Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
A.1 . In de onderhavige zaak gaat het om de niet-nakoming van de richtlijn van de Raad van 26 juli 1971 betreffende de cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken ( PB 1971, L 185, blz . 5 ), die bij wet nr . 584 van 8 augustus 1977 in het Italiaanse recht is omgezet .
2 . De richtlijn bepaalt, dat staten en territoriale lichamen die opdrachten voor de uitvoering van werken van een bepaalde omvang willen aanbesteden, dit voornemen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen moeten bekendmaken ( artikel 12 ). Het doel hiervan is, alle geïnteresseerde ondernemingen uit de Gemeenschap in staat te stellen aan de procedure deel te nemen . Volgens artikel 9 mogen echter ook opdrachten worden geplaatst zonder de bepalingen van de richtlijn toe te passen, onder meer in de navolgende gevallen :
"b ) voor de werken waarvan de uitvoering om technische redenen, artistieke redenen of wegens de bescherming van exclusieve rechten slechts aan een bepaalde ondernemer kan worden toevertrouwd;
...
d ) in strikt noodzakelijke gevallen waarin de bij de uitvoering van een werk te betrachten dringende spoed, voortvloeiende uit voor de aanbestedende diensten onvoorziene gebeurtenissen, onverenigbaar is met de inachtneming van de termijnen behorende bij andere procedures;
..."
3 . Over de feiten van de zaak het volgende :
4 . In de jaren zeventig beschikte de Azienda Municipale Nettezza Urbana di Milano ( AMNU ), het gemeentereinigingsbedrijf van Milaan, over twee door haar zelf gebouwde vuilverbrandingsinstallaties; beslist was, dat er nog twee van dergelijke installaties moesten bijkomen . In combinatie met extra stortplaatsen meende men het afvalprobleem zo aan te kunnen .
5 . Na het bekende ongeluk te Seveso, waarbij dioxine een belangrijke rol heeft gespeeld, zag genoemd bedrijf ( aldus de versie van de gemeente Milaan ) zich genoodzaakt, een van de ovens geheel en de andere gedeeltelijk buiten werking te stellen, omdat zij dioxine in de lucht lieten ontsnappen . Ook het plan voor de bouw van twee nieuwe ovens moest zij laten varen, omdat het regionale milieubeschermingscommissie daarover negatief had geadviseerd . Bovendien had de bevolking de bestaande stortplaatsen geblokkeerd . Dit alles maakte de bouw van een andere recycleerinstallatie voor vast afval noodzakelijk . In september 1978 stelde de raad van bestuur van de Azienda met dit doel een technische adviescommissie in, die de aanbiedingen van een aantal in aanmerking komende ondernemingen - ook niet-Italiaanse - met elkaar vergeleek . Enkele maanden later adviseerde zij om de opdracht te plaatsen bij drie Italiaanse ondernemingen . Nadat dit voorbereidend werk door een in april 1979 ingesteld comité van experts was gecontroleerd, besloot de raad van bestuur van de Azienda in juli 1979 de genoemde opdracht onderhands bij een consortium van drie Italiaanse bedrijven te plaatsen . Dit werd bij besluit van de gemeenteraad van Milaan van 15 november 1979 goedgekeurd .
6 . Toen de Commissie deze gebeurtenissen vernam en haar bleek, dat bekendmaking in het Publikatieblad achterwege was gebleven, kwam het in de jaren 1980 tot 1983 tot een briefwisseling met de Italiaanse regering, waarin zij de verenigbaarheid van de gevolgde procedure met de richtlijn in twijfel trok en om inlichtingen verzocht . Omdat het standpunt van de gemeente Milaan haar niet bevredigde, leidde de Commissie in augustus 1983 formeel een procedure krachtens artikel 169 EEG-Verdrag in . In een brief van 1 augustus 1983 stelde zij, dat door het nalaten van publikatie artikel 12 van de richtlijn was geschonden en dat het beroep op artikel 9, sub b en d, niet gerechtvaardigd was . Wat artikel 9, sub b, betreft werd niet aanvaard, dat wegens bijzondere technische geschiktheid en het bestaan van exclusieve rechten enkel het consortium van drie Italiaanse ondernemingen in aanmerking kon komen; na onderzoek van het dossier was de Commissie integendeel van mening, dat ook andere ondernemingen uit de Gemeenschap in staat waren om de geplande installatie te bouwen . Met betrekking tot artikel 9, sub d, meende de Commissie, dat er geen sprake was van een spoedeisend geval ( waarvoor zij zich baseerde op het feit dat de aanvankelijk geplande extra verbrandingsinstallaties na het ongeluk van Seveso wegens een negatief advies van de regionale milieu-autoriteiten niet konden worden verwezenlijkt ). De Commissie stelde dienaangaande, dat die bepaling strikt moest worden uitgelegd, in die zin dat aan de drie voorwaarden cumulatief moest worden voldaan . Hiervan zou bij de gebeurtenissen van 1979 evenwel geen sprake zijn geweest, daar enerzijds de noodzaak van een nieuwe installatie niet onvoorzienbaar was en die installatie anderzijds niet beperkt zou blijven tot het absoluut noodzakelijke ( te weten vervanging van de oude installatie ), maar een capaciteitsuitbreiding inhield .
7 . In een nota die de Commissie in november 1983 is toegezonden, gaf de burgemeester van Milaan zijn commentaar ter zake . Hij betoogde met betrekking tot artikel 9, sub b, dat de door de drie aangewezen ondernemingen ontworpen installatie de meest efficiënte was en dat daarbij gebruik moest worden gemaakt van exclusieve rechten van die ondernemingen . Wat artikel 9, sub d, betreft wees hij er nogmaals op, dat de wijziging van de vroegere plannen noodzakelijk was geworden als gevolg van het ongeluk van Seveso .
8 . Hierdoor niet overtuigd, bracht de Commissie in maart 1984 een met redenen omkleed advies uit als bedoeld in artikel 169 EEG-Verdrag . Na te hebben beklemtoond dat ook andere ondernemingen uit de Gemeenschap in staat waren geweest het project uit te voeren, uitte de Commissie kritiek op het feit dat de gemeente Milaan geen enkele informatie had verstrekt over de beweerde exclusieve rechten van de Italiaanse ondernemingen die de opdracht hadden gekregen ( octrooinummer, inschrijving in het octrooiregister ). Verder laakte zij met betrekking tot artikel 9, sub d, het ontbreken van de noodzakelijke technische bewijzen en merkte zij op, dat artikel 15 van de richtlijn een versnelde procedure toeliet . Aan het slot van het advies, waarin wordt gesteld dat de gemeente Milaan het gemeenschapsrecht niet is nagekomen, nodigde de Commissie de Italiaanse Republiek uit, "binnen een termijn van dertig dagen de nodige maatregelen te treffen om aan dit advies te voldoen" (" ad adottare le misure necessarie per conformarsi al presente parere motivato "). Omdat de Commissie ervan uitging, dat de als urgent voorgestelde werken nagenoeg voltooid waren en de geplaatste opdrachten derhalve niet meer konden worden geblokkeerd of ingetrokken, voegde zij eraan toe : "Onder nodige maatregelen moet met name worden verstaan een schriftelijke toezegging van de gemeente Milaan om in de toekomst alle bepalingen van richtlijn nr . 71/305/EEG in acht te nemen" (" per misure necessarie, deve essere inteso soprattutto un impegno scritto del Comune di Milano di rispettare in futuro tutte le disposizioni della direttiva 71/305/CEE ").
9 . Daarop gaf de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken de prefect van Milaan opdracht de gemeente Milaan aan te manen, in de toekomst de richtlijn na te leven en dit schriftelijk te garanderen . Hieraan heeft de burgemeester van Milaan in april 1984 gevolg gegeven . Na het met redenen omkleed advies van de Commissie te hebben besproken verklaarde hij eerst, overtuigd te zijn dat het gemeentebestuur wettig had gehandeld, waarna hij vervolgde, "dat de gemeente Milaan ook in de toekomst haar bestuurlijk optreden in overeenstemming zal brengen met de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften, daaronder begrepen alle bepalingen van richtlijn nr . 71/305/EEG, en ze zowel naar de vorm als naar de inhoud strikt zal naleven" (" che il Comune di Milano uniformerà anche per il futuro la sua azione amministrativa alle norme di legge e di regolamento, ivi comprese le disposizioni tutte della direttiva n . 71/305/CEE, assicurandone il pieno rispetto, sia nella forma, che nella sostanza ").
10 . Zoals bekend, is de Italiaanse regering van mening, dat de gemeente Milaan hiermee het advies van de Commissie tijdig had opgevolgd en er derhalve geen reden bestond voor het instellen van een inbreukprocedure bij het Hof .
11 . De Commissie heeft zich niettemin in juni 1985 tot het Hof gewend met het verzoek vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, en in het bijzonder de gemeente Milaan als territoriaal openbaar lichaam, door te besluiten tot onderhandse aanbesteding van een recycleerinstallatie voor vast stadsafval, en geen bericht van aanbesteding te publiceren in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens richtlijn nr . 71/305/EEG .
12 . Zij is namelijk vooreerst van mening, dat de verklaring van de burgemeester van Milaan niet duidelijk is en derhalve geen garantie biedt voor een correcte uitvoering van haar advies in de toekomst . Voorts had zij in 1984 uit een bij de Europese Investeringsbank ingediende financieringsaanvraag waarover haar advies was gevraagd, opgemaakt dat de gemeente Milaan bij de aanbesteding van een soortgelijk werk ( installatie voor de behandeling van vast stadsafval met terugwinning van warmte-energie en verschillende materialen te Muggiano ) opnieuw de richtlijn met voeten had getreden . In een telexbericht van december 1984 had zij hier de aandacht op gevestigd en verklaard, dat zij wegens het voortduren van de gelaakte handelwijze geen genoegen kon nemen met de verklaring van de burgemeester van Milaan . Later ( na de indiening van het verweerschrift in dit geding ) had zij ook nog vernomen - en dit zou haar in haar opvatting hebben gesterkt -, dat de werken waartoe in 1979 was besloten nooit waren aangevat . Verder zij nog vermeld, dat in de loop van het geding op een vraag van het Hof is meegedeeld, dat het in 1979 goedgekeurde plan inderdaad niet was uitgevoerd ( omdat een nieuwe regeling voor de afvalverwijdering in 1982 belangrijke wijzigingen noodzakelijk maakte ), dat afgezien van de wijzigingen, de geplande installatie te Muggiano overeenkomt met de installatie waartoe in 1979 was besloten, dat de bouw ervan eveneens aan de genoemde drie Italiaanse ondernemingen was gegund en dat ( in augustus 1986 ) enkel het voorbereidend werk was uitgevoerd ( terwijl volgens de verklaringen van de Commissie ter terechtzitting op dat ogenblik nog helemaal geen begin was gemaakt met de werkzaamheden ).
B.13 . Over dit geschil wil ik, na al wat schriftelijk en mondeling aan het licht is gekomen, de volgende opmerkingen maken :
I . De ontvankelijkheid van het beroep
14 . Zoals bekend, wordt de ontvankelijkheid van het beroep door de Italiaanse regering, die zich in haar schriftelijke opmerkingen tot dit punt heeft beperkt, bestreden . Voorwaarde voor het instellen van een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 169 EEG-Verdrag zou zijn, dat de betrokken Lid-Staat het advies van de Commissie niet binnen de daarin gestelde termijn heeft opgevolgd . Dit zou in casu niet het geval zijn, omdat in het advies in de eerste plaats (" soprattutto ") een schriftelijke verklaring van de gemeente Milaan werd verlangd, dat zij de bepalingen van de richtlijn in de toekomst zou naleven, en hieraan is voldaan door de toezending van de verklaring van de burgemeester van Milaan van 19 april 1984 . De gebeurtenissen uit 1984 ( opdracht tot de bouw van een installatie te Muggiano ), waarop de Commissie zich mede baseert, zouden duidelijk niet in de procedure kunnen worden betrokken, aangezien daarover in de precontentieuze procedure van artikel 169 EEG-Verdrag nog geen standpunt kon worden bepaald .
1.15 . Op grond van de schaarse feiten die ons bekend zijn, moet worden toegegeven dat het tweede deel van deze tegenwerping gegrond lijkt . In de strikte uitlegging die artikel 169 in de rechtspraak heeft gekregen, is het inderdaad niet mogelijk de gebeurtenissen uit 1984, waarover in de inleidende brief en in het met redenen omkleed advies van de Commissie nog niet werd gesproken, in de onderhavige procedure te betrekken . Dit is reeds hierom niet mogelijk, omdat de Italiaanse regering desgevraagd en onweersproken heeft verklaard, dat de aanvankelijk goedgekeurde plannen na 1982 aanzienlijk waren gewijzigd en dat het derhalve niet louter om uitstel van de uitvoering van het oorspronkelijke project ging .
16 . Waar in het verzoekschrift van de Commissie, dat in zoverre zeer algemeen is geformuleerd, sprake is van de aanbesteding door de gemeente Milaan van de bouw van een recycleerinstallatie voor vast stadsafval, kunnen daarmee dus enkel de aan het begin vermelde gebeurtenissen uit 1979 zijn bedoeld en dient enkel met betrekking tot die gebeurtenissen te worden nagegaan of de voorschriften van de richtlijn werden overtreden .
2.17 . Omschrijft men het geschilpunt aldus, dan lijdt het mijns inziens geen twijfel dat het beroep ontvankelijk is .
a ) 18 . Wat verweersters voornaamste bezwaar betreft, kan bij een juist begrip van de inhoud van het advies van de Commissie moeilijk worden gezegd, dat de geciteerde verklaring van de burgemeester van Milaan een bevredigende reactie vormt op het aan het slot van het advies geformuleerde verzoek om een schriftelijke toezegging, dat de richtlijn in de toekomst zal worden nageleefd .
19 . Een zinvolle uitlegging van dit verzoek ( waarbij niet relevant is of het in de brief van de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken correct is uitgelegd ) impliceerde immers - op dit punt ben ik het met de Commissie eens - een stilzwijgende erkenning dat het optreden van de gemeente Milaan in 1979 onrechtmatig was . Deze uitlegging wordt ingegeven door het feit dat een dergelijk verzoek uiterst ongewoon is ( want het voldoen aan dit verzoek maakt juridisch geen verschil, aangezien de verplichting tot naleving van de richtlijn voortvloeit uit de richtlijn zelf in samenhang met de nationale omzettingswet; van een wijziging van de feitelijke situatie is evenmin sprake, want reeds door de brief van de Commissie van augustus 1983 was de gemeente Milaan attent gemaakt op de juridische situatie ). Het verzoek kan door degene tot wie het is gericht, dus enkel zo worden begrepen, dat de Commissie ervan uitgaat dat de geplaatste opdracht is uitgevoerd en niet meer ongedaan kan worden gemaakt en dat het haar er alleen om te doen is ervoor te zorgen, dat iets dergelijks in de toekomst niet weer gebeurt, wat zonder twijfel de erkenning van de onrechtmatigheid van het gebeurde insluit .
2O . In de verklaring van de burgemeester van Milaan blijkt evenwel nergens van een erkenning, dat de aanbesteding in 1979 niet conform de richtlijn was; integendeel, de burgemeester begint met de uitdrukkelijke verklaring, ervan overtuigd te zijn dat het stadsbestuur rechtmatig heeft gehandeld (" abbia agito legittimamente ").
21 . Bovendien - en dit is een ander belangrijk punt - verklaart de burgemeester verder, dat de gemeente ook in de toekomst haar bestuurlijk optreden in overeenstemming zal brengen met de richtlijn . Daarmee heeft hij blijkbaar te kennen willen geven, dat de gemeente in de toekomst in voorkomend geval op dezelfde manier zou handelen als in 1979 .
22 . Zo gezien en anders dan de Italiaanse regering meent, kan in de verklaring inderdaad niet een formele garantie voor de naleving van de bepalingen van de richtlijn worden gezien . Zoals de Commissie heeft gesteld, is de verklaring niet volledig en laat zij als gevolg van het in de eerste zin geformuleerde voorbehoud aan duidelijkheid te wensen over . In die omstandigheden kan dan ook niet worden volgehouden, dat de burgemeester van Milaan met zijn verklaring al het nodige heeft gedaan om het advies van de Commissie op te volgen .
b ) 23 . Ook om een andere reden kan niet worden gezegd, dat het advies van de Commissie volledig is opgevolgd .
24 . In de laatste alinea van het advies wordt weliswaar gezegd dat onder "nodige maatregelen" met name moet worden verstaan een schriftelijke toezegging van de gemeente Milaan om in de toekomst de richtlijn na te leven, doch in de daaraan voorafgaande alinea wordt heel in het algemeen gesproken van de maatregelen die nodig zijn voor het opvolgen van het advies . Dit kan enkel betekenen, dat indien de veronderstelling van de Commissie, dat met de uitvoering van het werk was begonnen, onjuist zou blijken ( en de adressaat van het advies wist of behoorde te weten dat dit het geval was, daar op dat ogenblik niet eens een terrein voor de geplande installatie was gevonden ), het de Commissie erom te doen was, dat de gemeente Milaan zich conformeerde aan het advies . In deze optiek moest dus de aanbesteding ongedaan worden gemaakt ( wat, aangenomen dat zij onrechtmatig was, alleszins mogelijk leek ) en een correcte aanbestedingsprocedure worden ingeleid . Verweerster had dus daartoe opdracht moeten geven of althans ( indien het juist is dat de regering ook in zeer ernstige gevallen slechts geringe invloed kan uitoefenen op de autonome gemeenten, die in de eerste plaats aan het toezicht van de gewestelijke autoriteiten zijn onderworpen ) duidelijk moeten wijzen op de noodzaak om op gemeentelijk vlak ervoor te zorgen, dat de opdracht werd geannuleerd en een nieuwe procedure werd ingeleid .
25 . Alleen al omdat iets dergelijks niet is gebeurd en de minister van Binnenlandse Zaken in zijn brief aan de prefect van Milaan enkel heeft verzocht om overlegging van genoemde schriftelijke verbintenis van de gemeente Milaan, kan zeker niet worden gezegd dat binnen de gestelde termijn alle nodige maatregelen voor het opvolgen van het advies zijn getroffen en dat er derhalve geen aanleiding bestond voor een beroep bij het Hof .
c ) 26 . Ten slotte moet, gezien de ons bekende feiten, bij het ontvankelijkheidsonderzoek nog worden nagegaan, of de Commissie wel een belang kan hebben bij het instellen van een beroep dat uitsluitend betrekking heeft op beslissingen uit 1979, waarvan bovendien thans bekend is dat zij niet zijn uitgevoerd zoals oorspronkelijk het plan was .
27 . Mijns inziens is een dergelijk belang - zo dit voor een procedure krachtens artikel 169 EEG-Verdrag al vereist is - in het onderhavige geval voorhanden en moet het ook als toereikend worden aangemerkt . Immers, in 1979 heeft in Milaan een aanbestedingsprocedure met formele plaatsing van de opdracht plaatsgevonden in strijd met de fundamentele regels van de richtlijn . Een beroep krachtens artikel 169 kan echter - naar reeds in ander verband is gebleken - zeer wel worden ingesteld met betrekking tot zaken die in het verleden hun beslag hebben gekregen . Verder beroept de gemeente Milaan zich voor de door haar gevolgde procedure op bepalingen van de richtlijn, waarvan verheldering van fundamenteel belang is, omdat zij steeds opnieuw een rol kunnen spelen ( ik herinner eraan, dat de Commissie ter terechtzitting heeft gewezen op een aantal andere gevallen waarin de richtlijn op gemeentelijk niveau niet is nageleefd ). Niet van het minste belang is ten slotte ook, dat de gebeurtenissen uit 1979 kennelijk een soort van grondslag en uitgangspunt vormden voor latere aanbestedingen, waarbij de normale procedure van de richtlijn wederom niet werd gevolgd . De bouw van de later gekozen installatie werd immers toevertrouwd aan dezelfde drie ondernemingen die ook de uitvoering van het project van 1979 in de wacht hadden gesleept, wat laat vermoeden dat geen nieuwe aanbestedingsprocedure maar slechts een aanpassing van de in 1979 gesloten contracten heeft plaatsgevonden .
d ) 28 . In feite zijn er dus geen ernstige bezwaren tegen de ontvankelijkheid van het beroep . Er staat het Hof derhalve niets in de weg om de richtlijn van de Raad uit te leggen tegen de achtergrond van de bijzonderheden van de onderhavige procedure, zodat duidelijk wordt welke verplichtingen voor de Lid-Staten daaruit voortvloeien .
II . De gegrondheid van het beroep
29 . Niet betwist wordt, dat de gemeente Milaan in 1979 een opdracht voor de uitvoering van een werk heeft aanbesteed zonder artikel 12 van richtlijn nr . 71/305 van de Raad in acht te nemen . Dit artikel bepaalt :
"De aanbestedende diensten die een overheidsopdracht voor de uitvoering van een werk openbaar of niet-openbaar willen aanbesteden, geven hun voornemen hiertoe te kennen in een aankondiging .
Deze aankondiging wordt toegezonden aan het Bureau voor officiële publikaties van de Europese Gemeenschappen en in extenso bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen in de officiële talen van de Gemeenschappen ..."
3O . Van schending van het gemeenschapsrecht is evenwel pas sprake, wanneer moet worden aangenomen dat artikel 9 ( op de littera b en d waarvan de gemeente Milaan een beroep doet ) niet van toepassing is, want daarin wordt bepaald :
"De aanbestedende diensten kunnen hun opdrachten voor de uitvoering van werken plaatsen zonder de bepalingen van deze richtlijn toe te passen, met uitzondering van die van artikel 10, in de volgende gevallen :
...
b ) voor de werken waarvan de uitvoering om technische redenen, artistieke redenen of wegens de bescherming van exclusieve rechten slechts aan een bepaalde ondernemer kan worden toevertrouwd;
...
d ) in strikt noodzakelijke gevallen waarin de bij de uitvoering van een werk te betrachten dringende spoed, voortvloeiende uit voor de aanbestedende diensten onvoorziene gebeurtenissen, onverenigbaar is met de inachtneming van de termijnen behorende bij andere procedures;
..."
31 . Alles draait dus om de vraag, hoe laatstgenoemde bepalingen moeten worden begrepen en of is aangetoond, dat in 1979 aan de voorwaarden voor toepassing ervan was voldaan . Daarbij kunnen wij ons voor wat het Italiaanse standpunt betreft enkel baseren op de niet erg uitvoerige verklaringen van de gemeente Milaan in de precontentieuze procedure, daar de Italiaanse regering zich in de procedure voor het Hof nagenoeg uitsluitend tot het probleem van de ontvankelijkheid heeft beperkt .
1.32 . Wat vooreerst artikel 9, sub b, betreft, heeft de Commissie stellig gelijk waar zij stelt, dat dit een uitzonderingsbepaling is die in beginsel strikt moet worden uitgelegd en dat de aanbesteder die zich op deze bepaling beroept, moet aantonen dat de voorwaarden voor toepassing ervan zijn vervuld .
33 . Verder is de conclusie waartoe de Commissie na onderzoek van het dossier is gekomen, dat in de Gemeenschap ook andere dan de uitgekozen ondernemingen in staat waren een dergelijke installatie te bouwen, onweerlegd gebleven . De gemeente Milaan heeft enkel gesteld ( cf . haar brief van 11 oktober 1983 ), dat de ingeschakelde technische adviescommissie tot de conclusie was gekomen dat de door de drie uitgekozen Italiaanse ondernemingen ontworpen installatie de beste garantie voor efficiëntie (" garanzie di migliore funzionalità ") bood . Dit lijkt mij echter verre van afdoende bewijs, dat het hier gaat om "werken waarvan de uitvoering om technische redenen ... slechts aan een bepaalde ondernemer kan worden toevertrouwd" in de zin van artikel 9, sub b, temeer omdat ook geen nadere bijzonderheden worden gegeven .
34 . Verder stelt de gemeente Milaan met betrekking tot artikel 9, sub b, dat de uitgekozen Italiaanse ondernemingen over exclusieve rechten beschikken zonder welke het werk praktisch niet kan worden uitgevoerd . Als antwoord hierop volstaat de opmerking van de Commissie, dat hierover nimmer gedetailleerde gegevens ( bij voorbeeld over octrooinummers of inschrijvingen in het octrooiregister ) zijn verstrekt en de noodzakelijke bewijzen dus ontbreken .
35 . Bijgevolg kan niet worden aangenomen, dat de gemeente Milaan zich terecht op artikel 9, sub b, van de richtlijn heeft beroepen en dat dus een rechtvaardiging voor het niet-toepassen van artikel 12 heeft bestaan .
2.36 . Voor artikel 9, sub d, geldt hetzelfde als ik ten aanzien van artikel 9, sub b, heb gezegd, namelijk dat het in beginsel strikt moet worden uitgelegd, en verder dat blijkens de bewoordingen van deze bepaling ongetwijfeld cumulatief aan alle daarin gestelde voorwaarden moet worden voldaan .
37 . In casu behoeven wij echter niet alle voorwaarden te behandelen . Volgens de verklaringen van de Commissie ter terechtzitting vergt de naleving van de richtlijn ( de termijn voor de publikatie, de termijn voor de inzending van de inschrijvingen, en de duur van het onderzoek van de inschrijvingen ) in totaal enkele maanden meer tijd . Alleen al op grond van wat over het verloop van de procedure tot 1979 bekend is geworden, kan niet van urgentie worden gesproken . Immers, de bestuurscommissie van de Azienda was reeds vanaf september 1978 van de toestand op de hoogte, reeds enkele maanden na de instelling van een studiecommissie waren de drie Italiaanse ondernemingen bekend die later met de opdracht werden belast, zij werden vervolgens nog door een in april 1979 ingesteld comité van experts beoordeeld en ten slotte bij een besluit van juli 1979 met de opdracht belast, hetwelk de gemeente in november 1979 goedkeurde . In dit verband kan er bovendien nog op worden gewezen, dat men tot 1984 niet wist waar de installatie zou worden gebouwd ( een geschikt terrein was nog niet gevonden ), dat in 1984 werd besloten om in Muggiano te gaan bouwen, dat in de bij de Europese Investeringsbank ingediende financieringsaanvraag werd verklaard dat de werkzaamheden in 1984 waren begonnen en in 1987 voltooid zouden zijn, en ten slotte dat in augustus 1986 in antwoord op een vraag van het Hof is meegedeeld dat op dat ogenblik voorbereidende werkzaamheden (" interventi preliminari ") waren uitgevoerd ( wat de Commissie ter terechtzitting overigens met klem heeft bestreden ).
38 . Bij dergelijke omstandigheden valt immers niet in te zien, hoe kan worden beweerd dat de inachtneming van de in de richtlijn voorziene termijnen voor publikatie belangrijke nadelen zou hebben meegebracht . De gemeente Milaan kon zich derhalve ook niet op artikel 9, sub d, van de richtlijn beroepen .
C.39 . Gelet op het voorgaande kan ik het Hof enkel in overweging geven, het beroep van de Commissie ontvankelijk en gegrond te verklaren en de in het verzoekschrift beschreven schending van het Verdrag vast te stellen . Verweerster dient dan in de kosten van de procedure te worden verwezen .
(*) Vertaald uit het Duits .
Full & Egal Universal Law Academy