van de algemene tariefstructuur van Gasunie te zien .
II - 19 . Bovendien zou er sprake zijn van een kennelijke dwaling bij de Commissie, waar zij van mening was dat in het F-tarief de sectoriële specificiteit van het oude stelsel is afgeschaft . Ik herinner eraan, dat artikel 92 geldt voor steunmaatregelen die "bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties" begunstigen .
20 . Volgens verzoeksters zijn de toepassingsvoorwaarden van het F-tarief bewust zo gekozen, dat alleen de Nederlandse ammoniakproducenten eraan kunnen voldoen . Met name de voorwaarden inzake de belastingfactor en het jaarlijks minimumverbruik brengen in de praktijk mee, dat uitsluitend de Nederlandse ammoniakproducenten voor het F-tarief in aanmerking komen .
21 . Uit het in opdracht van het Hof opgestelde deskundigenrapport blijkt evenwel, dat minstens één onderneming waarvoor het F-tarief geldt, geen ammoniakproducent is .
22 . Is dit voldoende om te concluderen dat het niet om een steunmaatregel gaat die "bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties" begunstigt?
23 . Vaststaat dat voor alle ammoniakproducenten, voor wie onder de oude regeling met name en uitdrukkelijk een preferentieel tarief gold, ook thans de korting van vijf cent van toepassing blijft . In het deskundigenrapport wordt overigens vastgesteld dat vier ammoniakfabrieken minder dan 500 miljoen m3 per jaar afnemen . Gasunie heeft deze gegevens uitdrukkelijk bevestigd ( zie bladzijde 29 van het deskundigenrapport, Franse versie ). Het Hof is evenwel niet bekend dat deze fabrieken van het F-tarief zouden zijn uitgesloten . Men mag dus stellen dat dit tarief evenals het voorgaande bedoeld is om de ammoniaksector te begunstigen, ook al geldt het ook voor één onderneming in een andere sector . Op bladzijde 78 van het rapport van de drie deskundigen staat trouwens, dat Gasunie zich in een brief aan de Nederlandse ammoniakproducent NSM ertoe heeft verbonden, het niveau van de korting van het F-tarief te herzien indien de nieuwe gasprijs haar mededingingspositie in gevaar dreigt te brengen .
24 . Uit een en ander volgt mijn inziens, dat het F-tarief in de eerste plaats op de belangen van de ammoniaksector is afgestemd en in ieder geval "bepaalde ondernemingen" begunstigt, namelijk de in Nederland gevestigde grootverbruikers van gas, met uitzondering van de energiesector .
III - 25 . Vervolgens dient te worden nagegaan of in de door Gasunie toegekende korting van 5 cent/m3 op het E-tarief de besparingen zijn doorberekend die voor Gasunie uit de bijzondere voorwaarden van het F-tarief voortvloeien .
26 . In de bestreden beschikking verklaart de Commissie zonder verdere precisering :
"In het huidige prijsniveau van het F-tarief zijn niet alle leveringsbesparingen die Gasunie met deze contracten verwezenlijkt, doorberekend . In vergelijking met de prijzen die andere belangrijke verbruikers betalen, is het nieuwe tarief vanuit economisch en commercieel oogpunt gerechtvaardigd . Volgens de Commissie is het prijsverschil van 5 cent/m3 tussen het E - en het F-tarief verenigbaar met het verschil in de kosten van de dienstverrichting ."
27 . De Commissie preciseert in de bestreden beschikking dus niet, wat de omvang is van de leveringsbesparingen die Gasunie met het F-tarief heeft kunnen verwezenlijken .
28 . In haar antwoord op de vragen van het Hof zet de Commissie uiteen, waarom haars inziens de leveringsbesparingen die deze contracten voor Gasunie opleveren, niet volledig in het verschil tussen het E - en het F-tarief terug te vinden zijn . De totale besparingen bedragen 5,5 à 7 cent/m3, zoals hierna gepreciseerd :
Objectieve voorwaarden Besparingen ( cent/m3 )
Verbruik en regelmaat
van de afname 3
Leveringsonderbreking 1-2
Wisselende gaskwaliteit 1,5-2
Totaal 5,5-7
Van hun kant leggen verzoeksters een deskundigenrapport over waaruit blijkt dat de besparingen onmogelijk hoger kunnen zijn dan 1,6 cent/m3 .
29 . Mijns inziens moet het Hof zich bij zijn onderzoek en beslissing laten leiden door het deskundigenonderzoek dat het zelf heeft gelast .
a ) Leveringsbesparingen die kunnen voortvloeien uit het volume van het verbruik en de belastingfactor
30 . Volgens de drie deskundigen liggen de besparingen die voor Gasunie voortvloeien uit het volume van de omzet en de regelmaat van de afname ( belastingfactor ), bij benadering binnen de volgende marges ( in cent/m3 ):
- voor de omvang van de gasleveringen ( minimum 600 x 106 m3/jaar ): 0,07-0,242;
- voor de regelmaat ( belastingfactor ): 0,273-0,512 .
De deskundigen voegen daaraan toe, dat de totale besparingen voortvloeiend uit de factoren afname en belastingfactor lager moeten zijn dan het totaal van de hierboven vermelde hoogste waarden ( 0,754 ), dit wegens de wisselwerking tussen de belastingfactor en de omvang van de leveringen ( bladzijde 8 van het deskundigenrapport ).
31 . Gaat men er dus van uit, dat de door deze twee factoren teweeggebrachte besparingen naar alle waarschijnlijkheid bij benadering 0,6 cent/m3 bedragen, en niet 3 cent/m3 zoals de Commissie meende, dan dringt de conclusie zich op, dat de raming van de Commissie het vijfvoud van de werkelijkheid is . Dit is dus een kennelijk onjuiste beoordeling van de feiten .
b ) Leveringsbesparingen voortvloeiend uit het onderbreekbaarheidsbeding
32 . De deskundigen beginnen met erop te wijzen, dat inzake de onderbreekbaarheid voor de afnemers met E-tarief en voor die met F-tarief dezelfde algemene contractuele voorwaarden gelden . Het contract voor de afnemers met F-tarief bevat evenwel bijzondere voorwaarden, die volgens Gasunie ruimere mogelijkheden bieden om de leveringen aan deze categorie afnemers te onderbreken . De deskundigen hebben de verschillen tussen de contractuele voorwaarden van het E-tarief en van het F-tarief niet vanuit de juridische hoek onderzocht . Zou er vanuit juridisch oogpunt een werkelijk verschil kunnen worden vastgesteld, dan zou volgens de deskundigen de hoogte van de besparingen kunnen worden geraamd aan de hand van de grootte van het vaste gedeelte van de gemiddelde kosten .
33 . Komt daarentegen bij een dergelijke juridische toetsing geen verschil aan het licht wat het recht van Gasunie betreft om de leveringen aan de twee categorieën afnemers te onderbreken, dan brengen de bijzondere bepalingen van het F-tarief voor Gasunie vanzelfsprekend geen economisch voordeel mee .
34 . Om de algemene en de bijzondere bepalingen inzake de onderbreekbaarheid van de leveringen te kunnen vergelijken, geef ik hierna de tekst van de algemene bepalingen :
"Indien Leverancier het voornemen heeft voorzieningen te treffen, welke tot onderbreking of vermindering van de gaslevering zullen leiden, zullen deze, behoudens in gevallen van storing, door Leverancier slechts worden uitgevoerd, nadat over tijdstip en tijdsduur van de onderbreking respectievelijk vermindering overleg met Afnemer heeft plaatsgevonden . Bij het vaststellen van tijdstip en tijdsduur zal Leverancier zoveel als redelijkerwijze mogelijk is met de belangen van Afnemer rekening houden .
Indien het als gevolg van beperkte leveringsmogelijkheden noodzakelijk is het gasverbruik te verminderen of te onderbreken, is Leverancier bevoegd ter zake aanwijzingen te geven . Afnemer is verplicht deze aanwijzingen op te volgen ."
35 . De bijzondere bepaling van het F-tarief luidt als volgt :
"Zodra Gasunie daartoe de wens te kennen geeft, is Afnemer verplicht overeenkomstig de aanwijzingen van Gasunie de afname van gas te verminderen dan wel geheel te onderbreken . Indien Gasunie van dit recht gebruik maakt, heeft Afnemer hiertegen geen verhaal wegens ongelijkheid van behandeling . Gasunie zal er zoveel mogelijk naar streven ten minste 12 uur tevoren Afnemer in kennis te stellen van een dergelijk verzoek tot vermindering dan wel onderbreking van de afname . Is gasafname ten gevolge van de toepassing van dit artikel onmogelijk, dan is dit voor Afnemer als een geval van overmacht te beschouwen ."
36 . Op het eerste gezicht zijn de algemene voorwaarden soepeler, omdat daarin is voorzien dat eerst met de afnemer moet worden overlegd en zijn belangen zoveel mogelijk moeten worden ontzien . Let men evenwel ook op de tweede alinea, dan blijkt dat, wanneer bij de levering problemen ontstaan, de afnemer met E-tarief er niet beter aan toe is dan die met F-tarief .
37 . Bovendien is het voor een gasleverancier moeilijker om de leveringen te onderbreken of te verminderen wanneer de afnemer gas als grondstof gebruikt, dan wanneer hij gas gebruikt voor verwarming, en is het "technisch gemakkelijker om de verwarming stil te leggen dan om het gebruik van gas als grondstof te onderbreken" ( blz . 74 van het rapport ).
38 . Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat de deskundigen geen enkel geval hebben ontdekt waarin de levering aan afnemers met F-tarief werd onderbroken, ook niet tijdens de strenge winter van 1985, toen alleen de elektriciteitscentrales op stookolie overschakelden ( blz . 32 ).
39 . Ter terechtzitting heeft de Commissie een passage op bladzijde 10 van het rapport aangehaald, waar het heet dat "Gasunie elke verbruiker een korting van circa 2 cent/m3 over zijn totale jaarlijkse afname kan toekennen in ruil voor het recht om de leveringen aan deze klant te onderbreken en gedurende de piekuren het gas voor een in het buitenland gevestigde klant te kunnen bestemmen ." Elders in hun rapport wijzen de deskundigen er evenwel op, dat het transportnet van Gasunie van dien aard is, dat mag worden betwijfeld of zij zich, zelfs tijdens de piekuren, genoodzaakt zou kunnen zien om de leveringen aan een industriële grootverbruiker te onderbreken .
40 . Uit een en ander volgt mijns inziens, dat het onderbreekbaarheidsbeding in het F-tarief, anders dan de Commissie meent, niet belangrijk genoeg is om een korting van 1,5 à 2 cent/m3 te kunnen rechtvaardigen . Ook op dit punt is dus sprake van kennelijke dwaling .
c ) Leveringsbesparingen voortvloeiend uit het substitueerbaarheidsbeding
41 . Ook op dit punt hebben de deskundigen de verschillen tussen de contractuele bepalingen die gelden voor de afnemers met E-tarief en die met F-tarief niet vanuit de juridische hoek bekeken .
42 . In het standaardcontract heet het :
"Leverancier is gerechtigd, indien de gasvoorzieningssituatie en/of de bedrijfsomstandigheden bij hem daartoe redelijkerwijze aanleiding geven, gas te leveren dat afwijkt van de in lid 1 genoemde hoedanigheden; in dit geval zullen partijen zoveel mogelijk van te voren met elkaar te rade gaan, waarbij in onderling overleg, met inachtneming van beider belang, een redelijke oplossing zal worden nagestreefd ."
43 . Het F-tarief bepaalt :
"Bovendien is Gasunie gerechtigd, zonder nader overleg met Afnemer om te schakelen op andere dan de in de gasleveringsovereenkomst genoemde gaskwaliteiten . Schakelt Gasunie over op een gaskwaliteit die ook aan andere afnemers in Nederland wordt geleverd, dan wordt ervan uitgegaan dat deze kwaliteit voldoet aan de in de gasleveringsovereenkomst vastgestelde specificaties . Gasunie zal ernaar streven tijdig van tevoren aan Afnemer aan te kondigen dat een afwijkende gaskwaliteit zal worden geleverd ."
44 . In het standaardcontract is dus bepaald, dat via overleg dient te worden gestreefd naar een redelijke oplossing die de belangen van beide partijen ontziet . De afnemers met E-tarief hebben een onderhandelingsmarge, zodat zij misschien het tijdstip en de duur van de substitutie kunnen beïnvloeden, doch niet het feit van de substitutie zelf . Het contract van de afnemers met F-tarief is veel abrupter en bepaalt alleen dat zij op voorhand moeten worden verwittigd .
45 . Blijkens het deskundigenrapport worden een aantal E - en F-afnemers evenwel vanaf éénzelfde punt bevoorraad, zodat ingangsdatum en duur van de substitutie voor hen dezelfde zijn ( blz . 17 van het rapport ).
46 . Van groot belang is in dit verband bovendien, dat volgens de deskundigen niet alle F-afnemers afwisselend met G-gas en H-gas kunnen worden bevoorraad, omdat de aansluitingen daarvoor niet geschikt zijn . Zo is er met name één fabriek, met een jaarlijks gasverbruik van circa 30% van de totale afname van de F-afnemers, die niet met H-gas kan worden bevoorraad ( blz . 57 van het rapport ).
47 . Tijdens het proces heeft evenwel niemand betwist dat voor alle Nederlandse ammoniakproducenten het F-tarief geldt .
48 . Bovendien is "volgens de deskundigen niet het bewijs geleverd, dat de afnemers met F-tarief over zodanige apparatuur of voorraden vervangende brandstof beschikken, dat zij voor hun activiteit zonder onderscheid de ene of de andere brandstof kunnen gebruiken" ( blz . 73 ).
49 . De conclusie dringt zich dus op, dat de substitutiemogelijkheden voor uitsluitend de afnemers met F-tarief zeer beperkt zijn en in sommige gevallen zelfs onbestaand . De toekenning aan deze afnemers van een korting van 1,5 à 2% per m3 is dus niet gerechtvaardigd . Ook op dit punt is dus sprake van een kennelijke dwaling bij de Commissie .
d ) Totale waarde van de door alle factoren te zamen teweeggebrachte besparingen
50 . Onder het voorbehoud dat zij "de economische waarde van de onderbreekbaarheid en van de substitueerbaarheid niet kunnen becijferen", stellen de deskundigen tot slot, dat
"redelijkerwijs de conclusie dient te luiden, dat uitgaande van de door Gasunie aan de deskundigen meegedeelde inlichtingen de besparingen voor Gasunie nauwelijks hoger kunnen zijn dan 0,5 cent/m3, inzonderheid gelet op andere factoren waarmee geen rekening is gehouden, zoals :
- de soepele exploitatie van het Groningse gasveld ...
- de uiterst gunstige kenmerken van het Nederlandse net, inzonderheid de aansluitingen en de grote diameter van de leidingen ( tot 48 duim ) waarlangs 45% van het debiet wordt uitgevoerd, waardoor aanzienlijke hoeveelheden in de leidingen kunnen worden opgeslagen .
Gelet op een en ander, dringt de conclusie zich op dat de kostenbesparingen voor Gasunie dank zij de leveringsvoorwaarden aan afnemers met F-tarief in vergelijking met de voorwaarden voor afnemers met E-tarief aanzienlijk lager zijn dan het verschil in prijs voor deze twee categorieën afnemers . ( 1 )
Daaruit volgt dus, dat de aan de F-afnemers toegekende kortingen door andere overwegingen zijn ingegeven" ( blz . 59-60 ).
51 . Ten slotte is de Commissie in haar bestreden beschikking niet alleen uitgegaan van de omstandigheid dat het prijsverschil van 5 cent/m3 tussen het E - en het F-tarief beneden het niveau lag van de leveringsbesparingen die Gasunie met deze contracten verwezenlijkt, doch zij heeft daarnaast ook het volgende vastgesteld :
"Het E-tarief en het nieuwe F-tarief zijn geïndexeerd op basis van de prijs van zware stookolie; dit geldt overigens ook voor het exporttarief . De wijzigingen van deze tarieven zijn dus gekoppeld aan dezelfde referentieprijs van zware stookolie, zodat tariefwijzigingen parallel zullen verlopen . De afwijkingen tussen deze drie tarieven onderling zullen dus op hetzelfde niveau blijven ." 1
De latere ontwikkeling heeft deze bewering evenwel weerlegd, aangezien de korting voor F-afnemers van 1 juli 1986 tot 31 december 1987 is verlaagd tot 2,5 cent/m3 en vanaf 1 januari 1988 tot 0,5 cent/m3 . Sedertdien is zij blijkbaar weer verhoogd . Het is natuurlijk ondenkbaar, dat de voor Gasunie uit het F-tarief voortvloeiende leveringsbesparingen zich in de loop der jaren binnen een marge van 1 tot 10 zouden hebben ontwikkeld . Het kan dus niet anders dan dat aan de toegekende kortingen ook andere overwegingen ten grondslag hebben gelegen .
52 . Wat verzoeksters' derde grief betreft, sluit ik mij dan ook aan bij de zienswijze van de drie deskundigen, namelijk "dat de leveringsbesparingen die voor Gasunie voortvloeien uit het feit dat voor de F - en de E-afnemers verschillende voorwaarden gelden, aanzienlijk lager zijn dan het verschil tussen de voor deze twee categorieën afnemers geldende prijzen", en ik concludeer daarom tot het bestaan van een kennelijke dwaling bij de Commissie, waar deze van mening was, dat dit prijsverschil zelfs beneden het niveau ligt van de bedoelde besparingen .
Conclusie
53 . Nu mijns inziens verzoeksters' grieven op alle wezenlijke punten moeten worden toegewezen, geef ik het Hof in overweging de beschikking van de Commissie van 17 april 1984, vervat in de brief van 24 april 1984, nietig te verklaren . Het staat derhalve aan de Commissie om de procedure van artikel 93 EEG-Verdrag voort te zetten .
54 . De kosten, daaronder begrepen die van de interlocutoire procedure en van het door het Hof gelaste deskundigenonderzoek, dienen ten laste van de Commissie te worden gelegd . Er rijst evenwel een probleem wat Compagnie française de l' azote ( Cofaz ) SA betreft, die afstand van instantie heeft gedaan bij brief neergelegd ter griffie van het Hof op 29 december 1987, dit wil zeggen na het tussenarrest ( van 28 januari 1986 ) en de nederlegging van het deskundigenrapport ( 23 december 1987 ). Ik geef het Hof dan ook in overweging, Cofaz te verwijzen in de na het tussenarrest voor haar ontstane kosten .
(*) Oorspronkelijke taal : Frans .
( 1 ) Cursivering van mij .
Full & Egal Universal Law Academy