Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . Dit is de vierde zaak waarin voor het Hof een besluit wordt bestreden, waarbij de jury van het door de Rekenkamer georganiseerde intern vergelijkend onderzoek CC/A/8/85 iemand de toelating tot dit vergelijkend onderzoek heeft geweigerd . Ik verwijs in dit verband zowel naar het rapport ter terechtzitting in de onderhavige zaak als naar de arresten van het Hof in de zaken Schwiering ( 1 ) en Hoyer en Neumann . ( 2 )
Verzoeker, H.*Maurissen, is in wezen van mening, dat de twee achtereenvolgende besluiten van de jury van 2 augustus en 28 oktober 1985, gezien de aanvullende opmerkingen die hij, daartoe uitgenodigd bij brief van de voorzitter van de jury van 12 augustus 1985, had ingediend, ten aanzien van punt IV.1.b ) van de kennisgeving van vergelijkend onderzoek kennelijk berusten op een foutieve beoordeling van de beroepservaring die hij van 1976 tot 1983, eerst als "financial analyst associate" en vervolgens als "productivity project analyst", bij IBM heeft opgedaan .
Als voornaamste verweer voert de Rekenkamer aan, dat uit de aanvankelijk door verzoeker overgelegde stukken het niveau van de functie van "financial analyst associate", noch de duur van die van "productivity project analyst" kon worden opgemaakt . De tot staving van de aanvullende opmerkingen overgelegde stukken zouden niet ontvankelijk zijn geweest en hoe dan ook geen gegevens hebben bevat waaruit de juiste duur van de beroepservaring in een functie op het vereiste universitair niveau bleek .
2 . Hier rijzen twee vragen . Kon de jury weigeren de door Maurissen tot staving van zijn opmerkingen overgelegde stukken in aanmerking te nemen? Zo neen, kon de jury aan de hand van deze stukken uitmaken of voornoemde functies bij IBM qua niveau en qua duur - door de jury op drie jaar bepaald *- volstonden om verzoeker een "gelijkwaardige beroepservaring" in de zin van punt IV.1.b ) van de kennisgeving van het vergelijkend onderzoek op te leveren?
3 . In een van de twee voornoemde arresten van 23*oktober 1986 ( zaak 321/85 ) heeft het Hof eraan herinnerd, dat
" de zorgplicht van de administratie ten opzichte van haar personeel, die ook geldt voor een jury van een vergelijkend onderzoek, een weergave ( vormt ) van het door het Statuut geschapen evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen in de betrekkingen tussen het administratief gezag en de ambtenaren",
en daarbij gepreciseerd :
" Deze plicht alsook het beginsel van goed bestuur brengen met name mee, dat dit gezag bij zijn beslissing over de situatie van een ambtenaar alle elementen in aanmerking moet nemen die zijn besluit kunnen beïnvloeden, en dat het daarbij niet enkel rekening behoort te houden met het belang van de dienst, maar ook met dat van de betrokken ambtenaar" ( r.o.*18 ).
Het Hof heeft in die zaak het ten aanzien van Schwiering genomen besluit nietigverklaard, op grond dat de jury had nagelaten, in het belang van verzoeker gebruik te maken van het bepaalde in artikel 2, tweede alinea, van bijlage III bij het Statuut betreffende de procedure voor een vergelijkend onderzoek, volgens hetwelk van de sollicitanten "andere documenten of nadere inlichtingen kunnen ... worden verlangd ."
In het onderhavige geval heeft diezelfde jury, onder uitdrukkelijke verwijzing naar deze bepaling, Maurissen uitgenodigd, "eventueel aanvullende opmerkingen" in te dienen om haar in voorkomend geval in staat te stellen het besluit van 2 augustus 1985 in heroverweging te nemen, doch hem erop gewezen, dat hij geen aanvullende stukken kon indienen .
4 . Ik acht een dergelijke beperking in strijd met de zorgplicht, met name daar het ging om een intern vergelijkend onderzoek waaraan slechts een klein aantal sollicitanten deelnam . De jury kon dus niet voorbijgaan aan de stukken die waren ingediend tot staving van opmerkingen die zijzelf had uitgelokt, op grond dat zij niet bij de aanvang waren overgelegd .
In haar brief van 28*oktober 1985 verklaart de jury, dat de ervaring die Maurissen in zijn functie van "financial analyst associate" en in die van "productivity project analyst" had opgedaan, als ervaring in de zin van punt IV.1.b ) van de kennisgeving van het vergelijkend onderzoek had kunnen worden beschouwd .
Derhalve is duidelijk, dat niet meer het niveau, maar enkel nog de duur van de in aanmerking te nemen beroepservaring in geding bleef . Welnu, het is nooit betwist dat Maurissen van 1976 tot 1983 achtereenvolgens voornoemde functies heeft uitgeoefend, en dat is ontegenzeglijk meer dan drie jaar, wat de jury zelf als voldoende beschouwde .
5 . Bijgevolg beschikte de jury over alle gegevens die nodig waren om te kunnen beoordelen of verzoeker aan de voorwaarden voor toelating tot het vergelijkend onderzoek voldeed . Ik meen derhalve dat bij de betrokken besluiten niet aan de zorgplicht is voldaan en een kennelijke beoordelingsfout is gemaakt . Mitsdien geef ik het Hof in overweging, de besluiten nietig te verklaren en verweerster te verwijzen in de kosten van de procedure .
(*) Vertaald uit het Frans .
( 1 ) Arrest van 23 oktober 1986, zaak 321/85, Schwiering; Jurispr . 1986, blz.*3199 .
( 2 ) Arrest van 23 oktober 1986, gevoegde zaken 322 en 323/85, Hoyer en anderen; Jurispr . 1986, blz.*3215 .
Full & Egal Universal Law Academy