Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Beroep tot nietigverklaring - Voor beroep vatbare handelingen - Handelingen die rechtsgevolgen in het leven beogen te roepen - Handeling waaruit voornemen van Commissie blijkt om bepaalde gedragslijn te kiezen bij opstelling van lijsten van ondernemingen waaraan dienstverrichtingscontracten kunnen worden gegund in het kader van de ACS-EEG-samenwerking - Daarvan uitgesloten
( EEG-Verdrag, artikel 173, eerste alinea; Eerste ACS-EEG-Overeenkomst van Lomé van 28 februari 1975, Protocol nr . 2, artikel 25; Tweede ACS-EEG-Overeenkomst van Lomé van 31 oktober 1979, artikel 142, lid 2 )
Samenvatting
Wil een handeling van de Raad of de Commissie het voorwerp van een beroep tot nietigverklaring kunnen zijn, dan moet zij rechtsgevolgen in het leven beogen te roepen . Dit is niet het geval wanneer uit een handeling van de Commissie het voornemen van de Commissie of van een van haar diensten blijkt om een bepaalde gedragslijn te volgen bij de opstelling van de beperkte lijsten van ondernemingen waaraan dienstverrichtingscontracten kunnen worden gegund ter uitvoering van de artikelen 142, lid 2, van de Tweede Overeenkomst van Lomé en 25 van Protocol nr . 2 bij de Eerste Overeenkomst van Lomé . Het is echter niet de aankondiging van dat voornemen, maar de opstelling van de lijsten zelf die rechtsgevolgen kan hebben, in die zin, dat die opstelling tot gevolg kan hebben dat bepaalde ondernemingen van de lijst worden weggelaten en daarmee niet de mogelijkheid krijgen mee te dingen naar de dienstverrichtingscontracten .
Partijen
In zaak 114/86,
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, vertegenwoordigd door B.E . McHenry van het Treasury Solicitor' s Department, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Britse ambassade, 18, boulevard Royal,
verzoeker,
ondersteund door
Koninkrijk der Nederlanden, vertegenwoordigd door G . M . Borchardt, plaatsvervangend juridisch adviseur bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Nederlandse ambassade, 5, rue C . M . Spoo,
interveniënt,
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door F . S . Benyon, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, bâtiment Jean Monnet, Kirchberg,
verweerster,
ondersteund door
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door L . Ferrari Bravo, hoofd van de dienst diplomatieke geschillen, als gemachtigde, bijgestaan door J . M . Braguglia, avvocato dello stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Italiaanse ambassade, 5, rue Marie Adelaïde,
interveniënte,
betreffende een beroep krachtens artikel 173 EEG-Verdrag tot nietigverklaring van een op de vergadering van de groep ACS/FIN van 6 maart 1986 aangekondigd besluit van de Commissie tot herinvoering met ingang van 1 maart 1986 van het vóór 1 juni 1983 door de Commissie toegepaste stelsel om bij de opstelling van de lijsten van gegadigden voor dienstverrichtingscontracten in het kader van de tweede Overeenkomst van Lomé van 31 oktober 1979 ( PB 1980, L 347, blz . 1 ) de nationaliteit van de ondernemingen in aanmerking te nemen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : Mackenzie Stuart, president, G . Bosco en O . Due, kamerpresidenten, T . Koopmans, R . Joliet, T . F . O' Higgins en F . A . Schockweiler, rechters,
advocaat-generaal : C . O . Lenz
griffier : D . Louterman, administrateur
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 26 mei 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 30 juni 1988,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 16 mei 1986, heeft het Verenigd Koninkrijk krachtens artikel 173, eerste alinea, EEG-Verdrag beroep ingesteld tot nietigverklaring van een op de vergadering van de groep ACS/FIN van 6 maart 1986 aangekondigd besluit van de Commissie tot herinvoering met ingang van 1 maart 1986 van het vóór 1 juni 1983 door de Commissie toegepaste stelsel om bij de opstelling van de lijsten van gegadigden voor dienstverrichtingscontracten in het kader van de tweede Overeenkomst van Lomé van 31 oktober 1979 ( PB 1980, L 347, blz . 1; hierna : Lomé II ) de nationaliteit van de ondernemingen in aanmerking te nemen .
2 In het kader van de technische samenwerking bepaalt artikel 142, lid 1, van Lomé II, dat de regels betreffende de gunning van dienstverrichtingscontracten worden vastgesteld bij besluit van de Raad van Ministers . Hangende een dergelijk besluit, is de Commissie ingevolge genoemd artikel 142, lid 2, en artikel 25 van Protocol nr . 2 bij de eerste ACS/EEG-overeenkomst ( PB 1976, nr . L 25, blz . 1; hierna : Lomé I ) gemachtigd, voor de gunning van dienstverrichtingscontracten een beperkte lijst samen te stellen van gegadigden "gekozen aan de hand van criteria die garanderen dat zij de vereiste kwalificaties, ervaring en onafhankelijkheid bezitten, terwijl er tevens op wordt gelet of zij voor de voorgenomen actie beschikbaar zijn ".
3 De bewoordingen van de Engelse versie van artikel 25 van Protocol nr . 2 - de Commissie maakt "a list of selected candidates" - lijken erop te wijzen, dat de gegadigden die voor plaatsing op die lijst in aanmerking komen, moeten worden "selected" uitsluitend op grond van de in de bepaling vermelde criteria . De Commissie betoogt evenwel, dat volgens vaste rechtspraak van het Hof de noodzaak van eenvormige uitlegging van gemeenschapsvoorschriften vereist, dat die versie niet op zich wordt beschouwd, maar in geval van twijfel wordt uitgelegd en toegepast in het licht van de andere taalversies . In alle andere taalversies nu wordt uitdrukkelijk gesproken van een "beperkte" (" restreinte", "begrenzt", "ristretto", "begraenset ") lijst van gegadigden, hetgeen zou betekenen, dat men dient te onderscheiden tussen de wijze waarop de gegadigden aan de hand van de hiervóór vermelde criteria worden geselecteerd en de verdere beperking van het aantal gegadigden met het oog op de samenstelling van een beperkte lijst .
4 Volgens de aan het Hof overgelegde stukken heeft de Commissie voor het opstellen van bedoelde lijsten interne instructies toegepast . Eén van die instructies betrof hetgeen gemeenlijk werd aangeduid als het "ideale aandeel" van elke Lid-Staat in de dienstverrichtingscontracten, berekend naar de financiële bijdrage van de betrokken Lid-Staat aan het Europese Ontwikkelingsfonds, zoals geregeld in het intern akkoord betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap .
5 Uit de stukken blijkt voorts, dat op basis van door de diensten van de Commissie opgestelde statistieken, waarmee een voortdurend bijgewerkte vergelijking mogelijk was tussen de afgesloten dienstverrichtingscontracten en het "ideale aandeel" van elke Lid-Staat, tevens interne instructies zijn verspreid om gegadigden van bepaalde nationaliteiten aan te moedigen dan wel te ontmoedigen, zulks ter bereiking van het "ideale aandeel" van elke Lid-Staat bij de opstelling van de beperkte lijsten van gegadigden .
6 Vanaf 1 juni 1983 paste de Commissie bij wijze van proef een stelsel toe, waarbij ongeveer 81,75 % van de dienstverrichtingscontracten onder de Lid-Staten werd verdeeld volgens ieders "ideale aandeel", terwijl 18,25 % moest worden gegund zonder acht te slaan op nationaliteit of het "ideale aandeel ".
7 Op de vergadering van de groep ACS/FIN van 6 maart 1986 verklaarde de vertegenwoordiger van de Commissie, dat deze het in 1983 op proef ingevoerde stelsel niet meer zou hanteren; na evaluatie van de resultaten van de proef was besloten tot het vóór 1 juni 1983 geldende stelsel terug te keren . Het verzoek van het Verenigd Koninrijk in de onderhavige zaak is gericht tegen dat besluit tot wederinvoering van een op nationaliteit gebaseerd selectiestelsel voor het samenstellen van beperkte lijsten van gegadigden voor alle in het kader van Lomé II afgesloten dienstverrichtingscontracten .
8 Bij twee beschikkingen van 15 oktober 1986 heeft het Hof de interventie toegestaan respectievelijk van het Koninkrijk der Nederlanden ter ondersteuning van de conclusies van verzoeker, en van de Italiaanse Republiek ter ondersteuning van de conclusies van verweerster .
9 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van de zaak, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
Ontvankelijkheid
10 De Commissie heeft een exceptie van niet-ontvankelijkheid opgeworpen, op grond dat het pretense "besluit" waartegen het beroep is gericht, enkel een niet-definitieve standpuntbepaling harerzijds was . Zij stelt voorts, dat de handeling waartegen het beroep is gericht, niet bindend is en geen precieze rechtsgevolgen heeft .
11 Het Verenigd Koninkrijk betoogt daarentegen, dat het "besluit" van de Commissie om het in geding zijnde stelsel weder in te voeren en het criterium van het "ideale aandeel" van de Lid-Staten vanaf 1 maart 1986 toe te passen ten aanzien van alle dienstverrichtingscontracten, een "handeling" van de Commissie vormt met rechtsgevolgen, in zoverre toepassing ervan leidt tot uitsluiting van bepaalde ondernemingen van de beperkte lijst . Deze handeling zou derhalve vatbaar zijn voor beroep op grond van artikel 173, eerste alinea, EEG-Verdrag . Het "besluit" om het gedeeltelijke quotastelsel vanaf een bepaalde datum niet meer voor dienstverrichtingscontracten toe te passen, zou een vaste regel zijn, die algemene gevolgen heeft voor de door de Commissie gevolgde procedure, ook indien de op nationaliteit gebaseerde quota soepel worden gehanteerd, mede gelet op de andere criteria van artikel 25 van Protocol nr . 2 bij Lomé I .
12 Om vast te stellen of de bestreden handeling vatbaar is voor beroep op grond van artikel 173, eerste alinea, EEG-Verdrag, zij er allereerst aan herinnerd, dat volgens vaste rechtspraak van het Hof, veeleer moet worden gelet op de aard van de betrokken handeling dan op de vorm ervan . Inzonderheid kan geen beroep tot nietigverklaring worden ingesteld indien de betrokken handeling geen rechtsgevolgen in het leven beoogt te roepen .
13 Uit de stukken blijkt dat in de in casu bestreden handeling het voornemen van de Commissie - of van een van haar diensten - tot uitdrukking komt om een bepaalde gedragslijn te volgen bij de opstelling van de beperkte lijsten van gegadigden voor de betrokken dienstverrichtingscontracten . Het is echter niet de aankondiging van dat voornemen, doch de opstelling van de lijsten zelf die rechtsgevolgen kan hebben in die zin, dat dat tot gevolg kan hebben dat bepaalde ondernemingen van de lijst worden weggelaten en daarmee niet de mogelijkheid krijgen mee te dingen naar de dienstverrichtingscontracten .
14 Dit geldt te meer nu eveneens uit de stukken blijkt, dat de lijsten over het algemeen niet geheel en al overeenkomstig de door de Commissie bepaalde criteria worden opgesteld . Daarenboven blijkt uit de door de Commissie op 's Hofs verzoek overgelegde statistieken, dat de gunning van dienstverrichtingscontracten in de praktijk niet overeenkomstig het "ideale aandeel" van de Lid-Staten heeft plaatsgevonden .
15 Hieruit volgt, dat de betwiste handeling niet kan worden aangemerkt als een handeling die beoogt rechtsgevolgen in het leven te roepen . Het beroep moet bijgevolg niet-ontvankelijk worden verklaard .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
16 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Daar het Verenigd Koninkrijk, ondersteund door het Koninkrijk der Nederlanden, in het ongelijk is gesteld, dienen deze hoofdelijk te worden verwezen in de kosten, daaronder begrepen de kosten van de Italiaanse Republiek, die aan de zijde van verweerster is tussengekomen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende :
1 ) Verklaart het beroep niet-ontvankelijk .
2 ) Verwijst het Verenigd Koninkrijk en het Koninkrijk der Nederlanden hoofdelijk in de kosten .
Full & Egal Universal Law Academy