Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . Bij arrest van 7*april*1987 ( zaak*166/85, Bullo en Bonivento, Jurispr.*1987, blz.*1583 ) heeft de Tweede kamer van het Hof bij wege van prejudiciële beslissing voor recht verklaard, dat noch de bepalingen noch de doelstellingen van richtlijn*77/780 van de Raad van 12*december*1977 tot cooerdinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen ( PB*1977, L*322, blz.*30 ) "zich ertegen verzetten, dat met het oog op de toepassing van het strafrecht van een Lid-Staat aan personeelsleden van kredietinstellingen de hoedanigheid van 'openbaar ambtenaar' of 'persoon belast met een openbare dienst' wordt toegekend ".
U zult zich stellig herinneren, dat bedoelde Lid-Staat Italië was en dat de vraag om uitlegging van genoemde gemeenschapsrichtlijn uitging van de Corte d' appello te Venetië . Nog voor dit arrest werd gewezen, had de Pretore te Montagnana bij beschikking van 25*oktober*1985, gegeven in een strafzaak tegen G.*Mattiazzo, directeur van een aldaar gevestigde bank, het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de navolgende vragen :
"1 ) Heeft richtlijn*77/780, bij het regelen van de toegang tot de werkzaamheden van kredietinstellingen, de werkzaamheid bestaande in het in ontvangst nemen van spaargelden, zonder meer als een ondernemingswerkzaamheid willen aanmerken, die als zodanig onder de door de Verdragen gewaarborgde fundamentele vrijheden valt, of heeft zij de vereisten van bescherming van de spaargelden en van de consumenten-spaarders van zo eminent belang geacht, dat zij de werkzaamheden van de kredietinstellingen beschouwt als werkzaamheden van communautair openbaar belang, met alle gevolgen van dien voor de verschillende juridische kwalificaties binnen de rechtsorde van de Lid-Staten?
2 ) Doelt die richtlijn, in de omschrijving van het begrip 'vergunning' in artikel*1, op een door de overheid van de Lid-Staten afgegeven akte, in welke vorm ook, die erdoor wordt gekenmerkt dat aan de kredietinstelling een recht wordt verleend of overgedragen ( juist met het oog op de publiekrechtelijke betekenis van de door die instelling verrichte werkzaamheden ), of doelt de term op om het even welke handeling die generiek machtiging verleent tot het uitoefenen van een ondernemersactiviteit, welke uitoefening -*als uitdrukking van het recht van vrijheid van economisch initiatief *- reeds een bestanddeel is van het vermogen van elk subject van de interne rechtsorde der Lid-Staten?
3 ) Is, gelet op de ... doelstellingen van de richtlijn, met ... ( het gemeenschapsrecht ) verenigbaar een nationale regeling die voor eenieder die werkzaamheden op het gebied van de kredietverlening uitoefent, beperkingen, verplichtingen, en bevoegdheden van een bijzondere 'status' vaststelt in verband met het feit dat de uitgeoefende werkzaamheid het karakter heeft van een openbare dienst?"
Gezien deze vragen veel overeenkomst vertoonden met die welke de Corte d' appello te Venetië in zaak*166/85 ( reeds aangehaald ) had gesteld, heeft de griffie van het Hof de verwijzende rechter verzocht, mee te delen of hij na de uitspraak in zaak*166/85 zijn verzoek om een prejudiciële beslissing wenste te handhaven . Op 14*april*1987 werd deze vraag bevestigend beantwoord . De Pretore merkte op : "Aangezien de aan de verwijzing ten grondslag liggende argumenten ten dele afwijken van die welke het Hof ( reeds ) heeft onderzocht, is het denkbaar dat de uitspraak in deze zaak ook afwijkt" van die in het arrest Bullo en Bonivento .
2 . Naar mijn mening is het uitgesloten, dat de door de Italiaanse rechter gestelde hypothese zich voordoet . Ik wil hiertoe allereerst herinneren aan mijn conclusie van 22*januari*1987 in zaak*166/85, waarin ik stelde dat richtlijn*77/780 "geen enkele bepaling ( bevat ) die -*al was het slechts ver of indirect *- verband houdt met het dienstverband en de rechtspositie van de personeelsleden van kredietinstellingen, en dat het resultaat dat zij beoogt -*de vrije uitoefening van de kredietwerkzaamheden in de gehele Gemeenschap *- evenmin inhoudt, dat die personen worden vrijgesteld van de verplichting de in de Lid-Staat van vestiging geldende strafbepalingen in acht te nemen, althans wanneer deze niet op discriminerende wijze zijn geformuleerd of worden toegepast ...". Ik voegde daaraan toe : "Ik weet dat het feit dat personeelsleden van particuliere banken als personen belast met een openbare dienst worden aangemerkt, het onderwerp is van heftige discussies tussen de betrokken economische kringen en de juristen van het Italiaanse schiereiland, en persoonlijk acht ik de argumenten van degenen die deze kwalificatie anachronistisch of in ieder geval buiten verhouding tot de huidige eisen van het toezicht op de kredietwerkzaamheden vinden, overtuigend . Het is evenwel zo, dat het probleem van zuiver nationaalrechtelijke aard is en dat uitsluitend de nationale wetgever het dient op te lossen ."
Deze opvatting is in niet minder duidelijke bewoordingen bevestigd door het arrest van 7*april*1987 . Daarin wordt overwogen, dat richtlijn*77/780 "de bevoegdheid van de Lid-Staten om het juridisch statuut van de kredietinstellingen te regelen onverlet laat en hen met name niet verplicht, de functies en bevoegdheden die de kredietinstelling aan haar personeelsleden toekent, een privaatrechtelijk karakter te verlenen ".
Doch er is meer . Voortbouwend op uw uitlegging heeft de Corte di Cassazione, Verenigde strafkamers, onlangs verklaard, dat het statuut van bankbeambten uitsluitend door het nationale recht wordt geregeld en dat de oplossing derhalve moet worden gezocht in "de richting van een grondige herziening van de wetgeving, om de eisen in verband met de bescherming van het openbaar belang in de kredietsector te verenigen met die welke uit het ondernemingskarakter van de kredietinstellingen voortvloeien" ( arrest van 23*mei*1987, Tuzet en Borgatti, blz.*27 en*28 van de getypte tekst die de avvocato dello Stato ter terechtzitting van 28*oktober*1987 heeft overgelegd ). Dienvolgens heeft de Corte di Cassazione verklaard, dat, gezien het recente presidentieel decreet nr.*350 van 26*juni*1985 houdende uitvoering van richtlijn 77/780, bankbeambten voor de toepassing van het strafrecht niet als "personen belast met een openbare dienst" kunnen worden aangemerkt, wanneer zij hun normale werkzaamheid van innemen van spaargelden en kredietverlening uitoefenen ( blz.*24 ).
Bijgevolg kan worden geconcludeerd, dat de door de Pretore te Montagnana geuite twijfel ook met betrekking tot het nationale recht geen bestaansreden meer heeft . Wat hij evenwel met betrekking tot het gemeenschapsrecht wenst te vernemen, is of de bepalingen en doelstellingen van richtlijn*77/780 zich ertegen verzetten, dat het nationale recht van een Lid-Staat aan bankbeambten een bepaald statuut toekent; op deze vraag heeft het Hof reeds geantwoord en dat antwoord volstaat ook voor argumenten die de Pretore als eerste heeft aangevoerd .
3 . Gelet op het voorgaande en gezien het arrest van 7*april*1987 in zaak*166/85, Bullo en Bonivento, geef ik het Hof in overweging, de door de Pretore te Montagnana bij beschikking van 25*oktober*1985 in de strafzaak tegen G.*Mattiazzo gestelde prejudiciële vragen te beantwoorden als volgt :
"Richtlijn*77/780 van de Raad van 12*december*1977 laat de bevoegdheid van de Lid-Staten om het juridische statuut van kredietinstellingen te regelen onverlet en verplicht hen niet de functies en bevoegdheden die de kredietinstelling aan haar personeelsleden toekent, een privaatrechtelijk karakter te verlenen . Noch de bepalingen noch de doelstellingen van deze richtlijn verzetten zich ertegen, dat met het oog op de toepassing van het strafrecht van een Lid-Staat aan personeelsleden van kredietinstellingen de hoedanigheid van 'persoon belast met een openbare dienst' wordt toegekend ."
(*) Vertaald uit het Italiaans .
Full & Egal Universal Law Academy