Conclusie van de advocaat generaal
++++
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
1 . A . Hecq, ambtenaar van de Commissie te Brussel, heeft een beroep tot nietigverklaring ingesteld omdat hij het niet eens is met de wijziging van zijn tewerkstelling binnen de dienst Gebouwen - beheer en outillage . Naar zijn mening is zijn nieuwe functie beneden zijn rang en vormt zijn overplaatsing een verkapte tuchtmaatregel . Blijkens de door de Commissie overgelegde documenten is Hecq overgeplaatst om een einde te maken aan ruzies in de sector waarin hij was tewerkgesteld .
2 . Verzoeker bestrijdt de volgende handelingen :
a ) de nota van 3 januari 1986 van de directeur Algemeen Beheer aan het hoofd van de dienst Gebouwen - beheer en outillage, houdende het principebesluit om verzoeker weg te halen uit de sector Gebouwen en hem te belasten met de zorg voor verwarming en sanitair in de door de Commissie vanaf december 1984 nieuw in gebruik genomen of te nemen gebouwen;
b ) het besluit van het bevoegde diensthoofd van 23 januari 1986 ter uitvoering van het principebesluit van 3 januari 1986, waarin verzoekers nieuwe taak werd omschreven, alsmede drie latere nota' s die de omvang van die werkzaamheden nader preciseerden of de vroegere besluiten bevestigden;
c ) het besluit van de Commissie van 30 oktober 1986 waarbij verzoekers klacht tegen die nota' s uitdrukkelijk werd afgewezen .
3 . Voor een nadere uiteenzetting van de feiten ben ik zo vrij naar het rapport ter terechtzitting te verwijzen . Ik stel voor, de drie groepen middelen waarop verzoeker zijn beroep tot nietigverklaring baseert, achtereenvolgens te onderzoeken .
I - Het middel ontleend aan schending van het beginsel van gelijke behandeling en van de artikelen 5, lid 4, en 7, lid 1, Ambtenarenstatuut
4 . Artikel 5, lid 4, Ambtenarenstatuut bepaalt, dat "het verband tussen standaardfuncties en loopbanen wordt aangegeven in de staat die als bijlage I is opgenomen . Op grond van deze staat stelt iedere instelling ... de omschrijving vast van de werkzaamheden en bevoegdheden die aan iedere standaardfunctie zijn verbonden ."
5 . Volgens artikel 7, lid 1, "stelt het tot aanstelling bevoegde gezag de ambtenaar, uitsluitend in het belang van de dienst en ongeacht zijn nationaliteit, bij wege van aanstelling of overplaatsing, overeenkomstig zijn rang te werk in een tot zijn categorie of groep behorend ambt ."
6 . Verzoeker meent, dat zijn nieuwe werkzaamheden niet met zijn rang overeenkomen . Alleen werken, zonder verantwoordelijkheid voor een sectie van een administratieve eenheid, zou niet meer beantwoorden aan de omschrijving van de werkzaamheden en bevoegdheden van de standaardfunctie van technisch assistent in zijn rang BT 3 . Hij zou dan ook gediscrimineerd worden ten opzichte van zijn collega' s die in groepsverband werken .
7 . a ) Met betrekking tot het middel ontleend aan schending van de regel dat rang en ambt met elkaar moeten overeenstemmen, wens ik het volgende op te merken .
8 . Volgens vaste rechtspraak van het Hof is alleen het hiërarchieke gezag verantwoordelijk voor de inrichting van de diensten, die het naargelang van de behoeften van de dienst moet kunnen vaststellen en wijzigen, onverminderd de rechten welke de ambtenaren aan het Statuut ontlenen . ( 1 ) Met name volgt uit de artikelen 5 en 7 van het Ambtenarenstatuut, dat een ambtenaar er recht op heeft, dat de hem opgedragen werkzaamheden in hun geheel in overeenstemming zijn met het aan zijn hiërarchieke rang beantwoordende ambt . ( 2 ) Onder bepaalde omstandigheden kan dit recht worden aangetast, indien aan de ambtenaar een deel van het werk dat hij voorheen deed, wordt onttrokken . ( 3 ) Ofschoon de verschillende bevoegdheden van de diverse ambten van een zelfde rang een persoonlijke voorkeur van de ambtenaar voor een bepaald ambt kunnen rechtvaardigen, maakt dat toch geen inbreuk op de regel - waarvan de ambtenaar eerbiediging kan verlangen - dat rang en ambt met elkaar overeen moeten stemmen . ( 4 ) Wil er sprake zijn van aantasting van de statutaire rechten van verzoeker, dan is het niet voldoende dat een maatregel als die welke in geding is, diens bevoegdheden wijzigt of zelfs beperkt; vereist is, dat de nieuwe bevoegdheden in hun geheel genomen naar aard, belang en omvang duidelijk minder zijn dan met zijn rang en ambt overeenkomt.(5 )
9 . Wij dienen dan ook te onderzoeken, of verzoekers nieuwe werkzaamheden en bevoegdheden in hun geheel genomen duidelijk minder zijn dan die van een technisch assistent van de rang BT 3/2 overeenkomstig het besluit van de Commissie van 28 mei 1973 ( 6 ) houdende omschrijving van de werkzaamheden en bevoegdheden die aan de in artikel 5, lid 4, van het Statuut bedoelde standaardfuncties zijn verbonden . Het Hof heeft immers niet alleen erkend dat het tot aanstelling bevoegd gezag waarvan de kennisgeving van een vacature of de aankondiging van een vergelijkend onderzoek moet uitgaan, bevoegd is de elementen welke de door de instelling gegeven omschrijving bevat, nader te specificeren overeenkomstig de eisen van het dienstbelang ( 7 ), maar het heeft ook verklaard, dat de met name in artikel 7 Ambtenarenstatuut uitgedrukte regel, dat een ambtenaar in een ambt moet worden tewerkgesteld overeenkomstig zijn rang, in geval van wijziging van de functie van een ambtenaar een vergelijking impliceert niet tussen zijn huidige en zijn vroegere functie, maar tussen zijn huidige functie en zijn rang in het ambtelijk bestel . ( 8 )
10 . In genoemd besluit van de Commissie worden de werkzaamheden van een assistent omschreven als volgt :
"B 2 en B 3 : assistent - uitvoerend ambtenaar :
- verantwoordelijk voor een sectie van een administratieve eenheid;
- belast met de uitvoering van administratieve handelingen, welke eventueel de interpretatie van regelingen en algemene instructies omvat;
- belast met het uitvoeren van moeilijke en ingewikkelde werkzaamheden binnen het kader van algemene richtlijnen ."
11 . In de kennisgeving van vacature COM181/84 betreffende een ambt in de rang BT 3/2, waarvoor Hecq zich kandidaat had gesteld en waarin hij op 1 februari 1984 werd benoemd, had het tot aanstelling bevoegd gezag de te begeven functie omschreven als volgt :
"Uitvoerend ambtenaar, belast met het uitvoeren binnen het kader van algemene richtlijnen van moeilijke en ingewikkelde werkzaamheden op het gebied van verwarming en airconditioning, inzonderheid :
- toezicht op de werkzaamheden van de firma' s belast met service en onderhoud van verwarmingsinstallaties en sanitaire inrichtingen 9;
- bestudering en voorbereiding van aanbestedingen en toezicht op de uitvoering van werkzaamheden in verband met veranderingen in die installaties;
- cooerdinatie van de werkzaamheden van de technische ambtenaren van de sectie Verwarming en Sanitair . ( 9 )"
12 . De omschrijving van de werkzaamheden die verzoeker na zijn overplaatsing per 1 februari 1986 werden opgedragen, luidt als volgt :
"Op het gebied van air-conditioning - verwarming en sanitair :
- controle op de uitvoering van de met externe firma' s gesloten contracten voor onderhoud en inrichting van gebouwen en technische installaties;
- het controleren van aanvragen en toezicht op de uitvoering en afname van werkzaamheden;
- medewerking aan door de dienst uitgevoerde studies, aan het samenstellen van dossiers betreffende de aan ondernemingen gevraagde adviezen, analyse van offertes en opstelling van contracten;
- diverse administratieve werkzaamheden, waaronder briefwisseling en opstelling van korte werkverslagen .
13 . Vergelijkt men de verschillende omschrijvingen, dan blijkt in de eerste plaats, dat verzoeker al in het kader van zijn B 3-functie - waarin hij met ingang van 1 februari 1984 was benoemd en die hij zonder enig voorbehoud had aanvaard - belast was met beide sectoren : verwarming én sanitair . Het valt dan ook moeilijk te begrijpen, waarom hij er zich twee jaar later over beklaagt, dat hij zich thans inderdaad met beide sectoren moet bezighouden .
14 . In de tweede plaats staat vast, dat de omschrijving van de standaardfunctie van assistent in de loopbaan B 3/2 de verantwoordelijkheid omvat voor een administratieve eenheid . Het is de vraag, of deze uitdrukking noodzakelijkerwijze betekent dat de betrokken ambtenaar personen onder zijn gezag moet hebben of, zoals in de mededeling van vacature voor de plaats waarvoor Hecq in 1984 werd benoemd was gepreciseerd, met de cooerdinatie van de werkzaamheden van een groep technische ambtenaren moet zijn belast .
15 . Deze vraag moet mijns inziens worden onderzocht met inachtneming van de concrete aard van de werkzaamheden die de betrokken ambtenaar moet verrichten . In casu werkt verzoeker in een administratieve eenheid die zich niet bezig houdt met het leidinggeven aan personen of het beheer van een gedeelte van de activiteiten van de Commissie, maar die verantwoordelijk is voor het goede functioneren van de gebouwen waarin de diensten van de Commissie zijn gevestigd . Blijkens de nota van de directeur Algemeen beheer van 24 maart 1986 is Hecq verantwoordelijk voor de verwarming en het sanitair van de vijf gebouwen die in die nota zijn vermeld . Verzoeker heeft dus in zijn eentje de verantwoordelijkheid voor het goede functioneren van een deel der gebouwen waarvan het beheer is opgedragen aan de administratieve eenheid waartoe hij behoort . Mijns inziens zou men dus kunnen stellen, dat Hecq verantwoordelijk is voor een "sectie" van die administratieve eenheid .
16 . Of hij voor zijn werkzaamheden al dan niet door medewerkers terzijde moet worden gestaan, hangt af van de omvang van die werkzaamheden . De hiërarchieke meerderen moeten beoordelen, voor hoeveel gebouwen één enkele persoon voldoende is om een behoorlijke taakuitvoering op het gebied van verwarming én sanitair te verzekeren . In eerste instantie had de directeur Algemeen beheer Hecq de verantwoordelijkheid voor zes gebouwen opgedragen ( nota van 5.3.1986 ). Reeds op 24 maart 1986 werd dat aantal tot vijf teruggebracht . Tenslotte werd verzoeker eind 1986 of begin 1987 ontheven van de verantwoordelijkheid voor het gebouw aan de Frère-Orban-square, waarop hij een klacht indiende krachtens artikel 90, lid 2, Ambtenarenstatuut ( gevolgd door een beroep bij het Hof van Justitie, zaak 270/87 ), om de volgende redenen :
" Ik herinner eraan, dat de zorg voor dat gebouw mij werd opgedragen in het belang van de dienst, omdat het een moeilijk gebouw is en ik een grote ervaring heb op dit gespecialiseerde gebied ( verwarming en sanitair )."
17 . Hecq was dus zelf van oordeel, dat zijn nieuwe werkzaamheden een tamelijk grote verantwoordelijkheid op hem legden, dat men hem deze had toevertrouwd in het belang van de dienst, en dat hij in staat was, alléén voor verscheidene gebouwen te zorgen .
18 . Terloops zij nog opgemerkt dat Hecq, zo hij secretariaatsassistent met de rang B 3 of B 2 was geweest, "in een administratieve eenheid of een groep ambtenaren binnen het kader van algemene richtlijnen belast (( zou zijn geweest )) met moeilijk en ingewikkeld secretariaatswerk ." De verantwoordelijkheid voor een sectie van een administratieve eenheid is dus niet een wezenlijk kenmerk van de rangen B 3 en B 2, maar wel van de functie van assistent .
19 . Verzoeker heeft nog bezwaar tegen het feit dat in de omschrijving van zijn nieuwe werkzaamheden zijn verantwoordelijkheden op het gebied van studiewerkzaamheden zouden zijn ingekort; in de mededeling van vacature van 1984 was immers sprake geweest van "bestudering en voorbereiding van aanbestedingen ...", terwijl in de omschrijving van zijn nieuwe werkzaamheden werd gezegd : "medewerking aan door de dienst uitgevoerde studies, aan het samenstellen van dossiers betreffende de aan ondernemingen gevraagde adviezen, analyse van offertes en opstelling van contracten ".
20 . Leest men de omschrijving van de verschillende standaardfuncties, dan stelt men evenwel vast, dat het het afdelingshoofd is dat "verantwoordelijk is voor studies of controle onder het gezag van een directeur-generaal, een directeur of eventueel van de instelling ."
21 . Men kan zich dan ook moeilijk voorstellen, dat verzoeker - zoals hij in zijn repliek verklaart - vroeger "alleen en onder zijn eigen verantwoordelijkheid belast was met intellectuele en administratieve concipiërende werkzaamheden in verband met aanbestedingen ...".
22 . De eerste omschrijving (" bestudering en voorbereiding van aanbestedingen ") lijkt er eerder op te wijzen, dat het ook daarbij ging om het bestuderen van een probleem en het opstellen van een bericht van aanbesteding, dat dan ter goedkeuring of wijziging moest worden voorgelegd aan de hiërarchieke meerdere, bij wie de uiteindelijke beslissing berustte . Met andere woorden, ook verzoekers vroegere functie bestond in medewerking aan studies en het samenstellen van dossiers .
23 . Met betrekking tot het gedeelte van verzoekers nieuwe taakomschrijving, volgens hetwelk hij belast was met de "controle op de uitvoering van de met externe firma' s gesloten contracten voor onderhoud en inrichting van gebouwen en technische installaties", kan men enkel vaststellen dat het precies overeenstemt met de passage in de vroegere omschrijving, waarin sprake was van "toezicht op de werkzaamheden van de firma' s belast met service en onderhoud van verwarmingsinstallaties en sanitaire inrichtingen ."
24 . Dat een ambtenaar van lagere rang ( in casu de rang D 3 ) eveneens ( onder meer ) zulke controles moet verrichten, lijkt onvermijdelijk in een dienst die niet tot taak heeft zelf onderhouds - of aanpassingswerken uit te voeren, maar toezicht uit te oefenen op de wijze waarop die werken door particuliere bedrijven worden uitgevoerd .
25 . b ) In het kader van dit tweede middel stelt verzoeker ook nog schending van het beginsel van gelijke behandeling .
26 . Hij voert aan, dat de Commissie hem
"minder gunstig behandelde dan zijn vroegere medewerkers, daar zij hem verplichtte :
- alleen te werken en niet meer in groepsverband;
- uitsluitend in nieuwe gebouwen te werken, waar alles veel ingewikkelder is wegens de 'kinderziektes' die zich er voordoen ;
- in twee sectoren tegelijk te werken ( verwarming en sanitair ), terwijl zijn collega' s telkens slechts in één van die twee sectoren werkzaam zijn ".
27 . Hier kan ik de redenering van verzoeker moeilijk volgen, want eigenlijk vraagt hij in het kader van deze grief, om op dezelfde wijze te worden behandeld als ambtenaren van lagere rang ( namelijk twee van de rang B 4, één van de rang D 1 en drie van de rang D 3 ). Nu staat vast, dat het bij gelijke behandeling om de vergelijking gaat van de verantwoordelijkheden van ambtenaren met dezelfde rang . Dat Hecq op zijn eentje de zorg had voor nieuwe gebouwen, en dan nog zowel voor verwarming als voor sanitair, toont mijns inziens aan dat de Commissie er integendeel op had gelet, hem in overeenstemming met zijn beroepservaring werkzaamheden toe te vertrouwen van een bepaalde omvang en moeilijkheidsgraad, die zij niet had kunnen opdragen aan ambtenaren van lagere rang . Verzoeker heeft dit trouwens zelf erkend in zijn klacht met betrekking tot het hiervoor genoemde gebouw aan de Frère-Orban-square .
28 . Ik moet dan ook concluderen, dat het argument ontleend aan schending van het gelijkheidsbeginsel, evenmin gegrond is .
II - Het middel ontleend aan schending van artikel 25 Ambtenarenstatuut en van het beginsel van goed bestuur
29 . Verzoeker meent, dat de bestreden handelingen zijn materiële en immateriële belangen ernstig schaden, doordat zij zijn genomen :
- zonder externe motivering;
- zonder hem in de gelegenheid te stellen om vooraf zijn standpunt kenbaar te maken;
- zonder rekening te houden met zijn belangen .
d ) het middel ontleend aan het gebrek aan motivering
30 . Verzoeker stelt, dat het te zijnen aanzien genomen besluit niet voldoet aan de motiveringsplicht van artikel 25, tweede alinea, Ambtenarenstatuut .
31 . Volgens 's Hofs rechtspraak heeft de motiveringsplicht ten doel, de betrokkene in staat te stellen te beoordelen of het besluit een gebrek vertoont op grond waarvan zijn wettigheid kan worden betwist, alsook rechterlijke toetsing mogelijk te maken, weshalve de omvang van die verplichting steeds in het licht van de concrete omstandigheden moet worden beoordeeld . ( 10 ) Het is ook vaste rechtspraak, "dat ter beantwoording van de vraag of aan het motiveringsvereiste van artikel 25 is voldaan, niet alleen moet worden gezien naar het overplaatsingsbesluit zelf, maar ook naar de dienstnota' s waarop het besluit steunt, waarvan betrokkene in kennis is gesteld en waardoor hij duidelijk is ingelicht over de redenen die aan het besluit ten grondslag liggen ". ( 11 )
32 . In casu is het formele besluit tot overplaatsing voorafgegaan door een nota - van 3 januari 1986 - van de directeur Algemeen beheer aan het betrokken diensthoofd, met kopie aan verzoeker . De directeur had daarin vastgesteld dat er door het schrijven van nota' s binnen de sector Gebouwen van de afdeling IX.B.5 veel tijd verloren ging, en omdat hij liever zag dat de - onbetwistbare - energie en bekwaamheid van de betrokken ambtenaren aan het eigenlijke werk van de dienst werd besteed, gaf hij als zijn mening te kennen, dat dat het beste kon worden bereikt door verzoeker uit de sector Gebouwen weg te halen en hem de reeds vermelde werkzaamheden op te dragen . Door deze nota is verzoeker dus ingelicht over de redenen die aan de komende wijziging van zijn tewerkstelling ten grondslag lagen . Uit de stukken, en met name uit die welke op verzoek van het Hof zijn overgelegd, blijkt voorts dat in feite een groot aantal van de nota' s waaruit van de aanhoudende meningsverschillen blijkt en die de goede werking van de dienst verstoorden, door verzoeker waren geschreven .
33 . Deze kon derhalve reeds in de eerste bestreden handeling, namelijk het principebesluit van 3 januari 1986, de elementen vinden die voor het besluit van de administratie bepalend zijn geweest en die hem wel degelijk bekend waren . ( 12 )
34 . Het middel betreffende gebrek aan motivering is derhalve ongegrond .
a ) Het middel ontleend aan het gebrek aan voorafgaand overleg
35 . Men mag als vaststaande beschouwen, dat verzoeker noch vóór het principebesluit van 3 januari 1986 noch vóór het formele besluit tot overplaatsing van 23 januari 1986 is uitgenodigd om zijn opmerkingen te maken .
36 . In zijn nota van 3 januari 1986 aan De Hoe, hoofd van de gespecialiseerde dienst Gebouwen - beheer en outillage, schrijft de directeur Algemeen beheer : "Het spreekt vanzelf, dat ik uzelf en de heren Brusset en Hecq te gelegener tijd graag zal ontvangen, maar op dit moment meen ik over alle nodige elementen te beschikken voor mijn besluit ." Nergens is gesteld, dat Hecq toch heeft aangedrongen op een onmiddellijk onderhoud, en dat dit hem zou zijn geweigerd . Men dient dus aan te nemen, dat de directeur het standpunt van Hecq over de grond van het geschil goed kende, aangezien in juli 1985 een vergadering had plaatsgehad en Brusset alle nota' s die hij van Hecq had ontvangen, aan Pratley had doen toekomen .
37 . Dit neemt niet weg, dat Hecq niet in de gelegenheid is gesteld om mondeling zijn standpunt mee te delen over de voorgenomen overplaatsing . In een overeenkomstig geval overwoog het Hof in het arrest Arning ( 13 ), dat
" het in overeenstemming (( zou )) zijn met de wederzijdse goede trouw en het vertrouwen die de betrekkingen tussen de ambtenaren en de administratie dienen te beheersen, dat de ambtenaar zoveel mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld zijn standpunt over het beoogde besluit kenbaar te maken . Daardoor zouden ook geschillen kunnen worden voorkomen ."
38 . Het valt dan ook te betreuren, dat Hecq niet is gehoord . Gaat het in casu echter om de niet-nakoming van een verplichting? Bij nader inzien lijkt mij dat in de gegeven omstandigheden niet het geval te zijn . In zijn arresten Kuhner ( 14 ) en Arning verklaarde het Hof immers, dat de administratie de ambtenaren slechts in de gelegenheid moet stellen hun standpunt kenbaar te maken in geval van maatregelen die uiterst bezwarend zijn voor de betrokkenen . Nu een uitdrukkelijke bepaling in het Ambtenarenstatuut ontbreekt, bestaat die verplichting niet in de andere gevallen, waar de formaliteiten waarin artikel 90 Ambtenarenstatuut voorziet ter bescherming van de belangen van ambtenaren, en waarbij zo nodig nog rechterlijke toetsing door het Hof kan komen, voldoende moeten worden geacht .
39 . In die twee arresten beklaagden de betrokken ambtenaren zich erover, dat zij hun functie van afdelingshoofd respectievelijk hoofd van een gespecialiseerde dienst ( 15 ) moesten inruilen tegen bijzondere werkzaamheden als onmiddellijk medewerker van de directeur respectievelijk bijzondere werkzaamheden in een andere gespecialiseerde dienst . Het Hof oordeelde, dat die besluiten niet als uiterst bezwarend voor de betrokkenen konden worden beschouwd .
40 . Daar gebleken is, dat de nieuwe tewerkstelling van Hecq niet in een terugzetting in rang resulteerde en dat zijn verantwoordelijkheden in die post niet geringer waren dan die verbonden aan zijn standaardfunctie, kan ook in casu worden besloten, dat de overplaatsing niet uiterst bezwarend was en dat het derhalve rechtens niet nodig was hem in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken .
a ) De miskenning van verzoekers belang
41 . Verzoeker refereert voorts aan 's Hofs rechtspraak, volgens welke "de zorgplicht van de administratie ten opzichte van haar personeel een uitvloeisel is van het door het Statuut geschapen evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen in de betrekkingen tussen het administratief gezag en de ambtenaren . Deze plicht, alsook het beginsel van goed bestuur, brengen met name mee, dat dit gezag bij zijn beslissing over de situatie van de ambtenaar alle elementen in aanmerking moet nemen die zijn besluit kunnen beïnvloeden, en daarbij niet enkel rekening behoort te houden met het belang van de dienst, maar ook met dat van de betrokken ambtenaar ." ( 16 )
42 . Ik meen te begrijpen, dat Hecq van opvatting is dat de Commissie, gelet op zijn persoonlijk belang, zijn tewerkstelling niet had mogen wijzigen .
43 . Het lijdt nochtans geen twijfel, dat handhaving van de status quo de voortzetting zou hebben betekend van de ruzies en spanningen binnen de betrokken administratieve eenheid, met alle negatieve gevolgen vandien voor de dienst . In casu waren het persoonlijk belang van de ambtenaar en het belang van de dienst dus kennelijk onverzoenbaar .
44 . Dienaangaande heeft het Hof in zijn arresten Arning en Delauche ( 17 ) duidelijk uitgesproken, "dat de zorgplicht het bevoegd gezag niet mag beletten de maatregelen te treffen die het nodig acht in het belang van de dienst ." Ook heeft het Hof bij herhaling overwogen, dat het zijn beoordeling van het dienstbelang niet in de plaats kan stellen van die van het tot aanstelling bevoegd gezag, maar dat zijn toetsing zich dient te beperken tot de vraag of de administratie, gelet op de overwegingen op grond waarvan zij mogelijk tot haar beslissing is gekomen, binnen redelijke grenzen is gebleven en niet op kennelijk onjuiste wijze van haar bevoegdheid gebruik heeft gemaakt . ( 18 ) Meer in het bijzonder heeft het Hof met betrekking tot conflicten tussen ambtenaren overwogen, dat wanneer bijlegging van het conflict tussen een ambtenaar en zijn hiërarchieke meerdere onmogelijk blijkt, de instelling gerechtigd is alle maatregelen te nemen om de rust binnen de betrokken dienst te herstellen . ( 19 )
45 . Daar zich in casu spanningen voordeden zowel tussen verzoeker en zijn hiërarchieke meerdere als in verzoekers verhouding met zijn medewerkers ( blijkens de door de Commissie overgelegde stukken hadden al zijn medewerkers om overplaatsing gevraagd ), moet worden aangenomen, dat het door de bevoegde directeur genomen overplaatsingsbesluit "een redelijke reactie vormt op de situatie die het gevolg was van de verslechtering van de werkverhoudingen" ( 20 ) in de betrokken dienst .
46 . Mitsdien kan geen der argumenten voor het tweede middel slagen .
III - Het middel ontleend aan schending van artikel 87 Ambtenarenstatuut en aan misbruik van bevoegdheid
47 . Hecq voert tenslotte aan, dat het toewijzen van een lagere functie en de vermindering van de bezoldiging die hij in feite ontving op grond van de toelage voor permanente beschikbaarheid, een verkapte tuchtmaatregel was wegens het feit dat hij vakbondsvertegenwoordiger was . Dit vormt een schending van artikel 87 Ambtenarenstatuut en het daarin neergelegde beginsel, dat voor de zwaarste tuchtmaatregelen, zoals terugzetting in rang, de in bijlage IX bij het Statuut gedetailleerd omschreven tuchtprocedure moet worden gevolgd .
48 . In repliek beroept Hecq zich voor deze stelling op een aantal feiten, die zich echter na de wijziging van zijn tewerkstelling hebben voorgedaan en die daarmee dus niet in verband kunnen staan .
49 . Bovendien ben ik hiervoor reeds tot de conclusie gekomen, dat verzoeker in feite geen werkzaamheden van lager niveau heeft gekregen en dat er dus geen sprake kan zijn van een verkapte terugzetting in rang . Ik heb ook te kennen gegeven, dat het besluit mijns inziens naar behoren gemotiveerd was door de verwijzing naar de correspondentie tussen Hecq en Brusset, die het tastbare bewijs vormt van de ruzies waarnaar de Commissie verwijst .
50 . Ook de grief ontleend aan de vermindering van verzoekers reële bezoldiging door het verlies van de toelage voor permanente beschikbaarheid, komt mij rechtens ongegrond voor . Want ook al wil het Ambtenarenstatuut de ambtenaar de door hem verkregen rang alsmede een met die rang overeenstemmend ambt waarborgen, het kent hem nochtans geen recht toe op een bepaald ambt, maar laat integendeel aan het tot aanstelling bevoegd gezag de bevoegdheid om ambtenaren in het belang van de dienst in een der met hun rang overeenstemmende ambten tewerk te stellen . ( 21 ) De ambtenaar heeft dus geen recht op een ambt waaraan de verplichting verbonden is om buiten de gewone werktijd permanent beschikbaar te zijn, hetzij op het werk hetzij thuis, voor welke verplichting dan een bijzondere vergoeding wordt betaald . De Commissie herinnert er terecht aan, dat de toelage voor die permanente beschikbaarheid geen deel uitmaakt van de aan de rang en salaristrap van de ambtenaar verbonden bezoldiging, doch enkel een vergoeding is voor de verplichting van de ambtenaar om ter beschikking van de instelling te blijven, in dier voege, dat wanneer deze verplichting wegvalt, de vergoeding die ertegenover staat, niet langer gerechtvaardigd is .
51 . Dan rest mij nog, de grief van misbruik van bevoegdheid te onderzoeken . Gelijk het Hof herhaaldelijk heeft verklaard, kan ter zake van een besluit slechts worden gesproken van misbruik van bevoegdheid wanneer er objectieve, terzake dienende en onderling overeenstemmende aanwijzingen bestaan, dat het is genomen ter bereiking van een ander doel dan de administratie verklaart te hebben beoogd . ( 22 )
52 . Dat hij om zijn vakbondsactiviteit bestraft zou zijn, heeft verzoeker voor het eerst in repliek gesteld . Het is het een of het ander : ofwel heeft de Commissie de gewoonte haar ambtenaren die vakbondswerk doen, te bestraffen, en dan zou het verzoeker niet moeilijk vallen om dat aan te tonen - wat hij echter niet heeft gedaan; ofwel heeft Hecq individueel iets gedaan wat op zichzelf normaal is voor een vakbondsman, maar wat bij zijn instelling bijzonder slecht is gevallen, zodat zij besloot hem individueel te bestraffen . Verzoeker heeft evenwel zelfs geen poging gedaan om aan te tonen dat hij iets dergelijks heeft gedaan, of, a fortiori, dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen dat optreden van hem en zijn nieuwe tewerkstelling . In die omstandigheden moet het middel ontleend aan misbruik van bevoegdheid, worden verworpen .
53 . Aangezien naar mijn mening geen enkel middel van verzoeker kan slagen, kan ik niet anders dan het Hof in overweging geven, het beroep in zijn geheel te verwerpen .
IV - Kosten
54 . Volgens de Commissie is het beroep lichtvaardig ingesteld en is het vexatoir in de zin van artikel 69, paragraaf 3, van het Reglement voor de procesvoering en moet verzoeker derhalve in de kosten worden verwezen .
55 . Mijns inziens dient evenwel rekening te worden gehouden met het volgende :
- het beroep is noch kennelijk niet-ontvankelijk noch kennelijk ongegrond ( 23 );
- verzoeker heeft in het rechtsgeding geen excessieve standpunten ingenomen ( 24 );
- het beroep is niet kennelijk dilatoir ( 25 );
- verzoeker heeft van de Commissie geen herziening van de bestreden handeling weten gedaan te krijgen vóór de inleiding van het rechtsgeding of in de loop daarvan ( 26 );
- de administratie van de Commissie heeft zich in het overplaatsingsbesluit en in de daarmee verband houdende nota' s niet uitgelaten over de verantwoordelijkheid van elk der hoofdpersonen voor het ontstaan en de ontwikkeling van de spanningen binnen de dienst;
- verzoeker is niet in de gelegenheid gesteld om zijn standpunt omtrent de voorgenomen maatregel kenbaar te maken, wat - ofschoon niet rechtens vereist - toch wenselijk ware geweest .
56 . In die omstandigheden kan het beroep mijns inziens niet kennelijk vexatoir worden genoemd .
57 . Derhalve geef ik het Hof in overweging om overeenkomstig artikel 70 van het Reglement voor de procesvoering elk der partijen in de eigen kosten te verwijzen .
(*) Vertaald uit het Frans .
( 1 ) Arrest van 16 juni 1971, zaak 61/70, Vistosi, Jurispr . 1971, blz . 535, r.o . 14; zie in dezelfde zin het arrest van 21 juni 1984, zaak 69/83, Lux, Jurispr . 1984, blz . 2447, r.o . 17
( 2 ) Zie het arrest van 16 juni 1971, Vistosi, reeds aangehaald, r.o . 15; zie in dezelfde zin het arrest van 15 december 1965, zaak 15/65, Klaer, Jurispr . 1965, blz . 1350, 1362, B, tweede overweging; zie eveneens het arrest van 23 januari 1986, zaak 173/84, Rasmussen, Jurispr . 1986, blz . 197, r.o . 24
( 3 ) Zie het arrest van 16 juni 1971, Vistosi, reeds aangehaald, r.o . 16
( 4 ) Zie in die zin en met betrekking tot het ambt van directeur-generaal met de rang A 1, het arrest van 28 mei 1970, zaak 36/69, Peco, Jurispr . 1970, blz . 361, r.o . 15, en met betrekking tot de ambten van directeur en van raadadviseur, het arrest van 13 mei 1970, zaak 46/69, Reinarz, Jurispr . 1970, blz . 275, r.o . 10
( 5 ) Zie in die zin het arrest van 20 mei 1976, zaak 66/75, Macevicius, Jurispr . 1976, blz . 593, r.o . 16
( 6 ) Nadien gewijzigd en in een gecooerdineerde versie gepubliceerd in de Mededelingen van de administratie, I A, nr . 373, van 9 juli 1982
( 7 ) Arrest van 28 maart 1968, zaak 33/67, Kurrer, Jurispr . 1968, blz . 180, 192, voorlaatste alinea
( 8 ) Arrest van 28 mei 1980, gevoegde zaken 33 en 75/79, Kuhner, Jurispr . 1980, blz . 1677, 1697, r.o . 20
( 9 ) Cursivering van mij
( 10 ) Arrest van 14 juli 1983, zaak 176/82, Nebe, Jurispr . 1983, blz . 2475, r.o . 21; in dezelfde zin, arrest van 21 juni 1984, zaak 69/83, Lux, Jurispr . 1984, blz . 2447, r.o . 36
( 11 ) Arrest van 12 oktober 1978, zaak 86/87, Ditterich, Jurispr . 1978, blz . 1855, r.o . 40; in dezelfde zin het arrest van 14 juli 1977, zaak 61/76, Geist, Jurispr . 1977, blz . 1419, r.o . 23; zie ook de arresten van 14 juli 1983, zaak 176/82, Nebe, Jurispr . 1983, blz . 2475, r.o . 21, 29 oktober 1981, zaak 125/80, Arning, Jurispr . 1981, blz . 2539, r.o . 13, en 28 mei 1980, gevoegde zaken 33 en 75/79, Jurispr . 1980, blz . 1677, r.o . 15, tweede zin
( 12 ) Arrest van 12 oktober 1978, zaak 86/87, Ditterich, Jurispr . 1978, blz . 1855, r.o . 42; arrest van 14 juli 1977, zaak 61/76, Geist, Jurispr . 1977, blz . 1419, r.o . 26
( 13 ) Arrest van 29 oktober 1981, reeds aangehaald, r.o . 17
( 14 ) Arrest van 28 mei 1980, reeds aangehaald, r.o . 25
( 15 ) Een gespecialiseerde dienst is in de praktijk gelijk te stellen met een afdeling, behalve dat zij onder leiding staat van een ambtenaar met de rang A 4 in plaats van de rang A 3 .
( 16 ) Arrest van 4 februari 1987, zaak 417/85, Maurissen, Jurispr . 1987, blz . 551, r.o . 12; in dezelfde zin, arrest van 28 mei 1980, Kuhner, reeds aangehaald, r.o . 22
( 17 ) Arrest van 16 december 1987, zaak 111/86, Delauche, Jurispr . 1987, r.o . 26
( 18 ) In die zin het arrest van 12 februari 1987, zaak 233/85, Bonino, Jurispr . 1987, blz . 739, r.o . 5
( 19 ) Zie in die zin het arrest van 12 juli 1979, zaak 124/78, List, Jurispr . 1979, blz . 2499, r.o . 13; eveneens het arrest van 11 juli 1968, zaak 16/67, Labeyrie, Jurispr . 1968, blz . 412, 426, 2, a, eerste en tweede alinea, en het arrest van 14 juni 1979, zaak 18/78, V ., Jurispr . 1979, blz . 2093, r.o . 18
( 20 ) Zie het arrest List, reeds aangehaald
( 21 ) Zie in die zin het arrest van 6 mei 1969, zaak 21/68, Huybrechts, Jurispr . 1969, blz . 85, r.o . 8, en het arrest van 13 mei 1970, Reinarz, reeds aangehaald, r.o . 5
( 22 ) Zie bijvoorbeeld het arrest van 21 juni 1984, Lux, reeds aangehaald, r.o . 30, en in dezelfde zin het arrest van 18 juni 1987, zaak 307/85, Gavanas, Jurispr . 1987, r.o . 37
( 23 ) Met betrekking tot het kennelijk ongegrond beroep, zie bijvoorbeeld het arrest van 10 januari 1980, zaak 116/78 Rev ., Bellintani, Jurispr . 1980, blz . 23; beschikking van 11 december 1986, zaak 25/86, Suss, Jurispr . 1986, blz . 3929 .
Wat het kennelijk niet-ontvankelijk beroep betreft, zie bijvoorbeeld het arrest van 17 maart 1983, zaak 252/81, Macevicius, Jurispr . 1983, blz . 867; eveneens het arrest van 6 oktober 1983, gevoegde zaken 118-123/82, Celant, Jurispr . 1983, blz . 2995; arrest van 12 juli 1984, za k 227/83, Moussis, Jurispr . 1984, blz . 3133; arrest van 21 januari 1987, zaak 204/85, Stroghili, Jurispr . 1987, blz . 389 .
( 24 ) De verzoekende partij wordt in de kosten verwezen wanneer hij excessieve beschuldigingen uit - zie in die zin het arrest van 1 juni 1983, gevoegde zaken 36, 37 en 218/81, Seton, Jurispr . 1983, blz . 1789, r.o . 59, of wanneer hij beledigende uitspraken doet, die pas ter openbare terechtzitting worden teruggenomen - zie in die zin bijvoorbeeld het arrest van 17 mei 1984, zaak 338/82, Albertini en Montagnani, Jurispr . 1984, blz . 2123 .
( 25 ) Zie bijvoorbeeld de beschikkingen van 9 juni 1980, zaken 123/80 en 123/80 R, Broekhuyse, Jurispr . 1980, blz . 1789 en 1793, evenals het arrest van 15 januari 1981, zaak 731/79, Broekhuyse, Jurispr . 1981, blz . 107 .
( 26 ) Arrest van 3 juli 1980, gevoegde zaken 6 en 97/79, Grassi, Jurispr . 1980, blz . 2141; arrest van 19 februari 1981, gevoegde zaken 122 en 123/79, Schiavo, Jurispr . 1981, blz . 473
Full & Egal Universal Law Academy