Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . Bij het onderhavige beroep wegens niet-nakoming wordt het Hof verzocht vast te stellen dat de Helleense Republiek :
- krachtens de artikelen*2, 143 en*145 van de Toetredingsakte van deze staat tot de Europese Gemeenschappen*(1 ) verplicht was om per 1*januari*1981 de maatregelen in werking te stellen "die nodig zijn om ... uitvoering te geven aan de richtlijnen en beschikkingen in de zin van artikel*189 van het EEG-Verdrag ..."*( 2 ) ( eerste middel ),
- de krachtens de Toetredingsakte, het EEG-Verdrag en artikel*2 van de richtlijn van 11*mei*1960, zoals gewijzigd bij de richtlijn van 18*december*1962, op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door de Banque de Paris et des Pays-Bas ( België ) ( hierna : Paribas ) geen toestemming te verlenen om de liquidatie-opbrengst van in obligaties van de Hellenic Industrial Development Bank ( hierna : HIDB ) belegde gelden te repatriëren of opnieuw op een convertibele rekening te
C 132/85
- 2 -
plaatsen ( tweede middel ) en om de "gekweekte" rente, dat wil zeggen de rente uit de belegging met inbegrip van die uit het deposito op een van*1984 tot*1986 geblokkeerde rekening, te repatriëren ( derde middel ).
2 . Ter terechtzitting heeft de Commissie toegegeven :
- dat de twee richtlijnen bij presidentieel decreet nr.*170/86, gepubliceerd op 19*mei*1986, in nationaal recht zijn omgezet,
- dat de Griekse bevoegde autoriteiten in de loop van de procedure ten aanzien van Paribas nieuwe besluiten hebben genomen, die voldoen aan de voor hen uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende verplichtingen .
Zij stelt evenwel, onder verwijzing naar de rechtspraak van het Hof, dat de verweten niet-nakoming in rechte moet worden vastgesteld, daar het voor haar van belang is de Lid-Staten te wijzen op hun verantwoordelijkheden, zowel ten aanzien van de andere Lid-Staten als ten aanzien van particulieren . Met betrekking tot het tweede en het derde middel moet met name het probleem van de rechtstreekse werking van de inmiddels in nationaal recht omgezette richtlijn en van de artikelen*67, lid*2, of*106, lid*1, van het Verdrag worden onderzocht . De Helleense Republiek heeft namelijk aangevoerd, dat Paribas zich niet rechtstreeks kan beroepen op deze richtlijnen, omdat zij niet duidelijk en onvoorwaardelijk zijn en de Lid-Staten derhalve het recht behouden om de aard en de wettigheid van de transacties te controleren .
C 132/85
- 3 -
Bovendien heeft geen enkele bepaling van het presidentiële decreet nr.*170/86 terugwerkende kracht tot 1*januari*1981 . Een nieuw ontwerp-decreet, dat het decreet van*1986 overneemt doch terugwerkende kracht verleent, staat op het punt te worden gepubliceerd, maar zolang er over de inhoud noch over de inwerkingtreding daarvan enige zekerheid bestaat, meent de Commissie dat zij haar vordering niet geheel of gedeeltelijk kan laten vallen .
3 . Volgens de rechtspraak van het Hof heeft de Commissie zelfs dan nog belang bij de handhaving van een beroep wegens niet-nakoming, wanneer na het verstrijken van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn bevredigende wijzigingen in de wetgeving van de verweer voerende Lid-Staat zijn aangebracht, omdat
"een door het Hof krachtens de artikelen 169 en 171 van het Verdrag te wijzen arrest van materieel belang kan zijn ter vaststelling van de grondslag van de aansprakelijkheid die een Lid-Staat, als gevolg van die niet-nakoming, jegens andere Lid-Staten, de Gemeenschap of particulieren te dragen kan krijgen."*(3 )
4 . Met betrekking tot het eerste middel betwist de Helleense Republiek niet dat de twee richtlijnen bij de inwerkingtreding van de Toetredingsakte in nationaal recht hadden moeten zijn omgezet . De niet-nakoming staat derhalve vast . Volgens de zojuist geciteerde rechtspraak is er dus een "materieel belang" bij de vaststelling daarvan .
C 132/85
- 4 -
5 . In de andere middelen brengt de Commissie de door Griekenland ten opzichte van Paribas gevolge praktijk in het geding . In haar antwoord op de door het Hof ter terechtzitting gestelde vragen, heeft de Commissie erop gewezen, dat haar beroep niet alleen ertoe strekt te doen vaststellen dat Griekenland de op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door Paribas -*die uiteindelijk toch genoegdoening heeft gekregen *- geen toestemming te verlenen om de betrokken gelden naar het buitenland over te maken, maar ook een praktijk te doen bestraffen die Griekenland ook in andere gevallen toepaste en vooral te doen vaststellen dat de genoemde richtlijnen rechtstreekse werking hebben .
6 . Volgens de rechtspraak van het Hof mag zonder meer worden aangenomen dat de Commissie er belang bij heeft om een niet-nakoming, die na afloop van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn nog voortduurt, te laten vaststellen*(4 ) en is zij alleen in staat te beoordelen of het nuttig is haar actie voort te zetten of om daarvan af te zien . Bijgevolg kan het belang van de Commissie om met betrekking tot het "geval Paribas" op te treden, niet worden betwist . Wat betreft de verwijzing naar andere soortgelijke gevallen, heb ik begrepen dat dit betekent dat de uitspraak in de onderhavige zaak tegen alle praktijken van dezelfde aard zal worden gebruikt, en geen verzoek inhoudt om ook ten aanzien daarvan uitspraak te doen . Een dergelijk verzoek zou overigens niet-ontvankelijk zijn, omdat alleen de feiten betreffende Paribas in het met redenen omklede advies worden genoemd .
C 132/85
- 5 -
7 . Met betrekking tot het belang bij een uitspraak over de rechtstreekse werking van sommige bepalingen van de richtlijnen heeft het Hof reeds overwogen, dat
"( de artikelen*169 tot*171 van ) het Verdrag ... daadwerkelijke opheffing van de niet-nakoming der Verdragsverplichtingen en van de daaraan in het verleden en toekomst verbonden gevolgen ( beogen)"*(5 )
en dat
"de krachtens de artikelen*169 tot*171 gewezen arresten in de eerste plaats tot doel hebben vast te stellen waartoe de Lid-Staten gehouden zijn ingeval zij hun verplichtingen niet nakomen."*(6 )
In het onderhavige geval gaat het er slechts om, uitspraak te doen over de beweerde niet-nakoming door de verwerende Lid-Staat van de verplichtingen, die besloten liggen in hem bindende handelingen, ongeacht de werking die deze laatste in diens interne rechtsorde ook mogen hebben . Het vraagstuk van de rechtstreekse werking hoort immers niet thuis in een beroep wegens niet-nakoming . Bijgevolg moet het onderzoek in het onderhavige geding, wat de laatste twee middelen betreft, beperkt blijven tot de op de Helleense Republiek rustende verplichtingen ter zake van het verlenen van toestemming voor de repatriëring of de omwisseling van de door Paribas in obligaties belegde gelden en de daarop betrekking hebbende renten .
C 132/85
- 6 -
8 . Het tweede middel is zonder enige twijfel gegrond . Dit is overigens in de loop van de procedure impliciet toegegeven door de Griekse bevoegde autoriteiten, die uiteindelijk toestemming hebben gegeven voor het vrije converteren van de gehele liquidatie-opbrengst van de door Paribas verkochte obligaties . Bovendien heeft verweerster in dupliek het belangrijkste argument uit haar verweerschrift, namelijk dat de richtlijnen niet van toepassing zijn op de betrokken transacties, laten vallen en uiteindelijk gesteld dat de vertraging bij het geven van toestemming te wijten was aan het toezicht op de wettigheid en de echtheid van de transactie, doch dit laatste kan de beweerde niet-nakoming niet opheffen .
9 . De "gekweekte" rente moet, ongeacht of zij betrekking heeft op een belegging dan wel op het deposito op een geblokkeerde rekening, als "lopende betaling" in de zin van artikel*67, lid*2, van het Verdrag worden beschouwd . Het feit dat de Commissie als alternatief artikel*106, lid*1, van het Verdrag aanvoert, wijst erop dat het in de praktijk moeilijk is om onderscheid te maken tussen de betalingen van artikel*67, lid*2, en de "betalingen welke betrekking hebben op het ... kapitaalverkeer" bedoeld in artikel*106, lid*1 . Deze laatste bepaling heeft een beperktere werkingssfeer dan artikel*67, lid*2, omdat zij slechts geldt "voor zover het ... kapitaalverkeer ... tussen de Lid-Staten met toepassing van dit Verdrag is vrijgemaakt", terwijl artikel*67, lid*2, deze beperking niet bevat . Al lijkt toepassing van artikel*106, lid*1, in het onderhavige geval te volstaan omdat het hier gaat om rente uit een onvoorwaardelijk vrijgemaakte transactie, toch
C 132/85
- 7 -
komt het mij voor dat ook artikel*67, lid*2, van toepassing moet worden geacht omdat deze bepaling een ruimere werking heeft op het gebied van de vrijmaking van het kapitaalverkeer .
10 . Mitsdien geef ik het Hof in overweging
- vast te stellen, dat de Helleense Republiek de krachtens de artikelen*2, 143 en*145 van de Toetredingsakte van deze staat tot de Europese Gemeenschappen en krachtens het EEG-Verdrag, inzonderheid artikel*67, lid*2, op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,
- door niet per 1*januari*1981 de nationale maatregelen in werking te stellen die nodig zijn om uitvoering te geven aan de richtlijn van 11*mei*1960 voor de uitvoering van artikel*67 EEG-Verdrag, zoals aangevuld en gewijzigd bij richtlijn*63/21 van 18*december*1962,
- en door de Banque de Paris et de Pays-Bas ( België ) geen toestemming te geven om de liquidatie-opbrengst van nationale ter beurze verhandelde effecten vrijelijk te repatriëren of op een convertibele rekening in Griekenland te plaatsen,
C 132/85
- 8 -
- door geen toestemming te verlenen om alle op deze belegging betrekking hebbende rente vrijelijk uit Griekenland over te maken,
- de Helleense Republiek te verwijzen in de kosten van de procedure .
C 132/85
- 9 -
(*)* Vertaald uit het Frans .
( 1)*PB*1979, L 291 .
( 2)*Eerste richtlijn van de Raad van 11*mei*1960 voor de uitvoering van artikel*67 van het Verdrag ( PB*1960, blz.*921 ); tweede richtlijn van 18*december*1962 ter aanvulling en wijziging van de eerste richtlijn ( PB*1963, blz.*62 ).
( 3)*Arrest van 7*februari*1973, zaak*39/72, Commissie/Italië, ( Jurispr.*1973, blz.*101, r.o.*11 ); bevestigd in de arresten van 5*juni*1986, zaak*103/84, ( Jurispr.*1986, blz.*1759 ); 20*februari*1986, zaak*309/84, ( Jurispr.*1986, blz.*399 ); en laatstelijk in het arrest van 17*juni*1987, zaak*154/85, Commissie/Italië, ( Jurispr.*1987, blz.*2717 ).
( 4)*In deze zin het arrest van 4*april*1974, zaak*167/73, Commissie/Frankrijk, ( Jurispr.*1974, blz.*359, r.o.*15 ): "dat de Commissie bij de uitoefening harer bevoegdheden krachtens de artikelen*155 en*169 van het Verdrag haar belang bij een beroep niet behoeft aan te tonen, omdat zij in het algemeen belang van de Gemeenschap ambtshalve moet toezien op de toepassing van het Verdrag door de Lid-Staten, en een eventuele niet-nakoming van de daaruit voortvloeiende verplichtingen met het oog op de beëindiging ervan moet doen vaststellen ".
C 132/85
- 10 -
( 5)*Arrest van 12*juli*1973, zaak*70/72, Commissie/Duitsland, ( Jurispr.*1973, blz.*813, r.o.*13 ).
( 6)*Arrest van 14*december*1982, gevoegde zaken 314 tot en met 316/81 en*83/82, Waterkeyn, ( Jurispr.*1982, blz.*4337, r.o.*15 ).
C 132/85
Full & Egal Universal Law Academy