Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . De onderhavige zaak betreft een prejudiciële vraag van het Verwaltungsgericht Trier over de uitlegging van sommige bepalingen van de gemeenschapsverordeningen inzake de indeling van wijnstokrassen en de voorwaarden waaronder wijn kan worden beschouwd als in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn ( vqprd ).
I - De feiten die aan het geding ten grondslag liggen
2 . In 1972 en 1973 kreeg verzoeker in het hoofdgeding van het ministerie van Landbouw, wijnbouw en milieubescherming van Rheinland-Pfalz toestemming om teeltovereenkomsten te sluiten voor het wijnstokras Aris, verkregen door raskruisingen met wijnstokrassen van de soort Vitis riparia . Tot 1984 werden in Rheinland-Pfalz wijnen die tot een bepaald percentage uit druiven van het ras Aris waren geproduceerd, als vqprd erkend .
3 . Op 14 december 1985 verzocht verzoeker in het hoofdgeding wederom om toekenning van een officieel controlenummer, houdende erkenning als vqprd van een wijn die voor 10% van het ras Aris afkomstig was . De Landwirtschaftskammer Rheinland-Pfalz wees dit verzoek af op grond dat wijnen verkregen uit gekruiste wijnstokrassen niet langer voor een officieel vqprd-controlenummer in aanmerking kwamen .
4 . Tegen inwilliging van dat verzoek verzette zich haars inziens vooral artikel 6, lid 1, sub a, juncto artikel 4, lid 1, eerste alinea, van verordening nr . 338/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen ( 1 ), welk artikel bepaalt dat voor de produktie van zulke wijnen alleen het wijnstokras Vitis vinifera mag worden gebruikt .
5 . Toen zijn bezwaarschrift tegen de afwijzing van zijn verzoek zonder gevolg bleef, ging verzoeker in beroep bij het Verwaltungsgericht Trier, waar hij zich met name beriep op paragraaf 55, lid 2, van het Duitse Weingesetz en artikel 13, lid 4, van verordening nr . 347/79 van de Raad van 5 februari 1979 betreffende de algemene voorschriften inzake de indeling van de wijnstokrassen . ( 2 )
6 . Aangezien het Verwaltungsgericht twijfel had over de strekking van artikel 13, lid 4, van verordening nr . 347/79, gezien in het licht van artikel 6, lid 1, sub a, juncto artikel 4, lid 1, eerste alinea, van verordening nr . 338/79, heeft het de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag voorgelegd :
"Kan op grond van artikel 13, lid 4, van verordening ( EEG ) nr . 347/79 wijn afkomstig van wijnstokrassen ten aanzien waarvan onderzoek naar de geschiktheid voor de teelt, wetenschappelijk onderzoek of selectie - of kruisingsproeven gaande zijn, worden erkend als een in een bepaald gebied voortgebrachte kwaliteitswijn, of staat artikel 6, lid 1, sub a, eerste alinea, juncto artikel 4, lid 1, eerste alinea, van verordening ( EEG ) nr . 338/79 daaraan in de weg?"
II - Bespreking van de prejudiciële vraag
7 . Uit het voorafgaande is wel duidelijk, dat de verwijzende rechter in feite wenst te vernemen, of wijn afkomstig van een wijnstokras dat niet tot de soort Vitis vinifera behoort, als vqprd kan worden aangemerkt wanneer onderzoek naar de geschiktheid voor de teelt van dat ras dan wel wetenschappelijk onderzoek of selectie - of kruisingsproeven gaande zijn .
8 . Zoals al blijkt uit de formulering van de prejudiciële vraag, ligt de voornaamste moeilijkheid hierin, dat er tegenstrijdigheid is tussen de artikelen 6, lid 1, sub a, en 4, lid 1, van verordening nr . 338/79 enerzijds, en artikel 13, lid 4, van verordening nr . 347/79 anderzijds .
9 . Uit de eerste twee bepalingen volgt, dat een vqprd alleen geproduceerd kan worden uit ingedeelde wijnstokrassen van de soort Vitis vinifera; volgens artikel 13, lid 4, van verordening nr . 347/79 daarentegen worden produkten afkomstig van een wijnstokras waarvoor teeltproeven, wetenschappelijk onderzoek of selectie - of kruisingsproeven aan de gang zijn, gelijkgesteld met produkten die afkomstig zijn van toegestane wijnstokrassen .
10 . De vraag is nu, of deze gelijkstelling tot gevolg heeft dat wijn afkomstig van een wijnstokras dat niet tot de soort Vitis vinifera behoort, doch waarvoor teeltproeven gaande zijn, als een vqprd kan worden beschouwd, in weerwil van de beperkende bepalingen van de artikelen 4, lid 1, en 6, lid 1, van verordening nr . 338/79 .
11 . Verzoeker in het hoofdgeding is van mening dat dit inderdaad het geval is, en naar uit de verwijzingsbeschikking van de Duitse rechter blijkt, voert hij daarvoor onder meer de volgende argumenten aan :
a ) Ten opzichte van de bepalingen van verordening nr . 338/79 is artikel 13, lid 4, van verordening nr . 347/79 de jongere en meer speciale norm .
b ) Blijkens de artikelen 31, lid 1 ( 3 ), en 49, lid 1, van verordening nr . 337/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt ( 4 ), wilde de Raad zich de bevoegdheid voorbehouden, af te wijken of afwijkingen toe te staan van het principe van artikel 6 van verordening nr . 338/79, dat een vqprd slechts afkomstig kan zijn van aanbevolen of toegestane wijnstoksoorten als bedoeld in artikel 4, lid 1, van die verordening . Artikel 13 van verordening nr . 347/79 voorziet dergelijke afwijkingen voor het geval van officieel toegelaten teeltproeven; in die gevallen is dus uitsluitend artikel 13, lid 4, van toepassing, dat, waar het de produkten van zulke proeven gelijkstelt met produkten afkomstig van toegestane wijnstokrassen, het gebruik ervan voor de produktie van vqprd toelaat .
c ) Tijdens de onderhandelingen voorafgaande aan de totstandkoming van de gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, heeft de Duitse delegatie verklaard, dat teeltproeven met nieuwe wijnstokrassen niet onder artikel 3 van verordening nr . 817/70 ( de voorgangster van verordening nr . 338/79 ) vielen .
12 . Het hierboven samengevatte betoog kan mij echter niet helemaal overtuigen, aangezien het niet tot de best denkbare uitlegging van de betrokken bepalingen lijkt te voeren .
13 . Om dat aan te tonen, dient men - zoals de Commissie dat doet - te onderscheiden tussen twee groepen gemeenschapsregels die in casu van toepassing zijn : enerzijds de algemene regels over de indeling van wijnstokrassen, neergelegd in de verordeningen nrs . 337 en 347/79, anderzijds de specifieke regels voor vqprd, die te vinden zijn in verordening nr . 338/79 .
14 . A - Artikel 30, lid 1 ( 5 ), eerste streepje, van verordening nr . 337/79 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, verleent de Raad machtiging om de algemene voorschriften vast te stellen betreffende de indeling van de wijnstokrassen; per administratieve eenheid of gedeelte daarvan moet die indeling geschieden in de categorieën aanbevolen, toegestane en voorlopig toegestane wijnstokrassen .
15 . Daarnaast bepaalt artikel 30, lid 1, tweede streepje, dat de Raad in het kader van de algemene voorschriften het voor de Lid-Staten mogelijk maakt om met het oog op onderzoek naar de geschiktheid voor de teelt, wetenschappelijk onderzoek, enzovoort, af te wijken van lid 2, volgens hetwelk voor aanplant, herbeplanting en enting in de Gemeenschap slechts aanbevolen en toegestane rassen mogen worden gebruikt .
16 . Volgens artikel 49 van de verordening nr . 337/79 mogen alleen druiven afkomstig van vorenbedoelde wijnstokrassen, worden gebruikt voor de bereiding van druivemost, tafelwijn, likeurwijn en vqprd; de Raad kan echter van deze regel afwijken .
17 . Op basis van de machtigingsbepaling van artikel 30 van verordening nr . 337/79 ( thans artikel 31 in de versie van verordening nr . 454/80 ) heeft de Raad verordening nr . 347/79 vastgesteld betreffende de algemene voorschriften inzake de indeling van de wijnstokrassen die in de Gemeenschap mogen worden geteeld; deze verordening is in de plaats gekomen van verordening nr . 1388/70 van de Raad van 13 juli 1970 . ( 6 ) Artikel 1 van verordening nr . 347/79 bepaalt, dat de indeling van de wijnstokrassen alle wijnstokrassen van het geslacht Vitis omvat, met inbegrip van die welke afkomstig zijn van kruisingen tussen verschillende wijnstokrassen; zij omvat dus ook het ras Aris, afkomstig van een raskruising met rassen van de soort Vitis riparia .
18 . Artikel 5 van verordening nr . 347/79 herhaalt de indeling van de wijnstoksoorten in drie categorieën ( aanbevolen, toegestane en voorlopig toegestane wijnstokrassen ) waarna in de volgende artikelen de wijnstokrassen, op grond van het normale gebruik van de daarvan verkregen druiven, in de verschillende categorieën worden ingedeeld ( zo heeft artikel 6 bij voorbeeld betrekking op wijndruiven ).
19 . Artikel 13, lid 1, bevestigt het verbod van artikel 30, lid 2, van verordening nr . 337/79 ( 7 ) op het aanplanten van niet in de indeling opgenomen wijnstokrassen en van voorlopig toegestane wijnstokrassen; maar evenals artikel 30, lid 1, tweede streepje, van verordening nr . 337/79, bepaalt artikel 13, lid 2, dat de Lid-Staten afwijkingen van dit verbod kunnen toestaan voor een aantal in die bepaling genoemde doeleinden .
20 . Artikel 13, lid 4, bepaalt dat produkten afkomstig van een wijnstokras dat is aangeplant met het oog op één van de in lid 2 vermelde doeleinden, worden gelijkgesteld met produkten die afkomstig zijn van toegestane wijnstokrassen .
21 . Volgens de Commissie wordt met die gelijkstelling beoogd, de afzet van de onder die voorwaarden verkregen produkten te verzekeren .
22 . De vraag is nu, of deze gelijkstelling inhoudt dat deze produkten ipso facto geschikt zijn voor de bereiding van een vqprd .
23 . Dit lijkt mij niet het geval te zijn .
24 . Het enige wat men kan zeggen, is dat artikel 13, lid 4, voor zover het produkten afkomstig van een wijnstokras waarvoor teeltproeven enzovoort gaande zijn, gelijkstelt met produkten afkomstig van toegestane wijnstokrassen, een afwijking vormt van artikel 49, lid 1, van verordening nr . 337/79, bepalende dat alleen aanbevolen of toegestane wijnstokrassen mogen worden gebruikt voor de wijnproduktie . Anders gezegd, ingevolge artikel 13, lid 4, van verordening nr . 347/79 mogen niet in de indeling opgenomen wijnstokrassen waarvoor teeltproeven gaande zijn en die ingevolge artikel 13, lid 2, reeds mochten worden aangeplant of geënt, in afwijking van het beginsel van artikel 49, lid 1, van verordening nr . 337/79 ook worden gebruikt voor de bereiding van druivemost, geconcentreerde druivemost, wijn die tot tafelwijn kan worden verwerkt, tafelwijn en likeurwijn .
25 . In concreto betekent de gelijkstelling met toegestane wijnstokrassen, dat zij normaliter "een behoorlijke en goed verkoopbare wijn ( kunnen ) opleveren, waarvan de kwaliteit redelijk is", maar toch minder goed dan die van wijn uit aanbevolen wijnstokrassen ( artikel 6, lid 1, sub b, van verordening nr . 347/79 ).
26 . Gelijkstelling zou zelfs de mogelijkheid van produktie van vqprd kunnen insluiten, ware die produktie niet aan andere, strengere voorwaarden onderworpen .
27 . Verordening nr . 347/79 vermeldt echter niet, aan welke bijzondere voorwaarden een wijn moet voldoen om als vqprd te kunnen worden aangemerkt . De Commissie wijst erop, dat die verordening niet de geringste aanwijzing bevat met betrekking tot de geschiktheid van de diverse soorten wijndruiven ( met name die van de aanbevolen of toegestane rassen ) voor de produktie van vqprd .
28 . B - De bijzondere bepalingen betreffende vqprd zijn neergelegd in verordening nr . 338/79, waarin met name de bijzondere vereisten zijn vastgesteld waaraan een wijn moet voldoen om als vqprd te kunnen worden aangemerkt . Blijkens de bepalingen van artikel 6, lid 1, sub a, juncto artikel 4, lid 1, zijn bij uitsluiting geschikt voor de produktie van vqprd de wijnstokrassen die :
a ) behoren tot de in artikel 31 ( 8 ) van verordening nr . 337/79 genoemde aanbevolen of toegestane categorieën,
b ) van de soort Vitis vinifera zijn,
c ) voorkomen op de door elke Lid-Staat opgestelde lijst van wijnstokrassen die geschikt zijn voor de bereiding van vqprd .
29 . Hieruit volgt, dat wijnstokrassen waarvoor teeltproeven gaande zijn, op grond van de gelijkstelling krachtens artikel 13, lid 4, van verordening nr . 347/79 enkel voldoen aan de eerste van de voor de produktie van een vqprd gestelde voorwaarden, namelijk dat het moet gaan om wijnstokrassen die tot de aanbevolen of toegestane categorieën behoren . Nu deze rassen evenwel niet zijn gelijkgesteld met die van de soort Vitis vinifera, dienen zij daarnaast ook te voldoen aan de twee andere voorwaarden die artikel 4, lid 1, van verordening nr . 338/79 voor de produktie van vqprd stelt : zij moeten van de soort Vitis vinifera zijn, en zij moeten voorkomen op de speciale, door de betrokken Lid-Staat opgestelde lijst .
30 . Uit artikel 13, lid 4, van verordening nr . 347/79 junctis de artikelen 6 en 4 van verordening nr . 338/79 moet dus worden geconcludeerd, dat wijnstokrassen waarmee teeltproeven gaande zijn, per se tot de soort Vitis vinifera moeten behoren om voor de produktie van vqprd te mogen worden gebruikt en op de door de betrokken Lid-Staat opgestelde lijst te kunnen worden opgenomen .
31 . Uit een en ander blijkt, dat de gemeenschapswetgever, ondanks de ruime discretionaire bevoegdheid die hij in verordening nr . 338/79 aan de Lid-Staten heeft gelaten ( de Commissie wijst bij voorbeeld op de artikelen 2, 3, lid 2, 7, 11, lid 2, en 19 ), voor de produktie van vqprd bijzonder strenge eisen heeft willen stellen, zulks in het kader van "een op kwaliteitsverbetering gericht beleid in de landbouw en meer in het bijzonder in de wijnbouw " ( tweede overweging van de considerans ).
32 . Zoals ter terechtzitting werd uiteengezet, wil men toe naar een gecontroleerde aanpassing van de wijnbouw aan de vooruitgang op ecologisch en oenologisch gebied, door middel van proeven en experimenten die in eerste instantie langdurige technische onderzoeken van de teeltwaarde van de soort omvatten alvorens de geschiktheid ervan voor de produktie van een vqprd kan worden onderzocht .
33 . Wat deze geschiktheid betreft, was het de uitdrukkelijke beslissing van de wetgever om het desbetreffende onderzoek in de huidige situatie te beperken tot wijnstokrassen van de soort Vitis vinifera; daarbij mocht de in artikel 13, lid 4, bedoelde gelijkstelling het uitdrukkelijke verbod wijnstokrassen van andere soorten ( inzonderheid de soort Vitis riparia ) te gebruiken, niet opzij zetten .
34 . In weerwil van de in artikel 13, lid 4, van verordening nr . 347/79 voorziene gelijkstelling, heeft de gemeenschapswetgever derhalve geen gebruik gemaakt van de door artikel 49, lid 1, van verordening nr . 337/79 geboden afwijkingsmogelijkheid om voor de produktie van vqprd het gebruik toe te staan van wijnstokrassen waarmee teeltproeven gaande zijn .
35 . De gelijkstelling waarin artikel 13, lid 4, voorziet, moet dus beperkt blijven tot de specifieke werkingssfeer van verordening nr . 347/79 - dat wil zeggen de algemene voorschriften inzake de indeling van de wijnstokrassen - en mag dus niet worden uitgebreid tot het toepassingsgebied van verordening nr . 338/79, dat wil zeggen de bijzondere voorwaarden voor de produktie van vqprd .
36 . Ook al kan verordening nr . 338/79 worden geacht eerder te zijn vastgesteld dan verordening nr . 347/79 ( 9 ), toch heeft elk van beide haar eigen specifieke werkingssfeer en het is niet juist om laatstgenoemde verordening ( en in het bijzonder artikel 13, lid 4, ervan ) aan te merken als een lex specialis ten opzichte van de eerste .
37 . Beide verordeningen zijn daarentegen bijzondere normen ten opzichte van verordening nr . 337/79, waarnaar zij in hun considerans uitdrukkelijk verwijzen en waarvan zij de beginselen concretiseren of, in het kader van hun eigen toepassingsgebied, verder ontwikkelen .
38 . Daarbij komt dat - zoals de Commissie in haar opmerkingen heeft uiteengezet - artikel 13, lid 4, van verordening nr . 347/79 een afwijkingsbepaling is ( die dus een uitzondering vormt op de algemene regel van artikel 49 van verordening nr . 337/79 ) en derhalve niet extensief, doch eerder restrictief moet worden uitgelegd .
39 . Elke andere uitlegging van artikel 13, lid 4, zou tot het absurde resultaat leiden, dat een wijn verkregen uit een wijnstokras waarmee proeven worden gedaan, als een vqprd zou kunnen worden beschouwd, terwijl een wijn afkomstig van een ingedeeld wijnstokras, dat evenwel niet van de soort Vitis vinifera is, niet voor die kwalificatie in aanmerking zou komen .
40 . Verder heeft de Commissie er ter terechtzitting op gewezen, dat artikel 49, lid 2, van verordening nr . 337/79 uitdrukkelijk bepaalt dat "druiven afkomstig van percelen, beplant met rassen die zijn ingedeeld als tijdelijk toegestane rassen, ... evenwel ook als geschikt ( worden ) beschouwd om tot de in lid 1 genoemde produkten, met uitzondering van vqprd, te kunnen worden verwerkt", wanneer het, onder meer, uit raskruisingen verkregen rassen betreft .
41 . Anders gezegd, ook wanneer het om tijdelijk toegestane rassen gaat die ( zoals het ras Aris ) zijn verkregen uit een raskruising, heeft de wetgever het gebruik ervan bij de produktie van vqprd uitgesloten, ofschoon hij uitdrukkelijk het gebruik ervan heeft toegestaan voor de bereiding van de andere in artikel 49, lid 1, vermelde produkten ( maar ook hier met een beperking in de tijd tot 31 december 1979 ).
42 . Aan de conclusie waartoe ik gekomen ben, wordt niet afgedaan door de verklaring van de Duitse delegatie bij de vaststelling van de gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt in april 1970, waarop verzoeker in het hoofdgeding zich beroept . Nog afgezien van het feit dat het een eenzijdige en niet-gepubliceerde verklaring betreft, die dus voor het Hof geen uitleggingswaarde heeft, heeft zij met name geen betrekking op de verhouding tussen de artikelen 4 en 6 van verordening nr . 338/79 en artikel 13, lid 4, van verordening nr . 347/79 . Want, aldus de Commissie, in die verklaring is alleen gezegd, dat teeltproeven met nieuwe wijnstokrassen door artikel 3 van verordening nr . 817/70 ( 10 ) niet worden geraakt .
III - Conclusie
43 . Mitsdien geef ik het Hof in overweging, de vraag van het Verwaltungsgericht Trier te beantwoorden als volgt :
"Ingevolge de bepalingen van artikel 13, lid 4, van verordening nr . 347/79 junctis de artikelen 6, lid 1, sub a, eerste alinea, en 4, lid 1, eerste alinea, van verordening nr . 338/79, kan wijn afkomstig van wijnstokrassen waarvoor onderzoek van hun geschiktheid voor de teelt, wetenschappelijk onderzoek of selectie - en kruisingsproeven gaande zijn, niet worden gekwalificeerd als een in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn tenzij de gebruikte wijnstokrassen uitsluitend van de soort Vitis vinifera zijn ."
(*) Vertaald uit het Portugees .
( 1 ) PB 1979, L 54, blz . 48 .
( 2 ) PB 1979, L 54, blz . 75 .
( 3 ) Vroeger artikel 30, lid 1 . De nieuwe versie is één van de . wijzigingen die in verordening nr . 337/79 zijn aangebracht bij verordening nr . 454/80 van de Raad van 18 februari 1980 ( PB 1980, L 57, blz . 7 ).
( 4 ) PB 1979, L 54, blz . 1 .
( 5 ) Thans artikel 31, lid 1 .
( 6 ) PB 1970, L 155, blz . 5 .
( 7 ) In de oorspronkelijke versie; thans artikel 31 .
( 8 ) Vroeger artikel 30 .
( 9 ) Wat eerst blijkt wanneer men let op de data van de vroegere verordeningen : verordening nr . 817/70, de voorgangster van verordening nr . 338/79, dateerde van 28 april 1970, verordening nr . 1388/70, de voorgangster van verordening nr . 347/79, dateerde van 13 juli 1970 .
( 10 ) Thans artikel 4 van verordening nr . 338/79 .
Full & Egal Universal Law Academy