Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
A - De feiten
1 . Met de onderhavige procedure wenst de Commissie door het Hof te laten vaststellen dat de Italiaanse Republiek haar verplichtingen krachtens het EEG-Verdrag niet is nagekomen, door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen te nemen voor de omzetting in nationaal recht van richtlijn 78/659/EEG van de Raad van 18 juli 1978 betreffende de kwaliteit van zoet water dat bescherming of verbetering behoeft ten einde geschikt te zijn voor het leven van vissen ( PB 1978, L 222, blz . 1 ).
2 . De bescherming van het water geschiedt volgens de richtlijn aldus, dat de Lid-Staten binnen twee jaar na de kennisgeving van de richtlijn, dus uiterlijk in juli 1980, voor het eerst "wateren voor zalmachtigen en wateren voor karperachtigen" aanwijzen ( artikel 4 ). Met behulp van door de Lid-Staten opgestelde programma' s moeten vervolgens, binnen een volgende termijn van vijf jaar na die aanwijzing, concrete waarden worden bereikt die de Lid-Staten overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn hebben vastgesteld .
3 . Tijdens de administratieve procedure stelde verzoekster dat de Italiaanse wetgeving niet met de richtlijn in overeenstemming was . Verweerster bracht hiertegen in, dat de richtlijn geen concreet te bereiken waarden bevatte en dat het initiatief veeleer aan de Lid-Staten werd overgelaten . Bovendien zou een "Testo unico" in voorbereiding zijn, waarbij meerdere richtlijnen inzake water in nationaal recht zouden worden omgezet . Die werkzaamheden zouden echter vertraging hebben opgelopen, zodat de Testo unico niet tijdens de administratieve procedure kon worden aangenomen .
4 . Pas in haar verweerschrift gaf verweerster toe dat haar verklaringen tijdens de administratieve procedure onduidelijk en onvolledig waren en deelde zij mee dat de bevoegdheidsverdeling krachtens de toen geldende wetgeving reeds alle mogelijkheden verschafte die voor een regelmatige omzetting van de richtlijn nodig waren . Bovendien was de aanwijzing reeds verricht voor het grondgebied van de autonome provincie Bolzano . Dit argument werd door verzoekster niet bestreden, doch zij handhaafde haar beroep op grond dat thans, na bijna negen jaar, nog ongeveer 98% van de wateren in de zin van richtlijn 78/659/EEG onbeschermd waren .
B - Beoordeling rechtens
5 . a ) Aangezien verzoekster de beschrijving van de rechtssituatie door verweerster, waarbij de reeds bestaande bevoegdheidsverdeling werd toegelicht, niet heeft weersproken, kunnen wij ervan uitgaan dat op grond van de vigerende wetgeving de mogelijkheden voorhanden zijn voor een correcte omzetting van de richtlijn . Zo behoort de bedoelde aanwijzing tot de competentie van de minister voor Land - en Bosbouw, terwijl de feitelijke aanduiding van de te beschermen wateren tot de bevoegdheid van de regio' s behoort . Voor de opstelling van de programma' s en het toezicht is echter het Ministerie voor Milieu bevoegd . Aangezien verzoekster noch over de taakverdeling noch over de aan die bevoegdheidsverdeling ten grondslag liggende rechtsnormen enige twijfel heeft geuit, moet ervan worden uitgegaan, dat zij haar verwijt dat de voor de omzetting van de richtlijn noodzakelijke procedures nog niet in de wetgeving zijn opgenomen, heeft laten vallen .
6 . b ) Naast de verplichting om de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden, is in artikel 17 van de richtlijn tevens een verplichting opgenomen om die maatregelen mee te delen . In haar beroepschrift heeft verzoekster ook aangevoerd dat deze verplichting was overtreden . Aangezien de bestaande bevoegdheidsverdeling niet pas werd ingevoerd met het oog op de omzetting van de richtlijn, is het reeds twijfelachtig of ingevolge artikel 17 van de richtlijn voor deze algemene regelingen een mededelingsplicht kan gelden . Nadat de stand van de wetgeving in het verweerschrift nader was toegelicht, heeft verzoekster die te late mededeling in ieder geval niet meer aangevoerd als een zelfstandige schending van een verplichting, maar heeft zij op basis daarvan enkel haar onwetendheid inzake de reeds geplande, zij het schaarse maatregelen gerechtvaardigd .
7 . De achterwege gebleven verduidelijking van de rechtstoestand moet bijgevolg worden beschouwd als een deel van verweersters onvolledige en gedeeltelijk ook onduidelijke mededelingen vóór en tijdens de administratieve procedure, hetgeen in aanmerking moet worden genomen bij de beslissing omtrent de kosten .
8 . c ) Verweerster heeft zich niet inhoudelijk verdedigd tegen het verwijt dat de voor de omzetting noodzakelijke maatregelen niet waren genomen, en dit met betrekking tot zowel een afdoende aanwijzing van de wateren in de eerste fase, als een opstelling van programma' s om de vastgestelde waarden te bereiken in de tweede fase . Integendeel, haar vertegenwoordiger heeft ter terechtzitting uitdrukkelijk toegegeven "dat er van de zijde van de Italiaanse Republiek een gebrekkige omzetting heeft plaatsgevonden" en "dat die ontoereikende omzetting bestaat in een onvoldoende aanwijzing van wateren ". In antwoord op een vraag ter zake heeft hij nog eens herhaald, dat "van onze zijde een nalatigheid bij de omzetting niet wordt betwist ". Bijgevolg kan worden vastgesteld dat verweerster erkent haar verplichtingen niet te zijn nagekomen .
9 . Overigens kan nog worden opgemerkt, dat zelfs de aanwijzing van de wateren die ondertussen zoals voorgeschreven voor het grondgebied van de provincie Bolzano was gebeurd, te laat kwam . De periode van twee jaar liep af in juli 1980, terwijl de aanwijzing pas in januari 1981 volgde .
10 . Mitsdien moet het beroep volledig gegrond worden verklaard . Aangezien het verwijt betreffende de gebrekkige vaststelling van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen te wijten is aan de ontoereikende inlichtingen van verweerster, kan de intrekking ervan voor deze laatste geen positieve gevolgen hebben met betrekking tot de kosten . De kosten moeten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering .
C - Conclusie
Bijgevolg geef ik in overweging, als volgt te beslissen :
11 . 1 . De Italiaanse Republiek is haar verplichtingen krachtens het EEG-Verdrag niet nagekomen, door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen vast te stellen voor de omzetting van de richtlijn van de Raad van 18 juli 1978 betreffende de kwaliteit van zoet water dat bescherming of verbetering behoeft ten einde geschikt te zijn voor het leven van vissen .
12 . 2 . De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten van het geding .
(*) Vertaald uit het Duits .
Full & Egal Universal Law Academy