CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL
J. MISCHO
van 28 februari 1989 ( *1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1.
De nieuwe mondelinge behandeling, die op 14 februari 1989 in zaak 246/86 heeft plaatsgevonden, heeft geen nieuwe elementen aan het licht gebracht op grond waarvan ik mijn eerste conclusie in deze zaak, genomen ter terechtzitting van 5 mei 1988, zou moeten wijzigen. Ik bevestig derhalve hetgeen ik aldaar heb gezegd.
2.
Ik wil hier enkel nog iets zeggen over het probleem van de ongunstige beïnvloeding van de handel tussen Lid-Staten. Om de in mijn eerste conclusie genoemde redenen ben ik ervan overtuigd, dat in casu aan die voorwaarde is voldaan.
3.
Ik ben het evenwel niet eens met de opvatting, dat in het geval van een zuiver nationaal kartel ongunstige beïnvloeding van de handel tussen Lid-Staten kan worden aangenomen op grond van het enkele feit, dat de structuur van de mededinging binnen de betrokken Lid-Staat dusdanig is gewijzigd, dat de importen te maken krijgen met andere voorwaarden dan die welke zonder het kartel zouden hebben bestaan. Een dergelijk uitgangspunt zou namelijk betekenen, dat de grote meerderheid van zuiver nationale overeenkomsten worden geacht de handel tussen Lid-Staten ongunstig te beïnvloeden en derhalve binnen de werkingssfeer van artikel 85 vallen. Dat strookt mijns inziens niet met de geest van deze bepaling.
( *1 ) Oorspronkelijke taal: Frans.
Full & Egal Universal Law Academy