Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . In de onderhavige zaken vorderen de ondernemingen "L' Étoile commerciale" en "Comptoir national technique agricole" ( CNTA ):
2 . a ) gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking*85/465 van de Commissie van 28 augustus 1985(1 ) betreffende de goedkeuring van de door de Franse Republiek uit hoofde van het begrotingsjaar 1981 ingediende rekeningen voor de door het EOGFL gefinancierde uitgaven, voor zover hierin de steun die het Franse interventieorgaan aan CNTA heeft betaald voor de verwerking van zonnebloemzaad, niet ten laste van het EOGFL wordt gebracht;
3 . b ) vergoeding van de geleden schade, aangezien het Franse interventie-orgaan, de "Société interprofessionnelle des oléagineux" ( SIDO ) , als gevolg van deze beschikking de terugbetaling heeft gevorderd van de betaalde steun;
4 . c ) Subsidiair, nietigverklaring van verordening nr.*1204/72 van de Commissie van 7 juni 1972(2 ) houdende uitvoeringsbepalingen inzake de steunregeling voor oliehoudende zaden .
I - Samenvatting van de feiten
5 . Bij artikel*27, lid*1, van verordening nr.*136/66 van de Raad van 22*september 1966(3 ) houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten, werd een communautaire steun ingevoerd die bestemd is voor de binnen de Gemeenschap voortgebrachte en verwerkte oliehoudende zaden, indien de voor een soort oliehoudend zaad geldende richtprijs hoger is dan de wereldmarktprijs voor deze soort .
6 . Krachtens de bepalingen van dit artikel 27 werden in verordening nr.*2114/71 van de Raad van 28*september 1971(4 ) de beginselen vastgesteld die de toekenning regelen van de steun van het EOGFL voor de verwerking van oliehoudende zaden . Met name werd voorzien, dat de voor de oliefabrieken bestemde zaden onder controle moeten worden gesteld en werd met het oog op deze controle een communautair certificaat ingevoerd .
7 . De uitvoeringsbepalingen van de steunregeling voor oliehoudende zaden werden vastgesteld bij voornoemde verordening nr.*1204/72 . Volgens artikel*3, lid*1, van deze verordening wordt deze controle uitgeoefend "vanaf het ogenblik waarop het zaad in de oliefabriek aankomt tot het met het oog op de produktie van olie wordt verwerkt ". Ter zake van deze controle bepaalt artikel*5 van dezelfde verordening, dat het door artikel*4 van verordening nr.*2114/71 ingevoerde communautair certificaat inzonderheid moet bevatten "een deel, genoemd I.D ., waaruit blijkt dat de hoeveelheid zaad geoogst in de Gemeenschap is onderworpen aan de controle"; krachtens artikel 10 van verordening nr.*1204/72 "brengt het deel I.D . van het certificaat de verplichting mede de geïdentificeerde hoeveelheid te verwerken binnen een termijn van 270 dagen na de datum van afgifte ".
8 . In Frankrijk is de SIDO belast met de toepassing van de steunregeling .
9 . In een aantal gevallen waren zowel de Franse autoriteiten als de SIDO van oordeel, dat het feit dat het communautair certificaat werd aangevraagd na de verwerking van de zaden geen belemmering vormde voor de toekenning van de steun, aangezien zulks een te zware sanctie zou hebben gevormd voor louter administratieve vergissingen . De SIDO wist evenwel dat de Commissie het met deze interpretatie niet eens was, aangezien zij in gelijkaardige gevallen de betaling van steun onverenigbaar met de communautaire voorschriften had verklaard .
10 . Niettemin stemde de SIDO, toen CNTA in 1980 twee partijen zaad verwerkte, en de steuncertificaten eerst na deze verwerking werden aangevraagd ( deze vertraging was blijkbaar te wijten aan organisatorische problemen binnen haar diensten ten gevolge van brand ), in april*1981 ermee in om de desbetreffende steun te betalen, zij het dat zij daaraan de voorwaarde verbond dat een waarborg werd gesteld om de terugbetaling te verzekeren van het bedrag dat CNTA "zou verschuldigd zijn wanneer het EOGFL zich zal hebben uitgesproken over de regelmatigheid van de toegestane voorschotten op de steun ". Deze waarborg, ten belope van 8*587*278*FF, werd op 24*april 1981 door de onderneming Étoile commerciale gesteld .
11 . Over de financiering van deze steun door het EOGFL vond een briefwisseling plaats tussen de diensten van de Commissie en de Franse minister van Landbouw, waarbij de eerstgenoemde bij hun standpunt bleven, dat deze steun niet voor terugbetaling door het EOGFL in aanmerking kwam, aangezien de I.D.-certificaten volgens de gemeenschapsregeling niet na de verwerking van de zaden en zelfs niet na hun aankomst in de oliefabriek konden worden afgegeven . Dit standpunt wordt trouwens duidelijk vermeld in het syntheseverslag van de Commissie betreffende de goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL ( afdeling Garantie ) uit hoofde van de begrotingsjaren 1980 en 1981 . Op grond van dit verslag stelde de Commissie op 28*augustus 1985 beschikking 85/456 vast, die aan de Franse regering werd meegedeeld op 5 september 1985 en op 9 oktober van hetzelfde jaar in het Publikatieblad werd bekendgemaakt .
12 . Deze beschikking vermeldt geen bijzondere gevallen of individueel aangeduide marktdeelnemers; uit genoemd syntheseverslag blijkt evenwel, dat het in bijlage I bij deze beschikking genoemde totaalbedrag van de uitgaven die niet werden erkend als komende ten laste van het EOGFL, onder meer een bedrag omvat van 9*707*410,88*FF, dat overeenstemt met de steun voor de door CNTA vermalen partijen zaden .
13 . Deze beschikking is het voorwerp van een door de Franse regering ingesteld beroep tot nietigverklaring ( zaak 336/85 ), dat momenteel bij het Hof aanhangig is; dit beroep betreft evenwel uitsluitend het gedeelte van de beschikking tot goedkeuring van de rekeningen, dat betrekking heeft op de visserijprodukten . De regering tot wie de beschikking is gericht, heeft bijgevolg de goedkeuring van de rekeningen op het punt van de in de onderhavige zaak omstreden steun niet aan de orde gesteld .
14 . Bij brief van 27 januari 1986 vorderde de SIDO, onder verwijzing naar de beschikking van de Commissie van 28 augustus 1985 en het desbetreffende syntheseverslag, van de onderneming l' Étoile commerciale betaling van het bedrag van de voor CNTA gestelde waarborg . Het betrokken bedrag werd betaald bij brief van 21 februari 1986 .
15 . Op 26 en 27 maart hebben de ondernemingen l' Étoile commerciale en CNTA de onderhavige beroepen ingesteld .
16 . Bij afzonderlijke akte, ingediend krachtens artikel 91, paragraaf*1, van het Reglement voor de procesvoering, heeft de Commissie een exceptie van niet-ontvankelijkheid van de beroepen opgeworpen .
II - Het verzoek tot nietigverklaring van beschikking*85/456
17 . A - Ik zal eerst de exceptie van niet-ontvankelijkheid onderzoeken, die is opgeworpen tegen het verzoek tot gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking 85/456 .
18 . Ter zake stelt de Commissie niet alleen, dat het beroep te laat is ingesteld, omdat het buiten de in artikel*173, derde alinea, EEG-Verdrag gestelde termijn is ingesteld, maar ook dat de beschikking verzoeksters noch rechtstreeks noch individueel raakt, in de zin van artikel*173, tweede alinea .
19 . B - Het probleem van de termijn waarbinnen het beroep is ingesteld behoeft natuurlijk enkel te worden onderzocht, indien de bestreden beschikking verzoeksters inderdaad rechtstreeks en individueel raakt in de zin van artikel*173, tweede alinea, EEG-Verdrag .
20 . Zoals hierna zal blijken, is dit niet mijn conclusie .
21 . Mocht de conclusie evenwel anders uitvallen, dan moet worden gesteld dat het beroep tijdig is ingesteld .
22 . Inderdaad is de bestreden beschikking niet tot verzoeksters gericht*-*formeel zijn zij niet de adressaten van de beschikking*-*en is zij hun niet ter kennis gebracht; doch dit laatste was niet nodig .
23 . De dag van de bekendmaking van de beschikking kan evenwel niet worden beschouwd als de dies a quo van de in artikel*173, derde alinea, gestelde termijn . Door de bekendmaking alleen hadden verzoeksters immers nooit kunnen weten of in de beschikking tot goedkeuring van de rekeningen werd geweigerd de bestreden bedragen ten laste van het EOGFL te brengen .
24 . Bij lezing van de beschikking tot goedkeuring van de rekeningen blijkt reeds, dat verzoeksters onmogelijk konden weten wat de inhoud van deze handeling was .
25 . Het feit dat deze beschikking gevolgen met zich meebrengt voor verzoeksters, blijkt wel uit de syntheseverslagen die betrekking hebben op de beschikking tot goedkeuring van de rekeningen .
26 . Deze verslagen werden evenwel enkel ter kennis gebracht van de Lid-Staat voor wie ze bestemd waren, en niet van verzoeksters . Bijgevolg kan ook hier de datum van kennisgeving niet worden beschouwd als dag waarop de in artikel*173, derde alinea, bedoelde termijn ingaat .
27 . Als dies a quo blijft dus over de dag waarop verzoeksters kennis kregen van de handeling of, beter gezegd, van het feit dat de beschikking hen raakte . Ten processe is niet gebleken dat deze kennisneming heeft plaatsgevonden vóór de dag waarop de SIDO een brief naar de vennootschap l' Étoile commerciale stuurde waarin zij haar om betaling van de waarborg verzocht; van haar kant kreeg CNTA dezelfde dag kennis van dit feit door een brief van de bank aan haar . In beide gevallen is de relevante datum bijgevolg 4*februari*1986 .
28 . Aangezien de beroepen zijn ingesteld binnen twee maanden te rekenen van deze datum, moeten de beroepen dus worden geacht tijdig te zijn ingesteld .
29 . C - Krachtens artikel 173, tweede alinea, EEG-Verdrag kunnen particulieren evenwel slechts beroep instellen tegen de beschikkingen die tot hen zijn gericht of die, hoewel genomen in de vorm van een verordening of van een beschikking gericht tot een andere persoon, hen rechtstreeks en individueel raken .
30 . In mijn recente conclusie in zaak 333/85 ( Mannesmann-Roehrenwerke ) heb ik deze voorwaarden onderzocht in het licht van de rechtspraak van het Hof .
31 . In de onderhavige zaak hebben we te doen met een beschikking die uitdrukkelijk gericht is tot de Franse Republiek .
32 . Kan de beschikking in weerwil hiervan worden geacht verzoeksters "rechtstreeks en individueel" te raken?
33 . a)*Volgens de Commissie raken de beschikkingen tot goedkeuring van de rekeningen uitsluitend haar betrekkingen met de Lid-Staten ( in casu Frankrijk ) en bijgevolg zou het niet de beschikking in geding, doch die van het nationale interventiebureau zijn, die de belangen van de marktdeelnemers rechtstreeks raakt .
34 . Deze laatste zou door de adressaten evenwel enkel voor de nationale rechterlijke instanties kunnen worden aangevochten .
35 . Verzoeksters beweren daarentegen, dat de beschikking van de Commissie hen rechtstreeks en individueel raakt, aangezien deze beschikking en het daaraan ten gronde liggende syntheseverslag niet alleen ontegenzeglijk betrekking hebben op de door de SIDO aan CNTA betaalde steun, maar ook de rechtsgrondslag vormen voor de terugvordering van deze steun, terwijl de SIDO over geen enkele beoordelingsmarge zou beschikken met betrekking tot de vraag, of al dan niet moest worden teruggevorderd .
36 . Verzoeksters zijn van mening, dat zij zonder de bestreden beschikking niet verplicht waren geweest het desbetreffende bedrag terug te betalen .
37 . b)*De verplichting om de door de SIDO betaalde steun aan haar terug te betalen, lijkt evenwel enkel te kunnen worden teruggevoerd tot de beschikking tot goedkeuring van de rekeningen .
38 . Alles wel beschouwd, moet de conclusie wel luiden dat de steun uiteindelijk is terugbetaald omdat het interventiebureau de communautaire voorschriften heeft geschonden . Omdat het interventiebureau de steun aan verzoeksters in strijd met de communautaire voorschriften uitkeerde ( zij het voorzichtigheidshalve met zekerheidstelling ), moest de Commissie achteraf wel oordelen dat deze steun niet in aanmerking kwam voor financiering door het EOGFL en was de SIDO uiteindelijk gedwongen de voorgeschoten bedragen terug te vorderen .
39 . Zoals uitdrukkelijk uit artikel 4 van verordening nr.*729/70 van de Raad van 21*april 1970(5 ) blijkt, zijn het de door de Lid-Staten aangewezen nationale interventiebureaus die overeenkomstig "de communautaire voorschriften en de nationale wetgevingen" omtrent te verrichten betalingen moeten beslissen .
40 . Het Hof heeft reeds duidelijk gesteld, dat "overeenkomstig de algemene beginselen die ten grondslag liggen aan het institutionele stelsel van de Gemeenschap en die de betrekkingen tussen de Gemeenschap en de Lid-Staten beheersen, ... de Lid-Staten ingevolge artikel*5 EEG-Verdrag tot taak hebben op hun grondgebied zorg te dragen voor de uitvoering van gemeenschapsregelingen, inzonderheid in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid".(6 )
41 . De hele regeling van de gemeenschappelijke ordeningen der markten, zoals de marktordening in de sector oliën en vetten, maakt de nationale instanties verantwoordelijk voor de interventies die de landbouwmarkten dienen te regulariseren, zoals bij voorbeeld de toekenning van steun .
42 . De toekenning van deze steun door deze interventiebureaus is evenwel onderworpen aan het gemeenschapsrecht, en met name aan artikel*3, lid*1, van verordening nr.*729/70, dat de financiering door het EOGFL beperkt tot de interventies waartoe "volgens de communautaire voorschriften ... wordt overgegaan ".
43 . Indien de SIDO in het onderhavige geval van oordeel was, dat de onderhavige betalingen in overeenstemming waren met de communautaire voorschriften, had zij deze steun moeten betalen zonder daaraan voorwaarden te verbinden . Indien in de beschikking tot goedkeuring van de rekeningen nadien werd geweigerd deze steun ten laste van het EOGFL te brengen, had de Franse staat de nietigverklaring van deze beschikking kunnen vorderen op grond van artikel*173 EEG-Verdrag . Dit heeft hij evenwel niet gedaan, hoewel hij stelde dat het niet betalen van steun wegens louter administratieve vergissingen strijdig was met het evenredigheidsbeginsel; na voorzorgen te hebben genomen door te eisen dat een waarborg werd gesteld, heeft hij zich ertoe beperkt om deze beschikking in het kader van een ander beroep te bestrijden, en wel ten aanzien van het gedeelte betreffende de visserijprodukten .
44 . Stellig omdat zij in verband met het reeds eerder door de Commissie te kennen gegeven standpunt twijfels koesterde, heeft de SIDO geëist, dat een waarborg wordt gesteld; anderzijds is het niet zeker, dat de nationale instantie, door de beschikking van de Commissie betreffende de goedkeuring van de rekeningen tot ontbindende voorwaarde van de toegekende steun te maken, zich overeenkomstig de opzet van het systeem van gedecentraliseerd beheer van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, dat door verordening nr.*729/70 is bekrachtigd, heeft gedragen, daar zij op die manier de Commissie verantwoordelijk maakt voor beslissingen die zij moest nemen .
45 . Zou men evenwel niet kunnen stellen, dat uit de beschikking van de Commissie waarin de betrokken steun niet werd erkend, voor de nationale instantie de verplichting voortvloeide de steun terug te vorderen, zonder dat zij op dit punt enige beoordelingsmarge bezat(7 ), en zulks ongeacht of de steun onvoorwaardelijk was dan wel na het stellen van een waarborg werd betaald?
46 . Zou men, onder die omstandigheden, niet kunnen zeggen dat de terugvordering van de steun in dat geval een rechtstreeks en noodzakelijk gevolg is geweest van de beschikking van de Commissie?
47 . Het antwoord op deze vraag luidt mijns inziens ontkennend .
48 . Immers, de verplichting van de nationale autoriteiten om ten onrechte of op onrechtmatige wijze toegekende bedragen terug te vorderen vloeit niet voort uit de beschikking van de Commissie maar uit artikel*8 van verordening nr.*729/70, en wel in het belang van een eenvormige toepassing van het gemeenschapsrecht .
49 . Zoals het Hof reeds heeft verklaard 7, heeft deze verplichting tot doel te beletten dat een nationale bepaling de invordering van deze sommen praktisch onmogelijk zou maken of de nationale autoriteiten een discretionaire bevoegdheid zou geven ten aanzien van de vraag of de terugvordering van ten onrechte of op onregelmatige wijze toegekende gemeenschapsgelden doelmatig is, zulks onverminderd de eerbied die verschuldigd is voor het beginsel dat geen onderscheid mag worden gemaakt vergeleken met soortgelijke, doch zuiver nationale geschillen.(8 )
50 . Artikel*8, lid 1, bepaalt evenwel zelf, dat de bevoegde nationale instanties de hun toevertrouwde controlefuncties, bestaande in het voorkomen en vervolgen van onregelmatigheden alsmede in het terugvorderen van de verloren gegane bedragen, uitoefenen "overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen", aangezien het gemeenschapsrecht in zijn huidige stand geen specifieke bepalingen bevat die in de plaats hiervan kunnen komen .
51 . Dit betekent dat, met inachtneming van de grenzen getrokken door de communautaire bepalingen waarnaar ik heb verwezen, "geschillen betreffende de invordering van ten onrechte uit hoofde van het gemeenschapsrecht betaalde bedragen, bij ontbreken van communautaire voorschriften door de nationale rechter dienen te worden beslist overeenkomstig het nationale recht".(9 )
52 . "Artikel 8, lid 1, van verordening nr.*729/70 regelt dan ook niet de betrekkingen tussen de interventiebureaus en de betrokken marktdeelnemers, en vormt met name geen rechtsgrondslag voor de bevoegdheid van de nationale autoriteiten om onverschuldigd betaalde steun terug te vorderen van de ontvangers . Dergelijke vorderingen worden beheerst door het nationale recht" ( 10 ), zowel wat betreft de materiële voorwaarden als de procedurele en vormvoorschriften.(11 )
53 . Bij twijfel over de geldigheid of de uitlegging van communautaire voorschriften, beschikken de nationale rechterlijke instanties over het mechanisme van artikel*177 EEG-Verdrag .
54 . Zoals het Hof heeft erkend in de arresten van 7*februari 1979(12 ), is het overigens niet uitgesloten, dat in vele gevallen de terugvordering van de onverschuldigd aan de begunstigden betaalde bedragen onmogelijk is geworden als gevolg van een zakelijk onjuiste toepassing van het gemeenschapsrecht op grond van een te goeder trouw door de nationale autoriteiten aanvaarde interpretatie . In die omstandigheden zullen de bedragen waarvan de nationale autoriteiten ten onrechte aannamen dat zij ze mochten betalen, te hunner laste blijven, aangezien de Commissie het EOGFL geen uitgaven kan laten dragen die in strijd met de communautaire voorschriften zijn verricht .
55 . Dit bevestigt dat de nationale interventiebureaus verantwoordelijk zijn voor hun beslissing om al dan niet steun te verlenen .
56 . De onderhavige zaak heeft enkel als bijzonder kenmerk, dat de steun is toegekend onder de voorwaarde dat een bankgarantie werd gesteld, waardoor het interventiebureau voor de nationale rechter geen proces hoeft aanhangig te maken om de steun terug te vorderen . De waarborg stelde het in staat de verplichting tot terugvordering van de steun automatisch en eenvoudig na te komen, in overeenstemming met de nationale wetgeving . Maar terzelfdertijd kon zij verzoeksters in de waan brengen, dat het recht op steun afhankelijk was van een besluit van de Commissie en dat de SIDO zich hierover niet kon uitspreken alvorens dit besluit genomen was .
57 . Strikt gezien komt de redenering van verzoeksters erop neer, dat zelfs indien het nationale interventiebureau van meet af aan de toekenning van de steun had geweigerd in plaats van achteraf terugbetaling ervan te verlangen, het besluit aan de Commissie zou moeten worden toegerekend en niet aan het interventiebureau . Dit afwijzend besluit zou dan enkel onzeker of voorlopig zijn geweest en eerst definitief zijn geworden na bekrachtiging door de beschikking tot goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL .
58 . Naast het feit dat zij aanleiding zou geven tot een ontoelaatbare rechtsonzekerheid, zou een dergelijke opvatting tabula rasa maken met de eerder vermelde algemene beginselen die ten grondslag liggen aan het institutionele stelsel van de Gemeenschap .
59 . Het Hof heeft reeds verklaard(13 ), dat een beschikking van de Commissie betreffende de goedkeuring van de rekeningen van de door het EOGFL gefinancierde uitgaven louter "de vaststelling inhoudt dat de uitgaven door de nationale diensten zijn gedaan in overeenstemming met de gemeenschapsbepalingen ". In het kader van de betrekkingen met de marktdeelnemers hebben deze beschikkingen bijgevolg een declaratieve en niet een constitutieve functie, aangezien deze marktdeelnemers rechtstreeks worden geraakt door de besluiten die door de nationale interventiebureaus in de uitoefening van een eigen bevoegdheid worden genomen .
60 . In het algemeen is de Commissie niet bevoegd om zich rechtstreeks te mengen in de vraag, of al dan niet steun moet worden toegekend, en het is haar bijgevolg niet mogelijk de nationale instanties te verplichten concrete individuele maatregelen te nemen .
61 . Het Hof heeft dit erkend in de arresten Sucrimex(14 ) en Interagra(15 inzake gelijkaardige gevallen van steun bij uitvoer .
62 . In de zaak die werd beslist door het arrest Krohn(16 ), lag het probleem anders : daar verleende het gemeenschapsrecht aan de Commissie niet louter de mogelijkheid om een advies uit te brengen, maar de bevoegdheid om de nationale instanties een bepaalde beslissing voor te schrijven . Aangezien de Commissie van deze bevoegheid had gebruik gemaakt om het nationaal interventiebureau aan te geven, welk besluit moest worden genomen, oordeelde het Hof dat het beroep tegen de beschikking van de Commissie ontvankelijk was, daar de onwettigheid waarop verzoekster zich tot staving van haar aanspraken beriep, aan de Commissie moest worden toegerekend .
63 . In casu is de steun toegekend onder voorwaarden die strijdig zijn met het gemeenschapsrecht, en is deze bovendien afhankelijk gemaakt van een niet in het gemeenschapsrecht voorziene voorwaarde - het stellen van een waarborg -, zodat de SIDO van haar beoordelingsbevoegdheid een verkeerd gebruik heeft gemaakt, en was het dit verkeerde gebruik op grond waarvan zij haar "gebonden bevoegdheid" moest uitoefenen om de terugbetaling van de steun ( of de betaling van de hiertoe gestelde waarborg ) te vorderen .
64 . Verzoeksters hadden overigens de wettigheid kunnen betwisten van de door de SIDO gestelde eis, dat als voorwaarde voor de toekenning van de steun een waarborg diende te worden gesteld .
65 . Zij hebben dit niet gedaan en gaven er de voorkeur aan deze voorwaarde te aanvaarden in plaats van het risico te lopen dat de gevraagde steun zou worden geweigerd .
66 . Gelet op het voorafgaande, kan ik de in artikel*173, tweede alinea, EEG-Verdrag bedoelde voorwaarden niet als vervuld beschouwen, en moet ik bijgevolg concluderen dat de beroepen op dit onderdeel niet-ontvankelijk zijn .
III - De beroepen tot schadevergoeding
67 . "Het is vaste rechtspraak van het Hof, dat het beroep tot schadevergoeding, bedoeld in de artikelen*178 en 215, tweede alinea, EEG-Verdrag een zelfstandig rechtsmiddel is met een eigen functie in het stelsel der beroepsmogelijkheden en dat de aanwending ervan afhankelijk is van voorwaarden die aan het bijzondere doel ervan beantwoorden ". ( 17 )
68 . Het beoogt evenwel niet, "het Hof van Justitie in staat te stellen de geldigheid te onderzoeken van beschikkingen van nationale organen die zijn belast met de toepassing van bepaalde maatregelen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, of de financiële gevolgen te beoordelen die uit de eventuele ongeldigheid van deze beschikkingen voortvloeien".(18 )
69 . Het is namelijk ook vaste rechtspraak, dat "ingevolge artikel*178 juncto artikel*215, tweede alinea, EEG-Verdrag het Hof slechts bevoegd is met betrekking tot vergoeding van schade die is veroorzaakt door de gemeenschapsinstellingen of door ambtenaren van de instellingen in de uitoefening van hun functie, dat wil zeggen de schade die kan leiden tot niet-contractuele aansprakelijkheid van de Gemeenschap . Voor schade echter die door nationale instanties is veroorzaakt, kunnen slechts deze instanties aansprakelijk zijn en is enkel de nationale rechter bevoegd om voor vergoeding ervan te zorgen".(19 )
70 . In het onderhavige geval, is de terugvordering van de aan CNTA toegekende steun evenwel niet toe te schrijven aan de Commissie maar aan de SIDO, die in dit verband niet aan instructies van de Commissie was gebonden, maar uitsluitend was onderworpen aan de verplichting om de uitvoering van de gemeenschapsregeling te verzekeren .
71 . Indien de beweerde schade op enigerlei wijze het gevolg is van onwettigheid, is het Franse interventiebureau hiervoor verantwoordelijk en niet de Commissie .
72 . De krachtens de artikelen 178 en 215, tweede alinea, EEG-Verdrag ingestelde beroepen tot schadevergoeding moeten bijgevolg niet-ontvankelijk worden geacht, aangezien het Hof niet bevoegd is daarvan kennis te nemen; wel bevoegd zijn de Franse rechterlijke instanties .
73 . Het beroep bij de nationale rechterlijke instanties lijkt de belanghebbenden in casu overigens een doeltreffende bescherming te bieden, aangezien zij tot vergoeding van de gestelde schade zou kunnen leiden . Zo wordt ook voldaan aan de door het Hof gestelde bijkomende voorwaarde van de verplichte uitputting van de nationale rechtsmiddelen, die het mogelijk maakt het beroep tot schadevergoeding te integreren in "het gehele stelsel van de rechtsbescherming van particulieren".(20 )
IV - Het verzoek tot nietigverklaring van verordening nr.*1204/72
74 . Subsidiair vorderen verzoeksters nog nietigverklaring van verordening nr.*1204/72, aangezien zij de hierin vervatte sanctie voor het louter niet-inachtnemen van een termijn, namelijk het verlies van de steun, in strijd achten met het evenredigheidsbeginsel .
75 . Het is duidelijk dat indien een dergelijke vordering tot nietigverklaring zou worden ingediend bij wege van een rechtstreeks beroep krachtens artikel*173, zij niet-ontvankelijk zou zijn .
76 . In het antwoord op de exceptie van niet-ontvankelijkheid hebben verzoeksters evenwel verduidelijkt, dat hun vordering tot nietigverklaring niet werd ingediend als een rechtstreeks beroep in de zin van artikel*173, maar als een exceptie van onwettigheid op grond van artikel*184 EEG-Verdrag . Het Hof heeft in zijn rechtspraak echter reeds vastgesteld, dat "de in artikel*184 van het Verdrag geboden mogelijkheid, de niet-toepasselijkheid van een verordening in te roepen, geen autonoom vorderingsrecht vormt en slechts bij wege van incident kan worden benut . Bij ontbreken van een primair recht van beroep kunnen verzoekers zich niet op artikel*184 beroepen".(21 )
77 . Aangezien ik heb geconcludeerd dat het rechtstreeks beroep tot nietigverklaring van de beschikking betreffende de goedkeuring van de rekeningen niet-ontvankelijk is, moet hetzelfde gelden voor de exceptie van onwettigheid die wordt opgeworpen tegen verordening nr.*1204/72 . Anders zou het door artikel*184 beoogde effect, te verzekeren dat degenen die volgens artikel*173, lid*2, geen rechtstreeks beroep kunnen instellen, de wettigheid van normatieve handelingen kunnen laten toetsen via de ter uitvoering daarvan vastgestelde individuele beschikkingen, niet worden verwezenlijkt(22 ), doch zou dit daarentegen tot ongewild gevolg hebben, dat de deur wordt opengezet om de handelingen van de instellingen op hun wettigheid te toetsen, zonder de voorwaarden ten gronde en de termijnen van hetzelfde artikel*173 in acht te nemen .
78 . Ter terechtzitting heeft de Commissie - weliswaar met enige aarzeling - nog gesteld, dat de vordering tot nietigverklaring van verordening nr.*1204/72 niet-ontvankelijk zou kunnen zijn op grond van artikel*42, paragraaf*2, van het Reglement voor de procesvoering, aangezien het in het verzoekschrift op artikel*173 was gebaseerd en artikel*184 pas werd aangevoerd in het antwoord op de exceptie van niet-ontvankelijkheid . Dit lijkt mij evenwel niet het geval te zijn . Verzoeksters hebben zich enkel op artikel 173 gebaseerd voor het beroep tot nietigverklaring van beschikking*85/456 . Met betrekking tot het beroep tot nietigverklaring van verordening nr.*1204/72 wordt in het beroepschrift de juridische grondslag niet vermeld . Is dit wel het geval, dan denk ik niet, dat een nieuw middel is aangevoerd . Reeds bij de instelling van het beroep was het aangevoerde middel de onwettigheid van de verordening . In het antwoord op de exceptie van niet-ontvankelijkheid hebben verzoeksters enkel verduidelijkt, dat dit middel niet ten principale werd aangevoerd, maar bij wege van exceptie .
V - Conclusie
79 . Om deze redenen, geef ik het Hof in overweging de beroepen niet-ontvankelijk te verklaren en verzoeksters overeenkomstig artikel*69, paragraaf*2, van het Reglement voor de procesvoering in de kosten te verwijzen .
(*) Vertaald uit het Portugees .
( 1 ) PB 1985, L 267, blz.*24 .
( 2 ) PB 1972, L 133, blz.*1 .
( 3 ) PB 1966, nr . 172, blz . 3015 .
( 4 ) PB 1971, L 222, blz . 2 .
( 5 ) PB 1970, L 94, blz.*13 .
( 6 ) *Arrest van 21 september 1983, gevoegde zaken 205 tot en met 215/82, Deutsche Milchkontor, Jurispr.*1983, blz.*2633, r.o . 17 .
( 7 ) *Zie voornoemd arrest Deutsche Milchkontor, r.o.*22 .
( 8 ) *Voornoemd arrest, r.o . 23 .
( 9)*Voornoemd arrest, r.o.*19; zie ook de daar genoemde rechtspraak .
( 10 ) Voornoemd arrest, r.o . 20 .
( 11 ) Voornoemd arrest, r.o . 36 .
( 12 ) Zaak 11/76, Nederland/Commissie, Jurispr . 1979, blz.*245, r.o.*8; arrest*18/76, Bondsrepubliek Duitsland/Commissie, Jurispr.*1979, blz.*343, r.o.*6 .
( 13 ) Arrest van 14 januari 1981, zaak 819/79, Bondsrepubliek Duitsland/Commissie, Jurispr.*1981, blz.*21, r.o.*8 .
( 14)*Arrest van 27 maart 1980, zaak 133/79, Sucrimex, Jurispr.*1980, blz.*1299, r.o . 16 .
( 15)*Arrest van 10 juni 1982, zaak 217/81, Interagra, Jurispr.*1982, blz.*2233, r.o.*8 .
( 16 ) Arrest van 26 februari 1986, zaak 175/84, Jurispr.*1986, blz . 753, r.o . 21 tot en met 23 .
( 17 ) Voornoemd arrest Krohn, r.o . 26 .
( 18)*Arrest van 12 december 1979, zaak 12/79, Hans-Otto Wagner, Jurispr.*1979, blz.*3657, r.o . 10; voornoemd arrest Interagra, blz . 2248, r.o . 9 .
( 19 ) Voornoemd arrest Krohn, r.o . 18 .
( 20)*Voornoemd arrest Krohn, r.o.*27 . De verwijzing door verzoekster ter terechtzitting naar het arrest van 17 december 1981 ( zaak 197/80, Walzmuehle, Jurispr.*1981, blz.*3211 ) is niet relevant, aangezien er in verband met de bijzondere situatie van partijen er op nationaal vlak geen enkele mogelijkheid tot beroep bestond .
( 21)*Arrest van 16 juli 1981, zaak 33/80, Albini, Jurispr.*1981, blz.*2141, r.o.*17 .
( 22)*Arrest van 6 maart 1979, zaak 92/78, Simmenthal, Jurispr.*1979, blz.*777 .
Full & Egal Universal Law Academy