Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . De Commissie verwijt het Koninkrijk België, niet binnen de gestelde termijn de maatregelen te hebben getroffen die nodig zijn voor de uitvoering op zijn gehele nationale grondgebied van richtlijn nr.*80/68/EEG van de Raad van 17*december 1979 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door de lozing van bepaalde gevaarlijke stoffen .
2 . Naar de gemachtigde van de Commissie ter terechtzitting heeft verklaard, verzekeren een decreet van 24*januari 1984 met daaropvolgende besluiten van 22*maart 1984 en 27*maart 1985 de uitvoering van de richtlijn op haar wezenlijke punten in het Vlaamse gewest .
3 . Daarentegen gaf de gemachtigde van de Belgische regering toe, dat de procedure voor de diverse bevoegde instanties nog aan de gang is voor de teksten ter uitvoering van de richtlijn in het Waalse en het Brusselse gewest .
4 . De verwerende Staat merkte op, dat ingevolge de hervorming der instellingen van 8*augustus*1980, waarbij uitgebreide bevoegdheden ter zake van het milieubeleid aan de gewesten zijn overgedragen, de nationale overheid niet meer over de noodzakelijke en toereikende bevoegdheid beschikt om de richtlijn ten uitvoer te leggen . Van de andere kant is de oprichting van de nieuwe instellingen en gewestelijke besturen slechts geleidelijk verlopen en waren zij dus niet onmiddellijk operationeel .
5 . Het is bijgevolg nauwelijks betwistbaar dat de uitvoering van de richtlijn in België op uitzonderlijke problemen is gestuit . Waarschijnlijk om die reden heeft de Commissie een bijkomende termijn van vier jaar laten verlopen tussen de datum waarop de richtlijn had moeten zijn uitgevoerd ( 18.12.1981 ), en de datum waarop zij haar beroep heeft ingesteld ( 3.1.1986 ). In tussentijd is de richtlijn door een van de gewesten van het Koninkrijk België ten uitvoer gelegd .
6 . Wat mij betreft, kan ik er slechts aan herinneren, dat volgens vaste rechtspraak van het Hof een Lid-Staat zich niet ten exceptieve kan beroepen op bepalingen, praktijken of situatites van zijn nationale rechtsorde om de niet-nakoming te rechtvaardigen van uit gemeenschapsrichtlijnen voortvloeiende verplichtingen . ( 1 )
7 . Derhalve geef ik het Hof in overweging om :
- vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de gestelde termijn alle nodige maatregelen te treffen om zich te voegen naar richtlijn nr.*80/68/EEG van de Raad van 17*december*1979, de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen .
- de verwerende Staat te verwijzen in de kosten van de procedure .
(*) Vertaald uit het Frans .
( 1)*Zie laatstelijk het arrest van 10*maart*1987, zaak*386/85, Commissie/Italië, r.o.*7, en talrijke eerdere arresten .
Full & Egal Universal Law Academy