Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Beroep tot nietigverklaring - Beroep tegen verordening waarbij voorlopig anti-dumpingrecht wordt ingesteld - Vaststelling, hangende geding, van eveneens bestreden verordening, waarbij vanaf begin toepasselijk definitief anti-dumpingrecht tegen lager tarief wordt ingesteld - Beroep zonder voorwerp geraakt - Afdoening zonder beslissing
( EEG-Verdrag, artikel 173 )
Samenvatting
Een beroep tegen een verordening houdende instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht raakt zonder voorwerp, zodat het Hof daarop niet meer behoeft te beslissen, wanneer deze verordening in de loop van het geding wordt vervangen door een eveneens door verzoekster bestreden verordening houdende instelling van een definitief anti-dumpingrecht en wanneer het tarief van het definitieve recht, dat lager is dan dat van het voorlopige recht, geldt voor de inning van de tot zekerheid van de betaling van laatstgenoemd recht gestelde bedragen .
Partijen
In zaak 56/85,
Brother Industries Ltd, te Nagoya ( Japan ), optredend voor zichzelf alsmede in naam en voor rekening van haar dochterondernemingen in de EEG :
- Brother International ( Belgium ) SA, te Zellik ( België ),
- Brother International Maskin A/S, te Ishoj ( Denemarken ),
- Brother International GmbH, te Bad Vilbel ( Bondsrepubliek Duitsland ),
- Brother-Jones SMC Ltd, te Manchester ( Verenigd Koninkrijk ),
- Brother International Corp . ( Irl .) Ltd, te Dublin ( Ierland ),
- Brother International ( Nederland ) BV, te Badhoevedorp, en
- Brother France SA, te Aulnay-sous-Bois ( Frankrijk ),
vertegenwoordigd door P . Didier, advocaat te Brussel, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van L . Mosar, advocaat aldaar, 8, rue Notre-Dame,
verzoekster,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridische adviseurs J . Temple Lang en M.-J . Jonczy als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, bâtiment Jean Monnet, Kirchberg,
verweerster,
betreffende een beroep tot nietigverklaring van verordening nr . 3643/83 van de Commissie van 20 december 1984 houdende instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van elektronische schrijfmachines van oorsprong uit Japan ( PB 1984, L 335, blz . 43 ), voor zover die verordening verzoekster betreft,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE ( Vijfde kamer ),
samengesteld als volgt : G . Bosco, kamerpresident, J . C . Moitinho de Almeida, kamerpresident, U . Everling, Y . Galmot en R . Joliet, rechters,
advocaat-generaal : Sir Gordon Slynn
griffier : B . Pastor, administrateur
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 22 september 1987,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 8 maart 1988,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 25 februari 1985, heeft de vennootschap Brother Industries Ltd ( hierna : Brother ), gevestigd te Nagoya, Japan, krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van verordening nr . 3643/84 van de Commissie van 20 december 1984 houdende instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van elektronische schrijfmachines van oorsprong uit Japan ( PB 1984, L 335, blz . 43 ), voor zover die verordening verzoekster betreft .
2 Brother is een onderneming die onder andere elektronische schrijfmachines produceert, welke zij voornamelijk in het buitenland verkoopt . In 1984 diende het Committee of European Typewriter Manufacturers ( hierna : Cetma ) bij de Commissie een klacht in, waarin verzoekster en andere Japanse producenten ervan werden beschuldigd hun produkten in de Gemeenschap tegen dumpingprijzen te verkopen .
3 De door de Commissie ingeleide anti-dumpingprocedure op basis van verordening ( EEG ) nr . 2176/84 van de Raad van 23 juli 1984 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap ( PB 1984, L 201, blz . 1 ), resulteerde in de vaststelling van voormelde verordening nr . 3643/84, waarbij Brother een voorlopig anti-dumpingrecht van 43,7 % kreeg opgelegd .
4 Deze verordening, waarvan de kern luidens artikel 3, tweede alinea, slechts gold voor een tijdvak van vier maanden tenzij de Raad voor het verstrijken ervan definitieve maatregelen zou treffen, is in de loop van het geding vervangen door de op 23 juni 1985 in werking getreden verordening nr . 1698/85 van de Raad van 19 juni 1985 houdende instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van elektronische schrijfmachines van oorsprong uit Japan ( PB 1985, L 163, blz . 1 ), waartegen Brother op 12 augustus 1985 eveneens beroep heeft ingesteld .
5 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting .
6 Onder de hierboven genoemde omstandigheden, en gelet op het feit dat de tot zekerheid van de betaling van het voorlopige anti-dumpingrecht gestelde bedragen overeenkomstig artikel 2 van verordening nr . 1698/85 zijn geïnd tot het beloop van het definitieve recht, dat in het geval van Brother lager was dan het voorlopige recht, moet worden geconstateerd, dat er uit verordening nr . 3643/84 voor Brother geen enkel rechtsgevolg voortvloeit waartegen zij nog beroep zou kunnen instellen .
7 Uit het voorgaande volgt, dat het beroep zonder voorwerp is geraakt en dat daarop niet behoeft te worden beslist .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
8 Wanneer het geding zonder voorwerp is geraakt, beslist het Hof ingevolge artikel 69, paragraaf 5, van het Reglement voor de procesvoering vrijelijk ten aanzien van de proceskosten . Aangezien Brother bij arrest van heden in het ongelijk is gesteld in haar beroep tegen de in de plaats van verordening nr . 3643/84 gekomen verordening nr . 1698/85, moet zij in de kosten van het onderhavige geding worden verwezen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE ( Vijfde kamer ),
rechtdoende, verstaat :
1 ) Op het beroep behoeft niet te worden beslist .
2 ) Verzoekster wordt in de kosten verwezen .
Full & Egal Universal Law Academy