Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
A - De feiten
1 . In de zaak waarin ik thans conclusie neem, gaat het in wezen om de vraag, of een Lid-Staat zich op overmacht kan beroepen om te ontkomen aan de verplichting tot betaling van rente, wanneer zijn financiële bijdragen aan de begroting van de Gemeenschappen ten gevolge van een staking niet op tijd zijn binnengekomen .
2 . In juni*1983 werd de financiële bijdrage van de Helleense Republiek ten gevolge van een staking van het bankpersoneel niet op woensdag 1*juni, maar pas op vrijdag 3*juni 1983 op de rekening van de Commissie bij de Bank van Griekenland geboekt .
3 . Bij brief van 8*juni*1983 verzocht de Commissie ( verzoekster ) de Helleense Republiek ( verweerster ) krachtens artikel*11 van verordening nr.*2891/77 wegens die vertraagde boeking rente te betalen over twee dagen . Bij brief van 1*augustus 1983 weigerde verweerster de betaling van rente . Zij wees erop, dat zij haar betalingsopdracht op tijd, namelijk op 30*mei 1983, had gegeven . Het feit dat ten gevolge van een algemene staking van het bankpersoneel op 1 en 2*juni 1983 de boeking op de rekening van de Commissie pas op 3*juni had plaatsgehad, leverde voor haar overmacht op .
4 . Verzoekster concludeert dat het den Hove behage :
- vast te stellen dat de Helleense Republiek, door de op het bruto nationaal produkt gebaseerde financiële bijdragen voor juni*1983 te laat te boeken en vervolgens te weigeren vertragingsrente te betalen, niet heeft voldaan aan de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen;
- verweerster in de kosten van de procedure te verwijzen .
5 . Verweerster concludeert dat het den Hove behage :
- het beroep te verwerpen en verzoekster in de kosten te verwijzen .
6 . Op de middelen en argumenten van partijen zal ik, voor zover nodig, in de loop van mijn conclusie nader ingaan . Voor het overige verwijs ik naar het rapport ter terechtzitting .
B - Standpuntbepaling
7 . Om te beginnen moet ik erop wijzen, dat vaststaat dat de financiële bijdragen die verweerster in juni*1983 aan de Gemeenschap moest betalen, niet op tijd, maar twee dagen te laat op de rekening van verzoekster zijn geboekt . Er is dus objectief sprake van een inbreuk op artikel*10, lid*3, van verordening nr.*2891/77 van de Raad van 19*december 1977 houdende toepassing van het besluit van 21*april 1970 betreffende de vervanging van de financiële bijdragen van de Lid-Staten door eigen middelen van de Gemeenschappen ( 1 ); aan de voorwaarden, die artikel*11 van deze verordening voor het ontstaan van de verplichting tot rentebetaling stelt, is voldaan .
8 . Op grond hiervan zou het beroep dus moeten worden toegewezen, ware het niet dat verweerster zich in casu op overmacht heeft beroepen .
9 . Dat overmacht ook in de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en de Lid-Staten een rol kan spelen, blijkt uit artikel*17, lid*2, van verordening nr.*2891/77 . Volgens deze bepaling behoeven de Lid-Staten de bedragen van de vastgestelde rechten slechts dan niet ter beschikking van de Commissie te stellen indien door overmacht geen inning heeft kunnen plaatsvinden .
10 . Deze bepaling heeft echter uitsluitend betrekking op de traditionele eigen middelen van de Gemeenschap ( douanerechten en heffingen ) ( 2 ) en niet op de financiële bijdragen van de Lid-Staten, waarom het in casu gaat . Ingevolge deze bepaling draagt de Gemeenschap het risico, dat vastgestelde rechten niet kunnen worden geïnd, en niet de Lid-Staat, die de eigen middelen volgens zijn eigen wettelijke en bestuursrechtelijke regels moet vaststellen en ze aan de Commissie ter beschikking moet stellen . Eigen middelen die de Lid-Staat buiten zijn schuld niet kan innen, behoeft hij dan ook niet aan de Gemeenschap ter beschikking te stellen .
11 . Tussen partijen is in confesso, dat artikel*17, lid*2, niet rechtstreeks van toepassing is op het onderhavige geval . De aanvankelijk bestaande meningsverschillen over analoge toepassing van deze bepaling zijn uiteindelijk uit de weg geruimd; verzoekster acht de mogelijkheid om ook in het kader van de financiële betrekkingen tussen de Lid-Staten en de Gemeenschap een beroep te doen op het algemene beginsel van overmacht, niet langer principieel uitgesloten .
12 . Ik van mijn kant betwijfel echter, of er in het kader van de financiële bepalingen naast de regeling van artikel*17, lid*2, nog plaats is voor toepassing van het beginsel van overmacht .
13 . Volgens de elfde overweging van de considerans bevat de verordening een geheel van regelen die ten doel hebben de Gemeenschappen in staat te stellen, onder zo gunstig mogelijke omstandigheden over de eigen middelen te beschikken . Artikel*11 trekt hieruit de consequentie, dat bij elke vertraging bij het boeken op de rekening van verzoekster rente moet worden betaald -*en wel voor alle betalingen . De enige voorwaarde voor de verplichting tot betaling van rente is de vertraagde boeking, onverschillig om welke reden de boeking op de rekening van de Commissie met vertraging is geschied, gelijk het Hof reeds herhaaldelijk heeft uitgemaakt.(3 )
14 . Evenmin als een Lid-Staat zich volgens vaste rechtspraak van het Hof op bepalingen, gewoonten of omstandigheden van zijn interne rechtsorde kan beroepen om de niet-nakoming van verplichtingen en termijnen te rechtvaardigen die in de richtlijnen van de Gemeenschap zijn vastgelegd, kan een Lid-Staat zich op overmacht beroepen om aan de verplichting tot betaling van rente krachtens artikel*11 van verordening nr.*2891/77 te ontkomen . De financiële bepalingen van het gemeenschapsrecht moeten worden gerekend tot de basisregels van de communautaire rechtsorde, waarvan de onvoorwaardelijke naleving vereist is om het feitelijke functioneren van de Gemeenschap te waarborgen . De Gemeenschap moet "onder zo gunstig mogelijke omstandigheden over de eigen middelen" kunnen "beschikken" ten einde haar eigen financiële verplichtingen te kunnen nakomen . Dit beginsel moet ook voor de betaling van de financiële bijdragen van de Lid-Staten gelden, omdat deze in een bepaalde periode aan de Gemeenschap worden betaald in de plaats van de eigen middelen uit de BTW . Het is dus niet meer dan logisch, dat artikel*11 van verordening nr.*2891/77 de verplichting tot rentebetaling uitsluitend van de vertraagde boeking afhankelijk stelt, zodat de Lid-Staat dus de volle verantwoordelijkheid voor de tijdige boeking op de rekening van de Commissie draagt .
15 . Subsidiair, voor het geval dat het Hof de toepassing van het beginsel van overmacht in het onderhavige geval -*anders dan ik meen *- niet uitgesloten zou achten, zal ik in het kort uiteenzetten, waarom mijns inziens aan de voorwaarden voor toepassing van dit beginsel niet is voldaan .
16 . Volgens 's*Hofs vaste rechtspraak ( 4 ) is voor dit begrip vereist, "dat het (( gaat )) om abnormale moeilijkheden die onafhankelijk zijn van de wil van de betrokkenen en die ondanks alle dienstige voorzorgsmaatregelen onvermijdelijk blijken te zijn ".
17 . Blijkens hetgeen in de schriftelijke procedure en ter terechtzitting naar voren is gekomen, kan niet worden gezegd, dat verweerster alle dienstige voorzorgsmaatregelen heeft genomen om voor tijdige boeking op de rekening van de verzoekster zorg te dragen .
18 . Reeds op 25*mei*1983 waren in de Griekse pers berichten over ophanden zijnde stakingsacties te lezen . Op 26*mei werd bericht, dat een 48-uurstaking van het bankpersoneel voor de deur stond . Op 29*mei werd gemeld, dat de Bond van organisaties van bankpersoneel van Griekenland had besloten om voor maandag 30*mei 1983 een 24-uurstaking uit te roepen en voor woensdag en donderdag ( 1 en 2*juni 1983 ) nog eens een staking van 48*uur .
19 . In deze situatie had verweerster maatregelen kunnen en moeten treffen ten einde de tijdige boeking van haar financiële bijdrage op de rekening van de Commissie veilig te stellen, bij voorbeeld door een voortijdige boekingsopdracht met valutadatum 1*juni*1983 te geven .
20 . Zo verweerster in deze situatie meende, dat uit de aankondiging van stakingen in de pers niet viel af te leiden dat de dreiging met staking onvermijdelijk zou worden gevolgd door de uitvoering ervan, zodat voorzorgsmaatregelen geboden waren geweest, dan kan slechts worden vastgesteld, dat zij daarmee het risico heeft genomen dat de betrokken boeking te laat zou plaatsvinden . Dit risico heeft zich vervolgens verwezenlijkt, zodat verweerster de gevolgen van haar riskante handelen heeft te dragen .
21 . Verweerster kan zich derhalve in dit concrete geval niet op overmacht beroepen .
C - Conclusie
22 . Mitsdien geef ik u in overweging, het beroep toe te wijzen en verweerster in de kosten van de procedure te verwijzen .
(*) Vertaald uit het Duits .
( 1)*PB 1977, L 336, blz.*1 .
( 2)*Artikel*2 van het besluit van 21*april*1970 betreffende de vervanging van de financiële bijdragen van de Lid-Staten door eigen middelen van de Gemeenschappen ( PB*1970, L*94, blz.*19 ).
( 3)*Arresten van het Hof van 20*maart 1986, zaak 303/84, Commissie/Bondsrepubliek Duitsland, Jurispr.*1986, blz.*1171, 1178, en van 18*december 1986, zaak*93/85, Commissie/Verenigd Koninkrijk, Jurispr.*1986, blz . 4011, 4028 .
( 4)*Zie b.v . het arrest van 9*februari*1984 ( zaak*284/82, Busseni, Jurispr.*1984, blz.*557 ).
Full & Egal Universal Law Academy