Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . De Commissie verwijt België, dat het niet binnen de voorgeschreven termijn alle noodzakelijke maatregelen heeft genomen om uitvoering te geven aan 's*Raads richtlijnen nr.*75/362 van 16*juni 1975 inzake de onderlinge erkenning van de diploma' s, certificaten en andere titels van de arts, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten, en nr.*75/363 van dezelfde datum, inzake de cooerdinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de werkzaamheden van de arts ( PB*1975, L*167, blz.*1 respectievelijk blz.*14 ).
Het onderhavige geding stelt nauwelijks problemen . Het staat immers vast dat België aan het einde van de uitvoeringstermijn van achttien maanden, voorzien bij artikel*25, lid*1, respectievelijk artikel*9, lid*1, van de twee voornoemde richtlijnen, de door deze richtlijnen opgelegde verplichtingen slechts ten dele was nagekomen .
Eerst op 4*april 1980 heeft de verwerende Staat een wet vastgesteld houdende "overdracht van bevoegdheden voor de uitvoering van richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen, betreffende de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de diergeneeskunde" ( Belgisch Staatsblad van 21*mei 1980 ), op grond waarvan, na het met redenen omkleed advies van 7*februari*1983, het koninklijk besluit nr.*83-1108 van 8*juni 1983 werd vastgesteld tot wijziging van het koninklijk besluit van 10*november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies ( Belgisch Staatsblad van 1*juli 1983 ), aangevuld door de ministeriële besluiten nrs.*83-1321 en 83-1322 van 20*juli 1983 ( Belgisch Staatsblad van 6*augustus 1983 ).
In haar inleidend verzoekschrift stelt de Commissie, dat deze verschillende regelingen nog een aantal lacunes laten bestaan in de uitvoering van de twee betrokken richtlijnen, daar België noch de artikelen 8, 10, 11, 13, 15, 18 en 19 van richtlijn nr.*75/362, noch artikel*5 van richtlijn nr.*75/363 in nationaal recht heeft omgezet .
2 . In de loop van de procedure heeft de Commissie zich genoodzaakt gezien het voorwerp van haar beroep opnieuw te omschrijven . Zij heeft erkend dat voor de genoemde artikelen*18 en 19 in België geen bijzondere uitvoeringsmaatregelen nodig waren, aangezien de verwerende Staat het voeren van de beroepstitel niet reglementeert en evenmin van zijn onderdanen een eed of belofte verlangt voor de toegang tot de in de richtlijn bedoelde werkzaamheden .
3 . Wat richtlijn nr.*75/362 betreft, stelt de Commissie zonder door de verwerende Staat te worden weersproken, dat België
- niet overeenkomstig artikel*8, lid*2, heeft bepaald op welke wijze rekening zal worden gehouden met de duur van de door de onderdanen der Lid-Staten reeds in een andere Lid-Staat vervulde gespecialiseerde opleidingsperiode, wanneer deze overeenkomt met die welke in de ontvangende Lid-Staat voor dezelfde opleiding wordt vereist;
- geen maatregelen heeft genomen ter waarborging van het in artikel*10 vermelde recht van de onderdanen van de Lid-Staten om gebruik te maken van de in de Lid-Staat van oorsprong of herkomst verleende opleidingstitel, of van de afkorting daarvan, in de taal van deze laatste staat;
- niet overeenkomstig zijn verplichting ex*artikel*11 bewijskracht heeft toegekend aan de verklaring inzake goed gedrag of betrouwbaarheid, die door een bevoegde instantie van de Lid-Staat van oorsprong of herkomst is afgegeven met het oog op de eerste toegang tot een van de in de richtlijn bedoelde werkzaamheden;
- heeft nagelaten om ter uitvoering van artikel*13, tweede alinea, aan te duiden welke autoriteit in België bevoegd is om het op de lichamelijke of geestelijke gezondheid betrekking hebbend document af te geven, dat vereist zou zijn in de Lid-Staat van oorsprong of herkomst;
- geen termijn heeft vastgesteld waarbinnen de procedure aangaande de toelating van de begunstigde tot een van de in de richtlijn omschreven werkzaamheden moet worden voltooid, welke termijn volgens artikel*15 niet langer mag zijn dan drie maanden .
4 . Met betrekking tot richtlijn nr.*75/363 wordt de verwerende Staat terecht verweten, dat hij zich niet heeft geconformeerd aan de minimumduur van vier jaar voor de gespecialiseerde opleiding "tropische geneeskunde" ( artikel*5 ). Weliswaar heeft België verzocht te worden geschrapt van de lijst van de Lid-Staten waarin onderwijs wordt gegeven in dit specialisme, dat genoemd wordt in artikel*7, lid*2, van richtlijn nr.*75/362, doch in de huidige situatie maakt dit de niet-nakoming niet ongedaan . Dat zal eerst het geval zijn wanneer de Raad de richtlijn op dit punt heeft gewijzigd .
5 . Ten aanzien van elk van deze bepalingen heeft de verwerende Staat zich verplicht om de thans geldende regeling aan te passen . Men dient evenwel vast te stellen dat deze thans nog leemten vertoont . Voor het overige heeft België, zoals wij reeds opmerkten, zich niet gehouden aan de termijnen die in de richtlijnen nrs.*75/362 en 75/363 uitdrukkelijk zijn gesteld voor de nakoming van de daaruit voortvloeiende verplichtingen . Met de Commissie wil ik de aandacht vestigen op wat het Hof overwoog in zijn arresten van 12*oktober 1982 in de zaken 136, 148, 149 en 151/81 :
"Daar de regeringen van de Lid-Staten deelnemen aan de voorbereiding van de richtlijnen, moeten zij in staat zijn binnen de voor hun tenuitvoerlegging gestelde termijn, een ontwerp van de daartoe noodzakelijke wettelijke regeling op te stellen ."
Het door de Commissie ingediende beroep wegens niet-nakoming moet derhalve worden toegewezen .
6 . Bijgevolg moet mijns inziens worden vastgesteld, dat het Koninkrijk België, door niet binnen de voorgeschreven termijnen alle noodzakelijke bepalingen vast te stellen voor de uitvoering van de richtlijnen nr.*75/362 inzake de onderlinge erkenning van de diploma' s, certificaten en andere titels van de arts, tevens houdende maatregelen ter vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten, en nr.*75/363 inzake de cooerdinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de werkzaamheden van de arts, de verplichtingen niet is nagekomen welke krachtens de bepalingen van het Verdrag en de voornoemde richtlijnen op haar rusten .
(*) Vertaald uit het Frans .
Full & Egal Universal Law Academy