Samenvatting
Partijen
Dictum
Trefwoorden
++++
Vrij verkeer van goederen - Industriële en commerciële eigendom - Auteursrechten - Nationale regeling op grond waarvan voor gebruik in openbaar van geïmporteerde geluidsdragers naast uitvoeringsrecht een in wettelijke regeling van Lid-Staat van herkomst onbekend aanvullend verveelvoudigingsrecht in rekening kan worden gebracht - Toelaatbaarheid
( EEG-Verdrag, artikelen 30 en 36 )
Samenvatting
De artikelen 30 en 36 EEG-Verdrag moeten aldus worden uitgelegd, dat zij niet in de weg staan aan de toepassing van een nationale wettelijke regeling op grond waarvan een nationale maatschappij voor het beheer van auteursrechten voor de openbare uitvoering van op geluidsdragers opgenomen werken, naast het uitvoeringsrecht een zogenoemd aanvullend recht voor mechanische verveelvoudiging in rekening mag brengen, ook al bestaat een dergelijk aanvullend recht niet in de Lid-Staat waar die geluidsdragers rechtmatig in het verkeer zijn gebracht .
(( In dit arrest antwoordt het Hof in dezelfde termen als in het arrest van 9 april 1987 ( zaak 402/85, Basset, Jurispr . 1987, blz . 1747 ) op een in wezen identieke vraag over de artikelen 30 en 36 EEG-Verdrag .))
Partijen
in zaak C-270/86,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de cour d' appel de Paris, in het aldaar aanhangig geding tussen
J . Cholay en Société "Bizon' s Club",
en
Société des auteurs, compositeurs et éditeurs de musique ( SACEM ),
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de artikelen 30 en 36 EEG-Verdrag .
HET HOF VAN JUSTITIE ( Vierde Kamer ),
samengesteld als volgt : M . Díez de Velasco, kamerpresident, C . N . Kakouris en P . J . G . Kapteyn, rechters,
advocaat-generaal : C . O . Lenz
griffier : J . A . Pompe, adjunct-griffier
( rechtsoverwegingen niet opgenomen )
uitspraak doende op de door de cour d' appel de Paris bij arrest van 9 april 1986 gestelde vraag, zoals uitgelegd in het arrest van 21 januari 1987, verklaart voor recht :
Dictum
De artikelen 30 en 36 EEG-Verdrag moeten aldus worden uitgelegd, dat zij niet in de weg staan aan de toepassing van een nationale wettelijke regeling op grond waarvan een nationale maatschappij voor het beheer van auteursrechten voor de openbare uitvoering van muziekwerken door middel van geluidsdragers, naast het uitvoeringsrecht een zogenoemd aanvullend recht voor mechanische verveelvoudiging in rekening kan brengen, ook al bestaat een dergelijk aanvullend recht niet in de Lid-Staat waar die geluidsdragers rechtmatig in het verkeer zijn gebracht .
Full & Egal Universal Law Academy