Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
Als ik het goed heb, is dit de eerste maal dat het Hof uitspraak dient te doen over de toepasselijkheid van het EEG-mededingingsrecht op handelsbeurzen .
De Ancides ( Associazione nazionale commercianti internationali dentali e sanitari ) verzoekt het Hof krachtens artikel*173 EEG-Verdrag om nietigverklaring van beschikking 84/588 van de Commissie ( PB*1984, L*322, blz.*10 ), waarbij de aanvankelijk in 1975 aan de Unidi ( Unione nazionale industrie dentarie italiane ) krachtens artikel*85, lid*3, verleende vrijstelling voor het door haar vastgestelde reglement voor een regelmatig plaatsvindende beurs, genaamd "Expo Dental", werd verlengd tot 31*december 1993 .
De Ancides, opgericht in 1958, is een Italiaanse vereniging van importeurs, grossiers en verdelers van tandheelkundig materiaal dat grotendeels, zo niet volledig buiten Italië wordt geproduceerd . De Unidi is een Italiaanse vereniging waarvan nagenoeg alle Italiaanse producenten van tandheelkundig materiaal lid zijn . Voor de onderhavige procedure wordt onder "tandheelkundig materiaal" verstaan, de produkten die tandartsen gebruiken en niet bijvoorbeeld tandenborstels en tandpasta' s .
De relevante feiten kunnen kort worden samengevat . Sedert 1969 organiseert de Unidi de "Expo*Dental", telkens in een andere Italiaanse stad . In 1973 meldde de Unidi het tentoonstellingsreglement, dat de deelneming aan de "Expo*Dental" regelt, bij de Commissie aan en verzocht zij om een negatieve verklaring of een vrijstelling op grond van artikel*85, lid*3 . Dit reglement bevatte beperkingen ten aanzien van het materiaal dat op de "Expo*Dental" mocht worden tentoongesteld, en bepaalde, welke transacties daar niet toegestaan waren . Voorts legde het de exposanten beperkingen op voor wat de deelneming aan bepaalde andere tentoonstellingen betreft en verleende het het organisatiecomité een discretionaire bevoegdheid om kandidaat-exposanten te weren .
Tussen de aanmelding en de beschikking van de Commissie werd het reglement gewijzigd in die zin, dat het in de oorspronkelijke versie van het reglement neergelegde algehele verbod om aan concurrerende tentoonstellingen deel te nemen, nog slechts voor de helft van de periode tussen twee "Expo*Dental" gold ( de tentoonstellingen vonden destijds ongeveer om de achttien maanden plaats ).
De Commissie ontving blijkbaar geen spontane opmerkingen van derden naar aanleiding van de kennisgeving van 1973 ( zie de laatste alinea van punt*I, sub*5, van de beschikking van 1975 ). Niettemin blijken ambtenaren van de Commissie de Ancides informeel om haar standpunt te hebben gevraagd; bij deze bestonden geen bezwaren, aangezien zij toentertijd nauw met de Unidi samenwerkte bij de voorbereiding van de "Expo*Dental", zij het dat de Unidi de eindverantwoordelijkheid droeg .
In juli*1975 publiceerde de Commissie een beschikking ( hierna : "de beschikking van 1975"; PB*1975, L*228, blz.*17 )). Voor de Commissie stond vast, dat het reglement de vrije handel tussen de Lid-Staten in gevaar kon brengen op een wijze die nadelig kon zijn voor de verwezenlijking van één enkele markt tussen de Lid-Staten . Zij wees het verzoek om een negatieve verklaring af, doch verleende voor het reglement van de "Expo*Dental" een vrijstelling, die op 31*december*1983 afliep . Ingevolge artikel*2 van de beschikking was de Unidi verplicht, elke weigering om een exposant tot een "Expo*Dental" toe te laten, aan de Commissie mee te delen .
Sedertdien is de verstandhouding tussen de Ancides en de Unidi verslechterd; verscheidene pogingen om over bepaalde zaken tot een vergelijk te komen, liepen op niets uit . Blijkens de aan het Hof ter beschikking staande gegevens heeft de Ancides meer macht verkregen ten gevolge van de stijging van de invoer van buitenlands tandheelkundig materiaal in Italië, terwijl de Unidi zich meer en meer is gaan toeleggen op het verdedigen van de belangen van Italiaanse producenten . Meer in het bijzonder heeft de Unidi namens de Italiaanse producenten de advertentiecampagne "Sorridi Italiano" ( glimlach Italiaans ) gevoerd . Dit lijkt voor de Ancides aanleiding te zijn geweest om na de "Expo Dental" van 1983 met de Unidi te breken en zich toe te leggen op de organisatie van haar eigen tentoonstellingen .
Toen de Unidi in 1984 om verlenging van de beschikking van 1975 vroeg en de Commissie overeenkomstig artikel*19, lid*3, van verordening nr.*17 ( PB*1962, blz.*204 ) een mededeling in het Publikatieblad plaatste ( PB*1984, C*130, blz.*3 ), zond de Ancides de Commissie dan ook een brief waarin zij zich op gedetailleerde gronden tegen verlenging van de vrijstelling verzette . Nadat de Commissie kennis had genomen van het standpunt van de Unidi over de bezwaren van de Ancides en het overtuigend had bevonden, gaf zij de bestreden beschikking houdende verlenging van de vrijstelling .
Het reglement waarvoor in 1984 vrijstelling is verleend, verschilt op twee belangrijke punten van het reglement dat in 1973 was aangemeld . In de eerste plaats worden de "Expo*Dental" nu jaarlijks georganiseerd in plaats van iedere achttien maanden . De aan de "Expo*Dental" voorafgaande periode waarin de exposanten niet aan concurrerende handelsbeurzen mogen deelnemen, is dienovereenkomstig verkort van negen tot zes maanden, dus de helft van de periode tussen twee tentoonstellingen . In de tweede plaats kunnen exposanten die de toegang tot de "Expo*Dental" wordt ontzegd of die van de tentoonstelling worden uitgesloten, beroep instellen bij een arbitragecommissie . Deze beroepsprocedure is ingevoerd op verzoek van de Commissie ( paragrafen 4 en 6 van de bestreden beschikking ).
Tot staving van haar beroep tot nietigverklaring van de bestreden beschikking voert de Ancides aan, dat de Commissie haar rechten van verdediging heeft geschonden door artikel*19 van verordening nr.*17 en de artikelen 1, 5 en 7 van verordening nr.*99/63 ( PB*1963, blz.*2268 ) niet na te leven; voorts zou de Commissie de artikelen 85 en 86 van het Verdrag onjuist hebben toegepast . Hiertoe stelt de Ancides, dat de Commissie het belang van de twee vernieuwingen in het tentoonstellingsreglement van de "Expo Dental" onjuist heeft beoordeeld .
De Commissie acht het beroep ontvankelijk voor zover het de rechten van de Ancides als vereniging betreft . Zij meent evenwel -*mijns inziens terecht en door de Ancides niet bestreden *-, dat verzoekster geen problemen aan de orde kan stellen die uitsluitend haar leden betreffen .
Met betrekking tot de procedure betoogt de Ancides, dat de Commissie de nieuwe omstandigheden, waarop haar aandacht had moeten zijn gevestigd door het schriftelijke antwoord van de Ancides op de in artikel*19 bedoelde mededeling, onvoldoende nauwkeurig heeft onderzocht en met name de Ancides noch haar leden heeft gehoord . De Ancides citeert de volgende passage uit 's*Hofs arrest van 7*juni*1983 ( gevoegde zaken 100-103/80, Musique Diffusion Française, Jurispr.*1983, blz.*1825, r.o.*10 - de zaak Pioneer ):
"In zijn arrest van 13*februari*1979 ( zaak*85/76, Hoffmann*La*Roche, Jurispr . 1979, blz.*461 ) wees het Hof erop dat deze bepalingen" -*zijnde artikel*19, leden 1 en 2, van verordening nr.*17 en artikel*4 van verordening nr.*99/63 *- "toepassing geven aan een grondbeginsel van gemeenschapsrecht, dat verlangt dat de rechten van de verdediging in elke procedure, ook wanneer deze van administratieve aard is, in acht worden genomen, en inzonderheid dat de betrokken onderneming tijdens de administratieve procedure in staat wordt gesteld haar standpunt kenbaar te maken met betrekking tot de juistheid en relevantie der gestelde feiten en omstandigheden, alsook met betrekking tot de stukken waarmee de Commissie de haar gestelde inbreuk op het Verdrag heeft gestaafd ."
Dit is hier evenwel niet van direct belang, aangezien het in het citaat uit de zaak Pioneer gaat om de positie van een onderneming tegen welke de Commissie een ongunstige beschikking wil geven .
Artikel*19 van verordening nr.*17 luidt als volgt :
"Horen van belanghebbenden en derden
1 . Alvorens beschikkingen te geven op grond van de artikelen 2, 3, 6, 7, 8, 15 en 16, stelt de Commissie de betrokken ondernemingen en ondernemersverenigingen in de gelegenheid hun standpunt kenbaar te maken ter zake van de punten van bezwaar welke de Commissie in aanmerking heeft genomen .
2 . Voor zover de Commissie of de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten dit noodzakelijk achten, kunnen zij ook andere natuurlijke of rechtspersonen horen . Indien natuurlijke of rechtspersonen verzoeken gehoord te worden en aannemelijk maken dat zij hierbij in voldoende mate belang hebben, moet aan dit verzoek gevolg worden gegeven .
3 . Indien de Commissie voornemens is een negatieve verklaring in de zin van artikel*2, dan wel een beschikking bedoeld in artikel*85, lid*3, van het Verdrag, te geven, maakt zij het essentiële gedeelte van het verzoek of de aanmelding bekend; hierbij worden alle belanghebbende derden uitgenodigd opmerkingen kenbaar te maken binnen de door de Commissie vastgestelde termijn van ten minste één maand . Bij de bekendmaking wordt rekening gehouden met het rechtmatige belang van de ondernemingen dat hun zakengeheimen niet aan de openbaarheid worden prijsgegeven ."
In verordening nr.*99/63 van de Commissie over het horen van belanghebbenden en derden overeenkomstig artikel*19 van verordening nr.*17 wordt bepaald :
"Artikel*4
De Commissie neemt in haar beslissingen slechts die punten van bezwaar in aanmerking, waarover de ondernemingen en ondernemersverenigingen, tegen wie de beslissing gericht is, in de gelegenheid zijn geweest hun standpunt kenbaar te maken .
Artikel*5
Indien natuurlijke of rechtspersonen overeenkomstig artikel*19, lid*2, van verordening nr.*17 verzoeken gehoord te worden en zij aannemelijk maken, dat zij daarbij in voldoende mate belang hebben, stelt de Commissie hen in de gelegenheid binnen een door haar bepaalde termijn schriftelijk hun standpunt kenbaar te maken .
Artikel*7
1 . De Commissie stelt personen, die dit bij hun schriftelijke opmerkingen hebben verzocht, in de gelegenheid hun standpunt mondeling toe te lichten, wanneer deze personen aantonen daarbij voldoende belang te hebben of wanneer de Commissie hun een geldboete of een dwangsom wil opleggen .
2 . De Commissie kan ook in andere gevallen gelegenheid tot mondelinge uiteenzettingen geven ."
In wezen komt het antwoord van de Commissie hierop neer, dat zij de verplichting van artikel*19, lid*3, om een mededeling te publiceren met vermelding van de gronden, waarop zij vrijstelling wenste te verlenen, is nagekomen en dat zij rekening heeft gehouden met de opmerkingen van de Ancides, hoewel deze opmerkingen haars inziens door de Unidi overtuigend werden weerlegd en derhalve geen invloed hadden op haar beslissing . De Ancides zou niet hebben gevraagd om te worden gehoord; in ieder geval had zij daar rechtens geen aanspraak op . Zowel artikel*19 van verordening nr.*17 als artikel*7 van verordening nr.*99/63 maken onderscheid tussen de ondernemingen wier overeenkomsten of gedragingen worden onderzocht, en de andere betrokken partijen . Alleen eerstgenoemden zouden het recht hebben te worden gehoord . Daarentegen staat het de Commissie vrij om laatstgenoemde categorie al dan niet te horen . De Ancides was in de gelegenheid gesteld haar opmerkingen te maken en heeft zulks gedaan . Derhalve zou er geen sprake zijn van een schending van bedoelde artikelen, evenmin als van enig ander artikel van verordening nr.*99/63 .
Ofschoon er geen bewijs is dat de Commissie de opmerkingen van de Ancides al dan niet grondig heeft onderzocht, heeft de Ancides mijns inziens niet aangetoond dat de Commissie de genoemde bepalingen heeft geschonden . De Commissie heeft de vereiste mededeling gepubliceerd en heeft de ontvangen schriftelijke opmerkingen onderzocht . Zij is niet verzocht, en was evenmin ambtshalve verplicht, om gelegenheid tot mondelinge uiteenzetting te geven .
Wat de grond van de zaak betreft, komt het betoog van de Ancides er in wezen op neer, dat de door de Commissie verleende vrijstelling de Unidi een kunstmatig voordeel op de relevante markt verschaft ( de markt van handelsbeurzen voor tandheelkundig materiaal, niet de markt van tandheelkundig materiaal ), gelijkstaand met een machtspositie . De Unidi zelf ziet de vrijstelling als een "mandaat", zoals blijkt uit het bij het verzoekschrift gevoegde reclamemateriaal . De Ancides betoogt dat elke marktdeelnemer in de sector tandheelkundig materiaal gedwongen is aan de "Expo*Dental" van de Unidi deel te nemen . Zoals de Commissie opmerkt, is de houding van de Ancides enigszins tegenstrijdig . Met de bewering dat de Commissie belang had moeten hechten aan de scheuring tussen de Unidi en haarzelf, vestigt de Ancides er de aandacht op, dat zij dank zij haar zelfstandige positie op de markt thans in staat is concurrerende beurzen te organiseren, hetgeen het argument dat het voor haar en haar leden onmogelijk is te overleven zonder deelneming aan de "Expo*Dental" en dat de Unidi derhalve een machtspositie inneemt, eerder ontkracht . De Ancides zelf geeft toe dat haar leden niet in grote getale hebben deelgenomen aan de "Expo*Dental" van 1984 en liever deelnamen aan een door de Ancides ter gelegenheid van haar vijfentwintigste verjaardag georganiseerde tentoonstelling .
Anderzijds lijkt het waarschijnlijk dat de Unidi dank zij de vrijstelling meer macht verkrijgt dan alleen de markt haar had verschaft . Het tentoonstellingsreglement van de Unidi heeft thans een gepriviligieerde status en het is goed mogelijk, dat deelnemers afgeschrikt worden om uit de "Expo*Dental" te stappen . Zelfs als de Unidi door de vrijstelling een machtspositie zou verkrijgen, is dat echter op zich niet voldoende om een beroep van de Ancides te schragen, zoals de Commissie opmerkt . Artikel86 verbiedt het misbruik maken van een machtspositie en niet het loutere innemen van een machtspositie . De Ancides heeft tegen de Commissie geen beroep ingesteld krachtens artikel*175 wegens het niet optreden tegen een vermeend misbruik van een machtspositie, en de Ancides heeft evenmin bij de Commissie een klacht ingediend wegens een dergelijk misbruik . Mijns inziens is de vraag of er misbruik van machtspositie was, niet rechtstreeks aan de orde; overigens lijkt het mij weinig waarschijnlijk dat de Unidi een machtspositie inneemt, aangezien de Ancides een concurrerende tentoonstelling blijkt te kunnen organiseren in de periode vlak vóór een "Expo Dental" en haar leden op de Italiaanse markt een sterke positie innemen .
In casu gaat het dus om de vraag, of de beoordeling van de Commissie van de mededinging op de relevante markt en de conclusies die zij daaruit heeft getrokken, zulke kennelijke vergissingen, beoordelingsfouten of ongerijmdheden bevatten, dat de beschikking moet worden nietigverklaard .
In hoofdzaak worden drie argumenten aangevoerd .
Het eerste heeft betrekking op de periode tussen twee "Expo Dental ". De Ancides betoogt, dat het verbod van deelneming aan concurrerende tentoonstellingen tijdens een periode van negen maanden vóór de "Expo*Dental", die iedere achttien maanden plaatsvindt, niet hetzelfde is als een verbod van zes maanden, indien de "Expo*Dental" jaarlijks wordt georganiseerd, in het bijzonder wanneer deze tentoonstelling voortaan jaarlijks in juni en te Milaan zal plaatsvinden . Het is duidelijk dat, indien de tentoonstelling ieder jaar in dezelfde maand wordt gehouden, het verbod ook steeds voor dezelfde maanden van ieder jaar geldt, hetgeen niet het geval is indien de tentoonstelling om de achttien maanden plaats vindt . De Commissie brengt daartegen evenwel in, dat het reglement van de "Expo*Dental" nergens bepaalt dat de tentoonstelling steeds in juni moet worden gehouden; evenmin is bepaald dat de tentoonstelling voortaan steeds te Milaan moet plaatsvinden . Er was alleen een latere verklaring van de leden, dat zij er voorstander van waren om Milaan als vaste plaats voor de tentoonstelling aan te wijzen . Naar ter terechtzitting is gebleken, werd de "Expo*Dental" van 1986 eind september te Genua gehouden . De Ancides lijkt derhalve minder gewicht te hechten aan dit onderdeel van haar argumentatie . Dat neemt niet weg dat de vraag blijft, of een verbod van zes maanden per jaar in vergelijking tot een verbod van negen maanden per achttien maanden dermate zware of onbillijke gevolgen kan hebben, dat de beschikking van de Commissie moet worden nietigverklaard .
In paragraaf*10 van de considerans van de bestreden beschikking verklaart de Commissie, dat
"de voorwaarden voor toepassing van artikel*85, lid*3, nog steeds vervuld blijven om dezelfde redenen als in genoemde beschikking zijn uiteengezet; de concentratie van manifestaties die dank zij het reglement van de 'Expo*Dental' in Italië plaatsvindt schept namelijk de mogelijkheid tegen geringere kosten bijna alle produkten uit de tandheelkundige sector die op de Italiaanse markt worden aangeboden te vergelijken ."
De op dit punt in de beschikking van 1975 aangegeven redenen zijn de volgende :
De concentratie van de tentoonstellingen "begunstigt tevens het in de handel brengen van de produkten door, negen van de achttien maanden, de kosten van de exposanten en dus de kostprijs van hun produkten te verminderen, door gedurende de negen overige maanden de fabrikanten en hun dealers deze produkten te laten exposeren aan de hand van de eigen belangen van een ieder" ( punt*III, sub*2, b );
"De fabrikanten van en dealers in tandheelkundige produkten die gedurende een redelijke tijd vrijgesteld zijn van alle lasten die de deelneming aan andere manifestaties met zich meebrengt, zijn in staat hun inspanningen op de 'Expo*Dental' te concentreren" ( punt*III, sub*4 ).
"De organisatoren van andere tentoonstellingen dan de 'Expo*Dental' bezitten de mogelijkheid om negen van de achttien maanden manifestaties te organiseren waaraan de betrokkenen vrijelijk kunnen deelnemen en kunnen eventueel de overige maanden rekenen op de deelneming van bepaalde fabrikanten die hun produkten niet op de 'Expo*Dental' wensen tentoon te stellen; ... dat ten aanzien van de concurrentie tussen fabrikanten van en dealers in tandheelkundige produkten, de deelneming aan de 'sectoriële' tentoonstellingen ... slechts één middel tot verkoop uit vele andere is; het feit dat zij negen van de achttien maanden verplicht zijn een keuze te maken, heeft derhalve niet ten gevolge dat de mededinging tussen hen wordt opgeheven" ( punt*III, sub*5 ).
Het argument van de Ancides dat, ingeval de tentoonstelling voortaan jaarlijks in juni zou plaatsvinden, concurrenten van de Unidi wegens de lange zomervakantie in Italië welbeschouwd nog slechts over drie maanden zouden beschikken om hun eigen tentoonstellingen te organiseren, leek mij op het eerste gezicht wel overtuigend . Nu het echter heel niet zeker is, dat de "Expo*Dental" steeds in juni en steeds te Milaan zal plaatsvinden, heeft de Ancides niet aangetoond, dat de Commissie ten aanzien van de periode tussen de "Expo*Dental", die -*ofschoon teruggebracht van negen tot zes maanden *- althans proportioneel gelijk blijft wanneer de "Expo*Dental" jaarlijks in plaats van iedere achttien maanden plaatsvinden, ten onrechte op dezelfde manier heeft geredeneerd als in haar beschikking van 1975 .
Het tweede argument van de Ancides betreft de arbitragecommissie voor uitgesloten exposanten . De arbitragecommissie heeft volgens de Ancides weinig betekenis; de Commissie zou zich meer door de vorm dan door haar mogelijke invloed hebben laten verleiden, niet te onderzoeken of het Unidi-reglement inderdaad de vermeende gunstige gevolgen voor de mededinging heeft .
Ter terechtzitting legde de Ancides documenten over waaruit blijkt van pogingen om in 1985 en 1986 haarzelf, en in 1986 een van haar leden, van de "Expo*Dental" uit te sluiten; voorts heeft zij stukken over het daarna tussen laatstbedoelde onderneming en de Unidi ontstane geschil overgelegd . De Unidi heeft blijkbaar zo laat gereageerd, dat er geen tijd meer was om de arbitragecommissie in te schakelen of om overeenkomstig artikel*700 van het Italiaanse wetboek van burgerlijke rechtsvordering de Italiaanse rechtbanken om een voorlopige voorziening te vragen . Het Hof heeft deze documenten van de Ancides geaccepteerd en verklaard, ze in aanmerking te nemen . De Commissie heeft zich hiertegen niet verzet, doch betoogd, dat zij zonder belang zijn voor de beantwoording van de vraag, of de bestreden beschikking op een onjuiste beoordeling van de feiten ten tijde van de verlening van de vrijstelling berustte .
Uit deze documenten kan misschien blijken, dat de verzoeken van de Ancides op onbevredigende wijze zijn behandeld . Zij bewijzen mijns inziens echter niet, dat de Commissie in 1984 had moeten beseffen dat de ( door haar zelf voorgestelde ) arbitragecommissie louter een façade zou zijn of is . De Commissie kon destijds menen, dat het recht om tegen uitsluiting in beroep te komen bij een arbitragecommissie, een belangrijke verbetering van het reglement van de Unidi betekende .
Wat het derde argument betreft -*de omstandigheden voor handelsbeurzen voor tandheelkundig materiaal zijn tussen 1975 en 1984 dermate veranderd, dat de oorspronkelijke redenering, waarnaar de betwiste beschikking verwijst, niet langer opgaat *- bevindt de Ancides -*zoals de Commissie opmerkt *- zich in hetzelfde dilemma als bij haar stelling, dat de Unidi een machtspositie inneemt . Uit de opmerking van de Ancides lijkt te volgen, dat andere promotietechnieken dan grote handelsbeurzen in betekenis toenemen ( zoals de door de producenten georganiseerde "open houses" en tentoonstellingen in het kader van congressen van specialisten ) en dat het praktische belang van de voor het reglement van de Unidi verleende vrijstelling afneemt . De producenten en verdelers van tandheelkundig materiaal dienen de relatieve voordelen van de volle vrijheid om hun produkten buiten het kader van de "Expo Dental" tentoon te stellen, hoe en waar zij zulks wensen, af te wegen tegen de beperkte vrijheid die zij hebben wanneer zij aan de "Expo*Dental" deelnemen . Een van de factoren die bij die beoordeling een rol zal spelen, is de aantrekkelijkheid van concurrende manifestaties van de Ancides en andere organisatoren in het licht van nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap en de tandheelkundige techniek .
Zolang de Ancides in staat is om concurrerende tentoonstellingen te organiseren, kan zij mijns inziens niet stellen, dat de Unidi de belangen van haar Italiaanse leden stimuleert ten koste van de buitenlandse leden van de Ancides . Het staat de Ancides vrij, de belangen van haar eigen leden te bevorderen, ook al legt het verbod om aan andere beurzen deel te nemen, haar beperkingen op . Ook het feit dat de verstandhouding tussen de Ancides en de Unidi ten tijde van de betwiste beschikking niet langer goed was, doet aan de geldigheid van de beschikking niet af, aangezien zelfs ten tijde van de vaststelling van de beschikking van 1975 de Unidi de eindverantwoordelijkheid had .
Toen zij de verlenging van de vrijstelling onderzocht, diende de Commissie het vereiste van de vrijwaring van de concurrentiemogelijkheden af te wegen tegen de beperkingen die noodzakelijk zijn voor het welslagen van een belangrijke handelsbeurs als de "Expo*Dental" met de evidente voordelen die zij heeft . Op grond van alle omstandigheden is de Commissie tot de conclusie gekomen, dat deze beperkingen wegens de voordelen van een grootscheepse, geconcentreerde en periodieke tentoonstelling als die welke de Unidi organiseert, gerechtvaardigd zijn . De Ancides heeft in de onderhavige procedure niet aangetoond, dat de Commissie juridische fouten heeft gemaakt of dat zij redelijkerwijs niet tot het oordeel kon komen, dat de beperkingen passend waren om de gestelde voordelen te bereiken . Behoudens vergissingen, onwettigheid of onredelijkheid is het in wezen aan de Commissie om hierover te oordelen en mijns inziens kon zij op grond van de feiten tot haar beslissing komen . Bovendien kon de Commissie in het bestaan en de opkomst van andere soorten van promotie-activiteiten, waarop de Ancides in de brief van 7*juni 1984 heeft gewezen en wat wordt bevestigd in de brief van de Unidi van 26*juli*1984 aan de Commissie waarmee zij de kritiek van de Ancides poogde te weerleggen, redelijkerwijs een indicatie zien, dat de mededinging niet werd uitgeschakeld door de bevoorrechte status van het reglement van de "Expo*Dental ".
De Ancides kan haar klachten over de wijze waarop de Unidi de "Expo*Dental"-tentoonstellingen na de beschikking van 1984 heeft georganiseerd, uiteraard aan de Commissie voorleggen . Deze kan dan krachtens artikel*8, lid*3, van verordening nr.*17 haar beschikking intrekken of wijzigen, of bepaalde handelingen verbieden in geval van niet-nakoming van de verplichting om de Commissie in kennis te stellen van alle gevallen van uitsluiting en van weigering van toelating tot een tentoonstelling, of indien de feitelijke omstandigheden op een voor de beschikking wezenlijk punt zijn gewijzigd of ook nog in geval van misbruik van de vrijstelling .
Ik ben evenwel van mening, dat het onderhavige beroep moet worden afgewezen en dat verzoekster in de kosten van de Commissie moet worden verwezen .
(*)* Vertaald uit het Engels .
Full & Egal Universal Law Academy