Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
A - De feiten
1 . De zaak waarin ik heden concludeer, heeft betrekking op de vaststelling dat de Italiaanse Republiek, doordat zij beschikking 85/403 van de Commissie van 19*juli*1985 tot wijziging van beschikking 85/341 inzake beschermende maatregelen tegen Afrikaanse varkenspest*(1 -*vastgesteld op grond van richtlijn 80/215 van de Raad en waartegen de Italiaanse regering op 27*september*1985 beroep heeft ingesteld *- niet heeft nageleefd, de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen .
2 . Bij telexbericht van 12*augustus*1985 deelde de Italiaanse regering de Commissie mee, dat zij bedoelde beschikking niet zou toepassen; zij voegde eraan toe, dat zij op 25*juli*1985 de ter zake van invoer bevoegde veeartsen had opgedragen, de invoer uit België van vleesprodukten, die conform de beschikking van de Commissie behandeld waren, niet toe te laten .
3 . Kort daarop ( namelijk bij brief van 5.9.1985, waarin de Italiaanse Republiek niet-nakoming van het Verdrag werd verweten ) leidde de Commissie een procedure op grond van artikel*169 EEG-Verdrag in, en na ontvangst van een onbevredigend antwoord ( de dato 9.9.1985 ) bracht zij op 13*november*1985 een met redenen omkleed advies uit, waarin zij vroeg om binnen een termijn van vijftien dagen de nodige maatregelen te treffen . Toen dit niet gebeurde, stelde de Commissie op 17*januari*1986 het beroep in, waarin ik thans conclusie neem .
4 . De Commissie acht haar beroep gegrond . Haars inziens staat het buiten kijf, dat de beschikking van 19*juli*1985, die weliswaar maatregelen tegen de uitbreiding van Afrikaanse varkenspest inhield, doch tevens tot doel had, het vrije verkeer van produkten op basis van varkensvlees uit België te vrijwaren, door de kennisgeving ervan verbindend was geworden en nageleefd diende te worden zolang zij niet door het Hof was nietig verklaard of van haar rechtsgevolgen beroofd door een voorlopige voorziening conform de procedure van de artikelen*83 en volgende van het Reglement voor de procesvoering . In ieder geval geldt als uitgangspunt, dat in de betrokken sector, waarin een harmonisatie op gemeenschapsniveau is tot stand gebracht, de Lid-Staten niet bevoegd zijn om, nadat de Commissie een beschikking heeft vastgesteld, met een beroep op artikel*36 EEG-Verdrag eenzijdig beschermende maatregelen te nemen en aldus eigenrichting te plegen . Voorts acht de Commissie het onaanvaardbaar, dat een Lid-Staat de naleving van een dergelijke beschikking laat afhangen van het gedrag van een andere Lid-Staat, gelijk de Italiaanse regering heeft gedaan door te verlangen, dat België bepaalde waarborgen zou verschaffen voor de toepassing van de beschikking van de Commissie ( waarop in detail is ingegaan in zaak 289/85, Jurispr.*1987, blz.*0000 ).
5 . Verweerster daarentegen wijst er vooral op, dat het met het oog op de bescherming van de nationale varkensstapel noodzakelijk was dat de situatie van vóór de vaststelling van de litigieuze beschikking ongewijzigd bleef . In het omgekeerde geval -*dus bij naleving van de beschikking en toelating van de invoer overeenkomstig de erin voorziene condities *- zou een gerechtelijke procedure over de rechtmatigheid van de beschikking slechts van academische betekenis zijn geweest . Voorts had zij in de verwijzing naar de in het Verdrag neergelegde mogelijkheden van rechtsbescherming geen bevredigende oplossing gezien; de beschikking was immers onmiddellijk uitvoerbaar en het was niet zonder meer mogelijk om de zaak onmiddellijk bij het Hof van Justitie aanhangig te maken .
6 . Voorts herinnert zij eraan, dat de Commissie reeds in haar antwoord op het verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging in het kader van zaak 289/85 en bij de mondelinge behandeling daarvan stelde, dat de beschermende maatregelen van de Italiaanse regering een beschikking krachtens artikel*85 van het Reglement voor de procesvoering overbodig maakten, waarop zij, verweerster, haar verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging derhalve had ingetrokken .
B - Standpuntbepaling
7 . In casu zij in de eerste plaats opgemerkt, dat uit het systeem van de in de zomer 1985 toegepaste richtlijn duidelijk blijkt, dat bij het uitbreken van de Afrikaanse varkenspest weliswaar in eerste instantie de Lid-Staten maatregelen treffen, doch dat nadien -*conform artikel*7 van richtlijn 80/215*(2 )*- de Commissie beslist, zodat er geen ruimte meer is voor eenzijdige nationale beschermende maatregelen ( bij voorbeeld op grond van artikel*36 EEG-Verdrag ).
8 . Voorts valt er niet aan te tornen, dat beschikkingen van de Commissie op grond van bovenbedoelde richtlijn -*zelfs indien twijfel kan bestaan omtrent hun rechtmatigheid ( kennelijk nietige handelingen buiten beschouwing gelaten )*- verbindend zijn vanaf de datum van kennisgeving en door de Lid-Staten tot wie zij zijn gericht, moeten worden nageleefd, tenzij de rechtsgevolgen van de beschikking voorlopig of definitief zouden worden opgeheven in een gerechtelijke procedure ( zoals bekend heeft het inleiden van een dergelijke procedure geen opschortende werking ).
9 . Dit wordt duidelijk bevestigd in de rechtspraak betreffende het EGKS-Verdrag, met name in zaak 3/59.*(3 ) Daar wordt duidelijk gesteld, dat indien een Lid-Staat geen gevolg geeft aan een beschikking van de Hoge Autoriteit, zonder dat deze is nietig verklaard of de opschorting van de tenuitvoerlegging is bevolen, deze staat daardoor, volgens het eerste lid van artikel*86, zijn verplichtingen niet nakomt, welk verzuim de Hoge Autoriteit krachtens artikel*88 moet vaststellen .
10 . Hetzelfde moet uiteraard ook voor het EEG-Verdrag gelden . Het enige verschil is, dat de Commissie een inbreuk op het Verdrag hier niet vaststelt in een beschikking, die door de betrokken Lid-Staat moet worden bestreden, doch een dergelijke vaststelling in een gerechtelijke procedure verkrijgt .
11 . In een zaak in kort geding die de president naar het Hof had verwezen, sprak het Hof zich in deze zin ook uit voor het EEG-Verdrag en overwoog het, "dat ook al achtte genoemde Lid-Staat ... de ... beschikking ... van de Commissie in strijd met de regels van het Verdrag, dit hem niet de bevoegdheid gaf de duidelijke bepalingen van artikel*93 terzijde te stellen en te handelen alsof die beschikking rechtens niet bestond; dat immers het Verdrag om te voorkomen dat de Lid-Staten het recht in eigen hand nemen, hun met name bij de artikelen*173 en volgende de mogelijkheid biedt iedere schending van het recht door de instellingen aan het oordeel van de rechter te onderwerpen, met dien verstande dat, totdat het Hof anders heeft beslist, een beschikking der Commissie overeenkomstig artikel*189 'in al haar onderdelen verbindend' blijft voor de Lid-Staat tot wie zij is gericht".(4 )
12 . Ook in de conclusies in de zaken 133/85 en andere is deze opvatting verdedigd : "Beschikkingen zijn voor degenen tot wie zij zijn gericht, verbindend en moeten door hen worden nagekomen zolang de ongeldigheid ervan niet is vastgesteld . Zelfs een bij het Hof ingesteld beroep heeft volgens artikel*185 geen schorsende werking; het Hof kan hooguit, wanneer het van oordeel is dat de omstandigheden zulks vereisen, opschorting van de uitvoering van de bestreden handeling gelasten."*(5 )
13 . Gelet op het voorgaande staat vast, dat eenzijdige nationale maatregelen als de onderhavige verboden zijn .
14 . Met betrekking tot verweersters betoog, dat de directe verbindendheid van beschikkingen en de noodzaak tot onmiddellijke tenuitvoerlegging ervan tot moeilijkheden kan leiden, omdat niet terstond een gerechtelijke procedure ter verkrijging van de opschorting van de tenuitvoerlegging kan worden ingeleid, ben ik van mening dat deze moeilijkheden niet onoverkomelijk zijn; in geen geval kunnen zij een afwijking van het -*volstrekt duidelijke *- systeem van het Verdrag rechtvaardigen . Ten minste in dit geval valt verweersters gedrag zo niet te rechtvaardigen, aangezien zij tot 12*augustus*1985 ( waarop zij meedeelde dat zij de beschikking van de Commissie niet zou naleven ) toch zeker voldoende tijd had gehad om een gerechtelijke procedure in te leiden en om opschorting van de tenuitvoerlegging te vragen . Voorts is ook van belang, dat de beschikking van de Commissie in de praktijk eerst kon worden uitgevoerd nadat de noodzakelijke Belgische maatregelen waren vastgesteld, hetgeen na een eerste circulaire van 30*juli*1985 eerst half september 1985 is gebeurd .
15 . Voorts heeft verzoekster ook terecht aangevoerd, dat verweerster de naleving van de beschikking van de Commissie niet afhankelijk mocht stellen van garanties van de kant van België ( dus van maatregelen die verder gingen dan die in de beschikking zelf aan België waren opgelegd ). Haars inziens kan evenmin worden gesteld, dat de Italiaanse maatregelen en de aankondiging van de handhaving ervan in de procedure tot opschorting van de tenuitvoerlegging als rechtmatig zijn erkend . Bij lezing van het proces-verbaal van de terechtzitting in die procedure blijkt duidelijk, dat alleen maar de vraag is opgeworpen, of er met betrekking tot de door Italië getroffen maatregelen sprake kon zijn van spoedeisendheid, en of de veiligheid van de Italiaanse veestapel ook niet zonder opschorting was gegarandeerd . Onmiddellijk daarna trok de vertegenwoordiger van verweerster zijn verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging in, zonder dat de president van het Hof of een ander ter terechtzitting aanwezig lid van het Hof zich erover had uitgesproken .
C - Conclusie
16 . Gelet op het voorgaande dient in de onderhavige procedure het standpunt van de Commissie te worden bijgetreden . Conform de conclusies van het verzoekschrift moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, doordat zij heeft geweigerd een aantal bepalingen van beschikking 85/403 van de Commissie van 19 juli*1985 tot wijziging van beschikking 85/341 inzake beschermende maatregelen tegen Afrikaanse varkenspest in België toe te passen en, in het bijzonder, doordat zij de veterinaire inspectiediensten heeft opgedragen om de in artikel*3, sub*b-ii, van de beschikking bedoelde produkten op basis van varkensvlees niet toe te laten, de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen . Voorts dient -*gelijk de Commissie vraagt *- de Italiaanse Republiek in de kosten van de procedure te worden verwezen .
(*) Vertaald uit het Duits .
( 1 ) PB 1985, L 228, blz . 28 .
( 2 ) PB 1980, L 47, blz . 4 .
( 3 ) Arrest van 8 maart 1960, Zaak 3/59, Bondsrepubliek Duitsland/Hoge Autoriteit, Jurispr . 1960, blz . 121 .
( 4 ) Beschikking van het Hof van 21*mei*1977, zaken 31/77*R en 53/77*R, Commissie/Verenigd Koninkrijk en Verenigd Koninkrijk/Commissie, Jurispr.*1977, blz.*921, r.o.*18 en 19 .
( 5)*T.a.p ., randnummer*207, ( Jurispr.*1987, blz.*0000 ).
Full & Egal Universal Law Academy