Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
A - De feiten
1 . De onderhavige zaak heeft betrekking op de gestelde gevolgen van een ongeval in een kerncentrale, die verzoeker in opdracht van verweerster heeft bezocht .
2 . Aan de hand van verzoekers talrijke conclusies kunnen het onderwerp van het geschil en de materiële vorderingen als volgt worden omschreven :
- Verzoeker komt in de eerste plaats op tegen het besluit van verweerster van 17*januari*1984 waarbij zijn verzoek om erkenning van een beroepsziekte in het kader van de procedure van artikel*73 Ambtenarenstatuut stilzwijgend is afgewezen .
- Hij verzoekt het Hof vast te stellen dat het aan dit besluit ten grondslag liggende meerderheidsrapport ongeldig is, en wel om procedurele en materiële redenen .
- Hij verzoekt om instelling van een nieuwe medische commissie,
- subsidiair, om een contra-expertise,
- subsidiair, om erkenning door het Hof van een beroepsziekte met een dienovereenkomstige aanspraak op uitkeringen .
- Ten slotte vraagt hij vergoeding van de schade die hem is opgekomen doordat hij van 1973 tot december 1975, niettegenstaande een geconstateerde huidziekte, in een omgeving met stralingsgevaar werd tewerkgesteld .
- Verzoeker vraagt -*voor het eerst in zijn verzoekschrift *- dat het minderheidsrapport van Dr.*Kater als het enig geldige rapport zal worden beschouwd en dat hij zal worden vergoed voor de schade aan zijn loopbaan en voor alle overige materiële schade .
3 . Louter financieel vordert verzoeker de fortaitaire vergoeding bedoeld in artikel*73, lid*2, Ambtenarenstatuut ( te weten een kapitaal gelijk aan acht maal het jaarlijkse basissalaris ) alsmede de volledige vergoeding van alle in verband met de "beroepsziekte" gemaakte medische kosten, overeenkomstig artikel*73, lid*3, Ambtenarenstatuut . Bovendien vordert hij een principebeslissing ter zake van de vergoeding van alle indirecte schade, alsmede schadevergoeding wegens verweersters niet-inachtneming van de zorgplicht .
B - Standpuntbepaling
De ontvankelijkheid van het beroep
4 . Verweerster voert ernstige bezwaren aan tegen de ontvankelijkheid van de vorderingen . Volgens haar is enkel het verzoek om toetsing van het besluit van 17*januari*1984 en van het daaraan ten grondslag liggende medische rapport ontvankelijk .
5 . Verweersters besluit van 17*januari*1984 is een handeling waartegen in beginsel een beroep krachtens de artikelen*90 en*91 van het Statuut openstaat . Artikel*28 van de Regeling voor de verzekering van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen tegen ongevallen en beroepsziekten ( hierna : de Regeling ) bepaalt uitdrukkelijk, dat tegen de op grond van de Regeling genomen besluiten beroep krachtens de artikelen*90 en*91 Ambtenarenstatuut openstaat . De toetsing van dit besluit door het Hof is dus toelaatbaar . In het kader van de juridische toetsing van dit besluit mag ook het daaraan ten grondslag liggende deskundigenrapport binnen de in de rechtspraak van het Hof gestelde grenzen worden getoetst .
6 . Een vordering tot instelling van een nieuwe medische commissie is niet-ontvankelijk . Het Hof is niet bevoegd om zelf een medische commissie samen te stellen, zulks dient te gebeuren door de administratie volgens de daartoe voorziene bepalingen . Alleen al de wijze waarop de leden van de commissie, inzonderheid de "vertrouwensartsen" van partijen, worden aangewezen, kan niet zonder meer door het Hof worden overgenomen .
7 . Het doel van een dergelijke vordering wordt overigens ook bereikt door een nietigverklaring wegens ongeldigheid van het rapport, zodat er in dit geval geen procesbelang is .
8 . Het verzoek om een contra-expertise te gelasten met het oog op een inhoudelijke wijziging van het bestreden besluit door het Hof, is evenmin ontvankelijk . Het is derhalve niet relevant dat dit verzoek slechts subsidiair is geformuleerd . Ook hier geldt, dat het Hof niet bevoegd is voor een zo verstrekkende inmenging in een administratieve procedure krachtens artikel*73 Ambtenarenstatuut juncto de Regeling . Het Hof heeft herhaaldelijk verklaard, dat het dergelijke commissiewerkzaamheden en het daarop gebaseerde besluit slechts kan onderzoeken op procedurefouten, juridisch verkeerde interpretatie van bepaalde begrippen en kennelijke vergissingen bij de beoordeling van de feiten en de daaraan te verbinden conclusies.*(1 ) Dergelijke gebreken kunnen evenwel slechts tot de nietigverklaring van het bestreden besluit leiden .
9 . Of het verzoek om een contra-expertise ontvankelijk is als gewoon bewijsaanbod, kan in het midden blijven . Voor de punten die volgens de aangehaalde rechtspraak kunnen worden getoetst, is een expertise niet noodzakelijk .
10 . Op grond van hetgeen met betrekking tot de instelling van een nieuwe medische commissie en tot het gelasten van een contra-expertise is gezegd, is het Hof ook niet bevoegd om zelf het bestaan van een beroepsziekte te erkennen . Al heeft het Hof krachtens artikel*91, lid*1, Ambtenarenstatuut bij geschillen van geldelijke aard volledige rechtsmacht, toch reikt zijn bevoegdheid niet verder dan die van de administratie, wanneer aan het besluit medische rapporten ten grondslag liggen die slechts op enkele punten kunnen worden getoetst . De aanspraak op uitkeringen in de zin van artikel*73 Ambtenarenstatuut en op de uitkeringen bedoeld in de artikelen*10 en volgende van de Regeling, is een rechtsgevolg van een geldige erkenning van een beroepsziekte of een ongeval . Zonder een dergelijke erkenning volgens de daartoe voorziene procedure kunnen deze uitkeringen derhalve niet worden toegekend . Op de uitkeringen in kwestie kan derhalve slechts aanspraak worden gemaakt nadat de voorgeschreven procedure met succes is beëindigd . Dit geldt zowel voor de forfaitaire vergoeding van artikel*73, lid*2, Ambtenarenstatuut als voor de integrale vergoeding van de medische kosten in de zin van artikel*73, lid*3, Ambtenarenstatuut . Hetzelfde geldt ook voor de rechten waarop derden aanspraak kunnen maken ( bij voorbeeld artikel*73, lid*2, sub*a, Ambtenarenstatuut ) en voor de in de Regeling -*met name voor indirecte schade *- voorziene uitkeringen .
11 . Met betrekking tot de ontvankelijkheid van de schadevorderingen naast de forfaitaire vergoeding van artikel*73 Ambtenarenstatuut en de ter uitvoering daarvan vastgestelde Regeling, valt het volgende op te merken : verweerster is van mening dat artikel*73 Ambtenarenstatuut en de Regeling een "limitatieve" opsomming geven van de bedragen die voor terugbetaling in aanmerking komen . Dit kan niet zo absoluut worden gesteld . In de gevoegde zaken*169/83 en*136/84 verklaarde het Hof, dat de uitkeringen krachtens de Regeling "niet worden geacht in alle gevallen een volledige vergoeding te verzekeren."*(2 ) Uit de Regeling volgt niet, dat een aanvullende vergoeding is uitgesloten . Voor de toewijzing van een dergelijke vordering is derhalve vereist, dat verweerster volgens de algemene bepalingen aansprakelijk is voor een concrete schade en dat de statutaire uitkeringen onvoldoende zijn.*(3 )
12 . Verzoekers vordering tot vergoeding van de schade die hem is opgekomen doordat hij van 1973 tot december 1975, niettegenstaande het feit dat zijn huidziekte bekend was, in een omgeving met stralingsgevaar werd tewerkgesteld, stuit evenwel, afgezien van de algemene voorwaarden voor een schadevordering, op een ander ontvankelijkheidsbeletsel . De vordering is niet subsidiair ten opzichte van de vorderingen in het kader van de procedure van artikel*73 Ambtenarenstatuut, maar berust op een andere voorstelling van de feiten.*(4 ) Deze vordering is in strijd met de regel dat een vordering bepaald moet zijn . Daar in casu wordt uitgegaan van de ontvankelijkheid van de vordering met betrekking tot de procedure van artikel*73 Ambtenarenstatuut, kan een vordering die op een andere voorstelling van zich wederzijds uitsluitende feiten berust, niet ontvankelijk zijn .
13 . Verzoekers vordering tot vergoeding van de schade aan zijn loopbaan en van alle overige materiële schade stuit reeds uit het oogpunt van haar bepaaldheid op een aantal bezwaren . Verzoeker heeft deze vordering voor het eerst in zijn verzoekschrift geformuleerd . Zelfs bij een zeer ruime uitlegging van de klacht die het voorwerp van het geding bepaalt, kan een dergelijke vordering er niet in worden gelezen . Deze vordering moet derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard . Ook verzoekers verwijzing naar de zaak Herpels*(5 ) doet daaraan niets af . In die zaak heeft het Hof weliswaar een niet uitdrukkelijk in de klacht vermelde schadevordering ontvankelijk verklaard, doch het deed dit op grond van de overweging, dat die vordering alleen was ingesteld voor het geval het bestreden afwijzend besluit zou worden nietigverklaard . In de onderhavige zaak gaat het niet om subsidiaire vorderingen, daar verzoeker schadevergoeding vordert bovenop de uitkering waarin artikel*73 Ambtenarenstatuut in samenhang met de Regeling voorziet .
Ten gronde
14 . Derhalve moet enkel worden onderzocht, of verweersters besluit van 17*januari*1984 en de daaraan voorafgaande procedure geldig zijn . Allereerst moet worden uitgemaakt, of de Regeling onverkort van toepassing is en derhalve zowel formeel als inhoudelijk als toetssteen voor de bestreden handeling kan worden aangewend . Ten tijde van het voorval te Gundremmingen was de Regeling nog niet in werking getreden . Ook verweersters administratieve praktijk om in beginsel enkel voorvallen uit het laatste jaar vóór de inwerkingtreding onder die Regeling te brengen, noopt niet tot toepassing van deze bepalingen . Daar verzoeker evenwel uitdrukkelijk om toepassing van de Regeling had verzocht en verweerster daarop overeenkomstig de Regeling heeft gehandeld, lijkt het toegestaan deze Regeling erbij te halen .
15 . In deze fase van de procedure heeft verweerster erop gewezen, dat de Regeling slechts kan worden toegepast nadat schade is vastgesteld . Deze bewering moet aldus worden begrepen, dat de toekenning van de in de Regeling voorziene uitkeringen afhangt van de vaststelling van de schade, een punt waarvoor die Regeling trouwens ook bepalingen bevat . Nu in de praktijk zowel de samenstelling als de werking van de medische commissie volgens de bepalingen van de Regeling zijn verlopen en verweerster haar besluit van 17*januari*1984 uitdrukkelijk op artikel*23 van die Regeling heeft gebaseerd, lijkt het aangewezen die Regeling toe te passen . De gevolgde procedure moet derhalve ook aan de bepalingen van de Regeling worden getoetst .
16 . Volgens artikel*21 van de Regeling brengt het tot aanstelling bevoegd gezag, alvorens een besluit ingevolge artikel*19 te nemen, het ontwerp-besluit ter kennis van de ambtenaar . Verweersters brief van 25*oktober*1976 kan als een dergelijk ontwerp-besluit worden beschouwd, nu in die brief duidelijk staat, dat "hij een nieuw onderzoek en een nieuw besluit met betrekking tot uw geval niet in de weg staat ". Daar de Regeling destijds nog niet van kracht was, kunnen geen nadelige gevolgen worden verbonden aan het feit dat die brief niet de vermelding "ontwerp-besluit" droeg .
17 . De brief van 20*juli*1977 waarbij verweerster meedeelde dat zij de zaak aan een uit drie artsen bestaande "medische commissie" zou voorleggen, kan als een duidelijke toepassing van artikel*23 van de Regeling worden beschouwd .
18 . Volgens verzoeker zijn er bij de samenstelling van de medische commissie een aantal procedurefouten gemaakt die de nietigheid van het medische rapport tot gevolg hebben . De procedure die tot de definitieve instelling van de medische commissie, bestaande uit de artsen Fliedner, Roesler en Kater, heeft geleid, is inderdaad zeer moeizaam en traag verlopen . Al bij al kan de instelling van de commissie toch wettig worden geacht, daar de vertragingen ten slotte het gevolg waren van omstandigheden die ten dele aan verweerster en ten dele aan verzoeker, dan wel aan geen van beiden waren te wijten . Zo kan noch het overlijden van professor Mahnstein, noch het feit dat de opdracht door Dr.*Semiller wegens werkoverlast en door Dr.*Gubileo wegens onvoldoende kennis van de Duitse taal is geweigerd, één van de partijen worden verweten en tot nietigheid van de procedure leiden . Ter rechtvaardiging van verweersters aarzeling om Dr.*Horn met akkoord van Dr.*Fliedner en Dr.*Kater als derde lid van de commissie aan te wijzen, kan worden aangevoerd, dat volgens de opzet van de procedure van de commissie het derde lid een neutrale positie dient in te nemen . Daar Dr.*Horn als ambtenaar bij verweerster in dienst was, kon aan zijn onpartijdigheid worden getwijfeld, zodat er na het akkoord van Fliedner en Kater geen absolute verplichting was om hem aan te wijzen . De aanwijzing van Dr.*Roesler als lid van de commissie door het Hof is dan weer een correcte toepassing van artikel*23, lid*1, tweede alinea, van de Regeling .
19 . Nu de samenstelling van de medische commissie geldig moet worden geacht, rijst de vraag of de commissie volgens de voorschriften heeft gehandeld . Twee voorvallen doen daaraan twijfelen : allereerst het feit dat er geen door de meerderheid goedgekeurde notulen van de zitting van 18*september*1981 voorhanden zijn en verder de omstandigheid, dat de leden van de commissie het niet eens zijn kunnen worden over de beëindiging van de procedure en er ook niet in geslaagd zijn een door alle leden goedgekeurd rapport op te stellen .
20 . Het valt te betreuren dat geen overeenstemming kon worden bereikt over de inhoud van de notulen . Notulen zijn evenwel niet essentieel voor de geldigheid van de werkzaamheden van een commissie en het ontbreken ervan levert dan ook geen grond op voor de ongeldigheid van de procedure .
21 . Het is interessant in dit verband te herinneren aan de rechtspraak van het Hof betreffende de werking van een commissie . Het Hof heeft overwogen*(6 ), dat waar het Statuut voorziet in een commissie van drie leden, zulks impliceert dat deze bij gebrek aan overeenstemming met meerderheid van stemmen kan beslissen . Wanneer een rapport derhalve de mening van de meerderheid weergeeft, moet het geldig worden geacht in de zin van het Statuut, met alle rechtsgevolgen van dien . Niet kan worden aanvaard, dat het door één der belanghebbenden aangewezen lid van een medische commissie door zijn weigering om het rapport te ondertekenen, de procedure kan blokkeren en de toepassing van statutaire bepalingen kan tegenhouden.*(7 ) Het Hof heeft deze overwegingen steeds geformuleerd in het kader van gedingen betreffende de werkzaamheden van de invaliditeitscommissie bedoeld in artikel*59 van het Statuut . Het beginsel dat een meerderheidsrapport geldig moet worden geacht, heeft het Hof evenwel ook met betrekking tot een medische commissie in de zin van artikel*73 Ambtenarenstatuut juncto de Regeling bevestigd.*(8 )
22 . Al betreft deze rechtspraak voornamelijk de stemverhouding van de deskundigen bij de opstelling van het rapport, toch kan op grond van deze argumenten worden geconcludeerd dat ook bij meningsverschillen in de loop van de procedure, de werkzaamheden van de commissie met toepassing van de meerderheidsregel kunnen worden voortgezet . Al hebben de leden van de commissie niet unaniem vastgesteld dat de werkzaamheden beëindigd waren -*Dr.*Kater was bij voorbeeld van mening dat andere onderzoeksmaatregelen waren vereist *- toch zijn deze werkzaamheden de*facto beëindigd doordat een meerderheidsrapport is opgesteld .
23 . De procedure en het rapport waartoe de werkzaamheden hebben geleid, zijn ook niet ongeldig omdat de leden van de commissie niet de mogelijkheid zouden hebben gehad om bepaalde fundamentele gegevens te onderzoeken . Verzoeker heeft aangevoerd, dat hij de medische commissie de op zijn verzoek opgestelde bijzondere rapporten heeft meegedeeld . Bovendien blijkt uit het minderheidsrapport van Dr.*Kater, dat deze tijdens de zitting van de commissie alle door hem belangrijk geachte gegevens heeft te berde gebracht, maar dat zijn collega' s daar in hun rapport niet voldoende zijn op ingegaan . Derhalve moet worden aangenomen, dat de procedure zelf een regelmatig verloop heeft gehad .
24 . Rest nog de vraag of het meerderheidsrapport nietigheidsgebreken vertoont . Alvorens op de verschillende vaststellingen in de conclusies van het meerderheidsrapport in te gaan, zij er nogmaals op gewezen, dat het Hof zich volgens zijn vaste rechtspraak slechts in beperkte mate bevoegd acht om de inhoud van een dergelijk rapport te toetsen . De in het Statuut voorziene rechtsmiddelen kunnen derhalve slechts worden aangewend om de samenstelling van de commissie en het regelmatige verloop van de door haar gevolgde procedure door het Hof te laten toetsen . De eigenlijke medische beoordelingen moeten definitief worden geacht, wanneer zij volgens de regels zijn tot stand gekomen.*(9 ) Het Hof is niet bevoegd om zelf te bepalen of er sprake is van een "beroepsziekte ". Wèl is het bevoegd tot nietigverklaring van een besluit dat als onrechtmatig is te beschouwen, omdat het op een niet ter zake dienende conclusie van een medische commissie berust . Dit is bij voorbeeld het geval wanneer de medische commissie van een onjuiste opvatting van het begrip "beroepsziekte" uitgaat, of wanneer tussen de medische bevindingen en de conclusies van het rapport geen begrijpelijke samenhang bestaat.*(10 )
25 . Het Hof is bijgevolg bevoegd om na te gaan, of een deskundige, door in zijn conclusies van een "beroepsziekte" te spreken, de strekking van de ter zake geldende regeling in acht heeft genomen.*(11 Deze overweging geldt ook het begrip "ongeval" in de zin van artikel*2 van de Regeling . Volgens artikel*3, lid*1, van de Regeling worden beschouwd als beroepsziekten, alle ziekten vermeld in de "Europese lijst van beroepsziekten" gevoegd bij de aanbeveling van de Commissie van 23*juli*1962*(12 ), voor zover het personeelslid in zijn beroepswerkzaamheden aan het risico deze ziekten op te doen heeft blootgestaan .
26 . Ingevolge artikel*3, lid*2, van de Regeling wordt eveneens als beroepsziekte beschouwd "elke ziekte of verergering van een reeds bestaande ziekte, niet vermeld in de in lid*1 bedoelde lijst, wanneer met voldoende zekerheid komt vast te staan*(13 ) dat zij is ontstaan in of bij de uitoefening van werkzaamheden in dienst van de Gemeenschappen ". Hieruit volgt, dat elke ziekte als een beroepsziekte kan worden erkend, zij het dat voor de ziekten die voorkomen op de Europese lijst de bewijslast heel wat lichter is . Als ongeval, dat eveneens aanspraken op de in artikel*73 Ambtenarenstatuut en in de Regeling bedoelde uitkeringen doet ontstaan, wordt beschouwd "elke van buiten komende en plotselinge dan wel gewelddadige of ongewone gebeurtenis of inwerking, waardoor de ambtenaar lichamelijk en/of geestelijk letsel wordt toegebracht."*(14 )
27 . In de conclusies van het meerderheidsrapport worden al deze elementen in overweging genomen en als niet van toepassing terzijde gelegd . De deskundigen hebben met betrekking tot beide hypothesen, "ongeval" en "beroepsziekte", een standpunt ingenomen . Verzoeker voert onder meer aan, dat de deskundigen geen aandacht hebben besteed aan het geestelijk letsel dat hij bij het voorval te Gundremmingen heeft opgelopen . In het rapport staat evenwel met zoveel woorden, dat de door verzoeker gestelde "aanzienlijke psychische druk" in overweging is genomen . Het voorval te Gundremmingen zou evenwel niet van dien aard zijn geweest, dat het bij verzoeker een geestelijk letsel kon veroorzaken .
28 . Deze motivering houdt in, dat het in het aansprakelijkheidsrecht vereiste oorzakelijk verband tussen het voorval en de schade niet voorhanden wordt geacht . Aangezien de in zake schadevergoeding bepalende causaliteit een toereikende oorzaak vereist, kan niet worden gesteld dat de in het meerderheidsrapport vervatte beoordeling een juridische fout bevat . Een verdergaande inhoudelijke toetsing valt, zoals hiervoren gezegd, buiten de bevoegdheid van het Hof .
29 . Ook de overwegingen omtrent het bestaan van een beroepsziekte bevatten geen rechtsdwaling . Er wordt immers uitdrukkelijk verklaard, dat verzoeker niet lijdt aan een van de twee volgens de Europese lijst van beroepsziekten alleen in aanmerking komende ziekten, te weten F*1 "Ziekten veroorzaakt door ioniserende stralen" of B*2 "Dermatites en dermatosen in het arbeidsmilieu veroorzaakt door stoffen welke niet onder andere posten zijn opgenomen ". Van blootstelling aan straling bij ongeval kan worden gesproken -*zoals de gemachtigde van verweerster ter terechtzitting correct heeft opgemerkt *- bij blootstelling van toevallige en onvrijwillige aard waarbij één van de voor de aan straling blootgestelde werkers vastgestelde limietdoses wordt overschreden.*(15 ) Dat zou hier evenwel niet het geval zijn geweest .
30 . Nu verzoeker niet concreet stelt, althans niet heeft aangetoond, dat hij is blootgesteld aan een de limietdoses overschrijdende straling, kan evenmin worden gesteld dat de commissie van onjuiste feiten is uitgegaan . De deskundigen sluiten ten slotte ook de toepasselijkheid van artikel*3, lid*2, van de Regeling uit, voornamelijk op grond van de overweging dat het voorval van 19*november*1975 de bekende rode vlekken op de huid niet kan hebben veroorzaakt of verergerd .
31 . Ten slotte zij erop gewezen, dat ook het rapport van Dr.*Kater, waarvan verzoeker de inhoud heeft aanvaard, niet onomstotelijk vaststelt dat schade is veroorzaakt . De opmerking dat somatische gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, volstaat niet om tot het bestaan van een ongeval of een beroepsziekte in de zin van het Statuut te concluderen . Vereist wordt een definitieve vaststelling van door het betrokken voorval veroorzaakte schade, daar op grond van artikel*73 Ambtenarenstatuut geen principebesluit -*in de zin dat het voorval schade zou kunnen veroorzaken *- kan worden genomen .
32 . Gelet op wat voorafgaat, ben ik van mening dat de auteurs van het meerderheidsrapport geen onjuiste definities hebben gehanteerd en niet tot kennelijk verkeerde conclusies zijn gekomen .
33 . Rest enkel nog de vraag, of het besluit van verweerster van 17*januari*1984 als een geldig, overeenkomstig artikel*19 van de Regeling genomen besluit moet worden beschouwd . Ik betwijfel dit, aangezien in het dispositief een in de procedure krachtens artikel*78 ( invaliditeit ) Ambtenarenstatuut genomen besluit wordt bevestigd . Uit artikel*25 van de Regeling blijkt immers, dat de procedure op grond van artikel*73 volkomen losstaat van die op grond van artikel*78 van het Statuut . Het is derhalve ontoelaatbaar deze procedures met elkaar te verbinden en daardoor de duidelijke scheiding tussen de in beide procedures te nemen besluiten onmogelijk te maken . Het besluit in het kader van de procedure van artikel*78 van het Statuut was evenwel reeds lang genomen en inhoudelijk nooit betwist . Na de procedure van de medische commissie met het oog op de vaststelling van een ongeval of een beroepsziekte, liet enkel nog het besluit in de procedure van artikel*73 van het Statuut op zich wachten . Daar verweerster haar besluit uitdrukkelijk op artikel*23 van de Regeling heeft gebaseerd, moet worden aangenomen dat zij daarmee impliciet te kennen geeft, dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor toekenning van de uitkeringen bedoeld in artikel*73 van het Statuut . Hoewel een duidelijker formulering wenselijk en aangewezen ware geweest, kan de handeling van 17*januari*1984 als een besluit in de zin van artikel*19 van de Regeling worden aangemerkt .
34 . Wat nu de vordering met betrekking tot eventuele toekomstige schade betreft, zij erop gewezen, dat verweerster reeds in haar correspondentie vóór het beroep heeft verklaard, dat in het geval van toekomstige schade een nieuw onderzoek en een nieuw besluit mogelijk zijn . De gemachtigde van verweerster heeft ter terechtzitting nog eens uitdrukkelijk gewezen op het bestaan van deze mogelijkheid .
35 . Volgens de bewoordingen van artikel*17 van de Regeling is het mogelijk een nieuwe procedure tot erkenning van een beroepsziekte in te stellen . Een uitspraak over de vraag of een voorval als "ongeval" in de zin van het Statuut moet worden aangemerkt, heeft evenwel kracht van gewijsde . Maar ook met betrekking tot de beroepsziekte moeten nieuwe feiten worden aangevoerd . Voor het onderzoek van nieuwe feiten kan de procedure uiteraard worden heropend .
36 . Over de kosten dient overeenkomstig artikel*70 van het Reglement voor de procesvoering te worden beslist . In ambtenarenzaken blijven de kosten door de instellingen gemaakt, te hunnen laste . In de onderhavige zaak geef ik het Hof evenwel in overweging artikel*69, paragraaf*3, van het Reglement voor de procesvoering toe te passen, volgens hetwelk een partij die in het gelijk is gesteld, kan worden veroordeeld tot het betalen van alle kosten . De veroordeling tot de kosten wordt gerechtvaardigd door het feit dat verweerster tot het ontstaan van het geschil heeft bijgedragen . Zij heeft haar besluit van 17*januari*1984 weliswaar op de Regeling gebaseerd, doch daarin slechts een in het kader van een aparte procedure op grond van artikel*78 van het Statuut genomen besluit bevestigd . Verzoekers vraag om uitleg heeft zij onbeantwoord gelaten . Toen hij dan uiteindelijk een formele klacht indiende, heeft verweerster daar niet op gereageerd . Om te voorkomen dat hij zijn recht zou verliezen, was verzoeker dus wel verplicht een beroep in te stellen .
Derhalve geef ik het Hof in overweging uitspraak te doen als volgt :
C - Conclusie
Het beroep wordt verworpen . Verweerster wordt verwezen in de kosten van het geding .
(*) Vertaald uit het Duits .
( 1 )* Arrest van 21*mei*1981, zaak*156/80, Morbelli, Jurispr.*1981, blz.*1357; arrest van 26*januari*1984, zaak*189/82, Seiler en anderen, Jurispr.*1984, blz.*229; arrest van 29*november*1984, zaak*265/83, Suss, Jurispr.*1984, blz.*4029 .
( 2 )* Arrest van 8*oktober*1986, gevoegde zaken*169/83 en*136/84, Leussink*-*Brummelhuis, Jurispr.*1986, blz.*2801, r.o.*12 .
( 3 )* Arrest van 8*oktober*1986, reeds aangehaald, r.o . 14 .
( 4 )* Zesde vordering, punten*3 en*4 .
( 5 )* Arrest van 9*maart*1978, zaak*54/77, Herpels, Jurispr.*1978, blz.*585 .
( 6 )* Arrest van 12*maart*1975, zaak*31/71, Gigante, Jurispr.*1975, blz.*337, r.o.*13; arrest van 9*juli*1975, gevoegde zaken*42 en*62/74, Vellozzi, Jurispr.*1975, blz.*871, r.o.*9 .
( 7 )* Arrest van 16*december*1976, zaak*124/75, Perinciolo, Jurispr.*1976, blz.*1953, r.o.*33 .
( 8 )* Arrest van 23*april*1986, zaak*150/84, Bernardi, Jurispr.*1986, blz.*1375 .
( 9 )* Arrest van 21*mei*1981, zaak*156/80, Morbelli, Jurispr.*1981, blz.*1357, r.o.*20 en arrest van 22*november*1984, zaak*265/83, Suss, Jurispr.*1984, blz.*4029, r.o.*11 .
( 10)*Arrest van 26*januari*1984, zaak*189/82, Seiler, Jurispr.*1984, blz.*229, r.o.*15 .
( 11)*Arrest van 2*mei*1985, zaak*118/84, Royale Belge, Jurispr.*1985, blz.*1889, r.o . 17 .
( 12)*PB*1962, blz.*2188 .
( 13)*Eigen cursivering .
( 14)*Artikel*2, lid*1, van de Regeling .
( 15)*Richtlijn 80/836/Euratom, PB*1980, L*246, blz.*1 .
Full & Egal Universal Law Academy