Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . I - Met de onderhavige beroepen verzoekt het Verenigd Koninkrijk om nietigverklaring van de verordeningen van de Commissie nrs . 1989/85 van 18 juli 1985 ( 1 ) en 728/86 van 11 maart 1986 ( 2 ), houdende vaststelling van het jaarlijkse premiebedrag per ooi voor regio 5 ( Groot-Brittannië ) in de verkoopseizoenen 1984/1985 en 1985, ter uitvoering van artikel 5 van verordening nr . 1837/80 van de Raad van 27 juni 1980 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape - en geitevlees ( 3 ), zoals gewijzigd bij verordening nr . 871/84 van de Raad van 31 maart 1984 . ( 4 )
2 . II - De onderhavige gemeenschappelijke marktordening is in het leven geroepen met het ( waarschijnlijk niet bereikte ( 5 )) doel, de aanpassing van het aanbod aan de eisen van de markt te vergemakkelijken en de markten van de verschillende regio' s geleidelijk nader tot elkaar te brengen om te komen tot één markt en één prijsregeling in alle regio' s van de Gemeenschap . De Gemeenschap was aanvankelijk verdeeld in vijf regio' s; dit aantal werd later verhoogd tot zes, met Groot-Brittannië als regio 5 .
3 . Verordening nr . 1837/80 werd tijdens de overgangsperiode verschillende malen gewijzigd, met name bij genoemde verordening nr . 871/84 van 31 maart 1984 . Voor de onderhavige zaken is inzonderheid de uit deze wijziging voortvloeiende regeling van belang .
4 . Zij is in het rapport ter terechtzitting duidelijk en volledig weergegeven; ik ga dan ook alleen in op de voor de beslechting van het geschil belangrijkste punten .
5 . Naast andere interventiemaatregelen, voorzien in artikel 6 ( steun voor particuliere opslag en interventieaankopen ), werden bij de betrokken regeling twee soorten produktiepremies ingevoerd : een jaarlijkse premie per ooi, ter compensatie van het inkomensverlies als gevolg van de invoering van de gemeenschappelijke marktordening ( artikel 5, zoals gewijzigd bij verordening nr . 871/84 ) en een variabele wekelijkse premie voor het slachten van schapen . Laatstgenoemde premie kan worden toegekend in regio 5 ( Groot-Brittannië ), voor zover Groot-Brittannië geen interventieaankopen verricht en voor zover de op de representatieve markten van deze regio geconstateerde prijzen lager liggen dan een "richtniveau", dat overeenkomt met 85 % van de in de verordening geregelde basisprijs; de premie is gelijk aan het verschil tussen het naar het seizoen gedifferentieerde richtniveau en de marktprijs ( artikel 9, leden 1 en 2 ).
6 . In geval van betaling van de variabele premie ( artikel 9, lid 3 ) moet, wanneer de produkten de betrokken regio verlaten, op een nader door de Commissie vast te stellen wijze een bedrag worden geheven dat gelijk is aan de werkelijk uitgekeerde premie ( de clawback-regeling ), zulks ten einde verstoringen van de mededinging te voorkomen . Het Hof heeft de wettigheid van deze regeling reeds erkend in zijn arrest van 15 september 1982 ( Kind ) ( 6 ); in de zaken 61 en 162/86 is thans de werkingssfeer ervan in het geding .
7 . Om cumulatie van de twee premies te voorkomen, bepaalt artikel 5, lid 6, van verordening nr . 1837/80, zoals gewijzigd bij verordening nr . 871/84, dat het inkomensverlies dat de basis is voor de berekening van jaarlijkse premie, wordt verminderd met het gewogen gemiddelde van de werkelijk toegekende variabele premies . Dit gemiddelde, per 100 kg geslacht gewicht, "wordt berekend door het totale bedrag van de uitgekeerde premies te delen door de produktie van de gecertificeerde dieren waarvoor de variabele premie kan worden betaald bij de slacht dan wel wanneer zij voor het eerst op de markt worden gebracht ".
8 . Het meningsverschil tussen partijen draait om de uitlegging van artikel 5, lid 6, tweede alinea .
9 . Voor de bepaling van het gewogen gemiddelde van de variabele premies heeft de Commissie de bij uitvoer van ooien of lamsvlees in het kader van de controleregeling "Special Export Certification" ( hierna : SEC ) betaalde premies bij het "totale bedrag van de uitgekeerde premies" ( deeltal ) meegerekend, maar voor de berekening van de "produktie van de gecertificeerde dieren waarvoor de variabele premie kan worden betaald bij de slacht dan wel wanneer zij voor het eerst op de markt worden gebracht" ( deler ) de met deze betalingen overeenkomende produktie uitgezonderd .
10 . De variabele premie wordt in het algemeen echter niet toegekend voor de slacht van ooien . Op grond van artikel 1, lid 2, van verordening nr . 1633/84 van de Commissie van 8 juni 1984 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de variabele slachtpremie voor schapen ( en waarbij verordening nr . 2661/80 is ingetrokken ) ( 7 ) is het Verenigd Koninkrijk bevoegd om te bepalen, welke van de dieren die voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 1, lid 1, van genoemde verordening, in aanmerking komen voor deze premie . Voor ooien die bestemd zijn om levend of in geslachte vorm te worden uitgevoerd, moet evenwel automatisch een bedrag worden betaald dat gelijk is aan de premie ( de clawback ). De premie wordt dan bij uitvoer toegekend in de vorm van compensatie van dat bedrag, en de dieren of karkassen blijven tot dat moment onder de SEC-controle vallen .
11 . III - Volgens het Verenigd Koninkrijk heeft de Commissie bij de hiervoor genoemde berekening artikel 5, lid 6, van verordening nr . 1837/80 onjuist uitgelegd en toegepast, zodat de berekening van het bedrag van de jaarlijkse premie per ooi voor regio 5 onjuist is en de in de bestreden verordeningen vermelde bedragen veel te laag zijn ( 7,570 ecu voor het verkoopseizoen 1984/1985 en 11,836 ecu voor het verkoopseizoen 1985/1986 in plaats van respectievelijk 8,344 ecu en 12,269 ecu ).
12 . Rekening houdend met de door elk der partijen aangevoerde middelen en argumenten ( die in het rapport ter terechtzitting zijn samengevat ), kunnen mijns inziens met voldoende zekerheid de volgende conclusies worden getrokken :
13 . 1 . De Commissie erkent dat de premies die worden toegekend na afgifte van een certificaat in het kader van de SEC-regeling, "variabele premies" zijn in de zin van de betrokken communautaire wetgeving; met andere woorden, zij heeft deze premies niet opgenomen in het in artikel 5, lid 6, bedoelde deeltal, te weten "het totale bedrag van de uitgekeerde premies ".
14 . Overigens heeft de regering van het Verenigd Koninkrijk mijns inziens de aard en de werking van de aan de SEC-certificaten verbonden premies duidelijk uiteengezet . Deze premie, die kan worden betaald "bij de slachting", dat wil zeggen zodra is geverifieerd dat aan de voorwaarden voor toekenning ervan is voldaan, wordt in de praktijk gecompenseerd met de bij uitvoer verschuldigde clawback ( in de overige gevallen wordt zij vier weken na afgifte van het betrokken certificaat betaald ).
15 . Het Verenigd Koninkrijk baseert het onderhavige stelsel op de hem bij artikel 1, lid 2, van verordening nr . 1633/84 verleende discretionaire bevoegdheid .
16 . De SEC-regeling is geleidelijk afgeschaft bij verordening nr . 3451/85 van de Commissie van 6 december 1985 ( 8 ) en, vervolgens, bij verordening nr . 9/86 van de Commissie van 3 januari 1986 ( 9 ); de wettigheid ervan is evenwel nooit bestreden, hetgeen ook blijkt uit de omstandigheid dat zij in artikel 1, lid 2 bis, van verordening nr . 3451/85 uitdrukkelijk is gehandhaafd ( het Verenigd Koninkrijk mag echter bepalen dat bij uitvoer de premie wordt toegekend ...") voor ooien of karkassen daarvan .
17 . 2 . De formulering van de deler in artikel 5, lid 6, van verordening nr . 1837/80 vermeldt twee alternatieve voorwaarden waaraan voor toekenning van iedere variabele premie moet zijn voldaan .
18 . Zij worden genoemd in respectievelijk artikel 9, lid 1, ( zoals gewijzigd ) van verordening nr . 1837/80 - "premie voor het slachten van schapen" - en in artikel 1, lid 3, van verordening nr . 1633/84 - "de premie wordt toegekend wanneer de dieren voor de eerste maal worden verhandeld met het oog op de slacht ".
19 . Op deze twee criteria kan derhalve geen beroep worden gedaan om een categorie vlees of dieren waarvoor in Groot-Brittannië een certificaat is afgegeven, uit te zonderen, daar voor een categorie die in artikel 5, lid 6, niet wordt genoemd, geen certificaat kan worden afgegeven dat tot de toekenning van de variabele premie kan leiden .
20 . 3 . Het lijkt op het eerste gezicht in strijd met de logica van de normale rekenkunde, het bedrag van de in het kader van de SEC-regeling betaalde variabele premies in het deeltal mee te tellen, maar het vlees en de dieren waarvoor deze premies zijn toegekend, van de deler uit te zonderen .
21 . Artikel 5, lid 6, eerste alinea, bepaalt, dat het inkomensverlies wordt verminderd met "het gewogen gemiddelde van de werkelijk toegekende variabele premies", terwijl de tweede alinea alleen maar uitlegt hoe dit gemiddelde wordt verkregen .
22 . Zonder het verschil tussen een gewogen gemiddelde en een eenvoudig rekenkundig gemiddelde te willen doorgronden, geloof ik toch dat, om de gemiddelde snelheid van een tussen twee steden rijdende auto te berekenen, gewogen naar de toestand van de weg, ik van de tijd die voor het afleggen van dit traject nodig is, de tijd voor het berijden van onbestrate wegen of het passeren van bebouwde kommen niet mag aftrekken, wanneer ik wel de gehele afstand meereken . De uitkomst zou dan immers worden vertekend .
23 . In casu zou deze laatste consequentie alleen aanvaardbaar zijn, indien wezenlijke, uiterst zwaarwichtige ( economische of andere ) redenen dit volstrekt noodzakelijk maken .
24 . Evenwel heeft de Commissie niet het - ter terechtzitting gevraagde - bewijs geleverd, dat er in casu zulke redenen aanwezig waren; zij heeft slechts een verklaring achteraf proberen te geven en zich op de omstandigheden bij de totstandkoming van de regeling beroepen .
25 . 4 . Daarmee wordt een beroep gedaan op de omstandigheid, dat de variabele premie voor Groot-Brittannië een voorschot is, naast het in deze regio krachtens artikel 5, lid 4, betaalde voorschot op het bedrag van de jaarlijkse premie, terwijl de producenten van de andere regio' s enkel recht zouden hebben op laatstgenoemd voorschot .
26 . Het betreft hier echter een redenering achteraf en de Commissie heeft niet kunnen bewijzen dat deze omstandigheid - al aangenomen dat zij ook werkelijk een bijkomend voordeel oplevert, dat niet wordt gerechtvaardigd door de specifieke situatie van regio 5 - het gevolg was van enigerlei bedoeling van de wetgever ( de Raad ), het voordeel op te heffen door verlaging van de deler, dat wil zeggen de uitsluiting van bepaalde soorten vlees .
27 . Er is geen reden waarom het voordeel van de vervroegde betaling van de variabele premies zou moeten worden opgeheven door de berekening van het in artikel 5, lid 6, voorgeschreven gewogen gemiddelde te verdraaien : gesteld dat dit voordeel moet worden gecompenseerd, dan zou het veel logischer zijn dat dit gebeurt door verlaging van het voorschot bedoeld in artikel 5, lid 4, hetgeen kennelijk niet is gebeurd .
28 . Evenwel moet worden opgemerkt, dat het hier gaat om een wettelijk voorgeschreven voordeel voor regio 5 en dat uit geen van de bepalingen van de verordeningen duidelijk de noodzaak blijkt, dat het bij de berekening van het eindbedrag van de jaarlijkse premie moet worden opgeheven .
29 . Verder valt moeilijk in te zien - zo dit de reden mocht zijn van de door de Commissie voorgestane regeling - waarom alleen ooievlees waarvoor de SEC-premies gelden werd uitgezonderd en niet alle andere vlees van dieren waarvoor de producenten recht hadden op een variabele slachtpremie, niet op basis van de SEC-regeling, maar op grond van een andere regeling, aangezien deze producenten zelf ook voor die vervroegde betalingen in aanmerking zouden komen .
30 . 5 . Met betrekking tot de ontstaansgeschiedenis van artikel 5, lid 6, heeft de Commissie - zich baserend op de notulen van vergaderingen van de werkgroep van de Raad voor schapevlees - uiteengezet, dat de eindredactie van deze bepaling het resultaat was van commentaar van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, dat de Commissie ertoe heeft gebracht een nieuw voorstel in te dienen dat tegemoet kwam aan de door de twee delegaties geformuleerde bezwaren .
31 . Deze bewering valt moeilijk te rijmen met de in de vorige alinea weergegeven opvatting; mitsdien is niet duidelijk, wat de werkelijke reden is van deze redactiewijziging en blijft er derhalve twijfel bestaan over de draagwijdte van de bepaling .
32 . In ieder geval kan zelfs die uitlegging van de bedoeling van de redactionele wijzigingen als zodanig bij gebreke van andere gegronde redenen niet dienen ter rechtvaardiging van een uitlegging die de innerlijke samenhang van de bepaling doorbreekt en via een onlogische redenering tot abnormale resultaten leidt .
33 . Indien, ten einde rekening te houden met de opmerkingen van de Franse delegatie, vlees of dieren die in aanmerking komen voor de SEC-premies, van de deler zouden moeten worden uitgesloten, zou logischerwijze het bedrag van de premies moeten worden uitgesloten van het deeltal, hetgeen de Commissie niet heeft gedaan .
34 . Gelijk de Britse regering voorts opmerkt, had het door Frankrijk aan de orde gestelde probleem niet enkel betrekking op de enkele samenstelling van de in artikel 5, lid 6, bedoelde breuk, maar betrof het hier de wettigheid van "de toepassing van de variabele premie enkel voor ooien bestemd voor de uitvoer" ( notulen van de vergadering van de Raad ). Men kan daarom het bezwaar van de Franse delegatie niet op gelijke voet plaatsen als dat van het Verenigd Koninkrijk, dat rechtstreeks verband hield met de gebruikte termen, meer bepaald het feit dat in de deler melding werd gemaakt van de produktie in de weken waarin de variabele premie nul bedroeg .
35 . Wanneer ik mij echter plaats in de optiek van de Commissie en het standpunt van de Franse delegatie aanvaard, moet worden gekozen tussen twee mogelijkheden : ofwel genieten de producenten van het Verenigd Koninkrijk een onwettig of ongerechtvaardigd voordeel, dat moet worden opgeheven; ofwel gaat het hier om een wettig en gerechtvaardigd voordeel, waarvan het meetellen bij de berekening van het "totale bedrag van de uitgekeerde premies" impliceert, dat ter berekening van het gemiddelde het desbetreffende vlees of de desbetreffende dieren in de deler moeten worden opgenomen .
36 . In ieder geval, en aangezien het standpunt van de Commissie onredelijk is, zou de onlogische oplossing in ieder geval duidelijk uit de bewoordingen van de onderhavige bepalingen moeten blijken, hetgeen zoals gezegd evenmin het geval is .
37 . Die duidelijkheid is des te meer gewenst, nu de oorspronkelijke versie van het voorstel van de Commissie (" de produktie waarvoor deze premies zijn betaald ") zonder twijfel beoogde, "SEC-vlees" in de deler op te nemen; er kan van worden uitgegaan, dat de wijziging van het ontwerp alleen tot doel had, de gerezen twijfels weg te nemen, en niet een ( onduidelijke ) fundamentele wijziging beoogde .
38 . 6 . In de door de Commissie voorgestane uitlegging ligt in regio 5 het niveau van de jaarlijkse premie ter compensatie van het inkomensverlies om redenen die niet overtuigend zijn, onder de basisprijs, hetgeen in strijd is met de doelstelling van artikel 5, leden 1, 2 en 3, van verordening nr . 1837/80 . Op de vraag of hier sprake is van duidelijke schending van het gelijkheidsbeginsel of het verbod van discriminatie tussen de producenten van de verschillende Lid-Staten, behoeft niet te worden ingegaan .
IV
39 . Mitsdien geef ik het Hof in overweging, het beroep van het Verenigd Koninkrijk toe te wijzen en de bestreden verordeningen nietig te verklaren . Bijgevolg zal de Commissie gehouden zijn tot herberekening op de wijze die uit het arrest van het Hof zal blijken; overeenkomstig artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet zij voorts in de kosten van de procedure worden verwezen .
(*) Vertaald uit het Portugees .
( 1 ) PB 1985, L 186, blz . 22 .
( 2 ) PB 1986, L 69, blz . 6 .
( 3 ) PB 1980, L 183, blz . 1 .
( 4 ) PB 1984, L 90, blz . 35 .
( 5 ) Zie Speciaal verslag van de Rekenkamer, 84/C 234/01, PB 1984, C 234, blz . 1 .
( 6 ) Zaak 106/81, Jurispr . 1982, blz . 2885 .
( 7 ) PB 1984, L 154, blz . 27 .
( 8 ) PB 1985, L 328, blz . 23 .
( 9 ) PB 1986, L 2, blz . 14 .
Full & Egal Universal Law Academy