Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
Mijne heren Rechters,
1 . Twee ijzer - en staalondernemingen -*de Belgische Fabrique de fer de Charleroi*SA en de Duitse Dillinger*Huettenwerke*AG *- vorderen nietigverklaring van beschikking nr.*2760/85/EGKS van de Commissie van 30*september 1985*(1 ), waarbij aan beschikking nr.*234/84/EGKS van 31*januari 1984 tot verlenging van het stelsel voor toezicht en produktiequota voor bepaalde produkten van de ondernemingen van de ijzer - en staalindustrie*(2 ) een nieuw artikel*14*D is toegevoegd .
2 . Dit artikel*14*D luidt als volgt :
" De Commissie kan bovendien tot een maximum van 25*000*ton per kwartaal aanvullende quota toekennen aan een onderneming :
3 . - die de enige staalproducent is in het land waar zij is gevestigd;
4 . - die met buitengewone moeilijkheden te kampen heeft, zelfs na op grond van artikel*14 een aanvullend quotum te hebben ontvangen;
5 . - die geen steun heeft ontvangen op grond van beschikking nr.*1018/85/EGKS van de Commissie ."
A - Voorwerp van het geschil
6 . Beide verzoeksters vragen het Hof in repliek, hun beroepen te beschouwen als tevens gericht tegen artikel*14*C van beschikking nr.*3485/85/EGKS van 27*november 1985*(3 ), waarbij het stelsel van toezicht en produktiequota voor twee jaar is verlengd . Dit artikel*14*C stemt overeen met artikel*14*D van beschikking nr.*2760/85, behalve dat de in het laatste gedachtenstreepje genoemde voorwaarde is vervallen .
7 . Volgens verzoeksters gaat het hier om een loutere instandhouding of bevestiging van de regeling van het vroegere artikel*14*D, zij het met lichtere toepassingsvoorwaarden, die tot nog grotere verstoringen van de mededinging ten nadele van de gediscrimineerde ondernemingen kunnen leiden, daar de toekenning van aanvullende quota niet meer is uitgesloten wanneer de begunstigde onderneming steun heeft ontvangen die voordien onverenigbaar was met de toekenning van dergelijke quota .
8 . Verzoekster Fabrique de fer is van oordeel, dat het hier niet eens gaat om een "verlenging" van het quotastelsel, maar, gelet op het bepaalde in artikel*58, lid*3, EGKS-Verdrag, om een wijziging .
9 . De Commissie maakt bezwaar tegen een verruiming van het voorwerp van de beroepen, daar dit een discussie zou kunnen impliceren over de categorieën steun die toelaatbaar zijn op grond van het nieuwe artikel*14*C en daarmee over de omvang van de daardoor ontstane nieuwe verstoringen van de mededinging .
10 . Ik ben geneigd om het verzoek in te willigen .
11 . Ofschoon het betrekking had op een individuele beschikking, geloof ik dat het arrest Alpha*Steel*(4 ) een precedent vormt en uitdrukking geeft aan algemene beginselen van een goede rechtspleging en proceseconomie, die ook voor het onderhavige geval gelden . Het zou in strijd zijn met die beginselen, verzoeksters een nieuw beroep te laten instellen tegen een bepaling die in de loop van de procedure de vroegere heeft vervangen, maar die de oude regeling in wezen heeft gehandhaafd en enkel om een aanpassing of verscherping van de oorspronkelijke argumenten vraagt .
B - De bestreden beschikking in het kader van het quotastelsel
12 . Toen de crisis in de ijzer - en staalindustrie zich vanaf 1975 hevig deed gevoelen, ging de Commissie er in een eerste stadium toe over, indirect in te grijpen ten*einde de gevolgen van een structurele overcapaciteit te bestrijden . Tussen juli*1977 en juni*1980 werden leveringsprogramma' s opgesteld waaraan de ondernemingen zich moesten houden . Dit indirect ingrijpen bleek evenwel onvoldoende, waarop de Commissie op 31*oktober 1980 op de grondslag van de artikelen 47 en 58 EGKS-Verdrag beschikking nr.*2794/80/EGKS vaststelde, waarbij vanaf 31*oktober 1980 een quotastelsel werd ingevoerd . Dit quotastelsel werd enkele malen verlengd en gewijzigd, onder*meer bij beschikking nr.*234/84 en, laatstelijk, nr.*3485/85 .
13 . Artikel*14 van beschikking nr.*234/84, zoals gewijzigd bij de beschikkingen nrs.*1243/85 en 2760/85, werd vastgesteld om verhogingen van de quota voor de produktie en de levering op de gemeenschappelijke markt mogelijk te maken in gevallen waarin een onderneming zich als gevolg van de omvang van de voor een bepaald kwartaal vastgestelde verminderingspercentages voor bepaalde categorieën produkten voor buitengewone moeilijkheden geplaatst ziet . Artikel*14 bepaalde de criteria voor de vaststelling van die verhogingen .
14 . De Commissie was echter bij verschillende gelegenheden van oordeel, dat op grond van die criteria niet in alle gevallen rekening kon worden gehouden met de specifieke situatie van de aan het quotastelsel onderworpen ondernemingen, ten*einde die ondernemingen in staat te stellen, de uit dat stelsel voortvloeiende moeilijkheden te overwinnen althans de doelstellingen ervan in mogelijke bijzondere gevallen beter te bereiken . Vandaar de achtereenvolgende wijzigingen van artikel*14 van verordening nr.*234/84, waaronder artikel*14*D, waarin de nieuwe criteria werden vastgelegd op grond waarvan onder de in het artikel gestelde voorwaarden nadere aanvullende quota konden worden toegekend . Zoals gezegd, werd bij verordening nr.*3485/85 één van de in dit artikel*14*D gestelde voorwaarden voor de toekenning van aanvullende quota afgeschaft .
C - Rechtskarakter van de beschikkingen - ontvankelijkheid van de beroepen
15 . a)*Zowel beschikking nr.*2760/85 als beschikking nr.*3485/85 zijn niet gericht tot bepaalde, geïndividualiseerde adressaten . Zij zijn algemeen en abstract geformuleerd .
16 . Verzoeksters -*vooral verzoekster in zaak*360/85 *- zijn evenwel van oordeel dat, wat artikel*14*D en vervolgens artikel*14*C betreft, beide beschikkingen een echte individuele beschikking verhullen, bedoeld om de Deense onderneming Det Danske Stalvalsevaerk*(DDS ), de enige onderneming die zou voldoen aan de voorwaarden om voor toepassing van de bepaling in aanmerking te komen, te begunstigen .
17 . In het systeem van het EGKS-Verdrag zijn de voorwaarden waaronder door rechtspersonen ingestelde beroepen tot nietigverklaring van beschikkingen van de Commissie ontvankelijk zijn -*welke voorwaarden afwijken van die van artikel*173, tweede alinea, EEG-Verdrag *- verschillend al naar gelang het gaat om algemene of individuele beschikkingen .
18 . Zoals bekend, kunnen alleen ondernemingen en verenigingen dergelijke beroepen instellen .
19 . Zij kunnen dat echter enkel tegen de hen individueel betreffende beschikkingen en aanbevelingen of tegen algemene beschikkingen en aanbevelingen die volgens hun mening te hunnen opzichte misbruik van bevoegdheid inhouden ( artikel*33, tweede alinea, EGKS-Verdrag ).
20 . Het Hof heeft reeds aangegeven, in welke gevallen deze voorwaarden als vervuld kunnen worden beschouwd .
21 . Bij individuele beschikkingen is het niet noodzakelijk, dat zij gericht zijn tot de verzoekende partij . Het is voldoende dat zij, indien gericht tot een andere persoon, de belangen van de verzoekende partij zodanig raken (" betreffen "), dat zij een daadwerkelijk belang bij nietigverklaring van de beschikking kan aantonen, zonder dat zij als enige of bijna als enige door de beschikking wordt geraakt.*(5 )
22 . De ontvankelijkheid van beroepen tegen algemene beschikkingen is in artikel*33, tweede alinea, EGKS-Verdrag afhankelijk gesteld van twee voorwaarden .
23 . In de eerste plaats is het noodzakelijk -*maar voldoende *- dat de verzoekende partij zich "formeel" op misbruik van bevoegdheid beroept, met vermelding van de redenen waarom haars inziens sprake is van misbruik van bevoegdheid; de gegrondheid van dit middel komt evenwel eerst in het kader van het onderzoek van de zaak ten gronde aan de orde.*(6 )
24 . In de tweede plaats moet er sprake zijn van misbruik van bevoegdheid ten opzichte van de verzoekende partij . Het komt mij voor, dat dit vormvereiste in de rechtspraak van het Hof voldoende ruim is uitgelegd . Het behoeft niet te gaan om een "onechte" algemene beschikking, waarmee bewust een individuele beschikking wordt gecamoufleerd; beroepen tegen echte algemene beschikkingen zijn ontvankelijk, wanneer de verzoekende partij het voorwerp althans het slachtoffer van het gestelde misbruik van bevoegdheid is.*(7 )
25 . De recente arresten in de gevoegde zaken 140, 146, 221 en 226/82*(8 ) en in de zaak*Finsider*(9 ), waarin de beroepen alle ontvankelijk werden verklaard, vormen mijns inziens voorbeelden van een niet-restrictieve uitlegging van dit vereiste .
26 . Het onderscheid tussen een individuele en een algemene beschikking moet volgens de rechtspraak van het Hof*(10 ) niet berusten op de vorm, maar op de inhoud en de strekking van de beschikking . Het betreft hier een onderscheid dat, aldus het Hof, niet alleen van belang is voor de bepaling van de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep, maar ook voor de afbakening van de argumenten die de verzoekende partij tot staving van haar vordering mag aanvoeren .
27 . In*casu betogen beide verzoeksters, dat de bestreden beschikkingen op misbruik van bevoegdheid berusten . Door te voorzien in de toekenning van extra quota, naast de aanvullende quota, aan ondernemingen die voldoen aan de voorwaarden van artikel*14*D ( later 14*C ), heeft de Commissie niet de verwezenlijking van de doelstellingen van het EGKS-Verdrag -*de instandhouding van de gemeenschappelijke staalmarkt in een crisissituatie *- voor ogen gehad, maar de toekenning van extra quota aan de Deense ijzer - en staalonderneming DDS .
28 . De Commissie zou derhalve onder de dekmantel van een algemeen en abstract geformuleerde beschikking een individueel geval hebben willen regelen .
29 . Dit zou in de eerste plaats worden bevestigd door de omstandigheid, dat DDS als enige voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van aanvullende quota krachtens artikel*14*D en C : ook enkele andere landen van de Gemeenschap zouden over slechts één ijzer - en staalonderneming beschikken, maar geen daarvan zou aan de overige voorwaarden voldoen . Het zou hierbij gaan om Ierland, genoemd door Fabrique de fer, en Nederland en Luxemburg, genoemd door Dillinger : de Ierse onderneming zou geen produkten vervaardigen die aan het quotastelsel zijn onderworpen, terwijl aan het Nederlandse en het Luxemburgse bedrijf geen quotaverhogingen uit hoofde van artikel*14 van beschikking nr.*234/84 zouden zijn toegekend .
30 . De Commissie bestrijdt deze argumenten van verzoeksters met het betoog, dat de Ierse onderneming een aan het quotastelsel onderworpen produktie heeft en dat het theoretisch niet is uitgesloten, dat de Nederlandse onderneming in buitengewone moeilijkheden komt te verkeren . De Commissie telt Luxemburg niet tot de landen met één ijzer - en staalonderneming .
31 . Het betoog van verzoeksters vindt evenwel steun in een mededeling van de Raad van 25*juli 1985, waarin deze zijn instemming betoonde met de door de Commissie ontworpen wijziging van beschikking nr.*234/84, inzake het quotastelsel, "ten gunste van de enige staalproducent in Denemarken ".
32 . Ook indien de beschikking niet mocht worden aangemerkt als een gecamoufleerde individuele beschikking, maar als een algemene beschikking, berusten de bestreden bepalingen volgens verzoeksters niettemin op misbruik van bevoegdheid .
33 . Wanneer de Commissie -*voor de "veiligstelling van de bevoorrading met staalprodukten "*- overweegt dat een onderneming "de enige staalproducent van haar land moet zijn", zou zij daarmee een Lid-Staat het recht toekennen om zijn bevoorrading door een nationale onderneming veilig te stellen, zulks in strijd met de fundamentele beginselen en doelstellingen van het EGKS-Verdrag en de basisregels van het quotastelsel . Voor zover de bestreden beschikking er immers toe strekt, een onderneming ter vermijding van buitengewone moeilijkheden een aanvullend quotum toe te kennen dat zij nodig heeft om haar voortbestaan te verzekeren*(11 ), streeft de Commissie een doel na dat onverenigbaar is met de in artikel*2 EGKS-Verdrag neergelegde doelstelling, "de meest nationale verdeling van de produktie op zo hoog mogelijk peil" te verzekeren; bovendien zou inbreuk worden gemaakt op de regels die een gelijkmatige verdeling van de offers over alle ondernemers van de Gemeenschap voorschrijven, ongeacht hun nationaliteit of geografische situatie .
34 . Door de bevoorrading van een nationale markt door de enige op die markt gevestigde onderneming te verzekeren, dragen de bestreden beschikkingen ten slotte bij tot een verval van de gemeenschappelijke markt, in flagrante strijd met de fundamentele beginselen van die markt .
35 . b)*Ik zou mij om te beginnen over deze vraag vooraf willen buigen .
36 . De artikelen 14*D en 14*C, die zijn toegevoegd aan of opgenomen in beschikkingen waarvan de artikelen voornamelijk normatieve bepalingen bevatten, zijn zodanig geformuleerd dat zij kunnen worden toegepast op alle ondernemingen die, thans of in de toekomst, voldoen aan de objectieve voorwaarden die er zijn omschreven .
37 . Er is evenwel een kleine maar belangrijke reeks van omstandigheden waardoor de bestreden beschikkingen "gevaarlijk" veel lijken op individuele beschikkingen, vastgesteld om het geval van DDS te regelen .
38 . Beschikking nr.*2760/85 werd eind september 1985 vastgesteld en was met ingang van 1*juli 1985 ( dus reeds één kwartaal ) van toepassing; eind september zou zij echter ook nog maar één kwartaal gelden .
39 . Het was bekend, dat in het eerste kwartaal alleen DDS voor toepassing ervan in aanmerking kon komen, en in het belang van deze onderneming stemde de Raad in met de ontwerp-beschikking, als ware deze alleen op DDS van toepassing .
40 . Met betrekking tot het tweede kwartaal heeft de Commissie in haar verweerschrift toegegeven, dat het zich liet aanzien dat geen andere onderneming voor het vierde kwartaal 1985 aan de voorwaarden van artikel*14*D zou voldoen .
41 . Met andere woorden, gedurende de korte geldigheidsduur van twee kwartalen was het bekend althans te voorzien, dat alleen DDS voor toepassing van beschikking nr.*2760/85 in aanmerking zou komen . Hetgeen inderdaad gebeurde .
42 . In dat geval zie ik niet in, waarom aan de beschikking die voor de volgende periode werd vastgesteld, niet hetzelfde gebrek zou kleven .
43 . Deze omstandigheid hangt zo nauw samen met de grond van de zaak dat zij, indien men haar beslissend acht, tot nietigverklaring van de beschikkingen op grond van misbruik van bevoegdheid moet leiden .
44 . Evenwel heeft het Hof reeds meerdere malen*(12 ) beklemtoond, dat "een besluit zijn verordenend karakter niet kan verliezen door het enkele feit, dat het aantal -*of zelfs de identiteit *- der rechtssubjecten op wie het op een gegeven ogenblik van toepassing is, min of meer nauwkeurig kan worden bepaald, zolang maar vaststaat, dat die toepassing voortvloeit uit de aanwezigheid van een objectieve feitelijke of rechtstoestand als in het besluit, gezien zijn objectieve doelstelling, bedoeld ".
45 . Wat vaak gebeurt, is dat het in individuele gevallen aangewezen lijkt, maatregelen van algemene aard te treffen, zodat uiteindelijk die individuele gevallen centraal staan in de discussies die tot vaststelling van dergelijke maatregelen leiden .
46 . Al aangenomen dat er sprake is van echte algemene beschikkingen, gelijk de Commissie staande houdt, dan sluit dit nog niet de mogelijkheid uit, deze aan te vechten op grond van misbruik van bevoegdheid in de zin van artikel*33, tweede alinea, EGKS-Verdrag, wanneer men van oordeel is dat er geen wettig doel mee wordt nagestreefd .
47 . Aldus beschouwd komt het mij voor, dat verzoeksters afdoende plausibele redenen aanvoeren die steun geven aan hun stelling, dat de bestreden beschikkingen op misbruik van bevoegdheid berusten, en daarmee voldoen aan een van de in artikel*33, tweede alinea, EGKS-Verdrag gestelde voorwaarden voor de ontvankelijkheid van hun beroep .
48 . Rest nog het vereiste, dat er te hunnen opzichte sprake is van misbruik van bevoegdheid .
49 . Verzoekster in zaak*351/85 stelt, dat zij rechtstreeks concurreert met DDS -*de enige onderneming die van de bestreden beschikking profiteert *-, daar zij staalprodukten van categorie*II vervaardigt, waarvoor het grootste deel van de aan het Deense bedrijf toegekende quota werd vergeven .
50 . Ook wanneer vaststaat, dat slechts een deel van de produktiequota op de gemeenschappelijke markt kan worden verkocht, geldt van tweeën één : of de Commissie verlaagt de verminderingspercentages bij de berekening van de aan de gezamenlijke ijzer - en staalondernemingen toegekende produktiequota, of zij stelt ter vermijding van negatieve gevolgen voor de prijzen hogere verminderingspercentages vast, ten*einde de totale ijzer - en staalproduktie in de Gemeenschap te verminderen .
51 . Gelijk verzoekster opmerkt, belet in het eerste geval de verhoging van het totale over de ondernemingen te verdelen tonnage niet, dat ter uitvoering van de bestreden beschikking 25*000*ton -*voorbehouden aan DDS *- van die hoeveelheid moeten worden afgetrokken .
52 . In het tweede geval zullen, ook indien de Commissie via verminderings - percentages wil interveniëren om prijsdalingen te compenseren, alle andere ondernemingen, waaronder verzoekster, de gevolgen van aanzienlijkere prijsdalingen moeten dragen .
53 . Verzoekster in zaak*360/85 merkt eveneens op, dat zij op grond van haar marktpositie rechtstreeks met DDS concurreert, zodat haar afzetmogelijkheden door de toekenning van speciale quota aan dat bedrijf rechtstreeks en aanmerkelijk worden aangetast .
54 . Volgens verzoekster lag de produktie van DDS in 1984 rond de 460*000 ton, waarvan 310*000*ton -*ongeveer tweederde *- bestond uit kwartoplaat ( categorie*II ), dat nagenoeg de totale produktie van verzoekster vormde .
55 . Evenzo zou 71,4*% van het aan DDS krachtens artikel*14 van verordening nr.*234/85 toegewezen extra quotum eveneens betrekking hebben op kwartoplaat van categorie*II .
56 . Aangezien van de totale produktie van kwartoplaat in 1984 circa 257*000 ton werd uitgevoerd, zou ervan kunnen worden uitgegaan, dat de aanvullende hoeveelheid van 100*000*ton per jaar die DDS zich zag toegekend, grotendeels in andere landen van de Gemeenschap is verkocht .
57 . Bijgevolg, aldus verzoekster, werden de werkgelegenheid en de afzetmogelijkheden voor de concurrerende bedrijven beperkt .
58 . Verzoekster betoogt voorts, dat de bijzonderheden van het quotastelsel dit zeer duidelijk maken .
59 . De Commissie zou immers de verminderingspercentages vaststellen aan de hand van de omvang van de vraag, ten*einde vraag en aanbod met elkaar in evenwicht te brengen . Om te voorkomen dat de aan ondernemingen krachtens artikel*14 wegens "buitengewone moeilijkheden" toegekende aanvullende quota het marktevenwicht verstoren, voorziet artikel*9*A van beschikking nr.*234/84 ( en artikel*9 van beschikking nr.*3485/85 ) in een reserve van ten hoogste 3*% van de totale vraag naar staal; deze reserve wordt elk kwartaal bij de vaststelling van de verminderings - percentages gevormd .
60 . Verzoekster heeft echter -*door de Commissie onweersproken *- betoogd, dat genoemd artikel*9 niet van toepassing is op de aanvullende hoeveelheid van 100*000*ton, die derhalve noodzakelijkerwijs de bestaande vraag zal overschrijden .
61 . Dit zou rampzalige gevolgen hebben voor de prijsbeheersing, met nadelige gevolgen voor de situatie van verzoekster die, vooral op de Duitse markt, rechtstreeks met DDS concurreert .
62 . Die gevolgen zouden des te rampzaliger zijn daar verzoekster haar produktiecapaciteit voor groep*II in 1984 voor slechts 26,4*% zou hebben benut, en DDS voor 51,2*%; na de toekenning van de aanvullende quota zou dat percentage bij DDS kunnen stijgen tot 60*%, tegenover 26*% bij verzoeksters .
63 . Ondanks de door verzoeksters aangevoerde omstandigheden kan nog enigzins worden betwijfeld, of in*casu is voldaan aan het vereiste van artikel*33, tweede alinea, laatste zinsnede, EGKS-Verdrag.*(13 )
64 . In hun betoog baseren verzoeksters zich voornamelijk op hun positie ten opzichte van de bijzondere situatie van DDS, als betrof het een tot deze laatste gerichte individuele beschikking .
65 . Ik geloof evenwel, dat de vraag gezien de reeds geciteerde recente rechtspraak van het Hof ( zie voetnoten 7, 8 en 9 ) bevestigend kan worden beantwoord .
66 . Het beroep op de concrete situatie voortvloeiend uit de toekenning van aanvullende quota aan DDS vormt een mooi voorbeeld van de wijze waarop algemene beschikkingen die beweerdelijk op misbruik van bevoegdheid berusten, de verzoekende partij kunnen raken . De eventuele nadelige gevolgen van dergelijke beschikkingen treden bij de toepassing ervan aan het licht .
67 . Anderzijds staat vast dat, ook al neemt men niet aan dat de bestreden handelingen zijn vastgesteld met de bedoeling of ten*einde de positie van verzoeksters individueel te raken, verzoeksters "slachtoffer" van de beschikkingen zijn of erdoor worden getroffen, in een situatie die slechts enkele staalondernemingen gemeen hebben, te weten dat zij concurreren met de onderneming die voor de categorieën produkten waarvoor aanvullende quota zijn toegekend, begunstigd is .
68 . Voor de ontvankelijkheid van de beroepen pleiten mijns inziens met name de Engelse en de Portugese versie*(14 ) van het EGKS-Verdrag, waar in artikel*33, tweede alinea, laatste zinsnede, sprake is van "affecting them" respectievelijk "que as afecte", overeenkomend met het Franse "à leur égard" en het Italiaanse "in loro riguardo ".
69 . Nu de in artikel*33, tweede alinea, gestelde voorwaarden voor de ontvankelijkheid derhalve vervuld kunnen worden geacht, ga ik over tot het onderzoek van de zaak ten gronde .
D - Gegrondheid van de beroepen
70 . a)*Van misbruik van bevoegdheid is sprake in geval van een discrepantie tussen het doel dat de wetgever voor ogen heeft, wanneer hij een orgaan of een instelling de voor het treffen van een maatregel noodzakelijke bevoegdheden verleent, en het bij de uitoefening van die bevoegdheden nagestreefde doel ( misbruik van bevoegdheid in subjectieve zin ), of indien objectief, door een ernstig gebrek aan voorzichtigheid en beradenheid, een ander doel wordt nagestreefd dan door de wetgever bepaald.(15 )
71 . In beide gevallen wordt het onderzoek naar misbruik van bevoegdheid steeds beheerst door een teleologische rationaliteit, die berust op de discrepantie tussen de getroffen maatregel en het doel dat ermee werd beoogd of waarvoor zij objectief moet dienen .
72 . Op deze middelen-doel-verhouding zou ik hier nader willen ingaan .
73 . b)*In de eerste plaats moet de handeling die beweerdelijk op misbruik van bevoegdheid berust, duidelijk worden geïdentificeerd .
74 . Vast staat, dat verzoeksters opkomen tegen de algemene beschikkingen nrs.*2760/85 en 3485/85 ( artikel*14*C ) van de Commissie en niet tegen enigerlei individuele handeling tot uitvoering van die beschikkingen, houdende toekenning van aanvullende quota aan een bepaalde onderneming .
75 . Aldus hebben verzoeksters het voorwerp van het geschil in hun verzoekschrift omschreven, zodat hun argumenten betreffende de motivering van dergelijke individuele handelingen moeten worden verworpen, voor zover zij niet eventueel bijdragen tot de vaststelling van misbruik van bevoegdheid bij de vaststelling van de bestreden beschikkingen .
76 . c)*Deze werden door de Commissie vastgesteld in de uitoefening van de haar in het EGKS-Verdrag, inzonderheid artikel*58, toegekende bevoegdheden .
77 . Uit de bewoordingen van deze bepaling blijkt niet direct met de grootste duidelijkheid, welk arsenaal van doelstellingen de auteurs van het Verdrag voor ogen stond toen zij de mogelijkheid van invoering van een quotastelsel openden .
78 . Zij bevat evenwel enkele nauwkeurige aanwijzingen; daarnaast is de verwijzing naar "de beginselen omschreven in de artikelen 2, 3 en 4" van groot belang; ten slotte heeft het Hof in zijn rechtspraak verduidelijkt, welke doelstellingen van het quotastelsel in de te treffen regeling tot uiting moeten komen .
79 . De bewoordingen van artikel*58 EGKS-Verdrag laten enkele van de gestelde doelstellingen doorschemeren : indien de Gemeenschap zich "bij het afnemen van de vraag" in een "uitgesproken crisissituatie" bevindt, wordt een stelsel van produktiequota ingevoerd indien indirecte maatregelen onvoldoende blijken ( lid*1 ); de quota worden "op een billijke grondslag" vastgesteld, "rekening houdend met de beginselen omschreven in de artikelen 2, 3 en 4", met name ten*einde "de werkgelegenheid ... te handhaven" in ondernemingen "welker produktie gedaald is beneden het voorziene peil"*(lid*2 ).
80 . Hiermee beschikken wij reeds over een hele reeks algemene criteria en doelstellingen van het quotastelsel, die niet altijd gemakkelijk onder een noemer zullen kunnen worden gebracht .
81 . Evenwel kan reeds uit artikel*58 zelf, met zijn verwijzing naar "de beginselen omschreven in de artikelen 2, 3 en 4", worden afgeleid dat het quotastelsel de voornaamste doelstellingen van het EGKS-Verdrag moet beschermen of daar rekening mee moet houden .
82 . Die doelstellingen worden samengevat in artikel*2 : "door de instelling van een gemeenschappelijke markt" en met als einddoel of als doel op lange termijn voor ogen de "economische ontwikkeling, de uitbreiding van de werkgelegenheid en de verhoging van het levenspeil", moet de EGKS "in toenemende mate de omstandigheden scheppen, die uit zichzelf de meest rationele verdeling van de produktie op een zo hoog mogelijk peil verzekeren en daarbij zowel de continuïteit van de werkgelegenheid waarborgen als vermijden, dat in de economie van de deelnemende staten fundamentele en duurzame moeilijkheden worden veroorzaakt ".
83 . Artikel*3 geeft een opsomming van deze doelstellingen en van de maatregelen waarmee zij moeten worden bereikt; artikel*4 vermeldt de vereisten van een gemeenschappelijke markt voor kolen en staal .
84 . Ook hier een scala van verschillende doelstellingen, die, aldus het Hof in het arrest Kloeckner*(16 ), "voortdurend met elkaar in overeenstemming moeten worden gebracht naar gelang van de economische omstandigheden, (( zonder )) dat bijgevolg aan een van die doeleinden voorrang mag worden gegeven boven de andere ". ( 17 )
85 . In de praktijk zal het, bij tegenstrijdigheid van deze afzonderlijke doelstellingen, onvermijdelijk zijn om aan de ene of de andere de voorrang te verlenen die de Commissie "in verband met de economische feiten of omstandigheden met het oog waarop zij haar beschikking neemt" ( 17 ), passend acht .
86 . Het vinden van een compromis zal bijzonder grote moeilijkheden opleveren wanneer de instellingen die beginselen moet toepassen in een ernstige crisissituatie, waarin de in artikel*58 voorziene maatregelen moeten worden getroffen.*(18 )
87 . Met de invoering van een stelsel van produktiequota en de vaststelling van een algemene regeling waaraan dat stelsel onderworpen is, scheppen de instellingen een "crisisrecht", dat de doelstellingen van het Verdrag zo goed mogelijk moet beschermen .
88 . Het Hof*van*Justitie heeft ook reeds in meerdere zaken de concrete doelstellingen van dit crisisrecht aangegeven .
89 . In het arrest Kloeckner*(19 ) overwoog het Hof dat de beperkende maatregelen, die "de gezondmaking van de markt beogen, het mogelijk moeten maken de rentabiliteit van de ondernemingen op lange termijn te handhaven of te herstellen en aldus de daarvan afhangende arbeidsplaatsen zoveel mogelijk in stand te houden ". Het voegde daaraan toe, dat "deze bepaling de Commissie evenwel geenszins de verplichting oplegt, elke onderneming een op haar eigen criteria inzake rentabiliteit en ontwikkelingen afgestemde minimumproduktie te waarborgen . Artikel*58 heeft tot doel, de ingevolge de economische conjunctuur noodzakelijke verminderingen op zo billijk mogelijke wijze op alle ondernemingen af te wentelen, en niet de ondernemingen een aan hun capaciteit evenredige minimumbezetting te waarborgen."*(20 )
90 . In de overwegingen van het arrest Finsider*(21 ) verklaarde het Hof nog duidelijker, dat zowel de destijds geldende beschikking nr.*2177/83, tot verlenging van het quotastelsel, als beschikking nr.*2320/81 inzake de steunregeling voor de ijzer - en staalindustrie, "hetzelfde doel nastreven, te weten het bevorderen van de herstructurering die noodzakelijk is om de produktie en de capaciteiten aan de voorzienbare vraag aan te passen, en het herstellen van het concurrentievermogen van de Europese ijzer - en staalnijverheid ".
91 . Deze doelstelling bleef ook verbonden aan de regelingen die na beschikking nr.*2177/83 tot stand kwamen, zoals de beschikkingen nrs.*234/84 en 3485/85 .
92 . Uiteraard moesten de getroffen regelingen worden aangepast aan de ontwikkeling van de situatie op de markt van staalprodukten .
93 . Beschikking nr.*234/84 kwam evenwel tot stand in het kader van het "voortduren van de uitgesproken crisissituatie", waarin de Commissie het dienstig achtte om "het huidige stelsel zonder substantiële wijzigingen te handhaven ". Luidens de motivering van de beschikking was namelijk de bezettingsgraad nog steeds uitzonderlijk laag en bleef "de belangrijke overcapaciteit van het produktieapparaat voor de gehele sector nog steeds een zware belasting vormen ". Op wereldniveau was het gebrek aan evenwicht tussen aanbod en vraag nog even groot, bij een nog steeds zwakke markt .
94 . In het tweede halfjaar van 1983 was de situatie dermate verslechterd, dat "de Commissie aanvullende ordeningsmaatregelen voor de sector heeft moeten nemen om de ondernemingen sterker aan banden te leggen ".
95 . Reeds bij beschikking nr.*3485/85 kon uit de betrokken overwegingen worden afleid, dat de situatie op de staalmarkt van de Gemeenschap sedert begin 1984 zowel op het gebied van de produktie als ten aanzien van de financiële positie van de ondernemingen aanzienlijk was verbeterd .
96 . Daardoor hadden de overcapaciteiten kunnen teruglopen, terwijl de industrie doorging met de modernisering van haar installaties en de verbetering van haar concurrentievermogen . Tegelijkertijd kon een duurzame stijging van de staalprijzen worden vastgesteld, maar daar stond als gevolg van de eerdere herstructureringen een verdere daling van de werkgelegenheid tegenover .
97 . De situatie op de wereldmarkt werd evenals voorheen gekenmerkt door een gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod, dat nog werd versterkt door de Noordamerikaanse maatregelen tot beperking van de importen en door de onzekerheden als gevolg van de sterke schommelingen van de dollarkoers .
98 . In haar vooruitzichten had de Commissie dan ook erop gewezen, dat de produktiecapaciteit nog eens met 20*miljoen*ton warmgewalst staal moest worden verminderd; tegelijkertijd moesten de moderniseringsmaatregelen en de versterking van het concurrentievermogen worden voortgezet .
99 . Volgens de Commissie betekent dit dat, ook al was de herstructurering voor een groot deel verwezenlijkt, het succes nog niet verzekerd was en de crisis nog niet overwonnen .
100 . Het leek echter reeds mogelijk, bepaalde produkten ( categorieën*Id en V ) van het quotastelsel uit te sluiten ten*einde de normale marktmechanismen te herstellen .
101 . Bij de andere produkten -*waartoe ook kwartoplaat van categorie*II behoort *- duurden de moeilijkheden evenwel voort .
102 . Onder die omstandigheden moest het quotastelsel -*ook al was het uiteindelijk de bedoeling, dit geleidelijk te ontmantelen *- worden verlengd, in de bewoordingen van de Commissie "zonder substantiële wijzigingen ".
103 . d)*Tegen deze achtergrond kwam eerst beschikking nr.*2760/85 van 30*september 1985 tot stand, waarbij het nieuwe artikel*14*D werd ingevoerd, en vervolgens de gewijzigde versie van dat artikel in beschikking nr.*3485/85 van 27*november 1985 ( artikel*14*C ).
104 . De redenen voor deze maatregel zijn in de considerans van beschikking nr.*2760/85 uiteengezet .
105 . Wanneer ik die op een rijtje zet, blijkt de beschikking op de volgende doelstellingen te berusten :
106 . - rekening te houden met de "specifieke omstandigheden" van ondernemingen die ondanks de toekenning van aanvullende quota "buitengewone moeilijkheden" ondervinden;
107 . - meer in het bijzonder, het "voortbestaan te verzekeren" van een onderneming die in haar land de enige staalproducent is; daartoe moet "de voorziening van het land met staalprodukten -*zelfs binnen een gemeenschappelijke markt *- in ruime mate van de betrokken onderneming afhangen ".
108 . In het kader van deze doelstellingen kan de begunstigde onderneming op grond van de betrokken voorschriften een extra quotum van 25*000*ton per kwartaal worden toegekend .
109 . Ik geef toe dat het op het eerste gezicht niet gemakkelijk is, uit de motivering van deze beschikkingen de daadwerkelijke doelstellingen van het quotastelsel af te leiden zoals ik die heb omschreven en waartoe artikel*58 EGKS-Verdrag de Commissie de noodzakelijke handelingsbevoegdheid verleent .
110 . Noch de herstructurering noch de versterking van de concurrentiepositie van de begunstigde onderneming(en ) zal bepalend zijn geweest voor de vaststelling van de betrokken maatregelen, maar de verzekering van het voortbestaan van die onderneming, dat mogelijk moest worden gemaakt door een "minimumbezetting" te waarborgen .
111 . Waar de bestreden bepalingen in zoverre een recht op aanvullende quota toekennen, ongeacht de gevolgen daarvan voor het concurrentievermogen van de onderneming en enkel om haar voortbestaan te verzekeren, gaan zij mijns inziens voorbij aan het doel, de herstructurering te bevorderen, zo zij al niet tot het tegendeel aanzetten .
112 . Mitsdien kan niet worden gesteld, dat de betrokken maatregelen althans op korte termijn zijn ingegeven door de zorg, "de meest rationele verdeling van de produktie op een zo hoog mogelijk peil" te verzekeren ( artikel*2 EGKS-Verdrag ): de rationele verdeling van de produktie hangt enerzijds af van de verdeling van de produktiefactoren, hun produktiviteit en de relatieve prijzen en anderzijds van de geografische ligging van de markten; zij heeft in beginsel niets uitstaande met het enkele feit, dat het gaat om de enige ijzer - en staalonderneming in een land ( of regio ).
113 . Men kan zich derhalve afvragen of een dergelijke maatregel verenigbaar is met de fundamentele beginselen van de gemeenschappelijke markt, zoals geformuleerd in artikel*3, sub*a en b, EGKS-Verdrag, voor zover zij de veiligstelling of de bevoorrading van een nationale markt door een aldaar gevestigde onderneming als een fundamentele reden voor de toekenning van een nieuw aanvullend quotum vermeldt . In een echte gemeenschappelijke markt zou de bevoorrading van een markt niet op nationaal niveau maar op communautair niveau moeten worden gewaarborgd .
114 . De Commissie trekt hier een parallel met het arrest Campus*Oil*(22 ), dat volgens verzoeksters niet geheel relevant is .
115 . In die zaak was een vraag opgeworpen in verband met de toepassing van een nationale maatregel tot beperking van de invoer van aardolieprodukten, die het Hof op grond van artikel*36 EEG-Verdrag gerechtvaardigd achtte uit hoofde van de openbare veiligheid .
116 . Volgens verzoeksters liggen de institutionele verhoudingen in*casu anders en zijn ook de feiten verschillend . De voorziening met aardolieprodukten zou sterk afhankelijk zijn van grondstoffen uit andere, in het algemeen politiek onstabiele gebieden, terwijl de staalindustrie in de Gemeenschap met een structurele overcapaciteit te kampen heeft . Het probleem zou bijzonder gevoelig liggen in een land als Ierland, waarvan de situatie in het arrest Campus*Oil direct aan de orde was .
117 . Daar komt volgens verzoeksters nog bij, dat er voor aardolieprodukten op gemeenschapsniveau geen werkelijk doeltreffende crisismaatregelen bestaan, terwijl het EGKS-Verdrag wel voorziet in een gemeenschappelijke regeling om in crisistijden de bevoorrading te verzekeren .
118 . Hierna zal echter nog blijken, dat het beroep op het arrest Campus*Oil niet geheel ongegrond is .
119 . Aangezien uitsluitend redenen worden aangevoerd die verband houden met het aanbod, tracht men de bestreden beschikkingen evenmin te rechtvaardigen met een beroep op de aanpassing van de produktie en de capaciteiten aan de vraag, waarvan de ontwikkeling de vaststelling van de beschikkingen stellig niet heeft beïnvloed .
120 . Zij kunnen zelfs tot een ( uiteraard zeer geringe ) versterking van het gebrek aan evenwicht bijdragen, voor zover de aanvullende quota bij het totale quotum van de ondernemingen van de Gemeenschap komen .
121 . Voorts hebben deze maatregelen kennelijk niets uitstaande met het doel, de om conjuncturele redenen noodzakelijke offers zo billijk mogelijk over alle ondernemingen te verdelen; gelijk verzoeksters betogen, verstoren zij de markt nog sterker ten gunste van een onderneming of groep van ondernemingen, ten nadele van de concurrentie .
122 . De beschikkingen leiden derhalve tot een herverdeling van de produktie en daarmee tot een wijziging van de marktpositie van de verschillende ondernemingen*(23 ), zij het binnen de grenzen van de voorziene hoeveelheden .
123 . Hierna zal echter nog blijken, dat de betekenis van dit argument wordt afgezwakt door de "billijkheidsclausules" die bij de toepassing van een crisisregeling een rol spelen .
124 . Wat hier ook van zij, bovenstaande overwegingen leiden mijns inziens tot de conclusie dat de beslissende beweegreden voor de bestreden handelingen misbruik van bevoegdheid oplevert.*(24 )
125 . e)*Ik wil hier nog iets nader op ingaan .
126 . Uitgangspunt is, dat verzoeksters zich voor hun beroep uitdrukkelijk zo niet stilzwijgend op schending van het discriminatieverbod beroepen .
127 . Door de toekenning van aanvullende quota zou één onderneming zonder objectieve rechtvaardiging gunstiger worden behandeld dan haar concurrenten .
128 . Behalve dat haar een aanvullend quotum zou zijn toegekend onder voorwaarden waaraan geen andere onderneming kon voldoen, zou dit voorts zijn geschied nadat haar quota reeds eerder waren verhoogd krachtens artikel*14 van de beschikkingen .
129 . Fabrique*de*fer illustreert haar standpunt met een vergelijking van de ontwikkeling van haar eigen produktie van plaatstaal met die van DDS, alsmede door te wijzen op de positieve ontwikkeling van de werkgelegenheid in de Deense ijzer - en staalindustrie .
130 . Ofschoon de maatregel werd gebaseerd op de overweging, dat de bevoorrading van de nationale markt moest worden verzekerd, zou de begunstigde onderneming bovendien ruimschoots profiteren van de exportmogelijkheden in het kader van de gemeenschappelijke markt .
131 . Daartoe beroepen verzoeksters zich op de omvang van de exporten van DDS binnen de gemeenschappelijke markt, bovendien in een zeer gespannen sector .
132 . Volgens de rechtspraak van het Hof*(25 ) "kan de Commissie alleen discriminatie worden verweten, wanneer zij vergelijkbare situaties op verschillende wijze heeft behandeld en daardoor bepaalde bedrijven in verhouding tot andere heeft benadeeld, zonder dat dit onderscheid in behandeling door het bestaan van objectieve verschillen van een zeker gewicht wordt gerechtvaardigd ".
133 . Bovendien, aldus het Hof*(26 ), moeten die objectieve en gewichtige verschillen verband houden met de "doeleinden die de Commissie in het kader van haar industriebeleid in de Europese ijzer - en staalindustrie wettig kan nastreven ".
134 . Hiervoor heb ik reeds uiteengezet, welke twijfels er op dit punt kunnen bestaan .
135 . Bevatten de bestreden beschikkingen evenwel geen andere elementen op grond waarvan de wettigheid ervan onbetwistbaar is?
136 . f)Hierbij kan worden gedacht aan de instandhouding van de werkgelegenheid ( artikelen 2 en 58, lid*2, EGKS-Verdrag ), die in gevaar zou kunnen komen door het eventuele faillissement van een onderneming die zich in buitengewone moeilijkheden bevindt .
137 . De Deense regering, interveniënte aan de zijde van de Commissie, heeft dienaangaande gewezen op de situatie van DDS en de mogelijke gevaren van de niet-toekenning van aanvullende quota voor de arbeidsmarkt en de sociale situatie in Denemarken .
138 . Het Hof heeft evenwel reeds geoordeeld* 16, dat het streven naar handhaving van de werkgelegenheid in de onderhavige sector op lange termijn gebonden is aan de "gezondmaking" van de markt, daar artikel*58 niet tot doel heeft, de ondernemingen een minimumproduktie te waarborgen .
139 . Evenzo beklemtoonde het Hof* 16, dat de verwijzing in artikel*58, lid*2, naar de "handhaving van de werkgelegenheid" samenhangt met een regelingsmechanisme waarvan de Commissie -*ook in dit geval - geen gebruik heeft gemaakt .
140 . In*casu gaat het evenwel niet om de handhaving van de werkgelegenheid in een willekeurige onderneming, maar in een onderneming die de enige ijzer - en staalproducent is in het land waar zij gevestigd is .
141 . Zou dit geen relevante omstandigheid zijn in de reeks van wettige redenen voor de toekenning van aanvullende quota?
142 . Gelijk ik reeds opmerkte, kan zij in het kader van de beginselen van een gemeenschappelijke markt twijfels oproepen .
143 . Niettemin wordt zij ook vermeld in de steunregeling*(27 ), waarin aan de omstandigheid dat er in een Lid-Staat één onderneming is gevestigd, bijzondere betekenis wordt toegekend voor de financiële steun aan de ijzer - en staalindustrie ( artikel*2, lid*3 ).
144 . Deze parallel moet echter worden getrokken cum*grano*salis . In de steunregeling wordt immers enkel verlangd, dat de Commissie bij de beoordeling van de steunaanvraag met die bijzondere omstandigheid rekening houdt, zonder dat het hier om een essentiële voorwaarde gaat .
145 . Bovendien moet met die omstandigheid alleen rekening worden gehouden bij steunaanvragen die zijn ingediend "in het kader van het herstructureringsprogramma" en wanneer de betrokken onderneming een "geringe invloed" heeft op de gemeenschappelijke markt .
146 . Er is evenwel nog een ander fundamenteel beginsel dat volgens het Hof bij de maatregelen ter bestrijding van de staalcrisis voorop dient te staan, te weten het solidariteitsbeginsel.*(28 )
147 . Dit beginsel komt tot uitdrukking in de mogelijkheid van toekenning van aanvullende quota aan ondernemingen die in buitengewone moeilijkheden verkeren ( artikel*14 van de quotabeschikkingen ).
148 . En zoals gezegd, is het bestaan van buitengewone moeilijkheden, zelfs na een quotaverhoging krachtens artikel*14, een andere voorwaarde van de bestreden beschikkingen .
149 . Gelijk de Commissie in haar conclusie van antwoord opmerkt, berust artikel*14*D of C juncto artikel*14 op billijkheidsoverwegingen in die zin, dat het quotastelsel enigszins soepel moet worden toegepast .
150 . Volgens het Hof*(29 ) kan de doelmatigheid en de waarde van dergelijke clausules niet worden betwist .
151 . Het gaat erom dat zij moeten aansluiten bij objectieve criteria voor de definitie van die buitengewone moeilijkheden, zoals juist bij artikel*14 het geval is; wanneer er immers eenmaal een algemene crisissituatie is, hebben min of meer alle ijzer - en staalondernemingen ermee te maken.*(30 )
152 . Volgens de bestreden beschikkingen berust de bijzondere situatie van de betrokken ondernemingen ten opzichte van alle onder artikel*14 vallende ondernemingen ( die op grond van dit artikel onder de aldaar gestelde voorwaarden aanvullende quota kregen ), op grond waarvan zij -*en alleen zij *- recht hebben op nog een aanvullend quotum op grond van buitengewone moeilijkheden, op één criterium, te weten dat zij de enige onderneming zijn in hun land van vestiging .
153 . Verzoeksters trekken terecht in twijfel, of dit criterium een juiste toepassing van het solidariteitsbeginsel vormt .
154 . Op grond van dit criterium zou het volgens Dillinger bij voorbeeld niet gerechtvaardigd zijn, dat ondernemingen in vergelijkbare situaties, die de enige zijn in grote regio' s van de Gemeenschap, waarvan de grenzen niet overeenstemmen met de landsgrenzen, worden gediscrimineerd .
155 . Het behoud van het evenwicht tussen de economieën van de Lid-Staten is stellig als doelstelling voorzien in artikel*2 EGKS-Verdrag, waar dit wijst op de noodzaak, "fundamentele en duurzame moeilijkheden" in die economieën te voorkomen .
156 . Met deze moeilijkheden voor ogen -*in*casu zijn die niet rechtstreeks aan de orde *- stelde de Commissie artikel*16 van de beschikkingen vast, dat op Griekenland en Ierland van toepassing is .
157 . g)*In dit stadium van het onderzoek krijgt men werkelijk de indruk, dat het hier om een grensgeval gaat waarin men zich kan afvragen, of de Commissie bij de uitoefening van haar discretionaire bevoegdheden niet te ver is gegaan .
158 . Zoals bekend, heeft de Commissie het beroep op misbruik van bevoegdheid slechts in zeer weinig gevallen gegrond geacht.*(31 )
159 . Ik ben mij ook ten volle bewust van de twijfelachtige aspecten van de onderhavige zaak en weeg alle argumenten tegen alkaar af .
160 . Dit doet evenwel niet af aan mijn standpunt, dat zo de bestreden beschikkingen als individuele beschikkingen mochten worden aangemerkt, zij nietig moeten worden verklaard wegens misbruik van bevoegdheid .
161 . Om de hiervoor uiteengezette redenen meen ik evenwel, dat hier sprake is van echte algemene beschikkingen .
162 . De Deense regering verwijst naar een arrest van het Hof in de zaak*Metallurgiki*Halyps*(32 ), waarin het Hof erkende dat de Commissie bij de uitoefening van haar discretionaire bevoegdheden rekening kan houden met overwegingen van economisch beleid, verband houdend met verschillen in structuur, ontwikkelingspeil en bezettingsgraad tussen de ondernemingen van een bepaalde Lid-Staat ( in*casu Griekenland ) en die van de overige Lid-Staten .
163 . In hetzelfde arrest overwoog het Hof, dat "de gevolgen van deze crisis alle ondernemingen treffen, ongeacht waar zij zijn gevestigd en in welke mate zij individueel zijn ontwikkeld", en dat de betrokken problemen niet enkel bestaan voor de Griekse ondernemingen, doch evenzeer "voor tal van andere bedrijven in de gehele Gemeenschap."*(33 )
164 . Het Hof paste evenwel de bestaande algemene voorschriften toe -*op grond waarvan de te brengen offers op billijke wijze moeten worden verdeeld *- en creëerde geen nieuwe regeling voor de bijzondere gevallen die zulks konden rechtvaardigen .
165 . Het Hof concludeerde dan ook dat de "invoering en de inhoud van de bijzondere billijkheidsclusule ten gunste van de Griekse ondernemingen een beleidsbeslissing is van de Commissie."*(34 )
166 . De Deense regering is diep ingegaan op het probleem, hoe de bevoorrading van een Lid-Staat moet worden gewaarborgd indien de enige ijzer - en staalonderneming die op haar grondgebied gevestigd is, zich in moeilijkheden bevindt . Daarbij gaat zij niet uit van de bestaande marktsituatie, maar van de noodzaak om op ieder moment over de middelen te beschikken die noodzakelijk zijn om het hoofd te bieden aan een ernstige crisissituatie .
167 . Onder dergelijke omstandigheden zou het faillissement van die onderneming in een periode van algemeen abnormale omstandigheden, welk faillissement door de toekenning van een aanvullend quotum eventueel kan worden vermeden, ongetwijfeld ernstige gevolgen kunnen hebben voor de stabiliteit van het land en zijn economie .
168 . Op dit punt kan een parallel worden getrokken met het arrest Campus*Oil, waarin de onderzochte beperkende maatregelen om redenen van openbare veiligheid gerechtvaardigd werden geacht ter verzekering van "een minimale bevoorrading van de betrokken Staat met aardolieprodukten*(35 ) ... in geval zich een crisis in de bevoorrading voordoet".(36 )
169 . Bij het intreden van een ernstige crisissituatie kan de werking van de gemeenschappelijke staalmarkt ernstig worden verstoord of in gevaar worden gebracht; het streven van de Lid-Staten om de bevoorrading met ijzer - en staalprodukten -*voor veel sectoren van vitaal belang *- te verzekeren, moet tegen de achtergrond van dergelijke eventualiteiten worden bezien .
170 . Het beschikken over een "strategische reserve", die onder dergelijke omstandigheden kan worden aangesproken, behoort normalerwijze dan ook tot de doelstellingen van industrie - en defensiebeleid van de Lid-Staten, zodat hier kan worden gesproken van een overeenstemming met de doelstellingen die alle landen van de EGKS gemeen hebben .
171 . Ook indien de technologische mogelijkheden en de specialisatie van de onderneming het haar niet mogelijk maken om onder normale omstandigheden het volledige assortiment produkten te vervaardigen dat voor de bevoorrading van het land noodzakelijk is, kunnen de aanpassingen en omschakelingen waartoe zij in een crisistijd kan overgaan, aan die reserve wellicht een nuttige bestemming geven, vooral wanneer zij binnenlandse grondstoffen kan aanwenden .
172 . Een dergelijke toekomstige noodtoestand kan nu alleen worden verholpen door de verdwijning te voorkomen van de enige ijzer - en staalproducent van het land, dat eventueel met ernstige moeilijkheden op de markt te kampen krijgt .
173 . Ook zonder aan een ernstige crisis te denken, kan een belangrijke conjuncturele verandering de marktsituatie dermate wijzigen, dat deze overwegingen gaan gelden .
174 . Onder die omstandigheden en bij de huidige stand van de communautaire ontwikkeling zou het wellicht onverstandig zijn om de communautaire instellingen de bevoegdheid te ontzeggen, algemene maatregelen te treffen met het oog op die eventualiteiten .
175 . Het quotastelsel heeft gefunctioneerd als een net waarvan de mazen steeds kleiner zijn geworden om de gaten te dichten die de crisistoestand aan het licht had gebracht en die het stelsel zelf deed ontstaan .
176 . Om te voorkomen dat de werking van het systeem en de uitoefening van de eraan verbonden bevoegdheden de marges van de bestaande algemene regels overschrijden, dienen zij plaats te vinden onder strenge voorwaarden die evenredig zijn aan het gestelde doel .
177 . In*casu is niet aangetoond, dat dit niet het geval is : voor de aanvullende quota geldt een maximum van 25*000*ton per kwartaal, die voor het voortbestaan van de onderneming noodzakelijk worden geacht .
178 . Bovendien werd er strikt genomen niet naar gestreefd, een markt aan één onderneming voor te behouden door haar exclusieve of preferentiële rechten toe te kennen . Er werd enkel voorzien in de toekenning van een aanvullend quotum, zonder marktafscherming . Hierin verschilt de onderhavige zaak van de zaak Finsider.*(37 )
179 . Het gaat in ieder geval om uitzonderingsbepalingen waarmee in crisistijden het hoofd moet worden geboden aan uitzonderlijke omstandigheden : het zou iets anders zijn om te beweren, dat onder normale marktomstandigheden voortdurende steun van de overheid gerechtvaardigd is om het voortbestaan van de onderneming te verzekeren .
180 . Bijgevolg komt het mij voor, dat de Commissie onder de betrokken omstandigheden bij de -*moeilijke *- uitoefening van haar discretionaire bevoegdheden binnen nog aanvaardbare grenzen heeft gehandeld .
Conclusie
181 . Zoals gezegd, moeten de beroepen zowel tegen beschikking nr.*2760/85 als tegen artikel*14*C van beschikking nr.*3585/85 mijns inziens ontvankelijk worden verklaard .
182 . Zo de beschikkingen als individuele beschikkingen mochten worden aangemerkt, moeten zij nietig worden verklaard wegens misbruik van bevoegdheid .
183 . Ik neig evenwel tot de opvatting dat het hier gaat om algemene beschikkingen, in welk geval de beroepen ongegrond moeten worden verklaard .
184 . Overeenkomstig artikel*69, paragraaf*2, van het Reglement voor de procesvoering moeten verzoeksters dan in de kosten worden verwezen .
(*)* Vertaald uit het Portugees .
( 1 )* PB*1985, L*260 .
( 2 )* PB*1984, L*29 .
( 3 )* PB*1985, L*340, blz.*5 .
( 4 )* Arrest van 3*maart 1982 ( zaak*14/81, Alpha*Steel, Jurispr.*1982, blz.*749, 763, r.o.*8 ).
( 5 )* Arresten van 23*april 1956 ( gevoegde zaken 7 en 9/54, Groupement des industries sidérurgiques luxembourgeoises, Jurispr.*1956, blz.*57 ), 15*juli 1960 ( gevoegde zaken 24 en 34/58, Chambre syndicale de la sidérurgie de l' Est, Jurispr.*1960, blz.*591 ), 23*februari 1961 ( de Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg, Jurispr.*1961, blz.*3 ).
( 6 )* Arresten van 11*februari 1955 ( zaak*3/54, Assider, Jurispr.*1954, blz.*133 ), 16*juli 1956 ( zaak*8/55, Fédéchar, Jurispr.*1956, blz.*211 ).
( 7 )* Arrest Fédéchar, reeds geciteerd; zie ook, in iets restrictievere zin, arrest van 9*juni 1964 ( gevoegde zaken 55-59 en 61-63, Ferriere di Modena e.a ., Jurispr.*1964, blz.*441 ).
( 8 )* Arrest van 21*februari 1984 ( gevoegde zaken 140, 146, 221 en 226/82, Walzstahl-Vereinigung en Thyssen, Jurispr.*1984, blz.*951 ).
( 9 )* Arrest van 15*januari 1983 ( zaak*250/83, Finsider, Jurispr.*1985, blz.*131 ).
( 10)*Zie de sub*7 aangehaalde arresten .
( 11)*Zie de considerans van beschikking nr.*2760/85/EGKS .
( 12)*Arresten van 11*juli 1968 ( zaak*6/68, Zuckerfabrik, Jurispr.*1968, blz.*570 ), 5*mei 1977 ( zaak*101/76, Koninklijke Scholten Honig, Jurispr.*1977, blz.*797 ), 17*juni 1980 ( gevoegde zaken 789 en 790/79, Jurispr.*1980, blz.*1949 ).
( 13)*Zie conclusie van advocaat-generaal Lenz in de zaak Finsider ( Jurispr.*1985, blz.*132 ).
( 14)*"Diário*da República", Serie*I nr.*215, Tweede aanvulling, van 18.9.1985 .
( 15)*Voor deze beide begrippen misbruik van bevoegdheid bevat de rechtspraak van het Hof aanwijzingen . Zie voor de eerste ( traditionele ) betekenis het arrest van 12*juni 1958 ( zaak*2/57, Hauts fourneaux de chasse, Jurispr.*1958, blz.*137 ); zie ook het arrest van 18*maart 1980 ( gevoegde zaken 154/79, e.a ., Valsabbia, Jurispr.*1980, blz.*907, r.o.*130 ). Voor het objectieve begrip zie onder meer het arrest Fédéchar ( reeds geciteerd ).
( 16)*Arrest van 7*juli 1982 ( zaak*119/81, Kloeckner-Werke, Jurispr.*1982, blz.*2627 ).
( 17 ) Arrest Valsabbia, reeds geciteerd; zie ook arresten van 13 juni 1958 ( zaak 9/56, Meroni, Jurispr.*1958, blz.*11 ), 21 juni 1958 ( zaak 8/57, Groupement des hauts fourneaux et acieries belges, Jurispr . 1958, blz.*241 ).
( 17 )
( 18)*Zie arrest Valsabbia, reeds geciteerd .
( 19 ) Zie reeds geciteerde arrest 119/81, blz.*2650, r.o.*13 .
( 20)*Zie ook arrest van 20*juni 1985 ( zaak*64/84, Queenborough Rolling Mill, Jurispr.*1985, blz.*1829, 1847, r.o.*11 ).
( 21)*Arrest van 15*januari 1985 ( zaak*250/83, Finsider, reeds geciteerd ).
( 22)*Arrest van 10*juli 1984 ( zaak*72/83, Campus*Oil*Limited e.a ., Jurispr.*1984, blz.*2727 en volgende ).
( 23)*Zie bij voorbeeld arrest van 19*september 1985 ( gevoegde zaken 63 en 147/84, Finsider, Jurispr.*1985, blz.*2857, 2873, r.o.*31 ).
( 24)*Zie arrest Hauts fourneaux de chasse, reeds geciteerd, en arrest van 21*juni 1958 ( zaak*13/57, Wirtschaftsvereinigung, Jurispr.*1958, blz.*281 ).
( 25)*Zie arrest Finsider, Jurispr.*1985, blz.*152; zie ook arrest van 13*juli 1962 ( gevoegde zaken 17 en 20/61, Kloeckner-Werke, Jurispr.*1962, blz.*645 ).
( 26)*Arrest Finsider, reeds geciteerd, r.o.*8 .
( 27)*Beschikking nr.*2320/81/EGKS van de Commissie van 7*augustus 1981 ( PB*1981, L*228, blz.*14 ).
( 28)*Zie bij voorbeeld arrest Valsabbia, reeds geciteerd, blz.*909 .
( 29)*Zie arrest Alpha*Steel, reeds geciteerd, blz.*751, 767 .
( 30)*Zie arrest van 11*mei 1983 ( gevoegde zaken*303 en 312/81, Kloeckner, Jurispr.*1983, blz.*1507, 1524 en 1525 ).
( 31)*Zie arresten van 5*mei 1966 ( gevoegde zaken 18 en 35/65, Gutmann, Jurispr.*1966, blz.*150 ), 29*september 1976 ( zaak*105/75, Giuffrida, Jurispr.*1976, blz.*1395 ), 6*maart 1979 ( zaak*92/78, Simmenthal, Jurispr.*1979, blz.*777, 811 ), 21*februari 1984 ( Walzstahl-Vereinigung, reeds geciteerd, blz . 951, 986 ).
( 32)*Arrest van 15*december 1983 ( gevoegde zaken 31, 138 en 204/82, Metallurgiki*Halyps, Jurispr.*1983, blz.*4193, 4208 en 4209 ).
( 33)*Zie in dezelfde zin arrest van 20*juni 1985 ( Queenborough Rolling Mill, reeds geciteerd, r.o.*11 ).
( 34)*Arrest Metallurgiki*Halyps, reeds geciteerd, blz . 4211 .
( 35)*Arrest Campus*Oil, reeds geciteerd .
( 36)*Idem, blz.*2755 .
( 37)*Reeds geciteerd, r.o.*32 .
Full & Egal Universal Law Academy