Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
A - De feiten
1 . Deze prejudiciële procedure komt voort uit een geschil dat hangende is voor de Franse Cour de cassation en dat de tariefindeling betreft van in mei 1979 uit Taiwan ingevoerde "koffers en attaché-cases vervaardigd uit gelamelleerde kunststof op basis van styreenhars, butadieen en acrylnitryl, gehard in een gietvorm of door persen zonder dat er een geraamte of steunmateriaal in is verwerkt ".
2 . In de huidige stand van het debat kan worden gedacht aan indeling onder post*42.02*B van het gemeenschappelijk douanetarief ( GDT ) (" Reisartikelen ( reiskoffers, valiezen, hoededozen, reiszakken, rugzakken, enz .), boodschappentassen, dameshandtassen, tekenportefeuilles, aktentassen, geldbeurzen en portemonnaies, toiletdozen en toiletzakjes, gereedschapstassen en gereedschapszakken, tabakszakken, foedralen, etuis, kistjes, dozen en koffers ( voor wapens, muziekinstrumenten, kijkers, juwelen, flacons, boorden, schoenen, borstels, enz .) en dergelijke bergingsmiddelen, van leder, van kunstleder, van vulcanfiber, van kunstmatige plastische stoffen in vellen, van karton of van textiel : ... B.*van andere stoffen "). Een andere mogelijkheid is indeling onder post*39.07*E*IV ( werken van de stoffen bedoeld bij de posten 39.01 tot en met 39.06, andere dan die vermeld sub*A tot en met*D ).
3 . De eerste indeling wordt voorgestaan door verweerster in het hoofdgeding en enkele lagere Franse rechtbanken alsmede door het secretariaat van het Comité voor de IDR-nomenclatuur in een memorandum ter voorbereiding van een tariefadvies ( waarop wij zo dadelijk nog zullen terugkomen ). De Spaanse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen houden het daarentegen op indeling onder de tweede post . Ik voeg daar onmiddellijk aan toe, dat indeling onder een derde post ( zoals gesuggereerd in de prejudiciële vraag ) in feite uitgesloten lijkt .
B - Bespreking
De onderhavige zaak, waarvan de details in het rapport ter terechtzitting zijn uiteengezet, geeft mij aanleiding tot de volgende opmerkingen .
4 . 1 . Op de eerste plaats wijs ik erop, dat niet de uitlegging van de in het verwijzingsarrest genoemde verordening nr.*1/71 aan de orde is, maar, gezien het tijdstip van invoer, de uitlegging van verordening nr.*2800/78*(1 ), waarin men het douanetarief vindt dat op dat tijdstip van kracht was .
5 . 2 . Zoals u weet, beroepen de Spaanse regering en de Commissie zich voor hun standpunt vooreerst op het tariefadvies van 29*april*1967 van het reeds genoemde Comité voor de IDR-nomenclatuur, waarin dit Comité zich met ruime meerderheid heeft uitgesproken voor indeling van gelijksoortige goederen onder post*39.07, omdat post*42.02 met betrekking tot plastische stoffen slechts over vellen spreekt ( wat de artikelen uitsluit die zijn vervaardigd volgens een procédé waarbij de vellen worden verwarmd en op een met een vacuuempomp verbonden geraamte worden bevestigd (" vacuuemgieten "). Zij wijzen er bovendien op, dat dit standpunt is bekrachtigd door een eenstemmig advies van het Comité Nomenclatuur van het GDT van september*1978 met betrekking tot gelijksoortige goederen, en in 1980 nogmaals is bevestigd naar aanleiding van een beslissing in dezelfde zin van de Nederlandse Tariefcommissie .
6 . Dergelijke adviezen zijn voor geschillen als het onderhavige inderdaad van bijzonder belang . Het Hof heeft reeds herhaaldelijk beklemtoond, dat niet alleen de IDR-toelichtingen, maar ook de adviezen van het Comité Nomenclatuur van het GDT, waardevolle hulpmiddelen bij de uitlegging van het gemeenschappelijk douanetarief zijn*(2 ), omdat - zoals het Hof in arrest*237/81*(3 ) met betrekking tot de toelichtingen bij het GDT overwoog - het elementen van rechtszekerheid zijn, die een eenvormige toepassing van het GDT waarborgen .
7 . Ofschoon van de andere kant duidelijk is, dat die toelichtingen en adviezen rechtens niet bindend zijn ( zie 's*Hofs arrest in zaak*798/79*(4 )), vallen zij als uitleggingshulpen pas af wanneer zij de draagwijdte van het GDT wijzigen en er dus niet mee in overeenstemming zijn ( arrest in zaak*798/79; in arrest*35/75*(5 ) betreffende een verordening van de Commissie ter verduidelijking van een tariefpost, wordt gezegd dat de tekst van het tarief niet gewijzigd mag worden ).
8 . Beslissend in de onderhavige zaak is bijgevolg de vraag, of in de bewoordingen en opbouw van het GDT aanwijzingen kunnen worden gevonden, dat de genoemde tariefadviezen fout zijn . Na wat door partijen is uiteengezet, komt het mij voor dat hierop moeilijk bevestigend kan worden geantwoord .
9 . Inderdaad kan niet worden gesteld, dat in de bewoordingen en opbouw van het tarief dwingende argumenten kunnen worden gevonden tegen de indeling van de litigieuze koffers onder post*39.07 . Want naast de onder E*I tot E*III genoemde goederen omvat deze post immers andere artikelen van stoffen bedoeld bij de posten*39.01 tot en met 39.06, en het is van bijzonder belang, dat volgens de IDR-toelichtingen de post een grote verscheidenheid van artikelen omvat, waaronder artikelen die verkregen zijn door gieten, een procédé dat ook bij de vervaardiging van de onderwerpelijke koffers is toegepast .
10 . Van de andere kant kan men niet stellen, dat de tekst van post*42.02 dwingt tot indeling van de betrokken artikelen onder deze post . Men mag immers niet uit het oog verliezen, dat in deze zeer gedetailleerde post ( die volgens de toelichtingen alleen de in de omschrijving genoemde artikelen en soortgelijke bergingsmiddelen omvat ) met betrekking tot de litigieuze artikelen slechts sprake is van kunstmatige plastische stoffen in vellen . Blijkens toelichting 3*d op hoofdstuk*39 dient onderscheid te worden gemaakt tussen vellen en platen . Voor zover als nodig kan men reeds op grond van de woordbetekenis besluiten, dat men bij vellen met dunne platen en dus met soepele produkten te doen heeft . Daaruit volgt dan verder, dat uit dit materiaal vervaardigde produkten eveneens buigzaam ( of : soepel ) zijn en dat wanneer zij stijf zijn, dit is toe te schrijven aan het gebezigde steunmateriaal ( zoals eveneens is uiteengezet in de IDR-toelichtingen, waarop in zoverre niets valt af te dingen ).
11 . Daar evenwel vaststaat dat de litigieuze artikelen, ofschoon oorspronkelijk uit vellen vervaardigd, door het hiervoor vermelde produktieprocédé stijf zijn geworden, zodat niet meer kan worden gezegd dat zij nog steeds uit vellen bestaan, lijkt een -*met de genoemde tariefadviezen strijdige *- indeling onder post*42.02 niet onontkoombaar .
12 . 3 . Aan deze alleszins gefundeerd lijkende vaststelling kunnen de argumenten van Artimport niets afdoen .
13 . a)*Dit geldt voor de verwijzing naar het feit dat post*42.02 niet enkel artikelen uit soepel materiaal omvat (" artikelen met gelijksoortige fysische eigenschappen als leder" -*zoals, niet zeer correct, door de Spaanse regering is gesteld )*-, maar tevens -*zoals blijkt uit de vermelding van vulcanfiber en karton *- artikelen uit stijf materiaal ( hierop wees overigens ook het arrest van de cour d' appel te Rouen ). Ofschoon deze verwijzing ongetwijfeld correct is ( en de Franse tekst van de IDR-toelichtingen -*"Ces articles peuvent être souples, en raison de l' absence d' un support ..."*- mitsdien voor kritiek vatbaar is ), is niettemin relevant, dat met betrekking tot kunstmatige plastische stoffen slechts over vellen wordt gesproken, met andere woorden, produkten die -*zoals hiervoor is uiteengezet *- in het systeem van het GDT als soepel zijn aan te merken .
14 . b)*Het geldt verder ten aanzien van de stelling, dat in de toelichtingen op hoofdstuk*39 ook produkten zijn vermeld die met stijve elementen zijn verstevigd (" contenant ... une armature ou un réseau de renforcement ...; intercalation de matières telles que feuilles métalliques, carton ..."). Al zou men op grond daarvan kunnen voorhouden, dat de toelichtingen op post*42.02 aanvechtbaar zijn ( voor zover zij over steunmateriaal spreken ), dan betekent dit toch niet, dat koffers van kunststof, die alleen stijf zijn als gevolg van het gietprocédé, in strijd met de tekst van post*42.02 ( waarin sprake is van "vellen ") onder deze post moeten worden ingedeeld .
15 . c)*Evenmin overtuigend zijn ten slotte de verwijzing naar algemene bepaling A*4 van het GDT (" De goederen, welke onder geen enkele post van het tarief vallen, worden ingedeeld onder de post, welke van toepassing is op de goederen waarmede zij de meeste overeenkomst vertonen "), het argument dat in de goederennomenclatuur voor de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de Lid-Staten ( Nimexe ) geen rechtvaardiging kan worden gevonden om koffers onder hoofdstuk*39 van het GDT in te delen, en, ten slotte, het argument dat de noodzakelijke rechtszekerheid in het gedrang wordt gebracht, wanneer produkten zoals de litigieuze voortaan onder post39.07 worden ingedeeld .
16 . Op bepaling*A*4 kan namelijk geen beroep worden gedaan, daar een tariefpost voorhanden is die de litigieuze produkten nauwkeurig omschrijft . - Wat vervolgens de Nimexe-nomenclatuur betreft, moet erop worden gewezen, dat deze door de Commissie is opgesteld met het oog op de statistieken voor de buitenlandse handel, en dat hij als zodanig natuurlijk geen dwingend hulpmiddel kan zijn bij de uitlegging van het door de Raad vastgestelde GDT . - Met betrekking tot het aspect van de rechtszekerheid evenwel kan men, gelet op de genoemde duidelijke tariefadviezen en de daarbij aansluitende praktijk in de meeste Lid-Staten, opmerken, dat dit laatste veeleer voor de door de Commissie voorgestelde tariefindeling pleit .
17 . Ten slotte wijzigen de referenties aan de arresten Carlsen*(6 ) en Cleton*(7 ) niets aan deze benadering . Beide bevestigen de fundamentele uitleggingsregel, dat de criteria voor de indeling van goederen moeten worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze zijn omschreven in de tekst van de post van het GDT en de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken .
18 . De in deze zaak voorgestelde indeling berust op een beoordeling van deze objectieve kenmerken, inzonderheid de bestemming en de aard van de goederen . Ofschoon niet is uitgesloten dat zich een conflict voordoet, doordat een indeling onder verschillende posten kan worden overwogen naar gelang de bestemming dan wel de aard der goederen in aanmerking wordt genomen, is dit niettemin pure theorie . In deze zaak speelt immers de bestemming slechts een rol voor zover eerst omtrent de aard van de goederen ( kunstmatige plastische stoffen in vellen ) uitsluitsel is gegeven .
19 . Aangezien - zoals eerder is uiteengezet - indeling als "kunstmatige plastische stoffen in vellen" niet in aanmerking komt, is de bestemming als "reisartikel" niet doorslaggevend .
20 . 4 . Nu duidelijk is, hoe op de prejudiciële vraag van de Cour de cassation moet worden geantwoord, dient tot slot nog kort te worden ingegaan op de suggestie van Artimport om in het arrest de verklaring op te nemen dat de uitlegging slechts werking zal hebben vanaf de datum van de uitspraak .
21 . Ik zie geen enkele reden om die suggestie op te volgen . Afgezien van het feit dat een overeenkomstige toepassing van artikel*174, lid*2, EEG-Verdrag -*want daar gaat het hier eigenlijk om *- in prejudiciële procedures tot nu toe slechts is overwogen in het kader van wettigheidscontrole ( terwijl het hier om uitlegging van verordening nr.*2800/78 gaat en dus om vaststelling van de draagwijdte die deze van de aanvang af heeft gehad ), is het in deze zaak naar mijn mening reeds hierom uitgesloten de door het Hof te geven uitlegging niet te laten terugwerken tot 1979, omdat die uitlegging in feite niet eerst van vandaag dateert, maar reeds in een tariefadvies van het jaar 1967 is gegeven en bovendien overeenstemt met de in de meeste Lid-Staten gevolgde praktijk .
C - Besluit
5 . Mitsdien geef ik het Hof in overweging de vraag van de Cour de cassation te beantwoorden als volgt :
22 . Verordening nr.*2800/78 dient aldus te worden uitgelegd, dat koffers en attaché-cases, vervaardigd uit gelamelleerde plastische stoffen, bestaande uit styreenhars, butadieen en acrylnitryl, gehard in een gietvorm of door persen zonder dat er een geraamte of steunmateriaal in is verwerkt, vallen onder post*39.07*E*IV van het gemeenschappelijk douanetarief .
(*) Vertaald uit het Duits .
( 1)*PB 1978, L*335, blz.*1 .
( 2)*Zie arresten van 15*februari*1977 ( gevoegde zaken 69 en 70/76, Dittmeyer, Jurispr.*1977, blz.*238, r.o.*4 ) en 26*september*1985 ( zaak*166/84, Thomasduenger GmbH, Jurispr.*1985, blz.*3001 ).
( 3)*Arrest van 23*september*1982 ( zaak*237/81, Almadent, Jurispr.*1982, blz.*2981, r.o.9 ).
( 4)*Arrest van 11*juli*1980 ( zaak*798/79, Chem-Tec, Jurispr . 1980, blz.*2639 ).
( 5)*Arrest van 23*oktober*1975 ( zaak*35/75, Bagusat*KG, Jurispr . 1975, blz.*1205 ).
( 6)*Arrest van 8*december*1977 ( zaak*62/77, Carlsen-Verlag, Jurispr.*1977, blz.*2343, r.o.*3 ).
( 7)*Arrest van 4*oktober*1979 ( zaak*11/79, Cleton en anderen, Jurispr . 1979, blz.*3069, r.o.*14 ).
Full & Egal Universal Law Academy