Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
A - De feiten
1 . In de onderhavige prejudiciële procedure gaat het om de wijze van verrekening van produktierestituties met restituties bij uitvoer, wanneer de restituties bij uitvoer vooraf zijn vastgesteld en het bedrag van de produktierestitutie in de periode tussen de vaststelling vooraf en de daadwerkelijke uitvoer is gewijzigd .
2 . Verzoeksters in hoofdgeding houden zich bezig met de invoer en uitvoer van onder een gemeenschappelijke marktordening vallende produkten . In dat kader voerden zij mais in uit de Verenigde Staten en verwerkten deze tot verscheidene produkten, inzonderheid sorbitol, die dan naar derde landen werden uitgevoerd .
3 . In augustus en september 1980 exporteerden verzoeksters sorbitol van de posten 29.04*C en 38.19*T van het gemeenschappelijk douanetarief ( GDT ) naar verscheidene derde landen . Voor de gebruikte grondstof -*mais voor de vervaardiging van zetmeel van post*10.05*B van het GDT *- hadden zij de Bundesanstalt fuer landwirtschaftliche Marktordnung om vaststelling vooraf gevraagd van het op 30*juli 1980 geldende bedrag van de restitutie .
4 . Naderhand verzochten zij het Hauptzollamt Hamburg-Jonas, verweerder in het hoofdgeding, om toekenning van uitvoerrestituties op de voet van het op 30*juli 1980 geldende bedrag . Deze bracht bij de berekening van de uitvoerrestituties onder meer de op 30*juli 1980 geldende produktierestitutie van 2,055*ecu/100*kg in mindering .
5 . Verzoeksters betwisten het bedrag van deze aftrek . Zij zijn van mening, dat moest worden uitgegaan van de produktierestitutievoet van de maanden augustus en september, waarin de uitvoer feitelijk heeft plaatsgevonden . De restitutie bedroeg toen slechts 1,723*ecu/100*kg .
6 . Na een vruchteloze bezwaarprocedure gingen verzoeksters in beroep bij het Finanzgericht Hamburg, maar werden afgewezen .
7 . In het "Revision"-beroep heeft het Bundesfinanzhof het Hof krachtens artikel*177 EEG-Verdrag verzocht om een prejudiciële beslissing over de vraag, of bij de berekening van de restitutie bij uitvoer van in augustus en september*1980 vervaardigde en vervolgens naar derde landen uitgevoerde sorbitol de in de maand van uitvoer geldende produktierestitutievoet ook dan in aanmerking moet worden genomen, wanneer de op 30*juli 1980 geldende uitvoerrestitutievoet vooraf is vastgesteld .
8 . Verzoeksters en de Commissie hebben opmerkingen ingediend . Zij zijn het in wezen erover eens, dat de prejudiciële vraag bevestigend moet worden beantwoord . Dit wordt door verzoeksters zonder voorbehoud verdedigd; volgens de Commissie mag de in de uitvoermaand geldende produktierestitutievoet slechts worden toegepast, wanneer wordt aangetoond dat voor de betrokken produkten daadwerkelijk slechts de lagere produktierestitutie is toegekend .
9 . Voor de bewoordingen en de motivering van de prejudiciële vraag en voor de opmerkingen van partijen verwijs ik naar het rapport ter terechtzitting .
B - Stellingname
1 )* Het stelsel van de restitutie bij uitvoer in het algemeen
10 . Artikel 16 van verordening nr.*2727/75 van de Raad van 29*oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen ( 1 ), bepaalt in het kader van de regeling van het handelsverkeer met derde landen, dat restituties bij uitvoer kunnen worden verleend ten einde de uitvoer van de betrokken landbouwprodukten naar derde landen mogelijk te maken . Voor de in bijlage*B bij deze verordening genoemde sorbitol van de posten*29.04*C en 38.19*T van het GDT moesten de restituties bij uitvoer voor de betrokken periode ( 1*augustus tot 30*september 1980 ) worden vastgesteld overeenkomstig verordening nr.*2682/72 van de Raad van 12*december 1972 tot vaststelling van de algemene regels aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag betreffende bepaalde landbouwprodukten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage*II van het Verdrag vallen.(2 ) Artikel*4, lid*3, van deze laatste verordening bepaalt, dat in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de restituties bij de produktie, de steunmaatregelen of andere maatregelen van gelijke werking, die voor de basisprodukten of de daarmede gelijkgestelde produkten worden toegepast . Volgens artikel*5, lid*1, wordt de restitutievoet toegepast die geldt op de dag van uitvoer van de goederen; het tweede lid van dat artikel voorziet evenwel in een stelsel van vaststelling vooraf van de restitutievoet alsmede in aanpassingen en correcties ervan .
11 . Bij de verordeningen nrs.*1681/80 van 27*juni 1980 ( 3 ), 2050/80 van 31*juli 1980 ( 4 ) en 2282/80 van 29*augustus 1980 ( 5 ) had de Commissie de voor de maanden juli, augustus en september*1980 geldende restituties voor bepaalde produkten van de sector granen en de sector rijst, uitgevoerd in de vorm van niet in bijlage*II bij het Verdrag vermelde goederen, voor mais vastgesteld op respectievelijk 9,798*ecu, 8,575*ecu en 7,262*ecu/100*kg . Volgens de voetnoten in die verordeningen moesten die bedragen worden verminderd met de produktierestitutie van respectievelijk 2,055*ecu, 1,723*ecu en nogmaals 1,723*ecu/100*kg . Derhalve bedroeg de bij toepassing van artikel*4, lid*3, van verordening nr.*2682/72 in feite bij de uitvoer nog te betalen restitutie in juli 7,743*ecu, in augustus 6,852*ecu en in september 5,539*ecu/100*kg mais .
2)*De toepassing van verordening nr.*1681/80
12 . Het bijzondere van de onderhavige zaak is de omstandigheid dat het tijdstip voor de vaststelling vooraf van de uitvoerrestitutie ( 30*juli 1980 ) en het tijdstip van uitvoer ( augustus en september*1980 ) verschillen en dat in tussentijd de restitutie bij de produktie en de uitvoerrestitutie waren gewijzigd . Vaststaat dat dit geval in verordening nr.*1681/80 van de Commissie niet geregeld is .
13 . Verordening nr.*1681/80 stelt louter de voor de maand juli*1980 geldende restitutievoeten vast . Zij geeft niet aan, welke restitutievoet moet worden toegepast wanneer de feiten die tot de toekenning van enerzijds uitvoerrestituties en anderzijds produktierestituties aanleiding geven, zich in verschillende maanden voordoen .
14 . Het is niet aannemelijk dat de verordening het geval van vaststelling vooraf van de uitvoerrestitutie althans stilzwijgend mede heeft geregeld, want zelfs de Commissie geeft toe, dat bij de vaststelling van de verordening niet aan het geval van voorfixatie van de uitvoerrestitutie is gedacht .
15 . Verordening nr.*1681/80 is dus niet van toepassing in geval van vaststelling vooraf van de restitutie bij uitvoer . Blijft dus nog te onderzoeken, of een oplossing kan worden gevonden in de algemene regels voor de toekenning van uitvoerrestituties .
3)*De toepasselijkheid van de algemene regels voor de toekenning van uitvoerrestituties
16 . Artikel*4, lid*3, van verordening nr.*2682/72 van de Raad bepaalt, dat bij de vaststelling van het bedrag van de uitvoerrestitutie onder meer rekening moet worden gehouden met de produktierestitutie . De in aanmerking te nemen restitutievoet is volgens artikel*5, lid*1, die welke geldt op de dag van uitvoer van de goederen, maar vaststelling vooraf is mogelijk krachtens het tweede lid .
17 . Men zou uit deze bepalingen kunnen afleiden, dat bij vaststelling vooraf van de restitutie op dat moment niet enkel de algemene uitvoerrestitutievoet in de zin van artikel*4, lid*2, wordt vastgesteld, maar tevens de op datzelfde tijdstip geldende produktierestitutievoet, dus de restitutie als bedoeld in artikel*4, lid*3 . Daarmee zou de toepassing van de artikelen*4 en 5 van verordening nr.*2682/72 tot hetzelfde resultaat leiden als toepassing van de -*in casu rechtstreeks niet toepasselijke *- verordening nr.*1681/80 van de Commissie .
18 . a)*Verzoeksters zijn het met deze uitlegging van verordening nr.*2682/72 niet eens; naar hun mening wordt bij voorfixatie van de restitutie alleen de uitvoerrestitutievoet vastgelegd, maar niet de produktierestitutievoet .
19 . De Commissie daarentegen lijkt ervan uit te gaan, dat bij de voorfixatie in één keer zowel de uitvoerrestitutie als de produktierestitutie wordt vastgelegd, want zij wijst enkel op de mogelijkheid om via artikel*5, lid*2, vijfde alinea, van verordening nr.*2682/72 rekening te houden met wijzigingen in de produktierestitutievoet .
20 . b)*In beginsel is er niets in te brengen tegen de idee, dat bij vaststelling vooraf van de restitutievoet alle elementen komen vast te staan waarvoor de mogelijkheid van aanpassing of correctie niet uitdrukkelijk is voorzien . Een dergelijke uitlegging zou in overeenstemming zijn met het doel van de voorfixatie, namelijk de handel in staat stellen, al enige tijd vóór de uitvoer de uitvoerrestitutie als vaststaand element in hun prijscalculatie op te nemen . Daarmee wordt de handel de mogelijkheid geboden hun prijscalculatie te maken op basis van vaste, ofschoon niet noodzakelijk de gunstigste voorwaarden, waarvan hij gebruik kan maken of niet .
21 . Op grond reeds van de tekst van verordening nr.*2682/72, die geen uitsluitsel geeft over de juiste betekenis van het begrip "restitutievoet", lijkt deze uitlegging evenwel vatbaar voor twijfel .
22 . Terwijl het in artikel*4, lid*2, van de verordening om de brutorestitutievoet bij uitvoer gaat, heeft artikel*4, lid*3, betrekking op de restitutievoet na aftrek van de produktierestitutie en de andere steunmaatregelen . Welke van deze beide restitutievoeten bedoeld is in artikel*5, lid*2, dat de vaststelling vooraf van de restitutie regelt, valt uit de verordening evenwel niet op te maken .
23 . Daar zulke onduidelijkheden in de formulering van een rechtsnorm de marktdeelnemer die zich op de norm beroept, niet mogen benadelen, zou men geneigd kunnen zijn aan te nemen, dat het bij het in artikel*5, lid*2, van verordening nr.*2682/72 gebezigde begrip "restitutievoet" gaat om de bruto-uitvoerrestitutievoet van artikel*4, lid*2, waarbij nog geen rekening is gehouden met een eventuele produktierestitutie .
24 . Voor deze oplossing pleit vooral het feit dat de Commissie bij artikel*6 van verordening nr.*1009/86 van de Raad van 25*maart 1986 tot vaststelling van de algemene voorschriften inzake de restituties bij de produktie in de sectoren granen en rijst ( 6 ), voor het eerst werd gemachtigd om volgens de procedure van artikel*26 van verordening nr.*2727/75 ( de procedure voor het Comité van beheer ) uitvoeringsbepalingen vast te stellen met betrekking tot de mogelijkheid van vaststelling vooraf van produktierestituties . Deze mogelijkheid kwam naast die van artikel*5, lid*2, van verordening nr.*3035/80 van de Raad van 11*november 1980 ( 7 ) ( die in de plaats is gekomen van verordening nr.*2682/72 ) betreffende de vaststelling vooraf van uitvoerrestituties, en men kan het daarom eens zijn met verzoeksters, dat het communautaire stelsel van vaststelling vooraf in 1980 uitsluitend gold voor restitutie bij uitvoer in de zin van artikel*4, lid*2, van verordening nr.*2682/72, en niet voor de produktierestitutie noch de aangepaste restitutie van artikel*4, lid*3, van deze verordening .
25 . Een aparte regeling voor de vaststelling vooraf van produktierestituties zou namelijk overbodig zijn geweest, indien deze reeds in de algemene regeling van de vaststelling vooraf van de uitvoerrestituties begrepen was .
4)*Het voor de vaststelling van de produktierestitutie relevante tijdstip
26 . Aangezien de vaststelling vooraf van de restitutie bij uitvoer dus niet de vaststelling vooraf inhoudt van de produktierestitutie, moet worden onderzocht welke produktierestitutievoet in aanmerking moet worden genomen voor de vermindering van de restitutie bij uitvoer .
27 . a)*Met een beroep op artikel*3, lid*1, sub*b, van verordening nr.*2730/79 van de Commissie van 29*november 1979 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwprodukten ( 8 ), verdedigen verzoeksters de stelling, dat de op de dag van uitvoer geldende produktierestitutievoet relevant is . Bevestiging hiervoor vinden zij in artikel*4, lid*3, van verordening nr.*2682/72, volgens hetwelk bij de vaststelling van het bedrag van de restitutie rekening wordt gehouden met de restituties bij de produktie die in de betrokken sector in alle Lid-Staten worden toegepast . In dezelfde zin pleit volgens hen ook artikel*5, lid*2, vijfde alinea, eerste en tweede zin, van verordening nr.*2682/72, daar de vermindering van de produktierestitutievoet een maatregel is die de ter zake bestaande bepalingen wijzigt en zodoende aanleiding geeft tot aanpassing van de restitutievoet .
28 . Ook de Commissie sluit niet uit, dat artikel*5, lid*2, vijfde alinea, van verordening nr.*2682/72 wordt toegepast om rekening te houden met het verschil tussen de respectieve produktierestitutievoeten . Aanpassing overeenkomstig de tweede zin van deze bepaling zou mogelijk zijn indien verzoeksters het bewijs leveren dat zij voor de uitgevoerde hoeveelheden werkelijk een hogere prijs hebben betaald, omdat zij de in juli*1980 geldende produktierestitutie niet hebben ontvangen .
29 . b)*In de eerste plaats wijs ik erop, dat het in de hier aangehangen opvatting bij de vaststelling vooraf van de restitutievoet overeenkomstig artikel*5, lid*2, van verordening nr.*2682/72 enkel gaat om de brutorestitutievoet van artikel*4, lid*2, van genoemde verordening .
30 . Wat de produktierestitutievoet betreft, blijft het bij de algemene regeling van artikel*4, lid*3, van de verordening en wordt dus rekening gehouden met de restituties bij de produktie die voor de basisprodukten in alle Lid-Staten worden toegepast . Op grond van deze bepaling moet dus rekening worden gehouden met de "toegepaste" restituties, dat wil zeggen de restituties die de verwerkende onderneming daadwerkelijk heeft ontvangen . Daar overeenkomstig artikel*5, lid*2, van verordening nr.*1570/78 van de Commissie van 4*juli 1978 ( 9 ) de op de dag van verwerking geldende restitutievoet moet worden toegekend, kan slechts deze daadwerkelijk betaalde produktierestitutie in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van het bedrag van de uitvoerrestitutie .
31 . Relevant voor het van de restitutie bij uitvoer af te trekken bedrag is derhalve de daadwerkelijk betaalde produktierestitutie; dit bedrag wordt noch door het tijdstip van de vaststelling vooraf, noch door het tijdstip van uitvoer der verwerkte produkten bepaald, maar door de datum van verwerking .
32 . Hiervoor pleit ook, dat het uit economisch oogpunt logisch is . Van de brutorestitutie bij uitvoer in de zin van artikel*4, lid*2, van verordening nr.*2682/72 wordt de reeds toegekende produktierestitutie afgetrokken : niet meer, maar ook niet minder . Dit beantwoordt aan het doel van artikel*4, lid*3, van genoemde verordening, namelijk cumulatie van steunmaatregelen vermijden .
33 . Een beroep op de bepalingen van artikel*5, lid*2, vijfde alinea, van verordening nr.*2682/72, die de aanpassing betreffen van de vooraf vastgestelde restitutievoet, is nochtans niet mogelijk . Aangezien de vaststelling vooraf niet tevens betrekking heeft op het bedrag van de restitutie bij de produktie, kan een wijziging van die restitutie geen grond opleveren voor aanpassing . Het is overigens zeer twijfelachtig, of de bepalingen van die alinea wel van toepassing zijn, aangezien zij betrekking heeft op maatregelen tot wijziging van de prijs van het basisprodukt . Hoewel de restitutie bij de produktie, een verwerkingssteun dus, tevens een kostenelement is, betreft dit element nochtans niet de prijs van het basisprodukt, maar die van het verwerkte produkt . Een wijziging van het bedrag van de produktierestitutie kan bijgevolg niet de toepassing rechtvaardigen van artikel*5, lid*2, vijfde alinea, van verordening nr.*2682/72 .
C - Conclusie
34 . Mitsdien geef ik het Hof in overweging de prejudiciële vraag van het Bundesfinanzhof te beantwoorden als volgt :
35 . "Bij de berekening van de uitvoerrestitutievoet voor in augustus/september*1980 in het douanegebied van de Gemeenschap uit mais van post*10.05 B van het GDT vervaardigde en vervolgens naar derde landen uitgevoerde sorbitol van de posten*29.04*C en 38.19*T van het GDT moest ook dan rekening worden gehouden met de op het tijdstip van verwerking geldende produktierestitutievoet, wanneer de op 30*juli 1980 geldende uitvoerrestitutievoet vooraf was vastgesteld ."
(*)* Vertaald uit het Duits .
( 1 ) PB 1975, L 281, blz . 1 .
( 2 ) PB 1972, L 289, blz . 13 .
( 3 ) PB 1980, L 166, blz . 41 .
( 4 ) PB 1980, L 200, blz . 37 .
( 5 ) PB 1980, L 228, blz . 38 .
( 6 ) PB 1986, L 94, blz . 6 .
( 7 ) PB 1980, L 323, blz . 27 .
( 8 ) PB 1979, L 317, blz . 1 .
( 9)*Verordening nr.*1570/78 van de Commissie van 4*juli*1978 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening ( EEG ) nr.*2742/75 met betrekking tot de restituties bij de produktie voor zetmeelhoudende produkten en intrekking van verordening ( EEG ) nr.*2026/75 ( PB*1978, L*185, blz.*22 ).
Full & Egal Universal Law Academy