Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . Het onderhavige beroep heeft hoofdzakelijk betrekking op de toekenning van aanvullende referentiecijfers in geval van concentratie van ondernemingen in het kader van beschikking nr . 3485/85/EGKS . ( 1 ) Het Hof moet echter eerst de exceptie van niet-ontvankelijkheid onderzoeken, die de Commissie wegens te late indiening van het beroep van Dillinger heeft opgeworpen .
Ontvankelijkheid
2 . Artikel 33, derde alinea, EGKS-Verdrag bepaalt, zoals bekend, dat het beroep tot nietigverklaring moet worden ingesteld binnen een termijn van een maand te rekenen van de dag van kennisgeving of van openbaarmaking van de handeling .
3 . Verzoekster stelt dat zij door een brief van Eurofer van 14 mei 1986 - waarvan zij pas later kennis zou hebben gekregen - op de hoogte werd gebracht van het feit, dat aan British Steel Corporation ( BSC ), naar aanleiding van de concentratie met Alpha Steel, op grond van artikel 13 van beschikking nr . 3485/85/EGKS bijzondere referentiecijfers waren toegekend . Verder stuurde de Commissie op 27 mei 1986 aan de Wirtschaftsvereinigung Eisen - und Stahlindustrie een stuk, waarin de voor het tweede kwartaal van 1986 vastgestelde referentiecijfers vermeld stonden . Volgens verzoekster bleek uit een vergelijking tussen de lijsten met betrekking tot het eerste respectievelijk tweede kwartaal, dat de referentiecijfers van BSC waren toegenomen .
4 . Kan op grond het bovenstaande worden aangenomen, dat de beroepstermijn is ingegaan, ook al heeft geen kennisgeving of openbaarmaking plaatsgevonden? Ik wijs erop, dat het Hof in zijn arrest Koenecke ( 2 ), gewezen in het kader van het EEG-Verdrag, niet heeft uitgesloten dat de beroepstermijn ook kan beginnen te lopen naar aanleiding van andere omstandigheden dan genoemde kennisgeving of openbaarmaking . In het betrokken geval overwoog het Hof echter, dat de tot verzoekster gerichte "mededeling" geen gegevens bevatte die haar "in staat stelden de aard der genomen beslissing te achterhalen of haar uitsluitsel gaven omtrent de inhoud der beschikking, zodat zij met vrucht van haar beroepsrecht gebruik kon maken ."
5 . In de onderhavige zaak bleek uit de gegevens waarover verzoekster beschikte weliswaar, dat aan BSC aanvullende quota waren toegekend, maar die gegevens stelden verzoekster niet in staat - de enkele verwijzing naar artikel 13 van de algemene beschikking daargelaten -, te achterhalen wat hiervoor de reden was . Met andere woorden : enkel visum en dictum waren bekend, niet de motivering . Het Hof oordeelde reeds in zijn arrest Tezi, dat een mededeling van de Commissie ingevolge artikel 115 EEG-Verdrag, die slechts een samenvatting van de artikelen van de omstreden beschikking bevatte, de verzoekende onderneming niet in staat had gesteld, "kennis te nemen van de inhoud van de beschikking, met name van de motivering ervan ". ( 3 )
6 . Volgens de niet weersproken mededeling van verzoekster, had Eurofer de Commissie bij schrijven van 2 juni 1986 verzocht om nadere gegevens over het "geval BSC ". Verweerster zou hebben geweigerd, de tekst van de beschikking over te leggen, en enkel hebben verwezen naar artikel 13, sub 4, en naar de tweede alinea van de achtste overweging van de algemene beschikking . Onder verwijzing naar het door Sacilor en Unisor ( 4 ) ingestelde beroep, zou de Commissie eveneens hebben geweigerd, nadere tekst en uitleg te geven .
7 . Met name met het oog op de benutting van de beroepsmogelijkheden, is de motivering van een handeling een dermate essentieel vereiste, dat men niet ervan kan uitgaan dat een justitiabele die niet van die motivering kennis heeft kunnen nemen, voldoende op de hoogte is van de exacte inhoud van de handeling . In dit verband zij herinnerd aan de bewoordingen van het arrest Bondsrepubliek Duitsland tegen Commissie ( 5 ), waarin het Hof verklaarde dat de in artikel 150 EEG-Verdrag neergelegde motiveringsplicht
"ten doel heeft partijen in staat te stellen voor hun rechten op te komen, het Hof in staat te stellen zijn taak uit te oefenen en de Lid-Staten en hun eventueel belanghebbende onderdanen in staat te stellen na te gaan, op welke wijze de Commissie het Verdrag heeft toegepast ."
8 . Nu de informatie waarover verzoekster in het onderhavige geval beschikte, verre van volledig was, kon de beroepstermijn niet geacht worden te zijn ingegaan . De beschikking was in casu stellig op zijn minst genomen zeer beknopt gemotiveerd, maar het zou paradoxaal zijn, deze omstandigheid tegen verzoekster aan te voeren . Dan zou immers de beroepstermijn wel verlopen in geval van een "kort en bondige" motivering, terwijl een uitvoeriger motivering de mogelijkheid om in rechte op te treden, intact zou laten .
9 . Ik geef daarom in overweging, de exceptie van niet-ontvankelijkheid te verwerpen .
Ten gronde
10 . Als eerste middel voert verzoekster aan, dat artikel 13 van beschikking nr . 3485/85/EGKS geen geldige rechtsgrondslag is voor de toekenning van aanvullende referentiecijfers .
11 . Om te beginnen kan ik verzoeksters argument, dat artikel 13, sub 4, enkel betrekking heeft op de gevallen bedoeld sub 2 en 3 van dit artikel, niet onderschrijven . De tweede alinea van de achtste overweging van beschikking nr . 3485/85/EGKS neemt in dit verband iedere mogelijke onduidelijkheid weg door te bepalen :
"Deze mogelijkheid (( de nodige aanpassingen )) moet worden uitgebreid tot concentraties, vooral wanneer deze leiden tot de sluiting van warmwalserijen die een uitzonderlijke bijdrage tot de vermindering van de capaciteiten oplevert ."
12 . In het kader van de "eventueel nodige aanpassingen" bedoeld in artikel 13, sub 4, moeten de referentiecijfers die voortvloeien uit de in artikel 13, sub 1, voorziene berekeningwijze, kunnen worden aangepast, gewijzigd en, in voorkomend geval, verhoogd . De draagwijdte van de aldus aan de Commissie toegekende bevoegdheid moet echter nog nader worden bepaald .
13 . Het streven naar vermindering van de overtolllige produktiecapaciteiten kan een al te ruime uitlegging van die bevoegdheid van de Commissie niet rechtvaardigen; hierdoor zouden immers de bepalingen waarin de referentiecijfers van de ondernemingen worden vastgesteld aan nauwkeurigheid inboeten . Objectieve, van te voren vastgestelde regels verdienen dan ook de voorkeur en de mogelijkheden om van die regels af te wijken moeten, hoe dan ook, binnen de perken worden gehouden . In dit verband is het al dan niet "nodig" zijn van de aanpassingen de juiste maatstaf . Op deze wijze wordt, anders gezegd, het evenredigheidsbeginsel tot uitdrukking gebracht . Men moet namelijk niet uit het oog verliezen, dat concentraties weliswaar een vermindering van de overtollige produktiecapaciteiten tot gevolg hebben, maar dat de toekenning van aanvullende referentiecijfers opnieuw tot een situatie leidt waarin het aanbod van de betrokken produkten de vraag overtreft .
14 . Ik stel voor, de gewraakte beschikking te toetsen aan de hierboven gemaakte opmerkingen .
15 . Dillinger betoogt, dat de concentratie BSC een aanzienlijk economisch voordeel heeft opgeleverd, alleen al doordat zij daarmee de referentiecijfers van Alpha Steel in categorie Ia verwierf . Die concentratie, aldus Dillinger, bestond overigens in de overname van een niet-rendabele produktie-eenheid, die feitelijk al sinds 1984 buiten bedrijf was, en kon de toekenning van aanvullende referentiecijfers derhalve niet rechtvaardigen . In dit verband wil ik al meteen opmerken, dat verzoekster haar beweringen over de sluitingsdatum van de fabriek te Newport niet met bewijsmateriaal heeft gestaafd, terwijl de Commissie bij de processtukken een onderzoeksrapport heeft overgelegd, waaruit blijkt dat de betrokken installaties nog tot eind 1985 in bedrijf zijn geweest .
16 . Gelet op de zeer aanzienlijke vermindering van de produktiecapaciteiten die de concentratie in casu heeft teweeggebracht - de communautaire overcapaciteit in de sector warmgewalst breedband is met ongeveer 15 % omlaag gegaan -, geloof ik dat de toekenning van aanvullende referentiecijfers zich in beginsel verdraagt met de bewoordingen van artikel 13, sub 4, gelezen in samenhang met de tweede alinea van de achtste overweging .
17 . In casu heeft de Commissie BSC echter aanvullende referentiecijfers toegestaan in de categorieën Ib, Ic en II, terwijl Alpha Steel geen produkten van deze categorieën vervaardigde . Bovendien zijn deze referentiecijfers op zich al hoger dan die waarover Alpha Steel in categorie Ia beschikte . Een snelle rekensom laat zien, dat de referentiecijfers van BSC in de betrokken categorieën aldus met 12 % zijn verhoogd, zowel voor de produktie als voor de levering .
18 . Laat ik er geen doekjes om winden : zowel op grond van de opzet van de algemene beschikking als vanwege de hierboven aangehaalde beginselen, betwijfel ik ten zeerste, of die verhogingen wel rechtmatig zijn .
19 . De algemene beschikking sluit mijns inziens de door de Commissie voorgestelde oplossing uit . In de eerste plaats valt moeilijk te verdedigen, dat de aanpassingen bedoeld in artikel 13, sub 4, in beginsel betrekking kunnen hebben op andere produkten dan die waarvoor de in artikel 13, sub 1, genoemde referentiecijfers gelden, dat wil zeggen de produkten die bij de concentratie betrokken waren . In de tweede plaats spreekt uit artikel 15, lid 3, van de algemene beschikking, dat weliswaar betrekking heeft op sluitingen, een zeer duidelijk voorbehoud ten aanzien van de mogelijkheid om referentiecijfers van de ene naar de andere categorie over te dragen .
20 . Let wel : ik wil beslist niet ontkennen, dat concentraties zeer ingewikkelde operaties zijn en dat dan ook alle daarmee samenhangende industriële, economische en sociale aspecten in ogenschouw moeten worden genomen .
21 . De Commissie voert nu wel aan dat, zo alle aanvullende referentiecijfers in categorie Ia waren toegekend, de marktverhoudingen in deze sector zouden zijn verstoord . Ik wil hier echter aan toevoegen, dat een dergelijk risico het geenszins absoluut noodzakelijk maakte, dan maar op grote schaal aanvullende referentiecijfers in de categorieën Ib, Ic en II toe te kennen .
22 . Dan gaat men er immers van uit, dat het in beginsel gerechtvaardigd is om aanvullende referentiecijfers toe te kennen in categorieën die niets met de concentratie van doen hebben gehad . Zoals gezegd, moet dat nu juist nog worden aangetoond . Hoe dan ook, de royale toekenning van referentiecijfers voor categorieën produkten die niet door Alpha Steel werden vervaardigd, doet bij mij ten zeerste de vraag rijzen, of de gewraakte beschikking wel strookt met het evenredigheidsbeginsel . Ik geef het Hof dan ook in overweging, haar nietig te verklaren .
23 . Met haar tweede middel voert verzoekster aan, dat de uitlegging van de Commissie niet de vereiste instemming van de Raad heeft gekregen .
24 . Er heeft zich een uitvoerige discussie ontsponnen over de omstandigheden waaronder de Commissie artikel 13, sub 4, zou hebben vastgesteld, nadat de Raad zijn goedkeuring had onthouden aan een artikel 14 B, waarvan de tekst overigens niet is overgelegd . Waar het onderhavige beroep is gericht tegen de individuele beschikking van 16 maart 1986, betwijfel ik ten zeerste of dit tweede middel en het te dien aanzien gevoerde debat wel relevant zijn .
25 . Het staat immers buiten kijf, dat individuele beschikkingen onder de verantwoordelijkheid van de Commissie vallen . Er behoeft hier niet uitvoerig te worden ingegaan op de vraag, hoe het Verdrag de bevoegdheden inzake quota tussen Raad en Commissie heeft verdeeld . Ik kan volstaan met het citeren van advocaat-generaal Mischo ( 6 ) die, na bestudering van 's Hofs rechtspraak ter zake, concludeerde dat
"de Raad slechts met de wezenlijke bestanddelen van de regeling moet instemmen en ... de Commissie ... gerechtigd is, alle onderdelen ervan te regelen ."
Gelet op deze bevoegdheidsverdeling kan men dus niet staande houden, dat voor een individuele beschikking de instemming van de Raad is vereist . ( 7 ) Overeenkomstig het grondbeginsel van de rangorde van de rechtsnormen, moet de Commissie bij de vaststelling van individuele beschikkingen de algemene voorschriften in acht nemen . Het zijn enkel en alleen deze laatste voorschriften, voor zover zij althans de "basis" van het quotastelsel vormen, die de instemming van de Raad behoeven . Daarom stel ik voor, dit tweede middel te verwerpen .
26 . Mocht het Hof echter van mening zijn, dat met dat middel impliciet een exceptie van onwettigheid met betrekking tot artikel 13, sub 4, is opgeworpen, dan wil ik nog het volgende opmerken . Vast staat dat een ontwerp-artikel 14 B, dat voorzag in de mogelijkheid om in het algemeen aanvullende referentiecijfers toe te kennen, door de Raad is verworpen . Er moet echter onderscheid worden gemaakt tussen een dergelijke algemene bevoegdheid en het specifieke geval van bijkomende aanpassingen bij concentraties . Moet men er nu van uitgaan, dat de weigering van de Raad om zijn instemming te verlenen ook op laatstgenoemde mogelijkheid betrekking had? In dit verband wil ik erop wijzen, dat die mogelijkheid bij de laatste verlenging van het quotastelsel is gehandhaafd . ( 8 ) En men kan toch niet betwisten, dat de Raad met dit quotastelsel heeft ingestemd . Wat hier ook van zij, ondanks het belang dat deze bepaling op zich heeft, kan artikel 13, sub 4, niet zonder meer als een van de wezenlijke bestanddelen van de regeling worden aangemerkt . Ten slotte zij opgemerkt, dat de Commissie in feite niet méér heeft gedaan dan een bevoegdheid die onder beschikking nr . 234/84/EGKS ( 9 ) reeds bestond in geval van splitsing of oprichting van ondernemingen, uit te breiden tot concentraties .
27 . Het middel ontleend aan misbruik van bevoegdheid, snijdt evenmin hout . Verzoekster betoogt weliswaar, dat de toepassing van artikel 13, sub 4, was toegesneden op het concrete geval "BSC-Newport", maar door de Commissie is onweersproken gesteld dat deze bepaling ook reeds op andere situaties is toegepast . Wil er sprake zijn van misbruik van bevoegdheid, dan moet bovendien een ander doel dan de vermindering van overtollige produktiecapaciteiten zijn nagestreefd . Niets wijst erop, dat met de toekenning van aanvullende referentiecijfers in het kader van de onderhavige concentratie, een ander doel zou zijn beoogd .
28 . Ook het middel ontleend aan schending van het non-discriminatiebeginsel moet worden verworpen . In navolging van de Commissie kan ik volstaan met de vaststelling, dat de ondernemingen tot dusver niet verplicht waren, het mes te zetten in hun overtollige produktiecapaciteiten .
29 . Tot staving van haar stelling, dat de Commissie het vereiste van "bevriezing van de relatieve marktaandelen" niet heeft geëerbiedigd, verwijst verzoekster naar het arrest Alpha Steel ( 10 ), waarin het Hof - overigens ter ontkrachting van een argument tegen een criterium voor de quotaverdeling - verklaarde, dat dit criterium "een beperking van de totale produktie mogelijk maakt zònder de posities, door de onderscheiden ondernemingen op de markt ingenomen, te wijzigen ".
30 . Volgens de Commissie is het weliswaar juist, dat de quota op een billijke grondslag moeten worden verdeeld, maar heeft dit niets te maken met het beginsel van bevriezing van de relatieve marktaandelen . Bovendien zou Dillinger hebben nagelaten, zich op schending van artikel 58, lid 2, te beroepen . Ik kan die opvatting niet delen . Het beroep heeft immers juist uitdrukkelijk op die bepaling en het erin vervatte beginsel betrekking . Bovendien beroept verzoekster zich op het arrest Alpha Steel, waarin het Hof zich diende uit te spreken over de op schending van artikel 58, lid 2, gebaseerde grief, dat de quota op onbillijke wijze waren verdeeld . De Commissie neemt op dit punt dan ook een overdreven formalistisch standpunt in . Wat voor naam verzoekster er ook aan geeft, het is duidelijk dat hier een onbillijke verdeling van de referentiecijfers wordt aangevoerd .
31 . Dillinger heeft verklaard, dat zij ingevolge de omstreden beschikking haar referentiecijfers voor produktie en levering in categorie II, waar zij monoproducent is, met 1,9 % heeft zien dalen, terwijl de referentieproduktiecijfers en referentiehoeveelheden van BSC met 12,4 % respectievelijk 12,2 % zijn gestegen .
32 . Uiteraard zijn referentiecijfers niet onveranderlijk . Economische en technologische ontwikkelingen kunnen correcties en wijzigingen noodzakelijk maken . In casu gaat het echter, in de context van een aan een quotaregeling onderworpen staalproduktie, om aanzienlijke wijzigingen, die - dat moet worden beklemtoond - produkten betreffen die door de concentratie onberoerd zijn gelaten . De enkele bewering van de Commissie, dat zij "ervan overtuigd is, in dit opzicht geen verbod te hebben geschonden", is geen overtuigende rechtvaardiging . Ingevolge haar beschikking zijn de marktaandelen immers merkbaar gewijzigd, met name ten nadele van monoproducenten als verzoekster, terwijl deze geen enkel voordeel hebben van de sluiting van Alpha Steel . Naar mijn mening is dan ook het vereiste van een billijke verdeling van de quota door de aangevochten beschikking miskend .
33 . Op het voorlaatste middel behoeft niet meer afzonderlijk te worden ingegaan, aangezien artikel 13, sub 4, zelf reeds de inachtneming van het evenredigheidsbeginsel vereist .
34 . Tot slot betoogt verzoekster subsidair, dat, ook al volgt men de uitlegging die de Commissie aan artikel 13 geeft, de in dit artikel vervatte voorwaarden niettemin aan de vaststelling van de gewraakte beschikking in de weg zouden hebben gestaan . Ook hier wil ik verwijzen naar wat ik ten aanzien van het eerste middel heb opgemerkt .
35 . Daarom geef ik het Hof in overweging :
- nietig te verklaren de krachtens artikel 13, sub 1 en 4, van beschikking nr . 3485/85/EGKS van de Commissie van 27 november 1985 tot British Steel Corporation gerichte individuele beschikking SG ( 86 ) D/3794 van de Commissie van 26 mei 1986, voor zover daarbij aanvullende referentiecijfers zijn toegekend voor niet bij de concentratie betrokken categorieën produkten,
- de Commissie in de kosten te verwijzen .
(*) Vertaald uit het Frans .
( 1 ) Beschikking van de Commissie van 27 november 1985 tot verlenging van het stelsel voor toezicht en produktiequota voor bepaalde produkten van de ondernemingen van de ijzer - en staalindustrie ( PB 1985, L 340, blz . 5 ).
( 2 ) Arrest van 5 maart 1980, zaak 76/79, Jurispr . 1980, blz . 665 .
( 3 ) Arrest van 5 maart 1986, zaak 59/84, Jurispr . 1986, blz . 887 ( cursivering door mij ).
( 4 ) Zaak 150/86, aanvankelijk gevoegd met de onderhavige zaak, na afstand van instantie doorgehaald in het register van het Hof .
( 5 ) Arrest van 4 juli 1963, zaak 24/62, Jurispr . 1963, blz . 137 .
( 6 ) Conclusie van 1 december 1987, gevoegde zaken 33, 44, 110, 226 en 285/86, Stahlwerke Peine-Salzgitter e.a ., arrest van 14 juli 1988, Jurispr . 1988, blz . 0000 .
( 7 ) Ik wil erop wijzen dat, ook al gaat men ervan uit, dat de ontwerp-beschikking aan de Raad moet worden voorgelegd ( in die zin : Kovar, Le pouvoir réglementaire dans la CECA, LGDJ, Parijs 1964, blz . 174 ), er geen twijfel over bestaat, dat enkel voor algemene beschikkingen de instemming van de Raad is vereist
( 8 ) Beschikking nr . 194/88/EGKS van de Commissie van 6 januari 1988 ( PB 1988, L 25, blz . 1 ).
( 9 ) Beschikking van de Commissie van 31 januari 1984 ( PB 1984, L 29, blz . 1 ).
( 10 ) Arrest van 3 maart 1982, zaak 14/81, Jurispr . 1982, blz . 749 .
Full & Egal Universal Law Academy