Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum
Trefwoorden
++++
Lid-Staten - Verplichtingen - Uitvoering van richtlijnen - Niet-nakoming - Rechtvaardiging - Ontoelaatbaarheid
( EEG-Verdrag, artikel 169 )
Samenvatting
Een Lid-Staat kan zich niet ten exceptieve beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van in de richtlijnen besloten liggende verplichtingen en termijnen .
Partijen
In zaak 310/86,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door G . Berardis, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G . Kremlis, lid van haar juridische dienst, bâtiment Jean Monnet, Kirchberg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door L . Ferrari Bravo, hoofd van de dienst Diplomatieke geschillen, als gemachtigde, bijgestaan door O . Fiumara, avvocato dello stato, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg, ter Italiaanse ambassade,
verweerster,
betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen mee te delen waarmee zij meent te hebben voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens richtlijn 82/470/EEG van de Raad van 29 juni 1982 ( PB 1982, L 213, blz . 1 ) houdende maatregelen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden van bepaalde tussenpersonen op het gebied van het vervoer en van reisbureaubedrijven ( groep 718 CITI ) alsmede van opslagbedrijven ( groep 720 CITI ), of door niet de nodige maatregelen vast te stellen om daaraan te voldoen, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens deze richtlijn, alsmede krachtens artikel 189, derde alinea, en artikel 5, eerste alinea, EEG-Verdrag,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE,
samengesteld als volgt : Mackenzie Stuart, president, G . Bosco, J . C . Moitinho de Almeida en G . C . Rodríguez Iglesias, kamerpresidenten, T . Koopmans, U . Everling, Y . Galmot, C . Kakouris en F . Schockweiler, rechters,
advocaat-generaal : J . Mischo
griffier : H . A . Ruehl, hoofdadministrateur
gezien het rapport ter terechtzitting en ten vervolge op de mondelinge behandeling op 17 mei 1988,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van dezelfde datum,
het navolgende
Arrest
Overwegingen van het arrest
1 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 12 december 1986, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 169 EEG-Verdrag het Hof verzocht vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek de krachtens dit Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen door niet binnen de gestelde termijn de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen voor het volgen van richtlijn 82/470 van de Raad van 29 juni 1982 houdende maatregelen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden van bepaalde tussenpersonen op het gebied van het vervoer en van reisbureaubedrijven ( groep 718 CITI ) alsmede van opslagbedrijven ( groep 720 CITI ) ( PB 1982, L 213, blz . 1 ).
2 Artikel 8 van richtlijn 82/470 bepaalt, dat de Lid-Staten binnen achttien maanden na kennisgeving van de richtlijn de nodige maatregelen treffen om eraan te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen . Die termijn is op 2 januari 1984 verstreken .
3 Daar de Commissie binnen de gestelde termijn geen enkele mededeling van de Italiaanse regering had ontvangen betreffende maatregelen tot omzetting van die richtlijn, heeft zij haar bij brief van 16 april 1986 aangemaand en haar uitgenodigd binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen dienaangaande te maken . Toen zij op die brief geen antwoord ontving, heeft zij op 11 april 1986 een met redenen omkleed advies uitgebracht . Toen ook daarop niet werd gereageerd, heeft de Commissie het onderhavige beroep wegens niet-nakoming ingesteld .
4 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, het procesverloop en de middelen en argumenten van partijen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting . Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof .
5 De Italiaanse regering erkent dat zij de maatregelen die nodig zijn voor de omzetting van de richtlijn in nationaal recht, nog niet heeft vastgesteld . Zij voert aan, dat de onderbreking van de legislatuurperiode die vaststelling heeft vertraagd .
6 Er zij aan herinnerd, dat volgens vaste rechtspraak van het Hof een Lid-Staat zich niet ten exceptieve kan beroepen op nationale bepalingen, praktijken of situaties ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van in de richtlijnen besloten liggende verplichtingen en termijnen .
7 Mitsdien moet worden vastgesteld, dat de Italiaanse Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de nodige bepalingen vast te stellen voor het volgen van richtlijn 82/470/EEG van de Raad van 29 juni 1982, de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen .
Beslissing inzake de kosten
Kosten
8 Ingevolge artikel 69, paragraaf 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen . Aangezien verweerster in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen .
Dictum
HET HOF VAN JUSTITIE,
rechtdoende, verklaart :
1 ) Door niet binnen de gestelde termijn de nodige bepalingen vast te stellen voor het volgen van richtlijn 82/470/EEG van de Raad van 29 juni 1982, is de Italiaanse Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet nagekomen .
2 ) De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten van de procedure .
Full & Egal Universal Law Academy