Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
Volgens 's*Hofs rechtspraak ( 1 ) "is ingevolge artikel*173, tweede alinea, EEG-Verdrag een door een particulier ingesteld beroep tot nietigverklaring ontvankelijk indien de bestreden handeling, zelfs indien zij in de vorm van een verordening is genomen, in werkelijkheid een beschikking is die hem rechtstreeks en individueel raakt . Deze bepaling dient met name te voorkomen, dat de gemeenschapsinstellingen, enkel door de vorm van een verordening te kiezen, het beroep van een particulier tegen een hem rechtstreeks en individueel rakende beschikking onmogelijk kunnen maken; daartoe bepaalt zij, dat de gekozen vorm de aard van de handeling niet kan wijzigen .
Een door een particulier ingesteld beroep is evenwel niet-ontvankelijk wanneer het is gericht tegen een verordening met een algemene strekking in de zin van artikel*189, tweede alinea, EEG-Verdrag, waarbij het criterium ter onderscheiding van verordeningen en beschikkingen volgens 's*Hofs vaste rechtspraak in de al dan niet algemene strekking van de betrokken handeling moet worden gezocht . Derhalve dient de aard van de bestreden handeling te worden beoordeeld, en in het bijzonder de rechtsgevolgen die zij beoogt teweeg te brengen of daadwerkelijk teweegbrengt ."
Volgens diezelfde rechtspraak heeft een handeling een algemene strekking, wanneer zij "van toepassing is op objectief omschreven situaties en rechtsgevolgen heeft voor algemeen en in abstracto omschreven categorieën van personen ".
In het kader van de in deze zaak opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid vraagt de Raad, daarin gesteund door de Commissie, interveniënte, het Hof de in die rechtspraak ontwikkelde beginselen toe te passen en vast te stellen, dat artikel*6, lid*5, van verordening nr.*3309/85 van de Raad van 18*november*1985 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van mousserende wijn en mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd ( 2 ), een dergelijke algemene strekking heeft, zodat de Duitse vennootschap Deutz und Geldermann, producente van en handelaar in mousserende wijnen, er niet individueel door wordt geraakt .
In de eerste plaats merk ik op, dat artikel*6, lid*5, twee verschillende bepalingen bevat, te weten een algemene regel en een tijdelijke afwijking .
De algemene regel is neergelegd in de eerste twee alinea' s en bestaat in het verbod om bij de omschrijving van mousserende kwaliteitswijn te verwijzen naar een bereidingsmethode die een geografische vermelding bevat, wanneer het betrokken produkt geen recht heeft op de betrokken benaming van oorsprong .
Deze regel heeft ongetwijfeld een algemene strekking in de zin van de zojuist aangehaalde rechtspraak .
Zoals de Raad in zijn schriftelijke opmerkingen heeft gesteld, is dit verbod van onbepaalde duur van toepassing op alle producenten en "op eenieder die thans of in de toekomst mousserende wijnen verhandelt, ongeacht of hij binnen de Gemeenschap geproduceerde dan wel ingevoerde mousserende wijnen verkoopt . Deze algemene en abstracte regel is dus van toepassing op een onbepaalde categorie van personen en raakt verzoekster slechts voor zover zij thans handelaar in mousserende wijnen is . Die economische activiteit kan echter worden uitgeoefend door iedereen die dat wil . Het verbod is dus stellig niet gericht tot een beperkte en gesloten groep van marktdeelnemers, waarvan de samenstelling in de toekomst niet zou kunnen veranderen ."
Het beroep van Deutz und Geldermann heeft echter juist niet betrekking op het in de eerste twee alinea' s geformuleerde algemene verbod . Verzoekster vraagt het Hof immers "verordening nr.*3309/85 ongeldig te verklaren in zoverre artikel*6, lid*5, ervan bepaalt dat de verwijzing naar de bereidingsmethode 'méthode champenoise' , voor zover die van oudsher in gebruik was, nog slechts gedurende acht wijnoogstjaren mag worden gebruikt ".
Het beroep strekt dus in wezen tot schrapping van de woorden "gedurende acht wijnoogstjaren" in de derde alinea van artikel*6, lid*5, derde alinea .
Wij zullen daarom moeten onderzoeken, of verzoekster door die overgangsbepaling rechtstreeks en individueel wordt geraakt .
Het is duidelijk, dat verzoekster, die de "méthode champenoise" gebruikt, ontegenzeglijk rechtstreeks door de bepaling wordt geraakt .
Het gaat hier immers om een in een -*per definitie rechtstreeks toepasselijke *- verordening voorkomende bepaling, die geen enkele uitvoeringsmaatregel van de communautaire en nationale instanties vergt en hun niet de minste beoordelingsvrijheid laat .
Het probleem kan dus worden herleid tot de vraag, of de bepaling van artikel*6, lid*5, derde alinea, ofschoon zij een onderdeel is van een verordening, als een individuele beschikking of een bundel van individuele beschikkingen is te beschouwen, omdat zij is gebaseerd op het criterium van "van oudsher in gebruik zijnde bereidingswijze" en dus alleen maar op een beperkt aantal, identificeerbare marktdeelnemers betrekking lijkt te kunnen hebben .
1 . De Raad is voorstander van een uiterst ruime uitlegging van het begrip "van oudsher in gebruik zijnde bereidingswijze", die belet dat Deutz und Geldermann kan worden geacht individueel te zijn geraakt .
Volgens de Raad ziet deze clausulering niet op individuele producenten of handelaren, maar op bepaalde landen of gebieden . Niet alleen producenten en handelaren die traditioneel deze verwijzing gebruikten, zouden dat nog acht jaar lang mogen doen, maar alle huidige en toekomstige producenten en handelaren die gevestigd zijn in een Lid-Staat of een gebied waar deze verwijzing van oudsher gebruikelijk is, en die zich nog tijdens de overgangsperiode voor het eerst zouden kunnen werpen op de produktie van mousserende wijnen volgens de "méthode champenoise ".
De groep van die marktdeelnemers zou dus geenszins vastliggen .
Deze ruime uitlegging van de Raad komt mij evenwel niet overtuigend voor .
Een overgangsbepaling heeft in de regel immers ten doel, marktdeelnemers die op het ogenblik waarop een nieuwe regeling van kracht wordt, daadwerkelijk van de oude regeling gebruik maakten, in staat te stellen zich geleidelijk aan de nieuwe situatie aan te passen .
Noch in het dispositief noch in de considerans van verordening nr.*3309/85 vind ik echter iets wat erop zou kunnen wijzen, dat het in dit geval anders is .
2 . Verzoekster van haar kant betoogt, dat de overgangsmaatregel in werkelijkheid alleen van belang is voor de huidige producenten van mousserende wijnen en niet voor handelaren, aangezien zij betrekking heeft op een traditioneel gebruikte bereidingswijze en het alleen de producenten zijn die daarvan eventueel gebruik hebben gemaakt .
Een handelaar kan de vermelding "méthode champenoise" immers slechts op de door hem verkochte flessen aanbrengen wanneer de producent hem verzekert, dat de mousserende wijn volgens die methode is bereid .
Deze redenering is zeker niet van ieder belang ontbloot .
Het is echter evenzeer waar, dat volgens artikel*6, lid*5, derde alinea, "de verwijzing naar de bereidingsmethode 'méthode champenoise' , voor zover die van oudsher in gebruik was, ... gedurende acht wijnoogstjaren ... mag worden gebruikt ".
Dat betekent, dat alle handelaren die aan die voorwaarden voldoen, en in het bijzonder importeurs die van oudsher mousserende wijnen verkopen die in derde landen volgens de "méthode champenoise" zijn bereid, naar die methode mogen blijven verwijzen .
Het zou dus niet gemakkelijk zijn, alle marktdeelnemers die zich op de afwijking mogen beroepen, te identificeren .
3 . Hoe dit ook zij, het beslissende argument in deze zaak is het volgende .
Uit de vaste rechtspraak van het Hof volgt, dat ook wanneer men ervan uitgaat, dat de afwijking alleen geldt voor in de Gemeenschap gevestigde producenten van mousserende wijnen, die vóór de inwerkingtreding van de verordening de "méthode champenoise" van oudsher gebruikten, Deutz und Geldermann niet kan worden geacht individueel te zijn geraakt .
Het Hof heeft immers herhaaldelijk voor recht verklaard, dat "aan het normatieve karakter van een handeling niet wordt afgedaan door het enkele feit dat het aantal -*of zelfs de identiteit *- van de rechtssubjecten op wie die handeling op een bepaald moment van toepassing is, bepaalbaar is, zolang maar vaststaat dat die toepassing voortvloeit uit een objectieve feitelijke of rechtstoestand die in de handeling in relatie tot haar doelstelling wordt omschreven ." ( 3 ) Dit lijkt mij in casu alleszins het geval te zijn, want de tijdelijke afwijking van de derde alinea geldt voor de betrokkenen uitsluitend wegens hun objectieve hoedanigheid van producent van mousserende wijn, en niet "uit hoofde van een feitelijke situatie, welke hen ten opzichte van ieder ander karakteriseert en hen individualiseert op soortgelijke wijze als de adressaat ener beschikking ". ( 4 )
Zo overwoog het Hof, dat ook al is iemand in feite de enige importeur van een bepaald produkt, hij niettemin niet individueel wordt geraakt door een op die activiteit betrekking hebbende tot een Lid-Staat gerichte beschikking, wanneer deze hem enkel raakt in zijn objectieve hoedanigheid van importeur van het betrokken produkt, juist zoals iedere andere handelaar die zich feitelijk of potentieel in een zelfde situatie bevindt . ( 5 )
In de gevallen waarin het Hof de ontvankelijkheid van een beroep van een particulier tegen een verordening heeft toegelaten, waren degenen waarop die verordening van toepassing was, individueel bekend, niet omdat zij behoorden tot een meer of minder duidelijk afgebakende categorie, maar omdat zij vóór een bepaalde datum een zeer specifieke formaliteit hadden verricht, zoals het aanvragen van een in - of uitvoervergunning of van een voorfixatie, die enkel door bepaalde personen van die categorie was verricht . ( 6 )
In andere gevallen waren de natuurlijke of rechtspersonen zelfs met name genoemd ( 7 ), of kon hun identiteit onrechtstreeks worden achterhaald in de handelingen van de Commissie of de Raad of waren zij nauw betrokken geweest bij het voorafgaande onderzoek . ( 8 )
Gelet op het voorgaande, is artikel*6, lid*5, derde alinea, van verordening nr.*3309/85 te beschouwen als een normatieve bepaling van algemene strekking in de zin van artikel*189, tweede alinea, EEG-Verdrag, en niet als een beschikking die verzoekster individueel raakt .
Mitsdien geef ik het Hof in overweging het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en verzoekster in de kosten te verwijzen .
(*) Vertaald uit het Frans .
( 1)*Zie arresten van 29*januari*1985, zaak 147/83, Binderer, Jurispr.*1985, blz.*257, en 6*oktober*1982, zaak 307/81, Alusuisse, Jurispr.*1982, blz.*3463 .
( 2)*PB*1985, L*320, blz.*9 .
( 3)*Vgl . arrest van 6*oktober*1982, zaak 307/81, reeds aangehaald, r.o.*11 .
( 4)*Arrest van 18*november*1975, zaak 100/74, CAM, Jurispr.*1975, blz.*1393, r.o.*19 .
( 5)*Arrest van 14*juli*1983, zaak 231/82, Spijker, Jurispr.*1983, blz.*2559, r.o.*8, 9 en 10 .
( 6)*Arresten van 13*mei*1971, gevoegde zaken 41-44/70, International Fruit Company, Jurispr.*1971, blz.*411, r.o.*16-21; 18*november*1975, zaak 100/74, CAM, reeds aangehaald, r.o.*14-19; 31*maart*1977, zaak 88/76, Suiker Export, Jurispr.*1977, blz.*709, r.o.*9-11; 3*mei*1978, zaak 112/77, Toepfer, Jurispr.*1978, blz.*1019, r.o.*9; 27*november*1984, zaken 232/81 en 264/81, Agricola Commerciale Olio en SAVMA, Jurispr.*1984, blz.*3881 en 3915, r.o.*11 .
( 7)*Arresten van 29*maart*1979 in de zaken 113/77, NTN Toyo Bearing Company, Jurispr.*1979, blz.*1185, r.o.*11, 119/77, Nippon Seiko, blz.*1303, r.o.*14, 120/77, Koyo Seiko, blz.*1337, r.o.*23, 121/77, Nachi Fujikoshi Corporation, blz.*1363, r.o.*11; arresten van 29*oktober*1980 in de zaken 138/79 en 139/79, Roquette Frères en Maizena, Jurispr.*1980, blz.*3333 en 3393, r.o.*14-16 .
( 8)*Dat kan met name het geval zijn bij anti-dumpingverordeningen : zie het arrest van 29*maart*1979, zaak 118/77, ISO, Jurispr.*1977, blz.*1277, r.o.*19-22; de reeds genoemde arresten 119/77, r.o.*13, 120/77, r.o.*18-21, 121/77, r.o.*8 en*9; voorts de arresten van 21*februari*1984, gevoegde zaken 239 en 275/82, Allied Corporation, Jurispr.*1984, blz.*1005, r.o.*10-12; 20*maart*1985, zaak 264/82, Timex Corporation, Jurispr.*1985, blz.*861, r.o.*11-15; 23*mei*1985, zaak 53/83, Allied Corporation, Jurispr.*1985, blz.*1640, r.o.*4 .
Full & Egal Universal Law Academy